Nummer 25

1273 december
type
Kirchlich
Teilen Sie diese Urkunde

Kurze Zusammenfassung

Gerard van Nassau, Archidiakon von Lüttich und Propst des Kapitels von Onze-Lieve-Vrouw in Maastricht, stimmt der Urkunde von Hendrik (III. van Gelre), Bischof von Lüttich, vom September 1273 zu, billigt jede Regelung von Dekan und Kapitel zur Vergabe der Pfründen und erklärt sich mit den Bestimmungen von Hugo (van Saint-Cher), Kardinal (-priester von Sint-Sabina in Rom) und päpstlicher Legat in den Duitse Landen, sowie von Godfried, Dekan des Kapitels von Sint-Servaas in Maastricht, und Magister Reinier, Scholastiker von Tongeren, einverstanden, die Magister Jan, Dekan des Kapitels von Onze-Lieve-Vrouw in Maastricht, (vor September 1273) erneuert hat. Ferner überträgt er Dekan und Kapitel die Einrichtung und Vermietung des Propsteihauses und bekräftigt, dass sie mit Zustimmung des Bischofs von Lüttich dem Propst jährlich zwanzig Mark in Lütticher Währung zahlen.

Lateinischer Text der Urkunde

Gerardusa de Nashowe, Dei gratia archidiaconus Leodiensis ac prepositus ecclesie Beate Marie Traiectensis, Leodiensis diocesis, universis presentia visuris cognoscere veritatem.

Universitati vestre innotescat quod privilegium venerabilis patris nostri domini Henrici, Leodiensis episcopi, indultum et concessum ab eodem dilectis in Christo .. decano et capitulo ecclesie Sancte Marie supradicte, cuius preposituram nunc tenemus, propter causas necessarias super certis articulis in eodem comprehensis, quod sic incipit: ‘Noverit universitas vestra quod adb nos accedentes viri venerabiles decanus et capitulum Beate Marie in Traiecto’, et infra, de nostra voluntate et procuratione extitit impetratum. Et nos adhibita diligenti ac studiosa prudentum examinacione singula et universa in ipso contenta approbamus et inviolabiliter nos conservaturos promittimus bona fide, adicientes declarando quod nos ordinacionem seu ordinaciones quam vel quas idem decanus et capitulum super distribucionibus prebendarum suarum fecerint vel fecerunt, gratas habemus et ratas nec eas ullo umquam tempore per nos vel per alios procurabimus infirmari. Item constituciones seu ordinaciones viri venerabilis et discreti domini Hugonis, cardinalis bone memorie, tunc temporis in Alimannia legacionis officio fungentis, necnon ordinaciones et precepta discretorum virorum domini Godefridi, quondam decani Sancti Seruatii, et magistri Reneri, Tungrensis scolastici, olim in ecclesia nostra predicta officium visitationis auctoritate ordinaria excercentiumc, innovatas et innovata per virum discretum magistrum Iohannem, supradicte ecclesie nostre decanum, sigillo capituli antedicti ac etiam ipsius decani signatas vel signata, ex habundanti quantum in nobis est approbamus et consensum nostrum super ipsis firmiter adhibemus. Insuper disposicionem domus nostre prepositure et locacionem prenotatis decano et capitulo committimus in hunc modum ut videlicet ipsi decanus et capitulum integritati et conservacioni dicte domus exspensisd suis intendere teneantur cum effectu et eandem alicui viro honeste conversacionis inhabitandam committere, hoc adiecto quod nobis veniendo et recedendo in eandem liber pateat introitus et exitus condecenter. Nos etiam decanus et capitulum antedicti tenore presentium profitemur quod accedente ad hoc auctoritate et consensu reverendi patris nostri domini Henrici, Leodiensis episcopi, nos viro venerabili domino Gerardo de Nashowe, preposito nostro, suisque successoribus in perpetuum, sicut expressum est alias, pro reditibus prepositure sue quolibet anno viginti marcas monete Leodiensis, viginti solidis pro marca computatis, duobus terminis persolvemus, in festo videlicet Omnium Sanctorum decem marcas et residuas decem in Pascate subsequenti.

