Urkunden

Ein Überblick über alle Urkunden

Filters
Filters
Filter zur Sammlung
Nach Typ filtern
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.
Tag
2 von 4 Urkunden angezeigt
Sint-Gerlach

Urkunde 26

Wirtschaftlich
1270 (lees 1279) september 6

Walram, Herr van Valkenburg und Monschau, teilt mit, dass der Verwalter und der Konvent von Sint-Gerlach in Houthem mit Zustimmung des Dekans und des Kapitels der Sint-Servaaskirche in Maastricht, im freien Besitz des Kapitels, eine Mauer um ihr Kloster auf einem Stück Land von etwa 180 Meter in der Länge und einer Rute (etwa 4,55 Meter) in der Breite auf der Seite von der Ortschaft Berg gegen einen erbärlichen jährlichen Zins von zwei Lütticher Pfennig gebaut haben. Walram erkennt an, dass er keine Rechte an diesem Land hat.

Walram, heer van Valkenburg en Monschau, maakt bekend dat proost en convent van Sint-Gerlach (te Houthem) met instemming van deken en kapittel van de Sint-Servaaskerk te Maastricht in het allodium van het kapittel een muur rond hun klooster gebouwd hebben

op een stuk grond van één bunder in de lengte en één roede in de breedte aan de zijde van Berg tegen een erfelijke jaarrente van twee penning Luiks en hij erkent geen enkel recht op deze grond te hebben.

Origineel

[A]. Niet voorhanden, blijkens B bezegeld met één zegel.

Afschrift

B. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 191-192, onder de rubriek: Confirmatio domini Walrami de Monjoie et Valckenburgh literrarum domini decani et capituli sancti Servatii Traiectensis de quittatione unius allodii unius bonnarii terre infra murum monasterii sancti Gerlaci, en in de marge: Num. 128, met opgave van één bezegelingsplaats, naar [A].

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regest

Niet voorhanden.

Datering

Aangezien de overeenkomst tussen het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) en deken en kapittel van de Sint-Servaaskerk te Maastricht over de bouw van een muur dateert uit 1279 (zie infra nrs. 24 en 25), moet het jaartal in onderhavige oorkonde corrupt zijn overgeleverd in het cartularium en de bijbehorende index.

Ontstaan en samenhang

Onderhavige oorkonde is samen met twee andere oorkonden inzake de bouw van de muur op eenzelfde dag uitgevaardigd, zie infra nrs. 24 en 25.

Thorn

Urkunde 26

Kirchlich
1267 juli 6

Dirk van Heeswijk, Ritter, verpflichtet sich, im Namen des Konvents der Abtei Thorn auf seine Kosten die Urkunde des Bischofs von Utrecht zu beschaffen, in der die Ernennung und Vorstellung des von ihm ernannten Pfarrers in der Kirche von Avezaath durch die Äbtissin von Thorn sowie seine Einkünfte geregelt sind. Die Kollation stend der Äbtissin von Thorn zu. Nach Erhalt dieser Urkunde erwirbt Dirk von der Äbtissin und dem Konvent von Thorn die Zehnten in Pacht und alle anderen Güter, die die Abtei in Avezaath hat, mit Ausnahme der Güter, die die Sint-Paulus Abtei in Utrecht vom Abt und Konvent von Thorn hat. Ritter Otto van Zoelen wird Dirk van Heeswijk auch keine Lehnsabgaben für die Güter leisten, die er jetzt vorübergehend von Äbtissin und Konvent von Thorn besitzt. Solange die Angelegenheit nicht abgeschlossen ist, wird Dirk sich die Güter, die der Kirche von Avezaath gehören, nicht ohne die Zustimmung von Äbtissin und Konvent oder des Pfarrers von Avezaath aneignen. Und sobald die Kirche von Avezaath vakant ist, wird Dirk Pfarrer Gerard van Avezaath zur Einsetzung vorschlagen. Sollte Dirk die Urkunde des Bischofs von Utrecht nicht innerhalb von sechs Monaten erhalten, werden alle Vereinbarungen und Versprechen zwischen ihm und Äbtissin und Konvent von Thorn hinfällig.

Dirk van Heeswijk, ridder, verbindt zich ertoe van de bisschop van Utrecht een oorkonde te verkrijgen inzake de aanstelling van de door hem voorgedragen pastoor in de kerk van Avezaath, waarvan het collatierecht aan de abdis van Thorn toebehoort, en inzake de regeling van diens inkomsten uit de tienden en goederen te Avezaath.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 39.

Uitgave

a. Ketner, OSU IV, 4-5, nr. 1723, naar A.

Ontstaan

Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1262 tot en met 1273. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 17.

Kloosterrade

Urkunde 26

Kirchlich
1226 februari 11

Koenraad, Bischof von Porto und Sint- Rufina und päpstlicher Legat, legte die Zahl der Nonnen in der Abtei Kloosterrade auf maximal 30 fest.

Koenraad, bisschop van Porto en St.-Rufina en pauselijk legaat, stelt het aantal kloosterzusters van de abdij Kloosterrade op een maximum van dertig.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 688.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 156-157, nr. 74, naar A.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 26

Wirtschaftlich
1267 januari 25

Die Schöffen von Maastricht beurkundeten, dass Jan, ein Verwandter von Tis, einen jährlichen Cijns von zwölf Lütticher Schilling und zwei Kapäunen, der auf einem Haus am Houtmarkt (in Maastricht) lastet, an die jungen Mädchen Ida und Margareta, Beginen, Töchter von Godfried van Wiggarberge, verkauft hat.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan, bloedverwant van Tis, een jaarlijkse cijns van twaalf schelling Luiks en twee kapoenen, gevestigd op een huis aan de Houtmarkt (te Maastricht), heeft verkocht aan de jonge meisjes Ida en Margareta, begijnen, dochters van Godfried van Wiggarberge.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 451. Beschadigd. Met een getransfigeerde oorkonde van de schepenen van Maastricht d.d. 1276 juni 24, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 43.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 16e-eeuwse hand: 126.

Bezegeling: vier bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Daniel (supra Forum), Godfried, zoon van Florens, Gerard, zoon van Gosmar, en Jan Suevus, schepenen van Maastricht (LS1, LS2, LS3 en LS4).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgaven

a. Doppler, ‘Schepenbrieven’, 20-21, nr. 2, naar A. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 37-38 (met onvolledige vertaling), nr. 1267.01.25, naar A.

Regest

Haas, Chronologische lijst, 58, nr. 136.

Samenhang

Voor de schenking van deze cijns aan abt en convent van Val-Dieu te Aubel d.d. 1276 juni 24, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 43.

Ontstaan

Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 21.

Datering

Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Thorn

Urkunde 27

Kirchlich
1268 september 6

Hendrik, Franziskaner, Bischof von Chiemsee und Weihbischof von Hendrik III., Bischof von Lüttich, erklärt, daß er fünf Altäre in der Abtei Thorn geweiht hat. Für diese Altäre gewährt er - vom Tag der Weihe an - die folgenden dreißig Tage - allen, die Buße tun, einen Ablaß von hundert Tagen und ein vierzigtägiges Fasten. Ein ähnlicher Ablaß wird von nun an gewährt an jedem jährlichen Fest dieser Altarweihe, an den Festtagen zu Ehren Mariens für alle geweihten Altäre im Kloster und an den Tagen der Heiligen, denen ein Altar geweiht ist, sowie für alle Gläubigen, die dem Kloster beistehen wollen,

Hendrik, minderbroeder, bisschop van Chiemsee en wijbisschop van Hendrik III, bisschop van Luik, verklaart dat hij vijf altaren in de abdij van Thorn heeft gewijd en een aantal aflaten heeft verleend.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 40. 

Aantekening op de achterzijde: 1o door 18e-eeuwse hand: Indulgenti[***] consecratorum quinque [***], 1268; Q.

Bezegeling: één uithangend zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van Hendrik, bisschop van Chiemsee, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 15.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 33-34, nr. 22. – Habets, Archieven Thorn, 32, nr. 40. – Haas, Chronologische lijst, 59, nr. 40.

Sint-Gerlach

Urkunde 27

Wirtschaftlich
1279 december 28

Das geben die Schöffen von Maastricht bekannt:

1. Oger, Herr van Borgharen, Ritter, Vormund von Maastricht, schenkte mit dem Einverständnis seiner Frau und seiner Kinder einen vierten Teil eines steinernen Hauses am Graanmarkt in Maastricht dem Verwalter und dem Kloster Sint-Gerlach in Houthem

2. Jan, Sohn des verstorbenen Ritters Wijnand, und seine Kinder verzichten auf ein Viertel ihres Anteils an diesem Haus

3. Dirk de Lata Platea verzichtete auf ein Viertel seines Anteils an diesem Haus sowie auf die Hälfte des ihm erbärlich zustehenden Viertels

4. Oda, die Mutter von Dirk, hat mit Zustimmung ihrer Kinder dem Verwalter und dem Konvent von Sint-Gerlach die Hälfte eines Viertels dieses Hauses gegen eine jährliche Abgabe von fünfzehn Lütticher Schillingen vererbt. Verwalter und Konvent werden die Grundsteuer an den Bischof von Lüttich zahlen, und Oda wird keine Erhebung vornehmen oder erhalten.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Oger, heer van Borgharen, ridder, voogd van Maastricht, met instemming van zijn echtgenote en hun kinderen een vierde deel van een stenen huis, gelegen aan de Graanmarkt te Maastricht, geschonken heeft aan proost en convent van Sint-Gerlach (te Houthem), dat Jan, zoon van wijlen Wijnand, ridder, en zijn kinderen afstand hebben gedaan van een vierde deel in dat huis, dat Dirk de Lata Platea afstand heeft gedaan van een vierde deel in dat huis alsmede de helft van een vierde deel dat hem erfrechtelijk toekomt en dat Oda, moeder van Dirk, met instemming van haar kinderen de helft van een vierde deel in dat huis erfrechtelijk gegeven heeft aan proost en convent van Sint-Gerlach tegen een jaarlijkse cijns van vijftien schelling Luiks. Proost en convent zullen de grondcijns betalen aan de bisschop van Luik en Oda zal geen verhef geven of ontvangen.

Origineel

A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 63, reg. nr. 22.

Aantekeningen op achterzijde: 1° door laatste kwart 14e-eeuwse hand: S j. – 2° door 15e-eeuwse hand: Dit is der breyff weir ons dat hus van Trech dat steynen hus halff gegeven hubt. – 3° door 17e-eeuwse hand: 1279.

Bezegeling: vijf uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Godfried, (zoon van vrouwe) Osa, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S2 van Jan Suevus, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S4 van Olbert Colsop, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S5 oorspronkelijk een fragment van Godfried van Montenaken, schepen van Maastricht, dat echter bij de restauratie tussen maart 1975 en oktober 1976 abusievelijk vervangen is door een fragment van een onbekende zegelaar, van bruine was, beschadigd, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 163; en één bevestigingsplaats voor het aangekondigde zegel van Hendrik Grinart, schepen van Maastricht, (SD3). Venner signaleert dat in onderhavige oorkonde de gebruikelijke anciёnniteit bij de schepennamen niet gevolgd is in de intitulatio, maar dat de zegels wel in die volgorde bevestigd zijn. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, S2, S4 en S5, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, respectievelijk 162, 162,162-163 en 163.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 53-55, nr. 1279.12.28 (met vertaling), naar A.

Afschrift

Niet voorhanden.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 24, nr. 21. – Haas, inventaris Sint Gerlach, 75, reg. nr. 22. – Idem, Chronologische lijst, 73, reg. nr. 187.

Datering

Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Ontstaan

Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die ook Maastrichtse schepenoorkonden mundeerde. Hij schreef onder meer een schepenoorkonde d.d. 1285.06.20 ten behoeve van 

Sint-Servaas te Maastricht (Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 455).

Kloosterrade

Urkunde 27

Wirtschaftlich
1226 juli [7]

Hendrik IV., Herzog van Limburg und Graf van Berg, schenkt mit Zustimmung seiner Frau und seiner Söhne sein Gut Nieder-Ritzerfeld an die Abtei Kloosterrade.

Hendrik IV, hertog van Limburg en graaf van Berg, schenkt met instemming van zijn echtgenote en zonen zijn hoeve Nieder-Ritzerfeld aan de abdij Kloosterrade.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 811.

Uitgave

  1. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 157-158, nr. 75, naar A.

Datering

Voor de datering, zie de uitgave van Polak en Dijkhof.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 27

Wirtschaftlich
1267 maart 20

Die Schöffen von Maastricht beurkundeten, dass Tielman Printhagen einen jährlichen Cijns von zehn Lütticher Schilling, der auf einem Haus in der Kapoenstraße (in Maastricht) lastet, an Gijsken, Sohn von Causen, verkauft hat.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Tielman Printhagen een jaarlijkse cijns van tien schelling Luiks, gevestigd op een huis in de Kapoenstraat (te Maastricht), heeft verkocht aan Gijsken, zoon van Causen.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 446.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Littera de domo Posels in Vico Caponum X s. – 2o door 16e-eeuwse hand: 1266 / h 93. – 3o door 17e-eeuwse hand: 72.

Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor één van de aangekondigde schepenzegels (LS2). Aan de linkerzijde is de pliek uitgescheurd, waardoor de andere bevestigingsplaats niet meer zichtbaar is.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 38-39 (met onvolledige vertaling), nr. 1267.03.20, naar A.

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven Supplement’, 81, nr. 1807. – Haas, Chronologische lijst, 58, nr. 137. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 446.

Datering

Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Thorn

Urkunde 28

Rechtlich
1269

Hendrik, Abt, und der Konvent der Sint-Paulus Abtei in Utrecht versprechen, fünf Jahre lang alle Einkünfte aus ihren Zehnten und Gütern in Zandwijk in Geld umzutauschen und dieses Geld der Äbtissin und dem Konvent von Thorn zu geben als Entschädigung für den rückständigen Pachtzins an Dirk van Heeswijk aus den Gütern in Avezaath und Hemert . Sollte es darüber zu einem Streit zwischen den Abteien kommen, werden sie zwei nämentölich genannte Schiedsrichter mit einer Entscheidung betreuen. Es werden auch Vorkehrungen für einen möglichen dritten Schiedsrichter getroffen. Zur Ausarbeitung und Umsetzung der Bedingungen ernennen Abt und Konvent der Sint-Paulus Abtei auch Bürgen. Auf Verlangen der Äbtissin und des Konvents von Thorn oder ihres Verwalters kommen diese Bürgen nach Rhenen oder Tiel und bleiben dort, bis die Angelegenheit zur Zufriedenheit der Äbtissin und des Konvents von Thorn geregelt ist.

Hendrik, abt, en het convent van de Sint-Paulusabdij te Utrecht beloven gedurende vijf jaar de inkomsten uit hun tienden en goederen te Zandwijk aan abdis en convent van Thorn te geven als schadeloosstelling voor de achterstallige pacht uit de goederen te Avezaath en Hemert en wijzen scheidsrechters aan ingeval hierover een conflict zou ontstaan.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 45.

Afschrift

B. gelijktijdig, Ibidem, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 45, door de abdij van Thorn, eertijds bezegeld door abdis en convent van Thorn, naar A. 

Uitgave

a. Ketner, OSU IV, 43-44, nr. 1770, naar A.

Ontstaan en samenhang

Zowel het origineel als het gelijktijdig afschrift is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1262 tot en met 1273. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 17.

Op 1 december 1270 hebben abdis en convent van Thorn een oorkonde uitgevaardigd waarin zij de in onderhavige oorkonde gestelde borgen, namelijk Steven, deken van de Sint-Pieterskerk te Utrecht, Hubert, schatbewaarder van de Sint-Pieterskerk te Utrecht, Tielman van Keulen, Gijsbert van Amstel en meester Hendrik, kanunniken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Utrecht, manen om binnen Rhenen of Tiel in leisting te gaan omdat de Sint-Paulusabdij de beloofde betaling niet heeft gedaan aan de abdij van Thorn. Deze oorkonde berustte blijkens Ketner, OSU IV, 58, nr. 1790, in het archief van de abdij van Thorn onder inv. nr. 45 en was getransfigeerd aan afschrift B van onderhavige oorkonde. Thans is dit stuk niet meer voorhanden. Voor de editie van de oorkonde d.d. 1 december 1270, zie Ketner, OSU IV, 58-59, nr. 1790.

Sint-Gerlach

Urkunde 28

Wirtschaftlich
1280 januari 30

Der Abt und der Konvent von Kloosterrade verkaufen dem Verwalter und dem Konvent des Klosters Sint-Gerlach in Houthem alle ihre Güter in Houthem, die im Land und in der Gerichtsbarkeit des Herrn van Valkenburg liegen, für elf LütticherMark Mit diesem Betrag löst die Abtei von Kloosterrade das Gehöft in Gerse ab.

Abt en convent van Kloosterrade verkopen al hun goederen te Houthem in het land en de rechtsmacht van de heer van Valkenburg aan proost en convent van het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) voor elf mark Luiks, waarmee de abdij de uithof te Gerse lost.

Origineel

A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 42, reg. nr. 19.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door laatste kwart 14e-eeuwse hand: B II. – 2o door 17e-eeuwse hand: 1279. – 3o door 18e-eeuwse hand Num. 78.

Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Anselm, abt van Kloosterrade, van witte was, beschadigd. – S2 van het convent van Kloosterrade, van witte was, zwaar beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2 en de identificatie van Anselm, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, respectievelijk 153 en 154.

Uitgave

Zie Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 232-234, nr. 125.

Kloosterrade

Urkunde 28

Rechtlich
1231 juni 23

Schulze, Schöffen und Bürger von Aachen fällen ein Urteil in einem Streit zwischen der Abtei Kloosterrade einerseits und dem Ritter Reinier und seinem Bruder andererseits, die im Namen von Jutta und Margarete eine von letzterer bei ihrem Eintritt in die Abtei vorgenommene Güter- und Vermögensübertragung anfechten, mit der das Vermögen der Abtei übertragen wurde.

Schout, schepenen en burgers van Aken vellen een vonnis in een geschil tussen enerzijds de abdij Kloosterrade en anderzijds ridder Reinier en diens broer, die namens Jutta en Margareta een door dezen bij haar intrede in de abdij gedane overdracht van goederen betwisten, waarbij de goederen aan de abdij worden toegewezen.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 946.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 160-162, nr. 77, naar A.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 28

Wirtschaftlich
1268 september 22

Der römische König Richard (von Cornwall) erklärt, dass er die Urkunde des römischen Königs Heinrich V. aus dem Jahr 1109 gesehen und gehört hat und bestätigt sie auf Ersuchen von Propst, Dekan und Sint-Servaaskapitel in Maastricht.

Rooms-koning Richard (van Cornwall) vidimeert en bevestigt op verzoek van proost, deken en kapittel van Sint-Servaas te Maastricht de oorkonde van rooms-koning Hendrik V d.d. 1109.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 48.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Richard van Cornwall, van rode was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner,‘Zegels’, nr. 48.

Afschriften

B. 15e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 31 (cartularium), fol. 189r-190v, onder de rubriek: Item tenores omnium et singulorum exhiborum sequuntur per ordinem in hunc modum et sunt tales, en onder caput: Item tenores litterarum imperialium recolende memorie serenissimi principis domini Richardi, Romanorum regis, sigillo eius ut videbatur, regio rubee cere rotondo in cordula rubei croceique colorum impendente in quo ymago imperatoris ceptrum regale in dextra, et pommum imperiale cum cruce superposita in sinistra gestantia et circumferentia vero hii caractere: Richardus, Dei gratia Romanorum rex, semper augustus, expressi habebantur et videbantur bullatarum et sigillatarum sequuntur et sunt tales, naar A. – C. 17e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 14.B002A, archief van het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 38r-40r, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: De libertate officiatorum et ministrorum ecclesie de iurisdictione quequi prepositi, decani et canonici etc., mogelijk naar A. – D. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 369, onder de rubriek: 1268, Richardus, Romanorum rex, confirmat privilegia ab imperatori Henrico quinto ecclesie Sancti Servatii data, datum Aquisgrani, 22 oktobris 1268, mogelijk naar A of C.

Uitgave

a. Böhmer, Acta imperii selecta, 313-314, nr. 387, naar A.

Samenhang

Voor de oorkonde van rooms-koning Hendrik V uit 1109, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 3.

Sint-Gerlach

Urkunde 29

Wirtschaftlich
1286 (april 12-27)

Adolf, Abt der Abtei Sankt-Michael in Siegburg, erlaubt dem dortigen Mönch Herman Scotto, das Erbe, das ihm nach dem Tod seiner Schwägerin Geertrui van Siecht, einer Begine in Maastricht, zufallen wird, zu erwerben und selbst zu nutzen.

Adolf, abt van (de Sint-Michaelsabdij te) Siegburg, heeft Herman Scotto, monnik aldaar, toegestaan om de erfgoederen die hem zullen toevallen bij het overlijden van zijn schoonzus Geertrui van Siecht, begijn te Maastricht, te verwerven en voor zichzelf aan te wenden.

Origineel

[A]. Niet voorhanden, blijkens B bezegeld met één zegel. Aan deze oorkonde was de oorkonde getransfigeerd van Jan, proost in Millen, d.d. 1286.04.28, zie infra nr. 30.

Afschrift

B. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 293, onder de rubriek: Abbas Siibergensis approbat venditionem bonorum fratris Hermanni dicti Scotto in Oirsbeeke, en in de marge: Num. 183, met opgave van één bezegelingsplaats, naar [A].

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regest

Niet voorhanden.

Datering, ontstaan en samenhang

Het gebruik van paasstijl door de Sint-Michaelsabdij te Siegburg is verondersteld, conform de in het aartsbisdom Keulen gehanteerde jaarstijl in deze periode, zie Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, XVI. Uitgaande van paasstijl is de terminus post quem 12 april 1286. De terminus ante quem kan afgeleid worden uit een oorkonde van Jan, proost in Millen, d.d. 28 april 1286, die melding maakt van onderhavige oorkonde: per cartulam que litere domini abbatis de Sigebergh est innexa et sigillo nostro sigillata protamur, zie infra nr. 30. Uit deze passage blijkt ook dat de oorkonde, uitgevaardigd door Jan, proost in Millen, een transfix is. Beide oorkonden zijn in het achttiende-eeuws cartularium onder eenzelfde rubriek gekopieerd.

Thorn

Urkunde 29

Varia

Amelis, Domdekan, und Steven, Dekan der Sint-Pieterskerk in Utrecht, erklären, daß sie die von Hildegonde, Äbtissin, und dem Kapitel von Thorn verfaßte Urkunde vom 27. April 1237 gesehen haben, die weder durchgestrichen noch gelöscht wurde, und geben deren Text wieder. Diese Urkunde betrifft den Vergleich mit der Sint-Paulus Abtei in Utrecht über die Zehnten von Hemert und die Einkünfte von Avezaath.

Amelis, domdeken, en Steven, deken van de Sint-Pieterskerk te Utrecht, vidimeren een oorkonde van Hildegonde, abdis, en het kapittel van Thorn d.d. 1237.04.27, inzake de tiend van Hemert en de inkomsten te Avezaath.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 16.

 

Uitgave

a. Ketner, OSU IV, 31, nr. 1755, naar A.

 

Samenhang

Voor de gevidimeerde oorkonde van Hildegonde, abdis, en het kapittel van Thorn, zie Collectie Thorn, nr. 10.

Kloosterrade

Urkunde 29

Wirtschaftlich
1233 mei 31

Die Kirche von Kortessem trat ihre großen und kleinen Zehnten von Riemst an die Abtei Kloosterrade ab und tauschte dafür die Zehnten eines anderen, näher gelegenen Ortes.

De kerk van Kortessem staat haar grote en kleine tienden van Riemst af aan de abdij Kloosterrade in ruil voor de tienden van een andere, dichterbij gelegen plaats.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 814.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 162-163, nr. 78, naar A.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 29

Wirtschaftlich
1269 april 21

Die Schöffen von Maastricht beurkunden, dass Dirk, Mönch der Abtei Val-Dieu (in Aubel), im Namen von Abt und Konvent zwei Häuser in der Sint-Amorstraße (in Maastricht) an Godfried, Bäcker, übertragen hat gegen eine jährliche Erbschaftssteuer von achtzehn Lütticher Schilling und vier Kapäunen.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Dirk, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), namens abt en convent twee huizen in de Sint-Amorstraat (te Maastricht) heeft overgedragen aan Godfried, bakker, tegen een jaarlijkse erfcijns van achttien schelling Luiks en vier kapoenen.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 447. Beschadigd met tekstverlies.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Census XVIII solidorum supra domus in Platea Sancti Amoris, (hierna andere hand) in qua moratur H. Huleuere. – 2o door 16e-eeuwse hand: 1269 / B23. – 3o door 17e-eeuwse hand: 336.

Bezegeling: twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Boudewijn de Molendino en Godfried, zoon van vrouwe Osa, schepenen van Maastricht, (LS1 en LS2).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 40 (met onvolledige vertaling), nr. 1269.04.21, naar A.

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven Supplement’, 82, nr. 1808. – Haas, Chronologische lijst, 60, nr. 143. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 447.

Thorn

Urkunde 30

Wirtschaftlich
1269 juni

Hendrik, Abt, und der Konvent der Sint-Paulus Abtei in Utrecht erklären, daß sie die Zehnten und andere Güter in Hemert von der Äbtissin und dem Konvent von Thorn gegen eine jährliche Zahlung in ewiger Pacht erhalten haben. Hinzu kommt eine Regelung für den Fall der Nichtzahlung, wonach der Lütticher Offizial die Sint-Paulus Abtei unter Interdikt stellen kann, wenn diese ein Jahr nach dem festgelegten Zahlungstermin die fälligen Betänge nicht an die Abtei Thorn gezahlt hat.

Hendrik, abt, en het convent van de Sint-Paulusabdij te Utrecht verklaren van abdis en convent van Thorn tienden en andere goederen te Hemert in eeuwigdurende pacht te hebben ontvangen tegen een jaarlijkse betaling van twaalf mark Luiks.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 41. 

Uitgave

a. Ketner, OSU IV, 35-36, nr. 1760, naar A.

Samenhang

Voor de goedkeuring van deze pachtovereenkomst door proost, deken, aartsdiaken en het domkapittel van Luik d.d. juli 1269, de goedkeuring door Amelis, domdeken te Utrecht, d.d. 1269 augustus 30, én door Amelis en het domkapittel te Utrecht d.d. 1269 augustus 30, zie hierna Collectie Thorn, respectievelijk nrs. 31, 32 en 33.

Sint-Gerlach

Urkunde 30

Wirtschaftlich
1286 april 28

Jan, Verwalter in Millen, erklärt, dass Herman Scotto, Mönch der Abtei Sankt-Michael in Siegburg, die Güter in der Pfarrei Oirsbeek, die ihm nach dem Tod seiner Schwägerin Geertrui van Siecht, Begine in Maastricht, zugefallen sind, an den Verwalter von Sint-Gerlach in Houthem verkauft hat.

Jan, proost in Millen, verklaart dat Herman Scotto, monnik van (de Sint-Michaelsabdij te) Siegburg, aan de proost van Sint-Gerlach (te Houthem) goederen in de parochie van Oirsbeek heeft verkocht die hem toegevallen zijn bij het overlijden van zijn schoonzus Geertrui (van Siecht), begijn (te Maastricht).

Origineel

[A]. Niet voorhanden, blijkens B bezegeld met één zegel.

Afschrift

B. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 293, onder de rubriek: Abbas Siibergensis approbat venditionem bonorum fratris Hermanni dicti Scotto in Oirsbeeke, en in de marge: Num. 183, met opgave van één bezegelingsplaats, naar [A].

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regest

Niet voorhanden.

Ontstaan en samenhang

Onderhavige oorkonde is het transfix van de in de dispositio vermelde oorkonde van Adolf, abt van de Michaelsabdij te Siegburg, zie infra nr. 29. Beide oorkonden zijn onder eenzelfde rubriek in het achttiende-eeuws cartularium gekopieerd.

Kloosterrade

Urkunde 30

Kirchlich
1234 juni 21

Simeon, Bischof von Ani, Pilger nach Santiago de Compostela, gewährt allen, die am Festtag Johannes des Täufers (24. Juni) die Abtei Kloosterrade besuchen, einen Ablaß von 15 Tagen.

Simeon, bisschop van Ani, pelgrim naar Santiago de Compostela, verleent een aflaat van vijftien dagen aan allen die op de feestdag van Johannes de Doper (24 juni) de abdij Kloosterrade bezoeken.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 734.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 165-168, nr. 80, naar A.

Echtheid

Deze oorkonde is in het verleden vaak als onecht beschouwd, zie Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 165-168, nr. 80 voor een uitvoerige behandeling zowel van de inhoudelijke als van de diplomatische bezwaren tegen de echtheid van deze oorkonde. Zij zien geen aanleiding aan de echtheid van deze oorkonde te twijfelen.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 30

Rechtlich
(1269)

Wilhelm, Vogt, Arnoud, Schulze, Ywein, Meier, und Schöffen von Aachen teilen Otto (van Everstein), Propst der Reichskirchen von Aachen und Maastricht, mit, dass niemand außer dem römischen König oder Kaiser das seit mehr als sechzig Jahren geltende Recht an den Gerichtshöfen des Sint-Servaaskapitels in Maastricht ändern kann.

Willem, voogd, Arnoud, schout, Ywein, meier, en schepenen van Aken berichten Otto (van Everstein), proost van de keizerlijke kerken van Aken en Maastricht, dat niemand anders dan de rooms-koning of keizer verandering kan brengen in het al meer dan zestig jaar geldende recht in de banken van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht.

Origineel

[A]. Niet voorhanden, maar bekend uit B.

Afschrift

B. 1270 augustus 28, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 928, vidimus door Hendrik, proost van de Sint-Apostelenkerk te Keulen, en meester Marcoald van Modena, aartsdiaken van Luik en pauselijk kapelaan, naar [A].

Uitgave

a. Schwabe, ‘Der Aachener Oberhof’, 213, nr. 1, naar B.

Regest

Doppler, ‘Verzameling’, 313, nr. 186.

Samenhang

Voor het vidimus van onderhavige oorkonde, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 32.

Datering

Onderhavige oorkonde is niet gedateerd. Terminus ante quem is het vidimus d.d. 28 augustus 1270 van Hendrik, proost van de Sint-Apostelenkerk te Keulen, en Marcoald, aartsdiaken van Luik en pauselijk kapelaan. Otto van Everstein is met zekerheid domproost van Aken en proost van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht vanaf 1218. Zijn functie als proost te Aken werd enkel onderbroken in de jaren ca. 1239 tot 1242 vanwege zijn kandidatuur voor de Luikse bisschopszetel (Hackeng, Het middeleeuwse grondbezit, 86). Respectievelijk na 1261 en 1265 wordt hij niet meer in de bronnen genoemd als proost van het Sint-Servaaskapittel en van Aken (zie Doppler, ‘Lijst der proosten’, 187, en Ubachs en Evers, Historische encyclopedie). Zijn sterfdag is 27 oktober (Quix, Necrologium Aquensis, 59). Teichmann, ‘Aachen’, 91-93, suggereert als mogelijk sterfjaar 1266, maar Meuthen, ‘Die Aachener Pröpste’, 83, signaleert Otto nog in een oorkonde d.d. 10 september 1270. Aangezien er vanaf 1270 een nieuwe proost van het Sint-Servaaskapittel bekend is als opvolger van Otto, namelijk Otto van Gulik, en in 1271 een nieuwe proost wordt benoemd in het domkapittel te Xanten waar Otto sedert 1266 proost was, lijkt het niet onaannemelijk dat hij op 27 oktober 1270 is overleden.

De datering door Doppler van deze oorkonde in het jaar 1269 is gebaseerd op de vermelding van Willem, Arnoud en Iwein als respectievelijk voogd, schout en meier van Aken, die blijkens Quix, Geschichte der Stadt Aachen, 99, enkel in 1269 gezamenlijk in de oorkonden voorkomen (in 1265 komt Willem voor als voogd samen met meier Ricolf).

In de dispositio van onderhavige oorkonde wordt verwezen naar het geldende erfrecht dat het kapittel al meer dan zestig jaar bezit in de banken, ‘in curiis vestris pro iure consueto et obtento iam sexaginta annis et amplius’. De clausule ‘iam sexaginta annis et amplius’ kan zowel verwijzen naar het in de banken geldende gewoonterecht als naar een recht dat is vastgelegd in een oorkonde. Uitgaande van een datering in 1269 op basis van de genoemde Akense dignitarissen, zou onderhavige oorkonde dan kunnen verwijzen naar een oorkonde die dateert van vóór 1209.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Thorn

Urkunde 31

Wirtschaftlich
1269 juli

Jan, Propst, Gillis, Dekan, der Erzdiakon und das Domkapitel von Lüttich erklären, daß in der Abtei Thorn eine Untersuchung über die Güter in Avezaath und Hemert und die von der Sint-Paulus Abtei daraus gezahlten Pachten stattgefunden hat. Sie haben diesen Bericht gelesen, aus dem hervorgeht, daß der Nutzen beider Abteien in der schriftlichen Vereinbarung hinreichend festgelegt ist und daß der Pachtzins nach vielen Streitigkeiten verdoppelt worden ist. Auf Ersuchen der Äbtissin und des Konvents von Thorn genehmigen der Propst, der Dekan, der Erzdiakon und das Domkapitel von Lüttich diesen revidierten Pachtvertrag.

Jan, proost, Gillis, deken, de aartsdiaken en het domkapittel van Luik hechten hun goedkeuring aan de pachtovereenkomst inzake goederen te Avezaath en Hemert tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn, zoals overeengekomen in juni 1269.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 42. 

Uitgave

a. Ketner, OSU IV, 37-38, nr. 1762, naar A.

Samenhang

Voor de pachtovereenkomst tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn d.d. juni 1269, zie Collectie Thorn, nr. 30. Voor de goedkeuring van deze pachtovereenkomst door Amelis, domdeken te Utrecht, d.d. 1269 augustus 30, en door Amelis en het domkapittel te Utrecht d.d. 1269 augustus 30, zie Collectie Thorn, respectievelijk nrs. 32 en 33.

Sint-Gerlach

Urkunde 31

Wirtschaftlich
1287 juni 28

Willem, Verwalter, und der Konvent von Sint-Gerlach in Houthem erklären, dass sie Hendrik van Retersbeek und Clementia, seiner Frau, Bürgern von Maastricht, eine jährliche Leibrente von neun "mud" (630 kg) und achtzehn Fässern Roggen für die Schenkung von achtzehn "bunder" (14,4 ha) Land in Beek und von Grundstücken in Haasdal schulden. Von den achtzehn "bunder" hängen fünfzehn vom Herrn van Valkenburg und drei von Godfrey van Audesteyde ab, die Grundstücke in Haasdal hängen vom Statthalter von Meerssen ab. Der Verwalter und der Konvent legen auch Klauseln für den Fall des Todes von Hendrik oder Clementia fest. Walram, Herr van Valkenburg, billigt diese Vereinbarung.

Willem, proost, en convent van Sint-Gerlach (te Houthem) verklaren dat zij aan Hendrik van Retersbeek en Clementia, zijn echtgenote, burgers van Maastricht, een jaarlijkse lijfrente van negen mud en achttien vaten rogge verschuldigd zijn voor de schenking van achttien bunder land te Beek, waarvan vijftien bunder afhangend van de heer van Valkenburg en drie van Godfried van Audesteyde, alsmede gronden te Haasdal, afhangend van de proost van Meerssen, en stellen clausules op ingeval van het overlijden van Hendrik of Clementia. Walram, heer van Valkenburg, hecht zijn goedkeuring aan deze overeenkomst.

Origineel 

A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 18-1, reg. nr. 23.

Aantekening op de achterzijde: 1º door 17e-eeuwse hand: 1287.

Bezegeling: drie bevestigingsplaatsen voor de aangekondigde zegels van Willem, proost van Sint-Gerlach (te Houthem), van het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) en van Walram, heer van Valkenburg, (LS1, LS2 en LS3).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 25-26, nr. 22, naar A.

Regesten

Haas, inventaris Sint Gerlach, 75-76, reg. nr. 23. – Idem, Chronologische lijst, 82, reg. nr. 217.

Ontstaan en samenhang

Onderhavige oorkonde vertoont geen schriftverwantschap met de oorkonde van Walram, heer van Valkenburg, d.d. 1288.05.01 over de omzet van de vijftien bunder leengrond in allodiale grond te Beek, zie infra nr. 32.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Kloosterrade

Urkunde 31

Kirchlich
1237 mei 20

Papst Gregor IX. bestätigt, dass der Erzbischof von Köln dem Besitz der Kirchen von Lommersum, Afden und Setterich durch die Abtei Kloosterrade zugestimmt hat, über die die Abtei das Patronatsrecht hat.

Paus Gregorius IX bevestigt de incorporatie van de kerken van Lommersum, Afden en Setterich in de abdij Kloosterrade door de aartsbisschop van Keulen.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 805.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 172-173, nr. 84, naar A.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 31

Wirtschaftlich
1270 april 25

Die Schöffen von Maastricht beurkunden, dass Jan van Wyck, Mönch der Abtei Val-Dieu (in Aubel), im Namen des Abtes und des Konvents sein Haus, genannt Op de Gracht neben dem Minderbroedersklooster (in Maastricht), gegen einen jährlichen Cijns von zwänzig Lütticher Schilling an Godfried van Hudichoven, Schultheiß, übertragen hat.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan van Wyck, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), namens abt en convent zijn huis, genaamd Op de Gracht, naast het Minderbroedersklooster (te Maastricht), heeft overgedragen aan Godfried van Hudichoven, schout, tegen een jaarlijkse erfcijns van twintig schelling Luiks.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 448. Beschadigd met tekstverlies.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: Godefridus de Hudecouen. – 2o door 14e-eeuwse hand: Supra Fossatum. – 3o door 16e-eeuwse hand: a 23. – 4o door 16e-eeuwse hand: 12. – 5o door 18e-eeuwse hand: 16.

Bezegeling: twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Boudewijn de Molendino en Gerard, zoon van Gosmar (= Gerard de Mayo), schepenen van Maastricht (LS1 en LS2).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 41-42 (met onvolledige vertaling), nr. 1270.04.25, naar A.

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven Supplement’, 82, nr. 1809. – Haas, Chronologische lijst, 62-63, nr. 151. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 448.

Ontstaan

Onderhavige oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert voor particulieren d.d. 1271 juli 20 en 1271 september 18 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nrs. 33 en 34). Bijgevolg kan deze scriptor worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Sint-Gerlach

Urkunde 32

Wirtschaftlich
1288 mei 1

Walram, Herr von Valkenburg und Monschau, erklärt, dass er fünfzehn "bunder" Land (etwa 12 ha) in Beek, die Heinrich von Retersbeek und Clementia, seine Frau, als Lehen von ihm besaßen und die sie zugunsten des Verwalters und des Klosters von Sint-Gerlach in Houthem abgetreten haben, von den Lasten des Lehnsbesitzes befreit und diese fünfzehn "bunder" dem Verwalter und dem Kloster als freies Eigentum übertragen hat. Danach verkaufte das Kloster dieses Land an Jan Suevus, Bürger von Maastricht.

Walram, heer van Valkenburg en Monschau, verklaart dat hij vijftien bunder land te Beek, die Hendrik van Retersbeek en Clementia, zijn echtgenote, van hem in leen hielden en afgestaan hadden ten behoeve van proost en convent van Sint-Gerlach (te Houthem), vrijgemaakt heeft van de lasten als leengoed en aan proost en convent overgedragen als allodiaal goed, waarna het klooster dit land verkocht heeft aan Jan Suevus, burger van Maastricht.

Origineel

A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 18-2, reg. nr. 24.

Aantekeningen op de achterzijde: 1˚ door 15e-eeuwse hand: De XV bonaria terre. – 2˚ door laatste kwart 14e-eeuwse hand: K j. – 3˚ door 17e-eeuwse hand: 1288. – 3˚ door 18e-eeuwse hand: Num. 73.

Bezegeling: twee uithangend bevestigde, dubbel doorgestoken zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Walram, heer van Valkenburg en Monschau, van bruine was, beschadigd. – S2 van het klooster Sint-Gerlach te Houthem, van bruine was, zwaar beschadigd; en één bevestiging, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van de proost van Sint-Gerlach te Houthem (SD3). Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, respectievelijk 159-160 en 152.

Afschrift

B. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 119-120, onder de rubriek: Littere domini Walrami de quindecim bonnariis terre iacentibus apud Beek, en in de marge: Num. 73, met opgave van drie bezegelingsplaatsen, naar [A].

Uitgave

a. Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 26-28, nr. 23, naar A.

Regesten

Haas, inventaris Sint Gerlach, 76, reg. nr. 24. – Idem, Chronologische lijst, 85, reg. nr. 224.

Ontstaan en samenhang

Onderhavige oorkonde vertoont geen schriftverwantschap met de oorkonde van Willem, proost, en het convent van Sint-Gerlach (te Houthem) d.d. 1287.06.28, inzake de vijftien bunder land te Beek, afhangend van Walram, heer van Valkenburg, zie infra nr. 31.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Thorn

Urkunde 32

Wirtschaftlich
1269 augustus 30

Amelis, Dekan des Domkapitels in Utrecht und Provisor in geistlichen Angelegenheiten von Utrecht, genehmigt den überarbeiteten Pachtvertrag zwischen der Sint-Paulus Abtei in Utrecht und der Abtei von Thorn über die Zehnten von Hemert. Die Sint-Paulus Abtei hat sich der Jurisdiktion des Lütticher Offizials unterworfen, und Amelis ermächtigt ihn hiermit, das Kloster im Falle der Nichtzahlung unter Interdikt zu stellen.

Amelis, domdeken te Utrecht en provisor in geestelijke zaken van Utrecht, hecht zijn goedkeuring aan de pachtovereenkomst tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn inzake de tienden van Hemert, zoals overeengekomen in juni 1269.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 43. 

Uitgave

a. Ketner, OSU IV, 39-40, nr. 1765, naar A.

Samenhang

Voor de pachtovereenkomst tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn d.d. juni 1269, zie Collectie Thorn, nr. 30. Voor de bevestiging van deze overeenkomst door proost, deken, aartsdiaken en het domkapittel van Luik d.d. juli 1269, en de goedkeuring door Amelis en het domkapittel te Utrecht d.d. 1269 augustus 30, zie Collectie Thorn, respectievelijk nrs. 31 en 33.

Kloosterrade

Urkunde 32

Wirtschaftlich
1241 mei 20

Hendrik IV., Herzog van Limburg und Graf van Berg, überträgt der Abtei Kloosterrade mit Zustimmung seiner Frau und seiner Söhne die Novalzehnten in den Pfarreien Afden und Kerkrade für vierzig Mark Kölnisch.

Hendrik IV, hertog van Limburg en graaf van Berg, draagt met instemming van zijn echtgenote en zijn zonen de novale tienden in de parochies Afden en Kerkrade voor veertig mark Keuls over aan de abdij Kloosterrade.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 762.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 173-174, nr. 85, naar A.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 32

Rechtlich
1270 augustus 28

Heinrich, Propst der Sankt-Apostelkirche in Köln, und Meister Marcoald (von Modena), Archidiakon von Lüttich und päpstlicher Kaplan, geben bekannt, dass sie die Urkunde des Vogts, des Schulzen, des Meiers und der Schöffen von Aachen d.d. (1269) über das seit mehr als sechzig Jahren geltende Recht in den Gerichtshöfen des Sint-Servaaskapitels in Maastricht gesehen haben, die weder durchgestrichen noch ausradiert worden ist, und geben den Text davon wieder.

Hendrik, proost van de Sint-Apostelenkerk te Keulen, en meester Marcoald (van Modena), aartsdiaken van Luik en pauselijk kapelaan, vidimeren de oorkonde van voogd, schout, meier en schepenen van Aken d.d. (1269) inzake het al meer dan zestig jaar geldende recht in de banken van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 928.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Iudicium scabinorum Aquensium quod sorores non recipiant portionem in hereditate cum fratribus. – 2o door 16e-eeuwse hand: R. M I. – 3o door 16e-eeuwse hand: 1270 / g 40.

Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Hendrik, proost van de Sint-Apostelenkerk te Keulen, van bruine was, zwaar beschadigd. – S2 van Marcoald van Modena, aartsdiaken van Luik en pauselijk kapelaan, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2, zie Venner, ‘Zegels’, respectievelijk nrs. 20 en 14.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Doppler, ‘Verzameling’, 313-314, nr. 187. – Haas, Chronologische lijst, 63, nr. 154. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 162, nr. 928.