In cuius rei testimonium nos, prepositus, decanus et capitulum antedicti, presentem paginam sigillorum nostrorum munimine decrevimus roborandam.

Datum et actum in capitulo nostro, anno Domini millesimo CCmo LXXmo tercio, mense decembrie.

a vergrote initiaal A.

b a tussengevoegd door schrijfhand A.

c aldus A, lees exercentium.

d aldus A, lees expensis.

e hierna sluitingsteken A.

Niederländische Übersetzung

Gerard van Nassau, aartsdiaken van Luik en proost van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht, maakt bekend dat hij door zijn wil en machtiging een oorkonde heeft verkregen van Hendrik, bisschop van Luik, die deze had verleend aan deken en kapittel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, waarvan hij nu de proosdij heeft, omwille van noodzakelijke aangelegenheden inzake zekere bepalingen die daar in staan, beginnend met: ‘Het zij allen bekend dat de eerbiedwaardige mannen, deken en kapittel van Onze-Lieve-Vrouw te Maastricht, naar ons toekomend’, en verder. Gerard keurt na nauwkeurig en zorgvuldig onderzoek van verstandige mannen alles goed in deze oorkonde en belooft dit ongeschonden te bewaren, daaraan toevoegend dat hij zijn goedkeuring hecht aan iedere regeling die deken en kapittel over de toekenning van hun prebenden zullen treffen of hebben getroffen, en dat hij deze nooit zelf of door anderen ongedaan zal laten maken. Verder keurt hij goed en stemt overvloedig in met de regelingen en bepalingen van wijlen Hugo, kardinaal en toentertijd legaat in de Duitse landen, en de regelingen en voorschriften van wijlen Godfried, deken van Sint-Servaas, en magister Reinier, scholaster van Tongeren, die voorheen in de Onze-Lieve-Vrouwekerk het visitatierecht uitoefenden volgens de gebruikelijke bevoegdheid, welke regelingen vernieuwd zijn door magister Jan, deken van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, en bezegeld door kapittel en deken. Bovendien vertrouwt hij de inrichting en verhuur van het proosdijhuis toe aan deken en kapittel op een dusdanige wijze dat zij gehouden zijn om het geheel en de instandhouding van dat huis op hun eigen kosten daadwerkelijk te onderhouden en het ter bewoning toe te vertrouwen aan iemand van goed gedrag, met de bepaling dat de vrijelijke in- en uitgang tot dat huis op passende wijze aan de proost is toegestaan. Deken en kapittel beloven dat zij, met goedkeuring van Hendrik, bisschop van Luik, aan Gerard van Nassau, hun proost, en zijn opvolgers voor eeuwig, zoals elders uitdrukkelijk is gesteld, voor de inkomsten van zijn proosdij ieder jaar twintig mark Luiks, te rekenen twintig schelling voor één mark, zullen betalen in twee termijnen, namelijk tien mark op 1 november en de overige op Pasen daaropvolgend.

Proost, deken en kapittel hebben bezegeld.

Gegeven en gedaan in het Onze-Lieve-Vrouwekapittel, in december 1273.

Genannte Personen
Gerard van Nassau, aartsdiaken van Luik en proost van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht
Godfried, deken van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht
Hendrik III van Gelre, elect/bisschop van Luik
Hugo van Saint-Cher, kardinaal van Sint-Sabina te Rome en pauselijk legaat in de Duitse landen
Jan, deken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht
Maastricht — Onze Lieve Vrouw — kapittel, kerk
Maastricht — Onze Lieve Vrouw — kapittel, kerk — deken en kapittel
Maastricht — Onze Lieve Vrouw — kapittel, kerk — proosdij
Reinier, scholaster van Tongeren, magister
Genannte Orte
Luik — bisdom
Luik
Ausgabe
Der folgende Text wird nicht übersetzt, wenn eine andere Sprache ausgewählt wird
Teilen Sie diese Urkunde

Partner

Spender

Familie Beijer
© 2026 WaarvanAkte.eu, eine Initiative der Stiftung Limburgse Oorkonden
Erstellt von Rocket Factory