Samenhang

Voor de gevidimeerde oorkonde van voogd, schout, meier en schepenen van Aken d.d. (1269), zie Collectie Sint-Servaas, nr. 30.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Thorn

Urkunde 33

Wirtschaftlich
1269 augustus 30

Amelis, Dekan, und das Domkapitel in Utrecht genehmigen den überarbeiteten Pachtvertrag zwischen der Sint-Paulus Abtei in Utrecht und der Abtei Thorn über die Zehnten und andere Güter in Hemert. Die Sint-Paulus Abtei unterwirft sich der Jurisdiktion des Offizials von Lüttich, und Amelis und das Domkapitel erteilen ihm hiermit die Befugnis, das Kloster im Falle einer Nichtzahlung unter Interdikt zu stellen.

Amelis, deken, en het domkapittel te Utrecht hechten hun goedkeuring aan de pachtovereenkomst tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn, zoals overeengekomen in juni 1269.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 44. 

Uitgave

a. Ketner, OSU IV, 40, nr. 1766, naar A.

Samenhang

Voor de pachtovereenkomst tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn d.d. juni 1269, zie Collectie Thorn, nr. 30. Voor de bevestiging van deze overeenkomst door proost, deken, aartsdiaken en het domkapittel van Luik d.d. juli 1269, en de goedkeuring door Amelis, domdeken te Utrecht, d.d. 1269 augustus 30, zie Collectie Thorn, respectievelijk nrs. 31 en 32.

Sint-Gerlach

Urkunde 33

Wirtschaftlich
(vóór 1 december 1288)

Goblio van Schinnen, Kanoniker von St. Peter in Lüttich, bestimmt, dass mit dem Verkauf seines Korns in Hegge seine Schulden bezahlt und die von ihm erpressten und unrechtmäßig erworbenen Güter zurückgegeben werden müssen. Dann muss sein Begräbnis bezahlt werden und schließlich muss der Restbetrag für die Vergrößerung eines Altars in der St. Peterskirche in Lüttich verwendet werden.

Goblio van Schinnen, kanunnik van Sint-Pieter te Luik, bepaalt dat met de verkoop van zijn graan te Hegge zijn schulden moeten worden betaald en de door hem afgeperste en onrechtmatig verkregen zaken moeten worden teruggegeven, dat daarna eerst zijn begrafenis moet worden betaald en ten slotte het restant moet worden besteed aan de vergroting van een altaar in de Sint-Pieterskerk te Luik. (Deperditum)

Origineel

Niet voorhanden.

Afschrift

Niet voorhanden.

Vermelding

Deze oorkonde is bekend uit de dispositio van een oorkonde van Goblio van Schinnen, kanunnik van Sint-Pieter te Luik, zie infra nr. 34, alwaar onderhavige oorkonde wordt vermeld: Item et quod supercreverit ultra solutionem dictarum exequiarum, cedat in augmentum altaris, construendi in ecclesia sancti Petri, prout in aliis litteris meis continetur.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Kloosterrade

Urkunde 33

Kirchlich
1243 juni 11

Robert I., Bischof von Lüttich, ermächtigt den Abt von Kloosterrade, die Nonnen von Kloosterrade und Scharn an einen Ort namens Fons Beate Marie zu versetzen und dort (in Sinnich) ein Kloster zu gründen.

Robert I, bisschop van Luik, geeft de abt van Kloosterrade toestemming de kloosterzusters van Kloosterrade en Scharn over te brengen naar een plaats die Fons Beate Marie genoemd wordt, en daar (te Sinnich) een klooster te stichten.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 1701.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 176-177, nr. 88, naar A.

Tekstuitgave

Enkele kleine lacunes in het origineel zijn aangevuld naar een later afschrift, zie hiervoor de uitgave van Polak en Dijkhof.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 33

Wirtschaftlich
1271 juli 20

Die Schöffen von Maastricht beurkunden, dass Jan van Wyck, Mönch der Abtei Val-Dieu (in Aubel), von Gerard van Stella im Namen und zum Nutzen der Abtei einen jährlichen Cijns von zwei Lütticher Mark gekauft hat, der auf dem Haus namens van Stella (in Maastricht) lastet.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan van Wyck, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), in naam van en ten behoeve van de abdij een jaarlijkse cijns van twee mark Luiks, gevestigd op het huis, genaamd van Stella (te Maastricht), heeft gekocht van Gerard van Stella.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 449. Licht beschadigd.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: De XL solidis domus Stelle. – 2o door 16e-eeuwse hand: 310 / 1271 / v 23.

Bezegeling: drie uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Boudewijn de Molendino, schepen van Maastricht, van groene was, beschadigd. – S2 tweede zegel van Godfried, zoon van Florens, schepen van Maastricht, van groene was, beschadigd. – S3 eerste zegel van Gerard, zoon van Gosmar (= Gerard de Mayo), schepen van Maastricht, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 161-162, en voor S2 en S3, zie respectievelijk Idem, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 171, afb. 19, en 173, afb. 21.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 42-43 (met onvolledige vertaling), nr. 1271.07.20, naar A.

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven Supplement’, 83, nr. 1810. – Haas, Chronologische lijst, 64, nr. 157. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 449.

Ontstaan

Onderhavige oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 31 onder Ontstaan.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Thorn

Urkunde 34

Wirtschaftlich
1270 mei 4

Arnoud, Priester und Vikar der Kirche van Oeteren, will als Kreuzfahrer zur See fahren und schenkt daher testamentarisch die Hälfte seiner Erbgüter in der Pfarrei von Oeteren der Abtei von Thorn und die andere Hälfte der Abtei Unserer Lieben Frau in Oeteren, mit Ausnahme einer jährlichen Abgabe ("cijns") von vier Kapäunen, die er zuvor der Äbtissin von Thorn geschenkt hatte. Seinem Sohn Jan übertrug Arnoud - unter einer Reihe von Bedingungen - den Nießbrauch an diesen Gütern und seinem sonstigen beweglichen Vermögen . Für die Ausführung seines Testaments und die Überwachung der Bedingungen ernennt er eine Reihe von Personen. Diese geben Jan eine finanzielle Unterstützung, lassen ihn zur Schule gehen und gewähren ihm das Nötige, solange er sich anständig benömmt, denn Arnoud möchte, daß Jan ein Ordensgeistlicher wird. Wenn Jan den Bestimmungen und dem Willen der Testamentsvollstrecker nicht nachkommt, werden die Äbtissinnen von Thorn und Oeteren ihm eine Gelsbuße von zehn Lütticher Mark geben. Bei seinem Tod sollen die vermachten Güter frommen Zwecken zugute kommen. Die Testamentsvollstrecker sollen nichts ohne die Äbtissin von Thorn tun oder bestimmen. Mit diesem Testament widerrief Arnoud das Vermächtnis oder Testament, das er zuvor vor den Schöffen von Oeteren gemacht hatte.

Arnoud, priester en vicaris van de kerk van Oeteren, schenkt bij testament zijn erfgoederen in de parochie van Oeteren gelijkelijk aan abdis en convent van de abdij van Thorn en aan abdis en convent van de Onze-Lieve-Vrouweabdij te Oeteren, met uitzondering van een jaarlijkse cijns van vier kapoenen, eerder geschonken aan de abdis van Thorn, en van het vruchtgebruik van die goederen en zijn roerende goederen, die hij overdraagt aan zijn zoon Jan. Tevens stelt hij een aantal personen aan als executeur-testamentair.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 46. Beschadigd met tekstverlies.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Nederoeteren. – 2o door 17e-eeuwse hand: Testamentum cuiusdam pastoris de Nederoeteren qui legavit medietatem suorum bonorum abbatie et aliam medietatem capitulo, 1270. – 3o door 17e-eeuwse hand: O doorgestreept, I.

Bezegeling: vijf bezegelingsplaatsen (met uithangende restanten van de perkamenten zegelstaarten), vermoedelijk voor de aangekondigde zegels (LS1, LS2, LS3, LS4 en LS5).

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 41-42, nr. 28. – Habets, Archieven Thorn, 38, nr. 46. Haas, Chronologische lijst, 63, nr. 152.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Ontstaan

Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1262 tot en met 1273. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 17.

Sint-Gerlach

Urkunde 34

Wirtschaftlich
1288 december 1

Goblio van Schinnen, Kanoniker von Sankt-Peter in Lüttich, vermachte tetamentarisch dem Kloster Sint-Gerlach in Houthem seine Güter in Hegge für die Errichtung eines Altars im Kloster. Er bittet das Kloster, eine der Töchter des Ritters Godfried van Spaubeek aufzunehmen, und schenkt ihr ein Bett. Für die Kosten ihres Eintritts stiftet er 5 "mud" (350 kg) Roggen und 1 "mud" (70 kg) Weizen aus seinem Besitz in Hegge und, solange sie lebt, jährlich 1 Silbermark Sterling und 1 "mud" Roggen. Außerdem vermacht er testamentarisch seiner Nichte, seiner Tochter, seinem Dienstmädchen und seinem Diener eine Reihe von Gütern und ernennt eine Reihe von Personen zu Testamentsvollstreckern.

Goblio van Schinnen, kanunnik van Sint-Pieter te Luik, vermaakt bij testament aan het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) zijn goederen te Hegge ten behoeve van de fundatie van een altaar in het klooster, verzoekt het klooster een van de dochters van heer Godfried van Spaubeek, ridder, op te nemen, schenkt haar een bed en kent voor de kosten van haar intrede uit zijn goederen te Hegge 5 mud rogge en 1 mud tarwe toe en zolang zij leeft jaarlijks 1 mark sterling en 1 mud rogge. Verder legateert hij een aantal goederen aan zijn nicht, dochter, dienstmeid en knecht en stelt een aantal personen aan als executeurs-testamentair.

Origineel

[A]. Niet voorhanden.

Afschrift

B. 1289 juni 7, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 96, reg. nr. 27, vidimus door de officiaal van het hof van Luik, naar [A].

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 28-29, nr. 24 (gedateerd 1288 november 29). – Poncelet, Inventaire analytique, 18, nr. 50. − Haas, Inventaris Sint Gerlach, 77, reg. nr. 25.

Samenhang

In onderhavige oorkonde wordt melding gemaakt van een andere oorkonde van Goblio van Schinnen inzake de bouw van een altaar in de Sint-Pieterskerk te Luik uit de verkoop van zijn goederen te Hegge: Item et quod supercreverit ultra solutionem dictarum exequiarum, cedat in augmentum altaris construendi in ecclesia sancti Petri, prout in aliis litteris meis continetur. Voor dit deperditum, zie infra nr. 33.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Kloosterrade

Urkunde 34

Kirchlich
1246 september 13

Papst Innozenz IV. bestätigt die Versetzung der Klosterschwestern von Kloosterrade und Scharn nach Sinnich und die Zuteilung von Gütern für ihren Unterhalt.

Paus Innocentius IV bevestigt de overbrenging van de kloosterzusters van Kloosterrade en Scharn naar Sinnich en de toewijzing van goederen voor hun levensonderhoud.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 1703.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 182-184, nr. 92, naar A.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 34

Wirtschaftlich
1271 september 18

Die Schöffen von Maastricht beurkunden, dass Odilia, Tochter von Lambert Scad, Begine, einen jährlichen Cijns von zehn Lütticher Schilling, der auf einem Haus lastet, das Op de Gracht (in Maastricht) liegt, an Margareta und Ida, Beginen in Maastricht, Verwandte von Jan, Priester von Hospital Sint- Gillis in Wyck (in Maastricht), verkauft.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Odilia, dochter van Lambert Scad, begijn, een jaarlijkse cijns van tien schelling Luiks, gevestigd op een huis, gelegen Op de Gracht (te Maastricht), heeft verkocht aan Margareta en Ida, begijnen te Maastricht, bloedverwanten van Jan, priester van (het gasthuis van) Sint-Gillis in Wyck (te Maastricht).

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 452. Met een getransfigeerde oorkonde d.d. 1276 juni 24.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: Ida de Wigarberge. – 2o door 13e-eeuwse hand: De X solidis supra Fossatum. – 3o door 16e-eeuwse hand: 307 / z 23 / 1296.

Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 tweede zegel van Daniel supra Forum, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S2 los bijliggend, tweede zegel van Godfried, zoon van Florens, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 171, afb. 14, en Idem, ‘Maastrichtse schepenzegels’, afb. 19.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 43-44 (met onvolledige vertaling), nr. 1271.09.18, naar A.

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven’, 22, nr. 4. – Haas, Chronologische lijst, 64-65, nr. 158.

Ontstaan en samenhang

Onderhavige oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 31 onder Ontstaan. Voor het transfix d.d. 1276 juni 24, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 44.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Thorn

Urkunde 35

Kirchlich
1270 mei 15

Engelbert van Isenburg, Erzdiakon von Lüttich, billigt die Bestimmungen, die der verstorbene Meister Reinier, Scholaster in Tongeren und Provisor in geistlichen Angelegenheiten von Hendrik III., Bischof von Lüttich, nach seiner Visitation der Abtei Thorn für die Erfüllung der Pfarrstelle in der Kirche von Baarle festgelegt hatte. Mit Zustimmung der Äbtissin, der Kanoniker und der Nonnen von Thorn sowie des Pfarrers von Baarle, Gozewijn, fügte er eine Reihe neuer Bestimmungen über die Einkünfte der Kirche von Baarle hinzu. Alle Zehnten, die die Pfarrer normalerweise in den Kirchen von Baarle und Mierlo erhielten, werden abgetreten, um die Pfründe der Kanoniker und Klosterschwestern von Thorn zu erhöhen. Die Äbtissin wird dem Pfarrer eine vereinbarte Menge Weizen und Gerste aus den ihr und ihrer Kirche gehörenden Zehnten in Baarle und Mierlo geben.

Engelbert van Isenburg, aartsdiaken van Luik, hecht zijn goedkeuring aan de bepalingen die wijlen meester Reinier, scholaster in Tongeren en provisor in geestelijke zaken van Hendrik III, bisschop van Luik, na zijn visitatie van de abdij van Thorn had vastgesteld inzake de kerk van Baarle en voegt daar nieuwe bepalingen betreffende de inkomsten van de kerk van Baarle aan toe. Abdis en convent van de abdij van Thorn en Gozewijn, pastoor van Baarle, hechten hier hun goedkeuring aan en bezegelen mede.

Origineel

[A]. Niet voorhanden.

Afschrift

B. eerste helft 15e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628 (voorheen cartularium nr. 1) = Cartularium abbatiae imperialis Thorensis, 966-1600, p. 162-164 (oude fol. 85v-86v), onder de rubriek: Approbatio premisse incorporationis sive ordinationis ecclesie de Baerll de consensu pastoris per archidiaconum loci facta, en De ecclesia de Baerle, geauthenticeerd afschrift door S. van Neeroeteren, naar [A].

Uitgave

a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 444-446, nr. 1096, naar B.

Samenhang

Voor de oorkonde van de bisschop van Luik, waarin hij na de visitatie door meester Reinier de bepalingen ten aanzien van de kerk van Baarle vastlegt, alsmede voor de bekrachtiging hiervan door de abdis van Thorn, zie Collectie Thorn, nrs. 17 en 19.

Sint-Gerlach

Urkunde 35

Varia
1289 juni 7

Der Offizial am beschöflichen Hof von Lüttich teilt mit, dass er das Testament von Goblio van Schinnen, Kanoniker von Sankt-Peter in Lüttich, vom 12.01.1288 gesehen und gelesen hat.

De officiaal van het hof van Luik vidimeert het testament van Goblio van Schinnen, kanunnik van Sint-Pieter te Luik, d.d. 1288.12.01.

Origineel

A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 96, reg. nr. 27.

Aantekeningen op achterzijde: 1o door laatste kwart 14e-eeuwse hand: I II. – 2o door 15e-eeuwse hand: Testamentum. – 3˚ door 17e-eeuwse hand: 1288. – 4˚ door 18e-eeuwse hand: Num. 91.

Bezegeling: één bevestigingsplaats voor het afhangend zegel van het hof van Luik, dat aangekondigd is (SD1).

Afschrift

B. (ca. 1736) Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 137-139, onder de rubriek: Testamentum domini Goblionis de Schine in quo monasterio sancti Gerlaci legat certa bona in Heeke, en in de marge: Num. 91, met opgave van één bezegelingsplaats, naar A.  

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Haas, Inventaris Sint Gerlach, 78, reg. nr. 27. – Idem, Chronologische lijst, 86, nr. 229.

Ontstaan

Onderhavige oorkonde is door dezelfde hand geschreven als de door de officiaal uitgevaardigde oorkonde in 1290, zie infra nr. 36. Derhalve kan de scriptor waarschijnlijk gesitueerd worden in het milieu van het hof van Luik. Het schrift vertoont ook zeer sterke verwantschap met de oorkonde, in 1290 uitgevaardigd door proost en convent van Sint-Gerlach, zie infra nr. 37.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Kloosterrade

Urkunde 35

Kirchlich
1248 juli 29

Petrus, Kardinaldiakon von Sint-Georgius ad Velum Aureum und päpstlicher Legat, genehmigte und bestätigte, dass die Zahl der Kanoniker in Kloosterrade auf nicht mehr als 40 festgelgt wird.

Pieter, kardinaal-diaken van St.-Georgius ad Velum Aureum en pauselijk legaat, keurt goed en bevestigt dat het aantal kanunniken te Kloosterrade wordt bepaald op hooguit veertig.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 689. De tekst is sterk verbleekt, maar was blijkens een afschrift uit ca. 1690 destijds nog goed te lezen.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 188-189, nr. 97, naar A.

Teksteditie

Een groot deel van de tekst is verbleekt en daardoor zeer slecht leesbaar. De onleesbare tekstgedeelten zijn tussen teksthaken aangevuld naar een eind-17e-eeuws afschrift, zie de uitgave van Polak en Dijkhof.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 35

Kirchlich
1273 oktober 15

Meister Boudewijn von Autre-Église, Kanoniker (des Domkapitels) und Offizial von Lüttich, erklärt, dass er die Urkunde Kaiser Friedrichs II. vom Dezember 1232 gesehen habe, die weder durchgestrichen noch ausradiert sei, und gibt den Text derselben wieder.

Meester Boudewijn van Autre-Église, kanunnik (van het domkapittel) en officiaal van Luik, vidimeert de oorkonde van keizer Frederik II d.d. 1232 december.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 40. Beschadigd met tekstverlies.

Aantekening op de voorzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: R I.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: Copia privilegii domini Henrici, imperatoris, super exemptionem ecclesie sancti Seruatii et aliis et innovationis domini Frederici, imperatoris. – 2o door 13e-eeuwse hand: S. de Wouc per copiam. – 3o door 14e-eeuwse hand: Hugo de Berzes per capitulum. – 4o door 15e- en 16e-eeuwse handen: R I / k XII / S IIo / l 2. – 5o door 17e-eeuwse hand: II / In capsula imperialium.

Bezegeling: één bevestiging voor het aangekondigde zegel van Boudewijn van Autre-Église, kanunnik en officiaal van Luik (SD1).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 249, nr. 192. – Haas, Chronologische lijst, 67, nr. 167. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 51, nr. 40.

Samenhang

Voor de uitgave van de gevidimeerde oorkonde van keizer Frederik II d.d. 1232 december, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 16.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Sint-Gerlach

Urkunde 36

Rechtlich
1290 januari 12

Der Offizial am bischöflichen Hof von Lüttich entscheidet in einem Rechtsstreit zwischen dem Verwalter und dem Kloster Sint-Gerlach in Houthem einerseits und Jan van Meer und seiner Frau Oda aus Maastricht andererseits. Die Parteien erheben Anspruch auf die Hälfte des Nachlasses von Godfrey Kenterken aus Maastricht, Bruder von Oda und von Jutta, Nonne von Sint-Gerlach. Der Offizial weist die Hälfte dieser Güter dem Kloster zu.

De officiaal van het hof van Luik doet uitspraak in een proces tussen proost en convent van Sint-Gerlach (te Houthem) enerzijds en Jan van Meer en zijn echtgenote Oda uit Maastricht anderzijds inzake de aanspraak die het klooster maakt op de helft van de nalatenschap van Godfried Kenterken uit Maastricht, broer van Oda en van Jutta, non van Sint-Gerlach, en hij wijst de helft van de goederen toe aan het klooster.

Origineel

A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 98, reg. nr. 26.

Aantekeningen op de achterzijde (slechts onder kwartslamp leesbaar): 1o door 13e-eeuwse hand: Est Mat[ri]fardus, per manum domini Iohannis de Doirne sigilletur et michi reddatur quia opportet quod scribatur manu me (sic) et tunc signabitur ista per copiam. 2o door 18e-eeuwse hand: Sententia lata 1289 per quam religiosi pr[***] possunt [***] immobilia.

Bezegeling: één bevestigingsplaats voor het dubbel doorgestoken, aangekondigde zegel van het hof van Luik (SD1).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 29-30, nr. 25 (gedateerd 1289 januari 13). − Haas, Inventaris Sint Gerlach, 77, nr. 26 (gedateerd 1289 januari 13). − Idem, Chronologische lijst, 85, reg. nr. 226 (gedateerd 1289 januari 13).

Datering

Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Ontstaan

Onderhavige oorkonde is door dezelfde hand geschreven als de door de officiaal uitgevaardigde oorkonde in 1289, zie infra nr. 35. Derhalve kan de scriptor waarschijnlijk gesitueerd worden in het milieu van het hof van Luik. Het schrift vertoont ook zeer sterke verwantschap met de oorkonde, in 1290 uitgevaardigd door proost en convent van Sint-Gerlach, zie infra nr. 37.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Thorn

Urkunde 36

Wirtschaftlich
(vóór 1272 februari 19)

Äbtissin und Konvent der Abtei Thorn einigen sich mit Marsilius, dem Vater von Gerard Bec van Übach, über das urbar gemachte Land des Hofes in Übach.

Abdis en convent van de abdij van Thorn treffen een regeling met Marsilius, vader van Gerard Bec van Übach, inzake de ontgonnen grond van de hoeve te Übach. (Deperditum) 

Origineel noch afschrift voorhanden.

Vermelding

Deze oorkonde is bekend uit de dispositio van de oorkonde d.d 19 februari 1272 van Michael, kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, en Godfried Bec van Übach (zie Collectie Thorn, nr. 37), alwaar onderhavige oorkonde wordt vermeld: pronuntiamus quod dictus Gerardus infra dominicam Invocavit me ad certum diem reddet domine abbatisse et conventui de Thoren litteram quam dederant ipsi abbatissa et conventus patri suo, Marsilio, super cultura curie ipsarum in Vbach, sigillis dictorum abbatisse et conventus sigillatam.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Samenhang

Voor de uitspraak in het geschil tussen abdis en convent van Thorn en Gerard Bec van Übach inzake de hoeve, akkers en gebouwen van de abdij te Übach, zie Collectie Thorn, nr. 37.

Kloosterrade

Urkunde 36

Wirtschaftlich
1248 [mei 4 - oktober 18]

Koenrad, Erzbischof von Köln, verzichtet zu Gunsten der Abtei Kloosterrade auf seine Rechte an den Novalzehnten in Lommersum und anderswo in der Diözese sowie auf die Novalzehnten, die einige Ritter wie Christiaan van Ottenheim der Abtei verweigern, um den durch die Kölner Kriege verursachten Schaden zu lindern.

Koenraad, aartsbisschop van Keulen, doet ter leniging van de schade ten gevolge van de Keulse oorlogen ten gunste van de abdij Kloosterrade afstand van zijn rechten op de novale tienden te Lommersum en elders in het diocees en op de novale tienden, die sommige ridders zoals Christiaan van Ottenheim aan de abdij weigeren te betalen.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 806.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 189-190, nr. 98, naar A.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 36

Kirchlich
1273 november 1

Der römische König Rudolf I. erneuert und bestätigt die Privilegien, die Kaiser Friedrich II. dem Sint-Servaaskapitel in Maastricht am 28. Juli 1215 und am 9. September 1236 erteilt hat und deren Texte eingeschrieben sind.

Rooms-koning Rudolf I hernieuwt en bevestigt de door keizer Frederik II verleende privileges aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht d.d. 1215 juli 28 en 1236 september 9, waarvan de teksten zijn geïnsereerd.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 54. Gelinieerd. Beschadigd.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Con[firm]atio privilegiorum regalium a .. rege Rud[olphi]. – 2o door 15e-eeuwse hand: Item confirmatio sentencie pro preposito (bovenschreven) et (bovengeschreven) capitulo Sancti Seruatii contra episcopum Leodiensem super hoc quod ad iurisdictionem solius imperii pertinent et episcopo in aliquo non teneantur late. – 3o door 15e-eeuwse hand: XVIII et XVIIII. – 4o door 16e-eeuwse hand: Anno 1273. – 5o door 17e-eeuwse hand: Exhibitum contra Tongrensis penultima augusti anno etc. L primo. – 6o door 17e-eeuwse hand: 40 / Capsula imperialium. – 7o door 17e-eeuwse hand: Capsula imperialium. – 8o door 18e-eeuwse hand: R. M.J.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, van witte was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en een mogelijk latere bevestiging, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 50.

Afschriften

B. eind 13e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 10 (cartularium) = [Liber privilegiorum], fol. 10r-11r (= nieuwe fol. 27r-28r), nr. 18, naar A. – C. 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 31 (cartularium), fol. 177v-179r, onder de rubriek: Item tenores omnium et singulorum exhiborum sequuntur per ordinem in hunc modum et sunt tales, en onder caput: Item aliarum litterarum imperialium domini Rudolphi, Romanorum regis, sigillo eius ut prima facie apparuit regio albe cere rotondo in cordula cericea rubei nigri croceique pre vetustate fere albi colorum in qua expressa habebatur ymago imperatoris in dextera ceptrum regale, in sinistra vero pommum imperiale, omni cruce superposita in circumferentia vero eiusdem sigilli caracteribus seu litteris expressa erant hec verba: Rudolphus, Dei gratia Romanorum rex, semper augustus, sigillatarum et bullatarum tenores sequuntur in modum sequentem, naar A. – D. 1640, Ibidem, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 1741 (cartularium) = Liber sive regestum originis ecclesie Sancti Seruatii Traiec[tensis] illiusque privilegiorum, donationum ac iurium ex originalibus et libro chartarum manu Ioannis Choris, receptoris capituli, descriptorum, p. 86, onder de rubriek: Rudolphus sententiam precedentem et latoma Frederico et specialiter previlegia de libertate ab omni exactione, onvolledig, naar A. – E. 17e eeuw, Idem, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 43v-45v, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: Confirmatio privilegiorum, libertatum et specialiter quod officiales et ministri ecclesie ab omni iure civili et forensi et omni exactione sint liberi, etiamsi sint mercatores. Item per sententiam imperatoris et magnatum seu principum imperii decisum ecclesiam Sancti Seruatii ad imperium spectare et episcopo Leodiense in nullo subesse aut teneri, mogelijk naar A. – [F]. niet voorhanden, maar bekend uit G, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 204v. – G. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 399, onder de rubriek: 1273, Rudolphus, Romanorum rex, confirmat privilegium Frederici, imperatoris, quo in specialem suam protectionem sumpsit ecclesiam Sancti Servatii et quod episcopus Leodiensis nullam habeat iurisdictionem in predicta ecclesia nec super personis eidem subiectis, datum Colonie, kalendas novembris 1273, naar A.

Uitgaven

a. Miraeus-Foppens, Opera diplomatica IV, 255, naar een afschrift in cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht (berustend te Parijs, Bibliothèque Nationale, Fonds Latin). – b. Winkelmann, Acta imperii II, 77, nr. 87 (onvolledig), indirect naar afschriften in cartularia van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht (berustend te Parijs, Bibliothèque Nationale, Fonds Latin).

Regesten

Verkooren, Inventaire des chartes et cartulaires, 137. – De Borman, ‘Notice’, 48-49. – Habets,‘Codex diplomaticus’, 46, nr. 78. – Böhmer, Regesta imperii VI-1, 24. – Doppler,‘Verzameling [800-1273]’, 249-250, nr. 194. – Haas,Chronologische lijst, 67, nr. 168. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 53, nr. 54.

Samenhang

Voor de oorkonde van keizer Frederik II d.d. 1215 juli 28, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 10. Voor diens oorkonde d.d. 1236 september 9 (voor een editie, zie Huillard-Bréholles, Historia diplomatica IV-2, 764-765).

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Thorn

Urkunde 37

Rechtlich
1272 februari 19

Michael, Kanoniker des Kapitels Unserer Lieben Frau in Maastricht, und Godfrey Bec van Übach entscheiden in einem langjährigen Streit zwischen Äbtissin und Konvent von Thorn und Gerard Bec, Bruder von Godfrey, über den Hof, die Felder und die Gebäude der Abtei in Übach. Nach Befragung beider Parteien und anderer Personen entscheiden die Schlichter wie folgt: Gerard gibt der Äbtissin und dem Konvent die Urkunde über das urbar gemachte Land des Hofes in Übach zurück. Er und die betroffene Familie verzichten auf alle (angeblichen) Rechte am Übacher Hof und werden den Hof auf Anordnung der Äbtissin und des Konvents räumen. Er verzichtet auch auf alle Rechte am Hof Kedelmar in Übach und kann selbst entscheiden, ob er den Kornspeicher dort entfernt oder gegen ein Entgelt stehen läßt. Die Äbtissin und das Kloster entschädigen Gerard sowohl mit Geld als auch mit Getreide. Die Äbtissin läßt Gerards Stellung als Koch prüfen und beurteilen. Sollte er dieses Amt nicht zu Recht innehaben, erhält er von der Äbtissin eine Entschädigung in Form von Getreide und Geld. Ob Gerards Mutter Helka irgendein Recht auf Land besitzt, soll weiter untersucht werden.

Michael, kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, en Godfried Bec van Übach doen een uitspraak in het geschil tussen abdis en convent van Thorn enerzijds en Gerard Bec, broer van Godfried, anderzijds inzake de hoeve, akkers en gebouwen van de abdij te Übach.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 48. Zwaar beschadigd met tekstverlies.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Compositio inter dominam abbatissam et conventum et Gherardum Beck. – 2o door 16e-eeuwse hand: Null[ius est valoris, 1271. – 3o door 17e-eeuwse hand: I, O.

Bezegeling: drie uithangende zegels (S1, S2 en S3) en twee bevestigingsplaatsen (LS4 en LS5), terwijl er slechts vier zegels aangekondigd zijn, namelijk van Michael, kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, van Hendrik, voormalig deken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, van de abdis van Thorn en van Herman, deken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht. De bewaard gebleven zegels zijn: S1 van Guda van Rennenberg, abdis van Thorn, zwaar beschadigd, van bruine was; S2 mogelijk van Herman, deken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, zwaar beschadigd, van bruine was; S3 een niet te identificeren zegel, zwaar beschadigd, van bruine was. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 34; voor het identificatieprobleem, een beschrijving en afbeelding van S2 en voor het niet-geïdentificeerde S3, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 23-24.

Uitgaven

a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 43-46, nr. 30 (gedateerd 1271 januari 16), naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 39-42, nr. 48 (gedateerd 1271 januari 16), naar a.

Regest

Haas, Chronologische lijst, 64, nr. 156.

Datering

Het gebruik van paasstijl door geestelijke instellingen in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Ontstaan en samenhang

Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1262 tot en met 1273. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 17.

In onderhavige oorkonde wordt verwezen naar een oorkonde van abdis en convent van Thorn voor Marsilius, vader van Gerard Bec van Übach, zie Collectie Thorn, nr. 36.

Tekstuitgave

De lacunes in A zijn aangevuld naar druk a. Het onderscheid tussen c en t is slecht zichtbaar.

Sint-Gerlach

Urkunde 37

Rechtlich
1290 juni 7

Der Verwalter und der Konvent des Klosters Sint-Gerlach in Houthem teilen Papst Nikolaus IV. mit, dass sie Richald, Pfarrer von Orsmaal, und Robert van Millen, Kleriker, zu ihren Prokuratoren für den päpstlichen Gerichtshof ernannt haben und dass diese einen oder mehrere Stellvertreter mit derselben Vollmacht ernennen können.

Proost en convent van het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) berichten aan de paus (Nicolaas IV) dat zij Richald, pastoor van Orsmaal, en Robert van Millen, clericus, hebben aangesteld als hun procuratoren voor het pauselijke hof en dat deze een of meerdere plaatsvervangers mogen aanstellen met dezelfde bevoegdheid.

Origineel

A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 5, reg. nr. 28.

Aantekeningen op de achterzijde: 1˚ door eind 13e-eeuwse hand: Prepositus et conventus monasterii sancti Gerlaci. – 2˚ door 17e-eeuwse hand: 1290.

Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van deken en kapittel van Onze-Lieve-Vrouw te Maastricht (LS1).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 30, nr. 26. – Haas, inventaris Sint Gerlach, 78, reg. nr. 28. – Idem, Chronologische lijst, 88, reg. nr. 235.

Ontstaan

Het schrift van onderhavige oorkonde vertoont zeer sterke verwantschap met de twee oorkonden van de officiaal van het hof van Luik, die door eenzelfde scriptor gemundeerd zijn, zie infra nrs. 35 en 36.

Kloosterrade

Urkunde 37

Wirtschaftlich
1256 december

Das Kapitel von Kerpen wandelt einen jährlichen Cijns von zehn Lütticher Schilling, den Ritter Hendrik van Strijthagen dem Kapitel über 120 Morgen Cijnsbesitz in Strijthagen schuldet, in einen jährlichen Cijns von fünf Kölner Schilling um, der unter Androhung der Exkommunikation zu zahlen ist, die vom Abt von Kloosterrade verkündet werden soll.

Het kapittel van Kerpen zet een jaarlijkse cijns van tien schelling Luiks, die ridder Hendrik van Strijthagen verschuldigd is aan het kapittel over 120 morgen cijnsgoed te Strijthagen, om in een jaarlijkse cijns van vijf schelling Keuls, te betalen op straffe van excommunicatie, af te kondigen door de abt van Kloosterrade.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 1173.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 209-210, nr. 110, naar A.

Teksteditie

Het onderscheid tussen o en e is in A niet altijd duidelijk.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 37

Kirchlich
1273 november 5

Der römische König Rudolf I. erneuert und bestätigt die von Kaiser Heinrich IV. an das Sint-Servaaskapitel in Maastricht verliehene Urkunde aus dem Jahr 1087.

Rooms-koning Rudolf I hernieuwt en bevestigt de door keizer Hendrik IV verleende oorkonde aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht d.d. 1087.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 21.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, van rode was, gaaf. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 49.

Afschrift

B. 17e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief van het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 42v-43v, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: Bona ecclesie sub protectione sua suscipit imperator et confirmat gratias, libertates et iura ecclesie, mogelijk naar A.

Uitgave

a. Böhmer, Acta imperii selecta, 315-316, nr. 390 (onvolledig), naar A.

Samenhang

Voor de in de dispositio vermelde oorkonde van Hendrik IV d.d. 1087, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 2.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Thorn

Urkunde 38

Rechtlich
1272 augustus 1

Oger van Geilenkirchen, Olf van Scharn, Kuno van Molenarken und sein Bruder Reinier Hunken, Ritter, verkünden als Schiedsrichter, daß Gerard van Bircde, Ritter, in seinem Streit mit der Äbtissin und dem Konvent der Abtei Thorn, zusammen mit seiner Frau und seinen Kindern, auf jegliche Ansprüche und Forderungen gegen die Abtei Thorn verzichtet hat.

Oger van Geilenkirchen, Olf van Scharn, Kuno van Molenarken en zijn broer Reinier Hunken, ridders, maken als scheidslieden bekend dat Gerard van Bircde, ridder, in zijn geschil met abdis en convent van de abdij van Thorn, samen met zijn vrouw en kinderen heeft afgezien van elke aanspraak en vordering tegen de abdij van Thorn.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 49. 

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: De domino Gherardo de Bircden. ‒ 2o door 17e-eeuwse hand: 1272. ‒ 3o door 17e-eeuwse hand: Compositio facta et concordia cum de presenti in memoria non est differentia. ‒ 4o door 17e-eeuwse hand: S doorgestreept, A. 5o door 18e-eeuwse hand: In hac compositione status questionis non describitur.

Bezegeling: drie bevestigingsplaatsen (met uithangende restanten van de perkamenten zegelstaarten), vermoedelijk voor de aangekondigde zegels (LS1, LS2 en LS3).

Afschriften

B. 18e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1629 = Codex of cartularium IV, 992-1762 (band notariële afschriften abdij Thorn), p. 39-40, eenvoudig afschrift. ‒ C. 18e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1629 = Codex of cartularium IV, 992-1762 (band notariële afschriften abdij Thorn), p. 41, eenvoudig afschrift, met vermelding van drie zegelplaatsen. ‒ D. laatste kwart 18e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1631, Cartularium, p. 12-14, onder de rubriek: Compositio nate inter abbatissam et conventum Thorensem ex una et Gerardum de Berode ex altera parte discordie anno 1272, met opgave van drie bezegelingsplaatsen, eenvoudig afschrift, naar A.

Uitgaven

a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 46-48, nr. 31 (gedateerd 1272 januari 18), naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 42-43, nr. 49 (gedateerd 1272 januari 18), naar a.

Regest

Haas, Chronologische lijst, 66, nr. 162.

Ontstaan

Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1262 tot en met 1273. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 17.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is slecht zichtbaar.

Sint-Gerlach

Urkunde 38

Wirtschaftlich
1293 mei 15

Die Schöffen von Maastricht geben bekannt, dass Hendrik van Retersbeek, gesund an Körper und Geist, seine beweglichen Güter und seine Ansprüche an Dirk, den Komtur des Deutschen Ritterordens, zum Nutzen des Hauses und der Brüder des Hauses Sankt-Marien in Aldenbiesen übertragen hat. Diese Übertragung erfolgte unter der Bedingung, dass der Verwalter und der Konvent des Klosters Sint-Gerlach in Houthem frei sind von allen Ansprüchen, Streitigkeiten, Verpflichtungen und anderen Angelegenheiten in Bezug auf diese Güter, abgesehen von einer jährlichen Leibrente von sechs "mud" Roggen nach Maastrichter Maß (430 l), die auf der anderen Seite der Maas wächst. Der Verwalter und der Konvent von Sint-Gerlach müssen diese Leibrente an den Komtur und die Brüder in Maastricht zahlen, solange Hendrik lebt, und diese Rente geht nach seinem Tod frei und gänzlich an sie zurück.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Hendrik van Retersbeek, gezond van lichaam en geest, zijn roerende goederen en vorderingen heeft overgedragen aan Dirk, commandeur van de Duitse Orde, ten behoeve van het huis en de broeders van het huis van de heilige Maria te Aldenbiesen, op voorwaarde dat proost en convent van het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) vrij zijn van alle schuldvorderingen, geschillen, verplichtingen en andere zaken ten aanzien van deze goederen, afgezien van een jaarlijkse lijfrente van zes mud rogge Maastrichtse maat die groeit aan de overzijde van de Maas. Proost en convent van Sint-Gerlach moeten deze lijfrente te Maastricht aan de commandeur en broeders te Maastricht voldoen zolang Hendrik leeft en deze rente zal na diens overlijden vrij en geheel naar hen terugkeren.

Originelen

A1. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 97-1, reg. nr. 29. – Gaaf bewaard, behoudens vlekken op tekst.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 16e-eeuwse hand: [...]a VI modios siliginis. – 2o door 17e-eeuwse hand: 1293. – 3o door 18e-eeuwse hand: Renuntiatio Godefridi super sex modios siliginis, 1293. – 4o door 18e-eeuwse hand: Num. 81.

Bezegeling: drie uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S2 van de proost van Sint-Gerlach te Houthem, van bruine was, beschadigd. – S3 van Godfried, zoon van wijlen Floriman, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S4 van Florentius, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd; en één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Dirk, commandeur van de Duitse Orde (LS1). Voor een beschrijving en afbeelding van S2, S3 en S4, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, respectievelijk 153, 163 en 164.

A2. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 97-2, reg. nr. 29.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 17e-eeuwse hand: Quitingh van renten. – 2o door 17e-eeuwse hand: 1299 (met potlood gewijzigd in 1293). – 3o door 18e-eeuwse hand: Num. 81.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S2 van de proost van Sint-Gerlach te Houthem, van bruine was, beschadigd; en drie bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Dirk, commandeur van de Duitse Orde, Godfried, zoon van wijlen Floriman, schepen van Maastricht, en Florentius, schepen van Maastricht (LS1, LS3 en LS4). Voor een beschrijving en afbeelding van S2, zie Venner, ‘Zegels het klooster Sint-Gerlach’, 153.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgaven

a. Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 31-32, nr. 27, naar A1. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 94-95, nr. 1293.05.15 (met vertaling), naar A1 en A2.

Regesten

Haas, Inventaris Sint Gerlach, 78, reg. nr. 29. – Idem, Chronologische lijst, 95, nrs. 257 en 257a.

Ontstaan

A1 en A2 zijn geschreven door dezelfde hand. Deze scriptor is te situeren in het milieu van de Maastrichtse schepenen, aangezien deze hand in 1293 ook een schepenoorkonde voor een Maastrichtse begijn mundeerde (zie Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 463).

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar. De lacunes in A1 zijn tussen rechte haken aangevuld naar A2.

Kloosterrade

Urkunde 38

Wirtschaftlich
1257 oktober 14

Elisabeth, Dame von Sprimont, ehemalige Gräfin von Kleve und Witwe von Gerard, Herr von Wassenberg, schenkt der Abtei Kloosterrade ihren Zehnten in Cartils in der Pfarrei Gulpen zu Gunsten einer Jahreszeitmesse für ihren Mann, ihren Sohn Gerard und sich selbst.

Elisabeth, vrouwe van Sprimont, gewezen gravin van Kleef en weduwe van Gerard, heer van Wassenberg, schenkt haar tiend te Cartils in de parochie Gulpen aan de abdij Kloosterrade ten behoeve van een jaargetijde voor haar echtgenoot, haar zoon Gerard en haar zelf.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 786.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 212-213, nr. 112, naar A.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 38

Wirtschaftlich
1274 februari 23

Die Schöffen von Maastricht beurkunden, dass Jan, der Sohn ihres verstorbenen Mitschöffen Boudewijn de Molendino, die Hälfte eines Hauses gegenüber der Sint-Amorkapelle (in Maastricht) an Jan, Mönch der Abtei Val-Dieu (in Aubel), zugunsten von Abt und Konvent verkauft.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan, zoon van wijlen hun medeschepen Boudewijn de Molendino, de helft van een huis tegenover de Sint-Amorkapel (te Maastricht) heeft verkocht aan Jan, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), ten behoeve van abt en convent.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 450. Zwaar beschadigd met tekstverlies.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Littera ad domum de Molendin[o] in Lata Platea. – 2o door 16e-eeuwse hand: 1373 / s 23. – 3o door 18e-eeuwse hand: 293.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S2 eerste zegel van Gerard, zoon van Gosmar (= Gerard de Mayo), schepen van Maastricht, van groene was, beschadigd; en twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Boudewijn Caseus, schepen van Maastricht, en Jan van Mulinghen, schepen van Maastricht (LS1 en LS3). Voor een beschrijving en afbeelding van S2, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 172-173, afb. 21.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 45-46 (met onvolledige vertaling), nr. 1274.02.23, naar A.

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven’, 23, nr. 6. – Haas, Chronologische lijst, 68-69, nr. 172. –Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 450.

Datering

Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Ontstaan

Onderhavige oorkonde voor de abdij van Val-Dieu te Aubel is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert voor de abdij van Val-Dieu d.d. 1276 juni 24 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nrs. 43 en 44), voor een priester te Maastricht d.d. 1278 juli 9 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 45), voor het Sint-Servaaskapittel te Maastricht d.d. 1285 oktober 6 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 56), voor een particulier d.d. 1287 juni 25 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 58), voor een begijn te Maastricht d.d. 1288 april 24 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 59), alsmede een oorkonde van rechter en schepenen van de hof van Lenculen voor een particulier d.d. 1291 maart 17 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 69). Bijgevolg kan deze scriptor worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht.

Tekstuitgave

De lacunes in A kunnen niet worden aangevuld naar een afschrift. Blijkens Doppler behoorde de andere helft van het verkochte huis toe aan Basilea.

Sint-Gerlach

Urkunde 39

Kirchlich
1293 september 20

Walram, Herr von Valkenburg und Monschau, verspricht, keinen Druck auf das Kloster Sint-Gerlach in Houthem auszuüben, damit es mehr als dreißig Nonnen aufnimmt, entsprechend der Vereinbarung mit der Priorin und dem Kloster über die Reduzierung der Nonnenzahl. Wilhelm, Abt von Prémontré, billigt diese Verordnung.

Walram, heer van Valkenburg en Monschau, belooft geen druk uit te oefenen op het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) om meer dan dertig nonnen op te nemen, conform de afspraak met priorin en convent over het terugdringen van het aantal zusters. Willem, abt van Prémontré, hecht zijn goedkeuring aan deze verordening.

Originelen

[A1]. Niet voorhanden, blijkens B bezegeld met twee zegels.

[A2]. Niet voorhanden, blijkens C bezegeld met twee zegels.

Afschriften

B. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 139-140, onder de rubriek: Litere domini Walrami de Monjoe et Valckenburgh et domini Guillemni, abbatis Premonstratensis, quod ultra XV sorores nulla debet recipi, en in de marge: Num. 92, met opgave van twee bezegelingsplaatsen, naar [A1]. – C. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 363-364, onder de rubriek: Copia literarum domini Walrami de Valckenborgh et domini abbatis Premonstratensis, quod ultra 30 sorores nulla debet recipi, en in de marge: Num. 221, met opgave van twee bezegelingsplaatsen, naar [A2].

Uitgave

Habets, ‘Houthem-Sint-Gerlach’, 215-216, nr. 9, naar C.

Ontstaan en tekstuitgave

Onderhavige oorkonde is overgeleverd via twee afschriften in eenzelfde cartularium, die op een essentieel punt van elkaar afwijken, namelijk het maximum van het aantal kloosterzusters. Afschrift B vermeldt er vijftien, afschrift C dertig. Deze afschriften staan weliswaar in hetzelfde cartularium nr. 1, maar zijn door de kopiist beschouwd als twee verschillende oorkonden met een aparte rubricering in de index en met een uniek verwijzingsnummer. Beide cartulariumafschriften verwijzen naar een originele oorkonde. Afgezien van het verschillend aantal kloosterzusters, wijst het variantenonderzoek op het bestaan van twee verschillende versies. Naar alle waarschijnlijkheid gaan deze terug op een dubbeluitvaardiging, één exemplaar voor de heer van Valkenburg en Monschau en één voor het klooster Sint-Gerlach. Het aantal van dertig kloosterzusters in afschrift C lijkt ons het meest waarschijnlijk, omdat Dirk IV, heer van Valkenburg en Monschau, in een oorkonde d.d. 15 februari 1345 verklaart dat hij het verbod om meer dan dertig zusters op te nemen in het klooster Sint-Gerlach, zal respecteren: et ea de causa receperunt et habent inhibitionem a suis superioribus sive praelatis ne aliquando de caetero recipiant domicellam in suum conventum donec ad tricesimum numerum redigantur (zie Habets, ‘Houthem-Sint-Gerlach’, 216-217, nr. 10). Bijgevolg is voor de tekstuitgave de voorkeur gegeven aan afschrift C als basistekst, met een opgave van de varianten van B in het notenapparaat.

Thorn

Urkunde 39

Rechtlich
1273 april 15

Guda (von Rennenberg), Äbtissin, der Konvent der Abtei Thorn und Wilhelm II., Herr van Horn und Vormund der Abtei, ernennen Gijsbert van Bruchausen, Jan van Rennenberg, Kanoniker von Lüttich, Hendrik van Baexem, Ritter, und Marsilius van Berg zu Schiedsrichtern zur Beilegung ihrer Streitigkeiten.

Guda (van Rennenberg), abdis, het convent van de abdij van Thorn en Willem II, heer van Horn en voogd van de abdij, wijzen Gijsbert van Bruchausen, Jan van Rennenberg, kanunniken van Luik, Hendrik van Baexem, ridder, en Marsilius van Berg aan als scheidslieden ter beslechting van hun geschillen.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 50. 

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 17e-eeuwse hand: Compromissum inter dominum de Horne et abbatissam Thoren (sic) Gudam, 1273. ‒ 2o door 17e-eeuwse hand: A doorgestreept, H.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S3 van Guda van Rennenberg, abdis van Thorn, beschadigd, van bruine was; en twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Willem II, heer van Horn, en het convent van Thorn (LS1 en LS2). Voor een beschrijving en afbeelding van S3, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 34.

Uitgaven

a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 48-49, nr. 32, naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 43-44, nr. 50, naar a.

Regest

Haas, Chronologische lijst, 66, nr. 163.

Ontstaan

Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1262 tot en met 1273. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 17.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Kloosterrade

Urkunde 39

Wirtschaftlich
1262 juni 29

Abt Koenraad und der Konvent von Kloosterrade verkaufen einige Flächen Ackerland in Büllesheim für achtzehn Mark Keuls an das Kloster Marienthal, das diese Güter zuvor von der Abtei gepachtet hatte.

Abt Koenraad en het convent van Kloosterrade verkopen enige percelen akkerland te Büllesheim voor achttien mark Keuls aan het klooster Marienthal, dat die goederen tevoren van de abdij in pacht had.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 1651.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 216-217, nr. 115, naar A.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 39

Wirtschaftlich
1274 september 17

Der römische König Rudolf I. erläutert die Schenkungsurkunde der Maasbrücke durch den römischen König Konrad III. und erklärt, dass sich das Kapitel verpflichtet, für die Instandhaltung der Brücke nicht mehr auszugeben, als die Einnahmen der Brücke betragen.

Rooms-koning Rudolf I geeft uitleg over de schenkingsakte van de Maasbrug door rooms-koning Koenraad III en verklaart dat het kapittel voor het onderhoud van de brug tot geen hogere uitgaven is verplicht dan die ter hoogte van de inkomsten van de brug.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 437. Licht beschadigd. Gelinieerd.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: Interpretatio privilegii pontis regis Rudolfi. – 2o door 17e-eeuwse hand: [***] quartam reparationem capitulum teneatur. – 3o door 17e-eeuwse hand: 27, Interpretatio donationis pontis Rudolphi, imperatoris, et declaratio ad quantam reparationem capitulum teneatur.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, beschadigd, van witte was. Voor een beschrijving van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 50.

Afschriften

B. 1640, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 1741 (cartularium) = Liber sive regestum originis ecclesiae Sancti Servatii Traiec[tensis] illiusque privilegiorum, donationum ac iurium ex originalibus et libro chartarum manu Ioannis Choris, receptoris capituli, descriptorum, p. 84-85, onder de rubriek: Rudolphus declarat ecclesiam non teneri ad maiores pontis Mose reparationes quam ascendant reditus pontis, naar A. – [C]. niet voorhanden, maar bekend uit D, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 3. – D. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 403-404, onder de rubriek: 1274, Rudolphus, Romanorum imperator, declarat ecclesiam Sancti Servatii non teneri ad pontis Mose reparationem ultra reditus illius pontis, 15 kalendas octobris, 1274, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, naar A.

Uitgaven

a. Willemsen, ‘Inventaire’, 175-176, nr. 12, naar A. – b. Winkelmann, Acta imperii II, 81-82, nr. 93, indirect naar een afschrift in een cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht (berustend te Parijs, Bibliothèque Nationale, Fonds Latin).

Regesten

Verkooren, Inventaire des chartes et cartulaires, 138. – Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 251-252, nr. 199. – Haas, Chronologische lijst, 69, nr. 174. –Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 100, nr. 437.

Samenhang

Voor de schenking van de Maasbrug door rooms-koning Koenraad III d.d. 1139 juni 22 en de bevestiging daarvan door paus Innocentius II d.d. 1139 december 18, zie Collectie Sint-Servaas, nrs. 5 en 6. Voor de aflaatverlening door vier aartsbisschoppen en vijftien bisschoppen ten behoeve van de bouw van de Maasbrug d.d. 1284 januari 29 en de goedkeuring door Jan IV (van Vlaanderen), bisschop van Luik, d.d. 1287 mei 8, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nrs. 51 en 57.

Sint-Gerlach

Urkunde 40

Wirtschaftlich
1293 november 30

Die Schöffen von Oirsbeek geben bekannt, dass Willem Scheld aus Doenrade und seine Frau Geertrui vier "bunder" (3,2 ha) Ackerland in der Gemeinde Oirsbeek bei Doenrade an den Verwalter und den Konvent von Sint-Gerlach in Houthem verkauft haben. Willem und Geertrui zahlen eine jährliche Pacht von vier "mud" Roggen (Aachener Maß) an das Kloster und zahlen die "cijns" (Steuer) von den vier gepachteten Äckern für das Kloster.

Schepenen van Oirsbeek oorkonden dat Willem Scheld van Doenrade en zijn echtgenote Geertrui vier bunder akkerland in de parochie van Oirsbeek bij Doenrade hebben verkocht aan proost en convent van Sint-Gerlach (te Houthem) en dat zij jaarlijks een pacht van vier mud rogge Akense maat aan het klooster zullen betalen en de cijns uit de vier gepachte bunder voor het klooster voldoen.

Origineel

[A]. Niet voorhanden, blijkens B bezegeld met één zegel.

Afschrift

B. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 292-293, onder de rubriek: Emptio 4 bonnariorum terre arabilis iuxta Dondenrode in parochia de Oirsbeke, anno 1293, en in de marge: Num. 182, met opgave van één bezegelingsplaats, naar [A].

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regest

Niet voorhanden.

Thorn

Urkunde 40

Wirtschaftlich
1277 april

Arnoud von Leuven und seine Frau Isabella, Herr und Dame vaon Breda, verkaufen an Guda (van Rennenberg), Äbtissin, und den Konvent der Abtei Thorn den Anteil an der jährlichen Akzise , die auf den Hof in Gilze festgesetzt wurde und die von Äbtissin und Konvent im Dezember 1243 an den Herrn van Breda verkauft worden war.

Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Isabella, heer en vrouwe van Breda, verkopen aan Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn het gedeelte van de jaarcijns van vijf mark Luiks, gevestigd op de hof te Gilze, die in december 1243 door abdis en convent aan de heer van Breda was verkocht.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, voorl. inv. nr. 2223.

Uitgave

a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 550-552, nr. 1146, naar A.

Samenhang

Voor de verkoop door Hildegonde, abdis, en het convent van de abdij van Thorn in december 1243, zie Collectie Thorn, nr. 11.

Kloosterrade

Urkunde 40

Rechtlich
1262 september

Der Schiedsspruch im Streit von Abt und Konvent von Kloosterrade mit Gerard van Scherwier über den Hof Laar; Abt und Konvent stimmen dem Urteil zu und erklären, den Betrag von 42 Mark Akens erhalten zu haben.

De uitspraak van scheidslieden in het geschil van abt en convent van Kloosterrade met Gerard van Scherwier over de hof Laar; abt en convent stemmen in met de uitspraak en verklaren het bedrag van 42 mark Akens ontvangen te hebben.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 995.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 222-224, nr. 119, naar A.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 40

Kirchlich
1274 december 20

Papst Gregor X. übermittelt (dem Sint-Servaaskapitel in Maastricht) zwei der Konstitutionen, die er auf dem Konzil von Lyon verkündet hatte, nämlich über Bigamie und die Beendigung von Gottesdiensten durch Kanoniker.

Paus Gregorius X deelt (aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht) twee van de door hem op het concilie van Lyon bekendgemaakte constituties mee, namelijk inzake bigamie en het beëindigen van de diensten door de kanunniken.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 162. Gelinieerd, beschadigd met tekstverlies.

Aantekening op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Magistris Seruatianis.

Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het niet aangekondigde zegel van paus Gregorius X (LS1).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 250, nr. 196 (gedateerd 1273 december 19). – Haas, Chronologische lijst, 68, nr. 170 (gedateerd 1273 december 19). – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 71, nr. 162 (gedateerd 1273 december 19).

Samenhang

Voor de editie van alle constituties, uitgevaardigd op 1 november 1274 tijdens het generaal concilie van Lyon, zie Guiraud, Les registres de Grégoire X, 241-250, nr. 576. Zie ook Potthast, Regesta pontificum Romanorum, 1689, nr. 20950.

Datering

Onderhavige oorkonde is gedateerd in het derde pontificaatsjaar van paus Gregorius X. Er is echter onzekerheid wanneer hij zijn eerste pontificaatsjaar liet ingaan, bij de aanvaarding of bij de wijding, zie Strubbe en Voet, Chronologie, 216. Voor de datering is uitgegaan van de aanvaarding van zijn pontificaat op 27 oktober 1271. Als wordt uitgegaan van de wijdingsdag, i.c. 27 maart 1272, dan zou deze oorkonde gedateerd moeten worden op 19 december 1275.

Thorn

Urkunde 41

Wirtschaftlich
1277 juni 23

Arnoud von Leuven und seine Frau Isabella, Herr und Dame van Breda, verkaufen an Guda (van Rennenberg), Äbtissin, und den Konvent der Abtei Thorn den alten und neuen Zehnten innerhalb der Pfarrei Etten. Mit diesem Verkauf verzichten Arnoud und Isabella auf jedes Recht an diesem Zehnten.

Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Isabella, heer en vrouwe van Breda, verkopen aan Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn de oude en nieuwe tiend binnen de parochie van Etten.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 54.

Uitgave

a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 560-563, nr. 1152, naar A.

Kloosterrade

Urkunde 41

Wirtschaftlich
1265 mei 24

Diederik VII., Graf von Kleve, schenkt der Abtei Kloosterrade auf Bitten seiner Schwester, der Herzogin von Limburg, seine Einkünfte aus dem Zehnten des Klostergutes Lommersum, das ihm aufgrund des Wildbannes der Tomburg gehört, bis zu einem Höchstbetrag von drei Mark pro Jahr.

Diederik VII, graaf van Kleef, schenkt op verzoek van zijn zuster, de hertogin van Limburg, aan de abdij Kloosterrade zijn inkomsten uit een tiende over de abdijgoederen te Lommersum, die hem toebehoren op grond van de wildban van de burcht Tomburg, tot een maximum van drie mark per jaar.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 807.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 224-225, nr. 120, naar A.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 41

Wirtschaftlich
1275 maart 20

Otto van Gulik, Propst des Sint-Servaaskapitels in Maastricht und Archidiakon von Lüttich, erklärt, dass die Güter und Einkünfte des Hofes von Kückhoven mit der Vogtei, nicht dem Propst, sondern dem Kapitel gehören.

Otto van Gulik, proost van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht en aartsdiaken van Luik, verklaart dat de goederen en inkomsten van de hof van Kückhoven met het rentmeesterschap niet aan de proost, maar aan het kapittel toebehoren.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 422.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Littera de Codecouen. – 2o door 14e-eeuwse hand: [***] redditus pertinent ad capitulum. – 3o door 16e-eeuwse hand: 9 / 7 / M XXV. – 4o door 17e-eeuwse hand: Littera E / 173.

Bezegeling: één afhangend bevestigd zegel, dat niet aangekondigd is, namelijk: S1 van Otto van Gulik, proost van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht en aartsdiaken van Luik, van rode was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van dit zegel, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 15.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 252-253, nr. 201. – Haas, Chronologische lijst, 69, nr. 175. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 98, nr. 422.

Datering

Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Thorn

Urkunde 42

Wirtschaftlich
1279 december

Arnoud van Leuven und seine Frau Isabella, Herr und Dame von Breda, gewähren Arnoud Coreman und seiner Frau Heilwich 50 bunder Ödland, gelegen in Hulsdonk innerhalb der Herrschaft Breda, gegen eine jährliche Erbsteuer.

Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Isabella, heer en vrouwe van Breda, geven Arnoud Coreman en diens echtgenote Heilwich 50 bunder woeste grond, gelegen te Hulsdonk binnen de heerlijkheid Breda, tegen een jaarlijkse erfcijns van 50 penning kleine Leuvense munt.

Afschrift

B. ca. 1700, Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 55, tweede stuk = Copie verclaringhe ofte vidimus van den abt des cloosters van Sinte Michiels tott Antwerpen; Q, onder de rubriek: Copie copie, naar een verloren gegaan afschrift d.d. 3 maart 1345.

Uitgave

a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 643-644, nr. 1195.

Kloosterrade

Urkunde 42

Wirtschaftlich
1290 juni 1

Abt Cuno und der Konvent von Kloosterrade verkaufen alle ihre Güter und Rechte in Dernau für 160 Mark Keuls an den Prior und Konvent von Marienthal bei Dernau zur Begleichung ihrer Schulden in Höhe von 1.400 Mark Keuls, die ihnen durch erlittene Unglücke entstanden sind; Bischof Jan IV. von Lüttich stimmt dem Verkauf zu und unterschreibt mit.

Abt Cuno en het convent van Kloosterrade verkopen ter delging van hun schulden ten bedrage van 1400 mark Keuls, die zij als gevolg van hun overkomen rampen hebben opgelopen, al hun goederen en rechten te Dernau voor 160 mark Keuls aan prior en convent van Marienthal bij Dernau; bisschop Jan IV van Luik stemt toe in de verkoop en bezegelt mee.

Originelen

A1. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 1653.

[A2]. Niet voorhanden tweede exemplaar, bestemd voor de wederpartij; zie onder

Ontstaan en overlevering.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 243-245, nr. 131, naar A1.

Teksteditie

Het onderscheid tussen c en t is in A1 niet altijd duidelijk. De lacune in het origineel, ontstaan door het uitscheuren van de pliek, is aangevuld naar een later afschrift, zie hiervoor de uitgave van Polak en Dijkhof.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 42

Rechtlich
1276 januari 4

Siegfried van Brohl, Edelmann, und Lukardis, seine Frau, gewähren den Einwohnern von Güls vierzehn Jahre lang Befreiung von den ihnen zustehenden Rechten und Diensten und erklären, dass sie bei einer Entfremdung (Verkauf) zunächst dem Abt von Siegburg und den Einwohnern von Güls die erbliche Vormundschaft anbieten werden.

Siegfried van Brohl, edelman, en Lukardis, zijn echtgenote, verlenen de inwoners van Güls voor veertien jaar vrijdom van rechten en diensten die hen toekomen en verklaren dat zij de erfvoogdij bij vervreemding eerst zullen aanbieden aan de abt van Siegburg en de inwoners van Güls.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 341.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 17e-eeuwse hand: 1275 / Vogteij zu Guls. Ist der gemein versatz und versprochen ad annos 14 omnia tercia servicia et carrata vini de villa Sieberg; si advocatia vendenda sit, vendatur abbati primo. – 2o door 17e-eeuwse hand: 1275.

Bezegeling: vier bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van de abten van Siegburg en Maria Laach, Herman, heer van Helfenstein, en Siegfried van Brohl, erfvoogd van Güls (LS1, LS2, LS3 en LS4).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Wisplinghoff, Urkunden Siegburg, 271-272, nr. 155, naar A.

Regesten

Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 253, nr. 203. – Haas, Chronologische lijst, 70, nr. 178. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 90, nr. 341.

Datering

Het gebruik van de ‘stilus Trevirensis’, de boodschapstijl, in het aartsbisdom Trier is verondersteld, zie Grotefend, Taschenbuch, 12.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Thorn

Urkunde 43

Wirtschaftlich
1280 mei 13

Arnoud von Leuven und seine Frau Isabella, Herr und Dame van Breda, schenken den Einwohnern von Breda das Ländereien in der Nähe von Breda innerhalb festgelegter Grenzen sowie die in den letzten drei Jahren neu vergebenen Ländereien.

Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Isabella, heer en vrouwe van Breda, schenken aan de inwoners van Breda de gemene gronden bij Breda binnen omschreven grenzen, alsmede de nieuwe gronden die de laatste drie jaar zijn uitgegeven.

Afschrift

B. 1664, Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 57.

Uitgave

a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 648-650, nr. 1198.

Kloosterrade

Urkunde 43

Wirtschaftlich
1290 juni

Die Brüder Willem von Holset, Gillis von Treverstorf, Simon von Remersdaal, Ritter, erklären, dass ihre Eltern, Ritter Simon von Remersdaal und seine Frau Mabelia, mit ihrem Einverständnis ihrem Sohn Olivier einen Zehnten in Remersdaal vermacht haben, unter der Bedingung, dass nach seinem Tod die eine Hälfte davon an die Abtei Kloosterrade und die andere Hälfte an das Frauenkloster Sinnich fallen soll.

De gebroeders Willem van Holset, Gillis van Treverstorf, Simon van Remersdaal, ridders, verklaren dat hun ouders, ridder Simon van Remersdaal en zijn echtgenote Mabelia, met hun instemming een tiend te Remersdaal aan hun zoon Olivier hebben vermaakt, op voorwaarde dat na diens dood de ene helft daarvan aan de abdij Kloosterrade en de andere helft aan het vrouwenklooster Sinnich zal toevallen.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 813.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 248-249, nr. 133, naar A.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 43

Wirtschaftlich
1276 juni 24

Die Schöffen von Maastricht beurkunden, dass Ida und Margareta, Beginen, Töchter von Godfried von Wiggarberge, dem Abt und dem Kloster von Val-Dieu (in Aubel) einen jährlichen Cijns von zwölf Lütticher Schilling Lüttich und zwei Kapaunen schenken.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Ida en Margareta, begijnen, dochters van Godfried van Wiggarberge, een jaarlijkse cijns van twaalf schelling Luiks en twee kapoenen hebben geschonken aan abt en convent van Val-Dieu (te Aubel).

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 451. Beschadigd. Deze oorkonde is als transfix bevestigd aan de oorkonde van de schepenen van Maastricht d.d. 1267 januari 25, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 26.

Geen aantekening op de achterzijde.

Bezegeling: twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Gerard van Mulinghen en Jan van Mulinghen, schepenen van Maastricht (LS1 en LS2).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgaven

a. Doppler, ‘Schepenbrieven’, 21-22, nr. 3, naar A. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 49 (met onvolledige vertaling), nr. 1276.06.24(2), naar A.

Regesten

Haas, Chronologische lijst, 71, nr. 180. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 451.

Samenhang

Voor de aankoop van deze cijns door Ida en Margareta van Jan, bloedverwant van Tis, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 26.

Ontstaan

Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 38 onder Ontstaan.

Thorn

Urkunde 44

Rechtlich
1281 april 17

Amicus de Lude, Kanoniker des Sint-Lambert-Kapitels in Lüttich, und Herman, Kellermeister der Abtei Val-Dieu, entscheiden über den Streit zwischen den Abteien Thorn und Oriënten (in Rummen) über die Anstellung von Knechten in der Pfarrei Oeteren ohne Zustimmung der Abtei Thorn sowie über die Zehntabgaben und die Nutzung der öffentlichen Straße und der gemeinsamen Wiesen dort, die die Abtei Oriënten zum Nachteil dieser Abtei (Thorn) in Anspruch genommen hatte.

Amicus de Lude, kanunnik van het Sint-Lambertkapittel te Luik, en Herman, keldermeester van de abdij van Val-Dieu, doen uitspraak in het geschil tussen de abdijen van Thorn en Oriënten (te Rummen) over de plaatsing van hoevenaars in de parochie van Oeteren zonder instemming van de abdij van Thorn, alsmede over de tiendheffing en het gebruik van de openbare weg en gemene weiden aldaar, die de abdij van Oriënten ten nadele van deze abdij naar zich had toegetrokken.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 56. Beschadigd met tekstverlies; gelinieerd, onderaan rechts uitgescheurd zonder tekstverlies.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: De villa de Vtheren de abbatissa de Oriente. ‒ 2o door 13e-eeuwse hand: Oriente. ‒ 3o door 13e-eeuwse hand: Presbitero de Bikeuelt ad [questionem capituli?]. ‒ 4o door 17e-eeuwse hand: Sentencia arbitralis inter abbatissam de Thoren ex una et abbatissam de Orienten super diff[eren]tiis certorum bonorum in Nederoeteren sitorum, 1280, O. ‒ 5o door 18e-eeuwse hand: N.

Bezegeling: één bevestigingsplaats aan de linkerzijde van het origineel (LS1) voor één van de twee aangekondigde zegels; de tweede bevestigingsplaats aan de rechterzijde is niet meer te traceren door het uitscheuren van het perkament.

Uitgaven

a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 50-54, nr. 34 (gedateerd 1280 april 25), naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 47-49, nr. 56 (gedateerd 1280 april 25), naar a.

Regest

Haas, Chronologische lijst, 74, 189 (gedateerd 1281 april 17).

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is slecht zichtbaar. De lacunes in A zijn aangevuld naar druk a, toen het origineel nog niet beschadigd was.

Kloosterrade

Urkunde 44

Wirtschaftlich
1296 september 28

Hugo III., Bischof von Lüttich, genehmigt auf Ersuchen von Abt und Konvent von Kloosterrade in Anlehnung an seinen Vorgänger den Verkauf von Klostergütern an den Propst, den Dekan und das Kapitel von Sankt Gereon in Köln sowie an einige nicht näher bezeichnete Personen, um die Schuldenlast der Abtei zu verringern.

Hugo III, bisschop van Luik, hecht op verzoek van abt en convent van Kloosterrade in navolging van zijn voorganger zijn goedkeuring aan de verkoop van abdijgoed aan proost, deken en kapittel van St.-Gereon te Keulen en aan enkele niet nader genoemde personen, ter verlichting van de schuldenlast van de abdij.

Originelen

A1. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 764. Beschadigd.

[A2]. Niet voorhanden tweede exemplaar, bestemd voor het kapittel van St.-Gereon te Keulen.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 263-265, nr. 140, naar A1.

Tekstuitgave

De lacunes in het origineel zijn aangevuld naar een later afschrift en een editie, zie hiervoor de uitgave van Polak en Dijkhof.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 44

Wirtschaftlich
1276 juni 24

Die Schöffen von Maastricht beurkunden, dass Ida und Margareta, Beginen (Töchter von Godfried von Wiggarberge), dem Abt und dem Kloster von Val-Dieu (in Aubel) einen jährlichen Cijns von zehn Lütticher Schilling Lüttich schenken.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Ida en Margareta, begijnen, (dochters van Godfried van Wiggarberge), een jaarlijkse cijns van tien schelling Luiks hebben geschonken aan abt en convent van Val-Dieu (te Aubel).

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 452. Deze oorkonde is als transfix bevestigd aan de schepenoorkonde van Maastricht d.d. 1271 september 18.

Geen aantekening op de achterzijde.

Bezegeling: twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Gerard en Jan van Mulinghen, schepenen van Maastricht (LS1 en LS2).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 48 (met onvolledige vertaling), nr. 1276.06.24(1), naar A.

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven’, 22-23, nr. 5. – Haas, Chronologische lijst, 71, nr. 179. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 452.

Samenhang

Deze cijns was gevestigd op een huis, gelegen Op de Gracht te Maastricht, zoals blijkt uit de oorkonde d.d. 1271 september 18, waar dit transfix aan is gehecht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 34.

Ontstaan

Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 38 onder Ontstaan.

Thorn

Urkunde 45

Wirtschaftlich
1282 juni 4

Mabilia, Witwe von Hendrik, Vormund von Eisden, und ihre neun Kinder verzichten nach Beratung und in Anwesenheit mehrerer Zeugen auf alle Güter und Rechte in Eisden, Vucht und Mulheim. Sie beachten die damit verbundenen Bräuche in vollem Umfang. Die Familie hatte die Güter und Rechte als Lehen, Cijns oder sonstwie von der Äbtissin und dem Kloster Thorn und nun verkaufen Mabilia und ihre Kinder alles wieder an die Besitzer in Thorn. Mit dieser Vereinbarung erlischt jeglicher Groll und Streit, ob berechtigt oder nicht, und ewiger Frieden tritt an ihre Stelle. Als zusätzliche Sicherheit benennen Mabilia und die Kinder fünf Personen als Bürgen, sollten Äbtissin und Kloster auf irgendein Hindernis stoßen. Diese Bürgen sollen bis zum Abschluss der Vereinbarung in Stokkem bleiben.

Mabilia, weduwe van Hendrik, voogd van Eisden, en haar kinderen verkopen aan abdis en convent van Thorn hun eigendommen te Eisden, Vucht en Mulheim die zij in leen, cijns of op een andere wijze van hen hielden.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 60. Beschadigd met tekstverlies.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Litera de acquisitione bonorum in Esden, C. ‒ 2o door 17e-eeuwse hand: 1282. 3o door 18e-eeuwse hand: E. ‒ 4e door 18e-eeuwse hand: Instrumentum retrocessionis de Eysden, 1282.

Bezegeling: drie bezegelingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Jan, deken van het Sint-Andreaskapittel te Keulen, Jan, proost van het Sint-Pauluskapittel te Luik en Jacob, voogd van Eisden (LS1, LS2 en LS3).

Afschrift

B. eerste helft 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628 (voorheen cartularium nr. 1) = Cartularium abbatiae imperialis
Thorensis, 966-1600, p. 11-12, onder de rubriek: V, De acquisitione bonorum [***], met in de marge C, daaronder door latere hand E, beschadigd, naar A.

Uitgaven

a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 57-60, nr. 37 (gedateerd 1282 mei 28), naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 51-53, nr. 60 (gedateerd 1282 mei 28 ), naar a.

Regest

Haas, Chronologische lijst, 76-77, nr. 198.

Ontstaan

Onderhavige oorkonde voor de abdij van Thorn is door dezelfde hand geschreven als de oorkonden, uitgevaardigd door Osto van Thorn in 1282 en door Willem, pastoor van Geertruidenberg, en door Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, in 1283 ten gunste van de abdij, zie Collectie Thorn, nrs. 46, 49 en 50. Bijgevolg kan de scriptor van deze oorkonden gelokaliseerd worden in de abdij van Thorn.

Tekstuitgave

De lacunes in A zijn aangevuld naar B.

Kloosterrade

Urkunde 45

Wirtschaftlich
1300 juni 5

Abt Cuno und der Konvent von Kloosterrade erkennen an, dass sie die genannten Güter in Ahrweiler von Abt und Konvent von Prüm als Gegenleistung für die jährliche Lieferung eines Altartuches an diese Abtei besitzen und verleihen dieser Abtei das Vorkaufsrecht bei einem Verkauf dieser Güter.

Abt Cuno en het convent van Kloosterrade erkennen dat zij de nader opgesomde goederen te Ahrweiler van abt en convent van Prüm houden tegen de jaarlijkse levering aan die abdij van een altaardoek en verlenen die abdij het recht van voorkoop bij de eventuele verkoop van die goederen.

Originelen

A1. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 847.

A2. Koblenz, Landeshauptarchiv, archief abdij Prüm (= Abteilung 18), oorkonden, nr. 55.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 270-272, nr. 144, naar A1.

Teksteditie

Het onderscheid tussen c en t in A1 is niet altijd duidelijk.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 45

Wirtschaftlich
1278 juli 9

Die Schöffen von Maastricht beurkundeten, dass Jan de Molendino und Mathilde, seine Ehefrau, einen jährlichen Cijns von achtzehn Lütticher Schilling und einem halben Kapaun, die auf der Scheermolen in Maastricht lastet und vom Sint-Servaasgasthuis abhängt, an Garsilius, den Pfarrer der Sint-Joris (kapel) in Maastricht, verkauft haben.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan de Molendino en Mathilde, zijn echtgenote, een jaarlijkse cijns van achttien schelling Luiks en een halve kapoen, gevestigd op de scheermolen te Maastricht en afhangend van het Sint-Servaasgasthuis, hebben verkocht aan Garsilius, priester van de Sint-Joris(kapel) te Maastricht.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 453.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: De XVIII solidis quos dominus Garsilius emerit supra molendinum quod dicitur schermůlen / r 32. – 2o door 16e-eeuwse hand: R 26. – 3o door 16e-eeuwse hand: 1278 / 122.

Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Reinier van Wyck, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S2 van Olbert Colsop, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 174, afb. nr. 35, en 175; en van S2, zie Idem, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 162-163.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 53 (met onvolledige vertaling), nr. 1278.07.09), naar A.

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven’, 24, nr. 7. – Haas, Chronologische lijst, 72, nr. 184. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 102, nr. 453.

Ontstaan

Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 38 onder Ontstaan.

Thorn

Urkunde 46

Wirtschaftlich
1282 november 1

Osto von Thorn, (ehemaliger Pfarrer von Gilze), Verwandter des Herrn van Born, verzichtet durch Übertragung aller Rechtstitel auf die ihm von Äbtissin und Konvent von Thorn geschuldeten Abgaben, einschließlich einer von der Abtei abgekauften Zins.

Osto van Thorn, (gewezen pastoor van Gilze), bloedverwant van de heer van Born, doet door overdracht van alle rechtstitels afstand van de door abdis en convent van Thorn aan hem verschuldigde renten, waaronder een lijfrente van tien mark Luiks, die de abdij heeft afgekocht.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 61.

Uitgave

a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 677-679, nr. 1216, naar A.

Ontstaan

Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1282-1283. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 45.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 46

Wirtschaftlich
1282 maart 25

Der römische König Rudolf I. bestätigt und erneuert die Schenkung der Maasbrücke durch den römischen König Konrad III. vom 22. Juni 1139, deren Text inschriftlich festgehalten ist, und genehmigt ausdrücklich die Erhebung von Zolleinnahmen.

Rooms-koning Rudolf I bevestigt en hernieuwt de schenking van de Maasbrug door rooms-koning Koenraad III d.d. 1139 juni 22, waarvan de tekst is geïnsereerd, en staat uitdrukkelijk de tolheffing toe.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 438. Gelinieerd.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Confirmacio donacionis de ponte Rodulphi, imperatoris, et concessionis theolonii / m I 9. – 2o door 16e-eeuwse hand: Anno 1282. – 3o door 16e-eeuwse hand: R XXXV / R. M I n. – 4o door 17e-eeuwse hand: 30, Capsula imperialium.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, van witte was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 50.

Afschriften

B. eind 13e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 10 (cartularium) = [Liber privilegiorum], fol. 21r-22r (= nieuwe fol. 38r-39r), nr. 43, naar A. – C. 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 31, fol. 179v-181r, onder de rubriek: Item tenores omnium et singulorum exhiborum sequuntur per ordinem in hunc modum et sunt tales, en onder caput: Item litterarum imperialium pie morie serenissimi principis domini Rudolpi, Romanorum regis, sigillo eiusdem, ut prima facie videbatur, regio albe cere rotondo in cordula sericea rubei viridis croceique colorum impendente, in quo ymago imperatoris in dextra ceptrum regale, in sinistra vero pommum imperiale, cum cruce superposita deferent, expressa in circumferentia caracteribus hec verba: Rudolphus, Dei gratia Romanorum rex, semper augustus, sigillatarum et bullatarum signoque imperiali quadrato cum lineacionibus diversisque caracteribus contrapositis, tenores sequuntur tales, naar A. – D. 1640, Ibidem, idem, inv. nr. 1741 (cartularium) = Liber sive regestum originis ecclesie Sancti Seruatii Traiec[tensis] illiusque privilegiorum, donationum ac iurium ex originalibus et libro chartarum manu Ioannis Choris, receptoris capituli, descriptorum, p. 92-93, onder de rubriek: Rudolphus confirmat donationem pontis factam a Conrardo, onvolledig, naar A. – E. 17e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief van het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 48r-50r, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: Confirmatio donationis pontis, item quod omnes cuiuscumque sint conditionis aut status de rebus et bonis suis que per pontem vehuntur tenentur solvere consuetam thelonii pensionem aut impetitionem, mogelijk naar A. – [F]. niet voorhanden, maar bekend uit G, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 55. – G. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 437-438, onder de rubriek: Rudolphus, rex, confirmat privilegium pontis supra Mosam datam capitulo Sancti Servatii declaratque neminem a telonio et passagio esse liberum, 8 kalendas aprilis 1282, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, naar B.

Uitgaven

a. Schaepkens, ‘Archives’, 173-175, naar A. – b. Willemsen, ‘Inventaire’, 177-180, nr. 13, naar A.

Regesten

Verkooren, Inventaire des chartes et cartulaires, 153. – DeBorman, ‘Notice’, 49. – Wauters, Table chronologique VI, 62. – Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 255, nr. 208. – Haas,Chronologische lijst, 75, nr. 193. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 100, nr. 438.

Ontstaan en samenhang

Voor de geïnsereerde oorkonde van rooms-koning Koenraad III d.d. 1139 juni 22 en de bevestiging door paus Innocentius II d.d. 1139 december 18, zie Collectie Sint-Servaas, nrs. 5 en 6. Op 17 september 1274 vaardigde rooms-koning Rudolf I een oorkonde uit inzake de onderhoudskosten van de Maasbrug, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 39. Voor de aflaatverlening door vier aartsbisschoppen en vijftien bisschoppen ten behoeve van de bouw van de Maasbrug d.d. 1284 januari 29 en de goedkeuring daarvan door Jan IV (van Vlaanderen), bisschop van Luik, d.d. 1287 mei 8, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nrs. 51 en 57. Onderhavige oorkonde is door dezelfde hand geschreven als de oorkonde van rooms-koning Rudolf I d.d. 1282 april 7 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 48).

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Thorn

Urkunde 47

Wirtschaftlich
1282 december 12

Reinald I., Graf van Gelre und Herzog van Limburg, bescheinigt, daß Willem II., Herr van Horn (und Altena), und sein erstgeborener Sohn Willem zugunsten der Abtei Thorn auf alle Abgaben und Erhebungsgelder verzichten, die der Herr van Horn als Vormund des Landes Thorn erheben kann, unter Vorbehalt der Vormundschaft über das Dorf Thorn und einiger anderer Rechte.

Reinald I, graaf van Gelre en hertog van Limburg, oorkondt dat Willem II, heer van Horn (en Altena), en zijn eerstgeboren zoon Willem ten behoeve van de abdij van Thorn afstand doen van alle heffingen en beden die de heer van Horn als voogd van het land van Thorn kan heffen, onder voorbehoud van de voogdij over het dorp Thorn en zekere andere rechten.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 62.

Uitgave

a. Van Synghel, DONB, nr. 1282.12.12, zie www.donb.nl/database/weergave/oorkonde/12821212uitgaveDONB2011, naar A.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 47

Wirtschaftlich
1282 april 6

Der römische König Rudolf I. bestätigt und erneuert die Urkunde des römischen Königs Heinrich IV. vom 21. September 1062 über die Übertragung von Gütern in Weert und Dilsen an das Sint-Servaaskapitel in Maastricht, deren Text folgendermaßen lautet

Rooms-koning Rudolf I bevestigt en hernieuwt de oorkonde van rooms-koning Hendrik IV d.d. 21 september 1062 inzake de overdracht van goederen te Weert en Dilsen aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, waarvan de tekst is geïnsereerd.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 884. Gelinieerd. Beschadigd met tekstverlies.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: Confirmatio (later aangevuld) per Rudolphum. – 2o door 14e-eeuwse hand: Privilegium de Wert et Dilsen. – 3o door 16e-eeuwse hand: 29 / k XVII. – 4o door 17e-eeuwse hand: In capsula imperialium. – 5o door 17e-eeuwse hand: Privilegium Rodolphi inserens et confirmans privilegium Henrici super donationem ville de Weert et Dilsen per Ottonem, Thuringie ducem, capitulo fecit via permutationis et cum exclusione domini prepositi, numero 29.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, van witte was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 50.

Afschriften

B. eind 13e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 10 (cartularium) = [Liber privilegiorum], fol. 18r-18v (= nieuwe fol. 35r-35v), nr. 40, naar A. – C. 1640, Ibidem, idem, inv. nr. 1741 (cartularium) = Liber sive regestum originis ecclesie Sancti Seruatii Traiec[tensis] illiusque privilegiorum, donationum ac iurium ex originalibus et libro chartarum manu Ioannis Choris, receptoris capituli, descriptorum, p. 87, onder de rubriek: Confirmat privilegium Henrici 4, imperatoris, onvolledig, naar A. – D. 17e eeuw, Ibidem, idem, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 46r-47v, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: Confirmatio donationis quam marchio Otto de Thuringia capitulo fecit quoad predium situm in Werta et Thilsena, mogelijk naar A. – E. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 436, onder de rubriek: Rudolphus, Romanorum rex, confirmat privilegium Henrici, imperatoris, ecclesie Sancti Servatii concessum, 8 idus aprilis, indictione X, 1282, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, naar B.

Uitgave

a. Winkelmann, Acta imperii II, 1101, nr. 137, indirect naar een afschrift in een cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht (berustend te Parijs, Bibliothèque Nationale, Fonds Latin, cartularium 26, vol III, fol. 107).

Regesten

Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 255-256, nr. 209. – Haas, Chronologische lijst, 76, nr. 195. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 158, nr. 884.

Samenhang

Voor de geïnsereerde oorkonde van Hendrik IV, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 1, alsmede Hackeng, Het middeleeuwse grondbezit, 39-41, 54, 59-60, 63-65, 67, 90-91, 154 en 279-280, nr. 39a (onvolledige uitgave).

Thorn

Urkunde 48

Rechtlich
1283 januari 6

Willem van Born, Pfarrer von Geertruidenberg, verzichtet nach seiner Exkommunikation und Inhaftierung wegen Nichtbefolgung eines Urteils von Jan (von Enghien), Bischof von Lüttich, auf seine Ansprüche im Streit mit der Äbtissin und dem Konvent der Abtei Thorn, einschließlich der versprochenen Verpflichtung gegenüber ihm durch die Ritter Hendrik, Herr van Pietersheim, und Michael, Herr van Rothem. Als zusätzliche Sicherheit versprach er, seine Kirche zu räumen, falls er oder seine Gefährten dagegen vorgehen sollten, und eine Geldstrafe an die Äbtissin von Thorn und das Kapitel (von Sint-Lambert) in Lüttich zu zahlen, wofür er Bürgen benannte.

Willem van Born, pastoor van Geertruidenberg, ziet na zijn excommunicatie en gevangenschap ten gevolge van het niet naleven van een vonnis van Jan (van Enghien), bisschop van Luik, af van zijn aanspraken inzake het geschil met abdis en convent van de abdij van Thorn, waaronder van de beloofde verplichting jegens hem door de ridders Hendrik, heer van Pietersheim, en Michael, heer van Rothem. Tevens belooft hij ter meerdere zekerheid zijn kerk vacant te stellen indien hij of zijn medestanders hiertegen zouden handelen en aan de abdis van Thorn en het kapittel (van Sint-Lambert) te Luik een boete te betalen van elk 100 mark Luiks, waarvoor hij borgen aanstelt.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 58-2. Beschadigd met tekstverlies.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door eind 13e/begin 14e-eeuwse hand: De ecclesia Montis Sancte Gertrudis, 1282. – 2o door 17e-eeuwse hand: M doorgestreept. – 3o door 18e-eeuwse hand: G.

Bezegeling: één bevestigingsplaats (SD1) en vijf bevestigingsplaatsen voor de aangekondigde zegels van Willem, heer van Horn, Gozewijn, heer van Born, Osto, zoon van Gozewijn, heer van Born, Willem, heer van Cranendonk, Walram, heer van Valkenburg en Monschau, en Jan, heer van Haasdal (LS2, LS3, LS4, LS5 en LS6).

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Datering

Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Ontstaan en samenhang

Willem van Born, pastoor van Geertruidenberg, heeft twee oorkonden uitgevaardigd waarin hij afstand doet van zijn aanspraken inzake een geschil met de abdij van Thorn. Onderhavige oorkonde heeft betrekking op zijn relatie met het kapittel van Sint-Lambert te Luik, de tweede op die met de bisschop van Luik en de aartsdiaken d.d. 1283 (kort voor maart 16) (zie Collectie Thorn, nr. 49). Beide oorkonden vertonen sterke dictaatverwantschap, maar zijn niet door dezelfde hand geschreven. Onderhavige oorkonde is wel de vooroorkonde van Collectie Thorn, nr. 49.

Hoewel deze oorkonde niet gekopieerd is in het cartularium van de abdij van Thorn (Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628), bevat dit manuscript wel een verwijzing naar dit stuk onder het afschrift van de oorkonde inzake de relati met de bisschop en de aartsdiaken (Collectie Thorn, nr. 49): Similis adhuc littera habetur quo iste Wilhelmus, investitus de Monte Sancte Gertrudis, obligavit se capitulo Leodiensi contra predictam compositionem non venire debere.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar. De lacunes in A zijn aangevuld naar de oorkonde d.d. 1283 (kort voor maart 16) (zie Collectie Thorn, nr. 49).

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 48

Rechtlich
1282 april 7

Der römische König Rudolf I. bestätigt und erneuert die Urkunde Kaiser Friedrichs I. vom 11. April 1174 über die Rechte der Mitglieder des Maastrichter Sint-Servaaskapitels zu Rosmeer, deren Text eingeschrieben ist.

Rooms-koning Rudolf 1 bevestigt en hernieuwt de oorkonde van keizer Frederik I d.d. 1174 april 11 inzake de rechten van lieden van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht te Rosmeer, waarvan de tekst is geïnsereerd.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 66. Gelinieerd.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Confirmatio imperatoris quod comes Lossensis in hominibus nostris (door latere hand bovengeschreven: de Rosmere) nullam exactionem vel ius debet habere ac quod ipse in eodem iure quod hominibus de Slusen et de Hese iudicatum est debent persistere. – 2o door 14e-eeuwse hand: Roesmer. – 3o door 15e-eeuwse hand: E VII. – 4o door 17e-eeuwse hand: Capsula imperialium. – 5o door 17e-eeuwse hand: 37, Capsula secunda. – 6o door 17e-eeuwse hand: Rudolphus.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, van witte was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 50.

Afschriften

B. 17e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 50r-51v, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: Confirmatio eius quod incole de (hierna aantal punten voor een ontbrekende plaatsnaam) possidentes aliqua bona ad ecclesiam Sancti Seruatii spectantia in nullo subsunt comiti Lossensi neque ipsi ad illa angaria aut servitia prestandum tenentur etc., mogelijk naar A. – E. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 427, onder de rubriek: 1282, Rudolphus, imperator, confirmat privilegium de libertate pagorum et omni onere prestando comiti de Loos, tertio idus aprilis anno 1282, mogelijk naar A.

Uitgave

a. Böhmer, Acta imperii selecta, 338-339, nr. 433 (onvolledig), naar A.

Regesten

Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 256, nr. 210. – Haas, Chronologische lijst, 76, nr. 196. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 55, nr. 66.

Ontstaan en samenhang

Voor de geïnsereerde oorkonde van keizer Frederik I d.d. 1174 april 11, waarin hij de lieden van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht te Rosmeer beschermt en dezelfde rechten geeft als die te Sluizen en Hees, zie Appelt, Die Urkunden Friedrichs I. 1168-1180, 107-108, nr. 617. Zie ook Hackeng, Het middeleeuwse grondbezit, 43, 156 en 301, nr. 79 (onvolledige uitgave). Onderhavige oorkonde is door dezelfde hand geschreven als de oorkonde van rooms-koning Rudolf I d.d. 1282 maart 25 (zie Collectie Sint-Servaas, nr. 46).

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Thorn

Urkunde 49

Rechtlich
1283 (kort voor maart 16)

Willem, Pfarrer von Geertruidenberg, verzichtete nach seiner Exkommunikation und Inhaftierung wegen Nichtbefolgung eines Urteils von Jan (von Enghien), Bischof von Lüttich, auf seine Ansprüche im Streit mit der Äbtissin und dem Konvent der Abtei Thorn, einschließlich der versprochenen Verpflichtung gegenüber ihm durch die Ritter Hendrik, Herr van Pietersheim, und Michael, Herr van Rothem. Außerdem versprach er, seine Kirche - als zusätzliche Sicherheit - räumen zu lassen, falls er oder seine Teilhaber dagegen vorgehen sollten, und der Äbtissin von Thorn und dem Bischof von Lüttich eine Geldstrafe zu zahlen, wofür er Bürgen benennt. Jan (von Flandern), Bischof von Lüttich, billigte diese Bestimmungen ebenso wie Gerard van Nassau, Erzdiakon von Lüttich, der außerdem erklärte, daß er auf Empfehlung der Äbtissin von Thorn einen neuen Pfarrer in Geertruidenberg einsetzen würde, falls Willem die gestellten Bedingungen nicht erfüllen würde.

Willem, pastoor van Geertruidenberg, ziet na zijn excommunicatie en gevangenschap ten gevolge van het niet naleven van een vonnis van Jan (van Enghien), bisschop van Luik, af van zijn aanspraken inzake het geschil met abdis en convent van de abdij van Thorn, waaronder van de beloofde verplichting jegens hem door de ridders Hendrik, heer van Pietersheim, en Michael, heer van Rothem. Tevens belooft hij ter meerdere zekerheid zijn kerk vacant te stellen indien hij of zijn medestanders hiertegen zouden handelen en aan de abdis van Thorn en de bisschop van Luik een boete te betalen van elk 100 mark Luiks, waarvoor hij borgen aanstelt. Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, keurt deze bepalingen goed, evenals Gerard van Nassau, aartsdiaken van Luik, die tevens verklaart op voordracht van de abdis van Thorn een nieuwe pastoor te Geertruidenberg te installeren indien Willem niet zou voldoen aan de gestelde voorwaarden.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 58-1.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door eind 13e-/begin 14e-eeuwse hand: De ecclesia Montis Sancte Ghertrudis, 1282. – 2o door 17e-eeuwse hand: M doorgestreept. – 3o door 18e-eeuwse hand: G.

Bezegeling: drie uithangend bevestigde, dubbel doorgestoken zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S2 van Willem, heer van Horn, van bruine was, licht beschadigd, met CS2. S6 van Willem, heer van Cranendonk, van bruine was, gaaf. S7 van Osto, zoon van Gozewijn, heer van Born, van bruine was, beschadigd; één bevestigingsplaats (SD3) en vier bevestigingsplaatsen voor de aangekondigde zegels van Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, Gerard van Nassau, aartsdiaken van Luik, Gozewijn, heer van Born, Walram, heer van Valkenburg en Monschau, en Jan van Haasdal (LS1, LS4, LS5 en LS8). Voor een beschrijving en afbeelding van S2, S6 en S7, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, respectievelijk 42, 41 en 44-45.

Afschrift

B. eerste helft 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628 (voorheen cartularium nr. 1) = Cartularium abbatiae imperialis Thorensis, 966-1600, p. 70-73 (oude fol. 39v-41r), onder de rubriek: Composicio domini Wilhelmi, investiti de Monte Sancte Gertrudis, cum abbatissa et conventum Thorense et Iohanne, episcopo Leodiense, met in de marge d, M, naar A.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 55-56, nr. 35 (gedateerd 1282). – Habets, Archieven Thorn, 50, nr. 58 (gedateerd 1282 januari 6). – Haas, Chronologische lijst, 74, nr. 191 (gedateerd 1282 januari 6).

Datering

Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII. Bij onderhavige oorkonde ontbreekt de dagtekening in de datatio. Deze oorkonde is hoogstwaarschijnlijk geredigeerd kort voor de oorkonde van Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, d.d. 17 maart 1283 (zie Collectie Thorn, nr. 50), waarin hij naar de twee oorkonden van Willem verwijst (zie Collectie Thorn, nrs. 48 en 49).

Ontstaan en samenhang

Deze oorkonde is niet door dezelfde hand geschreven als de overeenkomst, uitgevaardigd door Willem, pastoor van Geertruidenberg, op 6 januari 1283 (zie Collectie Thorn, nr. 48). Wel is onderhavige oorkonde gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1282-1283. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 45.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar. De lacunes in A zijn aangevuld naar de oorkonde d.d. 1283 januari 6 (zie Collectie Thorn, nr. 48) en naar B. Voor de tekstdelen die aan de vooroorkonde zijn ontleend (Collectie Thorn, nr. 48) en afgedrukt zijn in een kleiner lettertype, zie Van Synghel, Oorkonden Thorn, 150-151.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 49

Kirchlich
1282 april 9

Der römische König Rudolf I. bestätigt und erneuert die Urkunde Kaiser Friedrichs II. vom Dezember 1232 über die Erneuerung und Bestätigung der Urkunde, die dem Sint-Servaaskapitel in Maastricht im Jahr 1087 verliehen wurde.

Rooms-koning Rudolf I bevestigt en hernieuwt de oorkonde van keizer Frederik II d.d. december 1232 inzake de hernieuwing en bevestiging van de in 1087 verleende oorkonde aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, waarvan de tekst is geïnsereerd.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 42. Gelinieerd.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Confirmatio priviliorum (aldus). – 2o door 15e-eeuwse hand: Privilegium imperiale super remissione servitiorum signis diversorum imperatorum robo[***]. – 3o door 16e-eeuwse hand: R. M I n. – 4o door 16e-eeuwse hand: Anno 1282 / z8. – 5o door 17e-eeuwse hand: Cap. 2. – 6o door 17e-eeuwse hand: In capsula imperialium. – 7o door 17e-eeuwse hand: Rudolphi Romanorum regis confirmatio priviligii dati per Fredericum secundum et ulterium Henrici per Fredericum confirmati super libertate ecclesie Sancti Servatii ab aliis quam Henricus regibus vel imperatoribus de data 5 idus aprilis 1282.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, van witte was, randschrift licht beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 50.

Afschriften

B. eind 13e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 10, fol. 19v-21r (= nieuwe fol. 36v-38r), nr. 42, naar A. – C. 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 31 (cartularium), fol. 174r-175v, onder de rubriek: Item tenores omnium et singulorum exhiborum sequuntur per ordinem in hunc modum et sunt tales, mogelijk naar A. – D. 17e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 51v-, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: Confirmatio eius quod ecclesia Sancti Seruatii solis pontificibus et imperialibus subest, dignitas cleri et sedes 20 epi-scoporum, ut folio 2, naar A. – E. 1640, Ibidem, idem, inv. nr. 1741 (cartularium) = Liber sive regestum originis ecclesie Sancti Seruatii Traiec[tensis] illiusque privilegiorum, donationum ac iurium ex originalibus et libro chartarum manu Ioannis Choris, receptoris capituli, descriptorum, p. 89-90, onder de rubriek: Rudolphus confirmat privilegium Henrici 4, onvolledig, naar A. – [F]. niet voorhanden, maar bekend uit G, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 198. – G. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 433, onder de rubriek: Rudolphus, Romanorum rex, confirmat privilegium ab Henrico quarto, imperatore, ecclesie Sancti Servatii datum ac etiam illum a Frederico secundo, datum Oppenheim, 5 idus aprilis 1282, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, naar A.

Uitgave

a. Böhmer, Acta imperii selecta, 339-340, nr. 434 (onvolledig), naar A.

Regesten

Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 257, nr. 211. – Haas, Chronologische lijst, 76, nr. 197. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 52, nr. 42.

Samenhang- en tekstuitgave

Voor de geïnsereerde oorkonde van keizer Frederik II d.d. 1232 december, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 16. Zie ook Hackeng, Het middeleeuwse grondbezit, 43, 156 en 301, nr. 79 (onvolledige uitgave). Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Thorn

Urkunde 50

Rechtlich
1283 maart 17

Jan (van Vlaanderen), Bischof von Lüttich, gibt bekannt, daß Willem van Born, Pfarrer von Geertruidenberg, der aus der Haft freigelassen wurde, nach Vorlesung freiwillig den Bedingungen für die Wiederherstellung des Friedens zwischen ihm und der Äbtissin und dem Konvent von Thorn zustimmt. Auf Willems Bitte hin versieht der Bischof die Urkunde mit seinem Siegel. Jan macht dazu den für die nächsten sechs Monate gültigen Vorbehalt, Änderungen an den Bedingungen vornehmen zu können.

Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, maakt bekend dat Willem, pastoor van Geertruidenberg, zich in zijn bijzijn heeft verzoend met abdis en convent van de abdij van Thorn, waarvan de voorwaarden zijn vastgelegd in de oorkonden d.d. 1283 januari 6 en 1283 (kort voor maart 16) en bevestigt deze onder voorbehoud van het recht om de daarin vervatte bepalingen tot 1 oktober eerstkomend te mogen wijzigen.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 59. Beschadigd met tekstverlies.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door eind 13e/begin 14e-eeuwse hand: De ecclesia Montis Sancte Gertrudis, 1282. – 2o door 17e-eeuwse hand: M doorgestreept. – 3o door 18e-eeuwse hand: G.

Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik (LS1).

Afschrift

B. eerste helft 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628 (voorheen cartularium nr. 1) = Cartularium abbatiae imperialis Thorensis, 966-1600, p. 67-68 (oude fol. 38r-v), onder de rubriek: d, De ecclesia Montis Sancte Gertrudis, met in de marge M, naar A.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 56-57, nr. 36 (gedateerd 1282 maart 17). – Habets, Archieven Thorn, 51, nr. 59 (gedateerd 1282 maart 17). – Haas, Chronologische lijst, 75, nr. 192 (gedateerd 1282 maart 17).

Datering

Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Ontstaan en samenhang

Onderhavige oorkonde hangt nauw samen met twee oorkonden uit 1283, uitgevaardigd door Willem, pastoor van Geertruidenberg, waarnaar in de dispositio wordt verwezen (zie Collectie Thorn, nrs. 48 en 49).

Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1282-1283. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 45.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar. De lacunes in A zijn aangevuld naar B.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 50

Wirtschaftlich
1282 juni 10

Die Schöffen von Maastricht beurkunden, dass Gijsbert van Meeswijk einen jährlichen Cijns von vierzehn Lütticher Schilling und sechs Pfennig, der auf der Bäckerei von Hendrik Soleswich in Maastricht lastet, an Willem, Priester des Beginenhofs Nieuwenhof in Maastricht, verkauft.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Gijsbert van Meeswijk een jaarlijkse cijns van veertien schelling Luiks en zes penning, gevestigd op de bakkerij van Hendrik Soleswich te Maastricht, heeft verkocht aan Willem, priester van het begijnhof Nieuwenhof te Maastricht.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002H, archief Broederschap der kapelanen van Sint-Servaas te Maastricht, 1139-1797, inv. nr. 142. Gaaf bewaard, behoudens de rechterzijde van de pliek, die deels afgeknipt en deels afgescheurd is.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Ad pistrinam [***] ex domo [***] Sancti Nicolai XIIII solidos VI denarios. – 2o door 15e-eeuwse hand: Copiata [***] folio XIX.– 3o door 15e-eeuwse hand: Quarta.

Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Boudewijn Caseus, schepen van Maastricht (LS1); de tweede bevestigingsplaats aan de rechterzijde, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Jan Suevus, schepen van Maastricht (LS2), is verdwenen.

Afschrift

B. 1376, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002H, archief Broederschap der kapelanen van Sint-Servaas te Maastricht, 1139-1797, inv. nr. 4 (cartularium), fol. 19r, onder de rubriek: De quatuordecem solidis et VI denariis ad pistrinam Henrici Soleswiic, in Vico Sueui iuxta Sanctum Nycholaum, pro anniversario Wilhelmi, rectoris altaris Sancti Laurencii (hierna in iulio doorgestreept) et investiti Nove Curie beginarum in iulio, met in de linkermarge: pronunc Mathie de Bunde, pistoris, C III, litterae, naar A.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 56-57 (met onvolledige vertaling), nr. 1282.06.11, naar A (gedateerd 1282 juni 11).

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven’, 24-25, nr. 8. .– Haas, Chronologische lijst, 77, nr. 199. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 219, nr. 142.

Lokalisering

Blijkens de aantekening in het cartularium kan de bakkerij bij de Sint-Nicolaaskerk, in de Wolfstraat te Maastricht, worden gelokaliseerd.

Ontstaan

Onderhavige oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert voor het klooster van Sint-Gerlach te Houthem d.d. 1279 december 28 (zie Van Synghel, Oorkonden Sint-Gerlach, 122-125, nr. 27), voor een monnik, procurator van het hof te Luik, d.d. 1283 maart 10 (Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 652a), voor het Sint-Servaaskapittel te Maastricht d.d. 1284 mei 3, 1285 juni 20 en 1285 juni 25 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nrs. 52, 54 en 55), voor een priester te Maastricht d.d. 1288 maart 30 (Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 642), voor een particulier d.d. 1289 februari 2 en 1291 februari 18 (Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nrs. 652b en 652), voor het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht d.d. 1291 maart 18, 1291 maart 25, 1291 juni 1 en 1291 juni 18 (Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 1643a, 1763, 1643b en 1764), voor het cisterciënzerklooster Dalheim d.d. 1294 mei 26 (Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 665), alsmede een oorkonde van schout en schepenen van Sint-Pieter te Maastricht d.d. 1294 april 25 (Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 816a). Bijgevolg kan deze scriptor worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Thorn

Urkunde 51

Wirtschaftlich
1286 maart 7

Jan van Breill verzichtet zugunsten der Abtei Thorn auf sein Recht an einigen namentlich genannten Schuldnern und deren Angehörigen (in Übach).

Jan van Breill doet afstand van zijn recht op enige wascijnsplichtigen (te Übach) ten behoeve van de abdij van Thorn.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 64. Zwaar beschadigd met tekstverlies.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door eind 13e-eeuwse hand: De hominibus cerocensualibus. – 2o door 16e-eeuwse hand: [***] super quadam renunciacione, parum valet, 1285. – 3o door 17e-eeuwse hand: O.

Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S2 van Hendrik, heer van Rimburg, ridder, van bruine was, beschadigd. – S3 van Dirk van Geilenkirchen, ridder, van bruine was, beschadigd; en twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de overige aangekondigde zegels, met oorkondeteksten op de zegelstaarten (LS1 en LS4). Voor een identificatie, beschrijving en afbeelding van S2 en S3, die niet bevestigd zijn volgens de in de tekst aangekondigde volgorde, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, respectievelijk 43-44 en 45.

Uitgaven

a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 64-65, nr. 40 (gedateerd 15 februari 1285), naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 57-58, nr. 64 (gedateerd 15 februari 1285), naar a.

Regest

Haas, Chronologische lijst, 79, nr. 206 (gedateerd 15 februari 1285).

Datering

Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Tekstuitgave

De lacunes in A zijn aangevuld naar druk a, toen het origineel nog niet beschadigd was.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 51

Kirchlich
1284 januari 29

Vier Erzbischöfe und 15 Bischöfe gewähren einen vierzigtägigen Ablass für alle, die zum Bau einer neuen Steinbrücke über die Maas bei Maastricht beitragen, die die 1275 eingestürzte Holzbrücke ersetzt.

Vier aartsbisschoppen en vijftien bisschoppen verlenen een aflaat van veertig dagen aan allen die bijdragen aan de bouw van een nieuwe stenen brug over de Maas te Maastricht, ter vervanging van de in 1275 ingestorte houten brug.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 439. Blijkens de incisie in de pliek met de rest van een dubbele perkamenten staart, was deze oorkonde voorzien van een (losgeraakt) transfix met de goedkeuring door Jan IV, bisschop van Luik, d.d. 1287 mei 8.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Indulgentie concesse super constructione pontis. – 2o door 15e-eeuwse hand: P. de Hoyo.

Bezegeling: vijfentwintig bevestigingsgaatjes voor negentien zegels; acht uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S4 van Petrus, aartsbisschop van Oristano, van rode was, beschadigd. – S7 van Guido, bisschop van Pavia, van rode was, beschadigd. – S8 van Bartholomeus, bisschop van Tortiboli, van rode was, beschadigd. – S9 van Acerus, bisschop van Växjö, van rode was, beschadigd. – S12 van Otbert, bisschop van Asti, van rode was, beschadigd, met gaaf tegenzegel CS12. – S16 van een niet te identificeren aartsbisschop of bisschop, van rode was, beschadigd. – S18 van Simeon, bisschop van Bagnoregio, van rode was, beschadigd. – S19 van Vincentius, bisschop van Porto, van rode was, beschadigd; en elf bevestigingen voor de aangekondigde zegels van de drie aartsbisschoppen en de overige bisschoppen; boven de laatste bevestiging staat op de pliek: Gaetanus, maar dit correspondeert niet met de twee daaronder hangende zegels. Voor de problematische identificatie, een beschrijving en afbeelding van S4, S7, S8, S9, S12, S16, S18 en S19, zie Venner, ‘Exoten in Limburg’, respectievelijk 27, afb. 2, 29, afb. 9, 29, afb. 10, 29, afb. 11, 27, afb. 3 en 4, 31, afb. 13, 28, afb. 5 en 30, afb. 12 en 12a.

Afschriften

B. eerste helft 17e eeuw (vóór 1648), Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 11 (cartularium) = Cartularium ecclesiae collegialis Sancti Servatii Traiecti ad Mosam, tomus primus, pontificalia et episcopalia, fol. 4r-5v, onder caput: Episcopalia, en onder de rubriek: Indulgentie concesse super constructione pontis, afschrift geauthenticeerd door Hendrik Lenssens, kapittelsecretaris en openbaar notaris, geadmitteerd door de Raad van Brabant, naar A. – [C]. niet voorhanden, maar bekend uit D, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 1 en 172. – D. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 464-466, onder de rubriek: Indulgentie concesse a quatuor archiepiscopis et quindecim episcopis iis qui contribuunt ad profectionem pontis lapidei supra Mosam in oppido Traiectensi, 4 kalendas februarii 1284, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, naar A.

Uitgaven

a. Sedulius, Diva Virgo, 10-11 (onvolledig). – b. ‘Notice historique' (onvolledig), 106, naar a. – c. Schaepkens, ‘Anciens diplȏmes’, 384-386 (gedateerd 1284), naar A. – d. Willemsen, ‘Inventaire’, 182-184, nr. 15, naar A.

Regesten

Habets, ‘Codex diplomaticus’, 47, nr. 83. – Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 260-261, nr. 215. – Haas, Chronologische lijst, 78, nr. 203. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 100, nr. 439.

Ontstaan en samenhang

Onderhavige oorkonde is gebruikt voor de redactio van de oorkonde van Bonaventura, bisschop van Ceos, die op 24 februari 1289 een aflaat verleent (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 60). Voor de bevestiging van onderhavige oorkonde door Jan IV, bisschop van Luik, d.d. 1287 mei 8, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 57.

Datering

Onderhavige oorkonde is gedateerd op 29 januari in het derde pontificaatsjaar van paus Martinus IV, dat loopt van 23 maart 1283 tot en met 22 maart 1284. Bijgevolg is deze oorkonde gedateerd in 1284.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Thorn

Urkunde 52

Wirtschaftlich
1287 januari 23

Osto van Thorn verkauft der Äbtissin von Thorn das Gehöft Cuevorde in der Nähe von Thorn, das er von ihr "ïn cijns" besitzt.

Osto van Thorn verkoopt aan de abdis van Thorn de hoeve Cuevorde, gelegen bij Thorn, die hij van haar in cijns houdt.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 65. 

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e/14e-eeuwse hand: Venditio curtis de Cuvorde. – 2o door 15e-eeuwse hand: Oysto, venditio de Koevort, V. – 3o door tweede helft 18e-eeuwse hand: Curtis de Cuevorde in censum data fuit ab abbatissa Thorensi ac reddita pretio retroaditur per presens instrumentum, Broeckmeulen. – 4o door 18e-eeuwse hand: 1286, A

Bezegeling: drie bevestigingsplaatsen voor de aangekondigde zegels van Walram, heer van Valkenburg, Gozewijn, heer van Born, en Osto, zoon van Gozewijn, heer van Born (LS1, LS2 en LS3). 

Afschriften

B. 18e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1629 = Codex of cartularium IV, 992-1762 (band notariële afschriften abdij Thorn), p. 51, met opgave van drie zegelplaatsen, eenvoudig afschrift. – C. laatste kwart 18e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1631, Cartularium, p. 17-19, onder de rubriek: Osto de Thorne cedit domine abbatisse Thorensi prediolum seu villam dictam Cuevorde anno 1286, met opgave van drie bezegelingsplaatsen, eenvoudig afschrift, naar A.

Uitgaven

a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 65-66, nr. 41(gedateerd 23 januari 1286), naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 58-59, nr. 65 (gedateerd 23 januari 1286), naar a.

Regest

Haas, Chronologische lijst, 81, nr. 211 (gedateerd 23 januari 1286).

Datering

Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 52

Wirtschaftlich
1284 mei 3

Die Schöffen von Maastricht bescheinigen, dass Arnoud, ehemaliger Werkmeister der Sint-Servaaskirche in Maastricht, seine Frau und ihre Kinder auf einen jährlichen Cijns von sieben Lütticher Schilling und vier Pfennig verzichtet haben, der auf dem Haus (in Maastricht) lastet, in dem Hendrik dee Oude, Fleischhauer, lebt.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Arnoud, gewezen werkmeester van de Sint-Servaaskerk te Maastricht, zijn echtgenote en hun kinderen afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns van zeven schelling Luiks en vier penning, gevestigd op het huis (te Maastricht) waarin Hendrik de Oude, vleeshouwer, woont.

Originelen

A1. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 454.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: Littera de diversis censibus. – 2o door 14e-eeuwse hand: De IIIIor solidis pertinentibus ad altare sanctorum Monulphi et Gundulphi et de XL denariis pertinentibus ad festum transfiguracionis, 17. – 3o door 16e-eeuwse hand: 1284. – 4o door 17e-eeuwse hand: III.

Bezegeling: twee bezegelingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Boudewijn Caseus en Jan Suevus, schepenen van Maastricht (LS1 en LS2).

[A2]. Niet voorhanden, maar bekend uit A1.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 57-58 (met onvolledige vertaling), nr. 1284.05.03, naar A1.

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven’, 25-26, nr. 9. – Haas, Chronologische lijst, 79, nr. 204. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 102, nr. 454.

Ontstaan

Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 50 onder Ontstaan.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Thorn

Urkunde 53

Rechtlich
1287 juli 3

Angekündigt ist das Ersuchen des Dekans und des Kantors des Kapitels Unserer Lieben Frau in Maastricht im Namen der Äbtissin und des Konvents von Thorn einerseits und des Pfarrers von Thorn andererseits, den Dekan und das Kapitel der Kathedrale von Lüttich zu konsultieren, um ihren Streit über die Novalzehnten in der Pfarrei von Thorn beizulegen. Der Dekan und der Kantor des Kapitels Unserer Lieben Frau ernannten Johannes, den Pfarrer von Thorn, zu ihrem Vertreter, um diesen Rechtsrat in Lüttich einzuholen.

Beoorkond wordt het verzoek van deken en cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht namens abdis en convent van Thorn enerzijds en de pastoor van Thorn anderzijds om de deken en het kapittel van de domkerk van Luik te raadplegen inzake de beslechting van hun geschil over de novale tienden in de parochie van Thorn. Deken en cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel hebben Jan, pastoor van Thorn, als hun vertegenwoordiger aangesteld om dit juridisch advies te verwerven in Luik.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 66. Beschadigd met tekstverlies.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 16e-eeuwse hand: Compositio inter capittulum et investitum Thorensem, 1367 (sic), T. – 2o door 17e-eeuwse hand: V.

Bezegeling: door het uitscheuren van het perkament onderaan kan niet meer worden vastgesteld of de aangekondigde bezegeling is aangebracht.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 66-67, nr. 42. – Habets, Archieven Thorn, 59-60, nr. 66. – Haas, Chronologische lijst, 83, nr. 218.

Samenhang

Voor de overeenkomst tussen abdis en convent van de abdij van Thorn met de pastoor van Thorn, de scheidsrechtelijke uitspraak door deken en cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, alsmede het verzoek aan de bisschop van Luik om deze te bekrachtigen, zie Collectie Thorn, respectievelijk nrs. 54, 55 en 58.

Tekstuitgave

De ontbrekende delen van woorden in A zijn waar mogelijk aangevuld.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 53

Wirtschaftlich
1285 maart 4

Jan I., Herzog von Brabant, befiehlt seinen Männern in Maastricht, ihr Getreide in der Mühle des Sint-Servaaskapitels in Maastricht mahlen zu lassen.

Jan I, hertog van Brabant, gelast zijn mannen te Maastricht hun graan te laten malen in de molen van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 819.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Mandatum domini (door schrijfhand bovengeschreven) Iohannis (door schrijfhand bovengeschreven), ducis Iohannis (door latere hand bovengeschreven) Brabancie, ad scultetum penale super facto molendini brachii / cap/4. – 2o door 16e-eeuwse hand: anno 1284 / 98. – 3o door 17e-eeuwse hand:II / In capsula ducalium / excopiatum 6. – 4o door 18e-eeuwse hand: JO 17.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van Jan I, hertog van Brabant, van bruine was, beschadigd, met CS1, gaaf. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en CS1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 51.

Afschriften

B. 17e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 4r-4v, onder caput: Ducalia, en onder de rubriek: Mandatum domini Iohannis, ducis Brabantie, penale ad schultetum super facto molendini brasii, gewaarmerkt afschrift door Hendrik Lenssens, kapittelsecretaris en openbaar notaris, geadmitteerd door de Raad van Brabant, naar A. – C. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 463, onder de rubriek: Mandatum Ioannis, ducis Brabantie, de molendino brasii ad ecclesiam Sancti Servatii pertinente, anno 1283, die martis post Letare, mogelijk naar A. – D. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 465, onder de rubriek: 1285, Mandatum Ioannis, ducis Brabantie, de molendino brasii ad capitulum Sancti Servatii a hominibus ducis frequendando, anno Domini 1284, die qua cantatur Letare Ierusalem, mogelijk naar A.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 262, nr. 217. – Haas, Chronologische lijst, 79-80, nr. 207. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 150, nr. 819.

Datering

Het gebruik van de paasstijl door de hertogen van Brabant is aangenomen, zie Camps, ONB I, XXI.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Thorn

Urkunde 54

Wirtschaftlich
1287 juli 13

Guda (van Rennenberg), Äbtissin, und Konvent der Abtei Thorn schenken Jan van Baexem, Pfarrer von Thorn, jährlich Roggen und Hafer, solange er lebt. Auf die Gefahr hin, dieses Geschenk zu verlieren, verspricht Jan, eine päpstliche oder andere Bestätigung zugunsten der Äbtissin und des Konvents über die Erhebung von zwei Dritteln der Novalzehnten in den Kirchen, deren Patronatsrecht sie haben, zu genehmigen. Sollte dazu eine Urkunde erforderlich sein, wird er sie mit seinem eigenen Siegel besiegeln.

Guda (van Rennenberg), abdis, en convent van de abdij van Thorn geven aan Jan van Baexem, pastoor van Thorn, jaarlijks tien malder rogge en tien malder haver zolang hij leeft. Jan belooft op gevaar van verlies van deze schenking zijn goedkeuring te hechten aan een pauselijke of een andere bevestiging ten gunste van abdis en convent inzake de heffing van twee derden van de novale tienden in de kerken waarvan zij het patronaatsrecht hebben. Indien hiervoor een oorkonde moet worden opgesteld, dan zal hij die met zijn eigen zegel bezegelen.

Origineel

[A]. niet voorhanden, maar bekend uit B.

Afschrift

B. 14e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 102a, naar [A].

Uitgave

a. Habets, Archieven Thorn I, 60, nr. 67, naar B.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 54

Wirtschaftlich
1285 juni 20

Die Schöffen von Maastricht bestätigen, dass Arnoud, Diener der Sint-Servaaskitche in Maastricht, und seine Frau Margareta einen jährlichen Cijns von einer Lütticher Mark gestiftet haben, der auf dem Haus mit der dahinter liegenden Scheune (in Maastricht) lastet, und von Adam, dem Hersteller von Kupfertöpfen, bewohnt wird, zu Gunsten von sechs Altären in der Kirche sowie denselben jährlichen Cijns an Dekan und Kapitel von Sint-Servaas für seine Jahrzeitmesss.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Arnoud, dienaar van de Sint-Servaaskerk te Maastricht, en zijn echtgenote Margareta een jaarlijkse cijns van één mark Luiks hebben geschonken, gevestigd op het huis met achterliggende schuur (te Maastricht) dat wordt bewoond door Adam, maker van koperen potten, ten bate van zes altaren in de kerk, alsmede eenzelfde jaarlijkse cijns aan deken en kapittel van Sint-Servaas voor zijn jaargetijde.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 455.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Arnoldi, officiati ecclesie, de XX solidis pertinentibus ad sex altaria; item de aliis XXti solidis pertinentibus ad suum anniversarium, 18 / a 33. – 2o door 16e-eeuwse hand: 326 / 1285.

Bezegeling: vier bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de niet aangekondigde zegels van Boudewijn Caseus, Jan Suevus, Olbert Colsop en Godfried (Christofori of) van Montenaken, schepenen van Maastricht (LS1, LS2, LS3 en LS4).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgaven

a. Doppler, ‘Schepenbrieven’, 26-27, nr. 10, naar A. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 63-64 (met onvolledige vertaling), nr. 1285.06.20, naar A.

Regesten

Haas, Chronologische lijst, 80, nr. 208. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 102, nr. 455.

Ontstaan

Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 50 onder Ontstaan.

Thorn

Urkunde 55

Rechtlich
1287 juli 14

Alexander und Hendrik, Dekan bzw. Kantor des Kapitels Unserer Lieben Frau in Maastricht, werden zu Schiedsrichtern ernannt in einem Streit zwischen Äbtissin und Konvent der Abtei Thorn auf der einen Seite und Jan, Pfarrer von Thorn, auf der anderen Seite. Dei diesem Streit geht es um die Novalzehnten in der Pfarrei Thorn, die Kanonikerschaft, Jans Präbende (kirchliche Pfründe) und bestimmte Rechte in der Pfarrei. Nach Verlesung der Urkunde mit dem dazugehörigen Kompromiß und nach eingehender Beratung fällten sie ein Urteil, dem sich beide Parteien freiwillig unterwarfen.

Alexander, deken, en Hendrik van Houthorne, cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, doen uitspraak in het geschil tussen abdis en convent van de abdij van Thorn enerzijds en Jan, pastoor van de parochiekerk van Thorn, anderzijds inzake de novale tienden in de parochie van Thorn, het kanonikaat, zijn prebende en zekere parochiale rechten.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 68.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 16e-eeuwse hand: Declaratio arbitralis ex parte capituli et pastoris in Thoren super decimis tam maioribus, minutis quam novalibus et multis aliis, 1287. ‒ 2o door 17e-eeuwse hand: T doorgestreept. ‒ 3o door 18e-eeuwse hand: I.

Bezegeling: vijf uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Alexander, deken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, van bruine was, beschadigd, met op de zegelstaart decanus. ‒ S3 van Guda van Rennenberg, abdis van Thorn, van bruine was, beschadigd, met op de zegelstaart abbatissa. ‒ S4 van het convent van de abdij van Thorn, van bruine was, beschadigd, met op de zegelstaart conventus. ‒ S5 van Jan van Baexem, pastoor van de parochiekerk van Thorn, van bruine was, beschadigd, met op de zegelstaart investitus. ‒ S6 van Jan, proost van het Sint-Andreaskapittel te Keulen, van bruine was, licht beschadigd, met op de zegelstaart [***un***]; en drie bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de overige drie overige aangekondigde zegels van Hendrik, cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, (LS2), van Jan van Geistingen, kanunnik van het Sint-Pieterskapittel te Kortessem, met op de zegelstaart Iohannes de (LS7) en van Hendrik van Baexem, ridder, met op de zegelstaart H. de (LS8), Voor een beschrijving en afbeelding van S1, S3, S4, S5 en S6, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, respectievelijk 24-25, 34, 32-34, 35 en 20-21.

Afschriften

B. eerste helft 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628 (voorheen cartularium nr. 1) = Cartularium abbatiae imperialis Thorensis, 966-1600, p. 98-99 (oude fol. 53v-54r), onder de rubriek: E, Concordia inter abbatissam et conventum Thorensem cum Iohanne de Baexen, investito parrochialis ecclesie Thorensis, naar A. – C. 1669, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1629 = Codex of cartularium IV, 992-1762 (band notariële afschriften abdij Thorn), p. 53-55, authentiek afschrift door J. Bachuys, apostolisch notaris, naar A.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 67-69, nr. 43 (gedateerd 1287 juli 29). – Habets, Archieven Thorn, 60-61, nr. 68 (gedateerd 1287 juli 29). – Haas, Chronologische lijst, 83, nr. 219.

Samenhang

Voor het verzoek om juridisch advies door deken en cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht aan deken en kapittel van de domkerk te Luik, alsmede het verzoek aan de bisschop van Luik om de scheidsrechtelijke uitspraak te bekrachtigen, zie respectievelijk nrs. 53 en 58.

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 55

Wirtschaftlich
1285 juni 25

Die Schöffen von Maastricht beurkunden, dass Arnoud, Diener der Sint-Servaaskirche in Maastricht, seine Frau und seine Kinder auf einen jährlichen Cijns von einer Lütticher Mark , die auf seinem Wohnsitz (in Maastricht) lastet, zugunsten des Dekans und des Kapitels von St. Servaas verzichten.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Arnoud, dienaar van de Sint-Servaaskerk te Maastricht, zijn echtgenote en hun kinderen afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns van één mark Luiks, gevestigd op zijn woonhuis (te Maastricht), ten behoeve van deken en kapittel van Sint-Servaas.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 456.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: De XXti solidis quos Henricus Specht emit ad anniversarium domini Ottonis de Iuliaco, prepositi, 19 / S / III / c 31. – 2o door 16e-eeuwse hand: 1285 / 182.

Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die niet aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Boudewijn Caseus, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S2 van Jan Suevus, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 170-171, afb. 17, en Idem, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 162.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 64-65 (met onvolledige vertaling), nr. 1285.06.25, naar A.

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven’, 27, nr. 11. – Haas, Chronologische lijst, 80, nr. 209. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 102, nr. 456.

Ontstaan

Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 50 onder Ontstaan.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Thorn

Urkunde 56

Varia
1287 augustus 9

Willem, Probst von Sint-Gerlach in Houthem, übergibt eine Abschrift der Urkunde vom (25. Dezember 1231-23. September) 1232 über den Verkauf von abgabepflichtigen Feldern in Houthem durch Jan Grusziere an das Kloster Sint-Gerlach, mit Zustimmung der Kirche Unserer Lieben Frau in Thorn.

Willem, proost van Sint-Gerlach te Houthem, geeft een afschrift van de oorkonde d.d. (1231 december 25-) 1232 (september 23) inzake de verkoop door Jan Gruszere van cijnsplichtige akkers te Houthem aan het klooster Sint-Gerlach, met instemming van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Thorn.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 69. Gelinieerd.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 17e-eeuwse hand: Ioannes Crasgert vendidit agros censuales cum consensu capituli, 1287, V doorgestreept. – 2o door 18e-eeuwse hand: C.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van Willem proost van Sint-Gerlach te Houthem, van groene was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 34-35.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Habets, Archieven Thorn, 61-62, nr. 69. – Haas, Chronologische lijst, 83, nr. 220.


Sint-Servaaskapitel

Urkunde 56

Wirtschaftlich
1285 oktober 6

Die Schöffen von Maastricht beurkunden, dass Gerard van Boxberc einen jährlichen Cijns von achtzehn Lütticher Schilling, die auf dem Haus von Reinier, dem Sohn des verstorbenen Anton, lastet, zugunsten von sechs Altären in der Stint-Servaaskirche in Maastricht überträgt.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Gerard van Boxberc een jaarlijkse cijns van achttien schelling Luiks, gevestigd op het huis van Reinier, zoon van wijlen Anton, heeft overgedragen ten bate van zes altaren in de Sint-Servaaskerk te Maastricht.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002H, archief Broederschap der kapelanen van Sint-Servaas te Maastricht, 1139-1797, inv. nr. 143.

Aantekening op de achterzijde: 1o door 18e-eeuwse hand: 1285 6 octobris.

Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S2 tweede zegel van Godfried Christofori (of van Montenaken), schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S3 van Robert de Moneta, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd; en één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Olbert (Colsop), schepen van Maastricht (LS1). Voor een beschrijving en afbeelding van S2 en S3, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 175, afb. 34 en 175, afb. 36.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgaven

a. Willemsen, ‘Inventaire’, 186-187, nr. 17, naar A. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 65-66 (met onvolledige vertaling), nr. 1285.10.06, naar A.

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven’, 27-28, nr. 12. – Haas, Chronologische lijst, 80, nr. 210. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 219, nr. 143.

Ontstaan

Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 38 onder Ontstaan.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Thorn

Urkunde 57

Kirchlich
1287 augustus 24

Guda van Rennenberg, Äbtissin, und der Konvent der Abtei Thorn gründen in Thorn einen Beginenhof für zwölf Beginen und übertragen zu diesem Zweck Klostergüter, Pachten und Einkünfte in Eisden, die aus dem Besitz von Mabilia, Witwe von Hendrik, Vormund von Eisden, und ihren Kindern stammen. Guda und der Konvent verpfänden diese Güter an die Begine Ida, Witwe von Hendrik Pauwens, und treffen auch Bestimmungen über deren Verwendung. Schließlich legen sie die Pflichten der Beginen fest.

Guda van Rennenberg, abdis, en het convent van de abdij van Thorn stichten een begijnhof te Thorn voor twaalf begijnen en wijzen daartoe abdijgoederen, renten en inkomsten aan te Eisden, afkomstig uit de goederen van Mabilia, weduwe van Hendrik, voogd van Eisden en haar kinderen, waarmee zij de begijn Ida, weduwe van Hendrik Pauwens, belenen. Tevens stellen zij bepalingen op ten aanzien van het gebruik van deze goederen en inkomsten en leggen de verplichtingen van de begijnen vast.

Origineel

[A]. Niet voorhanden.

Vertalingen

B. 17e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 70, vertaling in de taal van de streek, van [A]. – [C]. niet voorhanden, maar bekend uit Habets, Archieven Thorn, 62-63, Duitse vertaling.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regest

Habets, Archieven Thorn, 62-63, nr. 70. 

Sint-Servaaskapitel

Urkunde 57

Kirchlich
1287 mei 8

Jan IV. (van Vlaanderen), Bischof von Lüttich, genehmigt am 29. Januar 1284 die Ablassurkunde von vier Erzbischöfen und 15 Bischöfen über den Bau einer Steinbrücke über die Maas bei Maastricht.

Jan IV (van Vlaanderen), bisschop van Luik, hecht zijn goedkeuring aan de aflaatoorkonde d.d. 1284 januari 29 van vier aartsbisschoppen en vijftien bisschoppen inzake de bouw van een stenen brug over de Maas te Maastricht.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 440. Oorspronkelijk getransfigeerd aan de aflaatoorkonde d.d. 1284 januari 29.

Aantekening op de achterzijde: 1e door 17e-eeuwse hand: In capsula episcopalium, excopiatum numero 5o.

Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Jan IV van Vlaanderen, bisschop van Luik (LS1).

Afschriften

B. eerste helft 17e eeuw (vóór 1648), Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 11 (cartularium) = Cartularium ecclesiae collegialis Sancti Servatii Traiecti ad Mosam, tomus primus, pontificalia et episcopalia, fol. 5r, onder caput: Episcopalia, afschrift geauthenticeerd door Hendrik Lenssens, kapittelsecretaris en openbaar notaris, geadmitteerd door de Raad van Brabant, naar A. – [C]. niet voorhanden, maar bekend uit D, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 1v en 173. – D. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 466, onder de rubriek: Episcopus Leodiensis approbat et laudat indulgentias datas ab archiepiscopis et episcopis eis qui contibuunt (aldus) ad refectionem pontis Mose, 10 maii 1284, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, mogelijk naar A.

Uitgave

a. Schaepkens, ‘Archives’, 166, naar A.

Regesten

Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 263, nr. 220. – Haas, Chronologische lijst, 82, nr. 215. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 100, nr. 440.

Samenhang

Voor de aflaatoorkonde van de vier aartsbisschoppen en vijftien bisschoppen d.d. 1284 januari 29, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 51.

Thorn

Nummer 58

Rechtlich
1287 oktober 1


Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn alsmede Jan, pastoor van Thorn, verzoeken Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, de uitspraak van de scheidslieden inzake hun geschil over de tienden te Thorn te bekrachtigen.

Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn alsmede Jan, pastoor van Thorn, verzoeken Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, de uitspraak van de scheidslieden te bekrachtigen inzake hun geschil over de tienden te Thorn.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 71. 

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 17e-eeuwse hand: Compositio decimarum inter abbatissam et capitulum ex una necnon pastorem Thorensem ex alia parte partibus. – 2o door 17e-eeuwse hand: 1287. – 3o door 17e-eeuwse hand: V boven doorgestreepte letter. – 4o door 18e-eeuwse hand: J.

Bezegeling: drie uithangend bevestigde zegels die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van de abdij van Thorn, van bruine was, beschadigd. – S2 van Guda van Rennenberg, abdis van Thorn, van bruine was, beschadigd. – S3 van Jan, pastoor van Thorn, van bruine was, licht beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, S2 en S3, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, respectievelijk 32-33, 34 en 35.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 71, nr. 45. – Habets, Archieven Thorn, 63, nr. 71. – Haas, Chronologische lijst, 84, nr. 221.

Samenhang

Voor het verzoek om juridisch advies door deken en cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht aan deken en kapittel van de domkerk te Luik, alsmede de scheidsrechtelijke uitspraak, zie respectievelijk nrs. 53 en 55.

Niks gevonden

Er komen in onze database geen oorkonden voor die overeenkomen met de zoekwoorden of filters die heeft toegepast. Reset alle filters en probeer opnieuw.

Partner

Spender

Familie Beijer
© 2026 WaarvanAkte.eu, eine Initiative der Stiftung Limburgse Oorkonden
Erstellt von Rocket Factory