Nummer 30

1280 juni 18
type
Economic
Share this charter

Brief summary

Hendrik van Tweebergen, knight, revokes his earlier will and, with the consent of his wife Regena, makes new provisions concerning the donation of his farm at Bighet before Arnoud, parish priest of the church of St. Jan in Maastricht, Dirk, chaplain of that church, Wolfard, brother of the order of St. Victor (the Wittevrouwen convent) in Maastricht, and Jan Suevus and Godfried, son of Florens, aldermen of Maastricht. He appoints new representatives to implement them and records a number of donations to the church of St. Servaas, the fraternity of Our Lady and the church of Our Lady, the Table of the Holy Spirit, the church of St. Jan, and the prioress and community of the sisters of the order of St. Victor (the Wittevrouwen convent) in Maastricht.

Latin text of the charter

In nomine sancte et individue Trinitatis.

Ego Henricus de Duobus Montibus, miles, universis tam presentibus quam futuris presentibus litteris cupio esse notum quod ego iamdudum pro iniuriis meis, si quas aliquibus quabuscumque intuli, et debitis meis persolvendis, assignavi curiam meam in Bighet cum omnibus pertinentiis suis, ita quod ab instanti festo Nativitatis beati Iohannis Baptiste redditus seu proventus dicte curie dari deberent proporcionaliter in solutionem dictarum iniuriarum et debitorum, et sic deinceps singulis annis donec dicte iniurie et debita forent plenarie persoluta. Quibus solutis voluimus ut dicta curia ad eos rediret ad quos de iure pertinere deberet et super hiis executioni mandandis et adimplendis Lambertum, filium meum, et Godefridum de Schawyher, consangwineum meum, meos constitui mumburnos. Nunc autem alio usus consilio, dictam mumburgiam ab ipsis Lamberto et Godefrido ad me revoco ex certa scientia et spontanea voluntate et in presentiaa venerabili domine Arnolde, plebane ecclesie Sancti Iohannis, domine Theodrice, eius capellane, fratri Wolfarde, ordinis Sancti Victoris, Iohannes dicte Sweuis et Godefride, filii Flormanni, scabini Traiectenses, testibus ad hoc vocatis et rogatis, nunc de novo compos mentis mee ordino et volo ut dicta curia de Bighet cum omnibus pertinenciis suis in puram sit elemosinam assignata ita quod de redditibus dicte curie iniurie mee et debita mea usque ad firmam centum et quinquaginta marcarum persolvantur. Si bona plura inventa fuerint, volo et ordino ut defectus ipse deinceps de ipsis redditibus suppleatur donec omnibus plenarie vel amicabiliter satisfiat. Si vero minora inventa fuerint, volo et ordino quod quidquid remanserit ultra iniurias et debita persolvendas de summa centum et quinquaginta marcarum, pro remedio anime mee in elemosinas convertatur. Et super hiis omnibus exequendis et adimplendis constituo loco mei, quamdiu vixero et post mortem meam, meos mundiburnos, dominum Vdonem de Colmont, canonicum ecclesie Sancti Servacii Traiectensis, Regenam, coniugem meam, Osiliam, Elisabet et Tulam, filias meas, ut de hiis respondeant, ordinent et faciant prout ipsis secundum Deum et salutem anime mee videbitur expedire. Item do, lego et assigno ecclesie Beati Servacii unum sextarium frumenti, cuius medietas post mortem meam, alia medietas post mortem predicte coniugis mee persolvetur in perpetuum. Item do, lego et assigno unum sextarium frumenti fraternitati Beate Marie virginis in perpetuum, cuius similiter medietas post mortem meam, alia post mortem dicte coniugis mee persolvetur. Item do, lego et assigno ecclesie Beate Marie Maioris unum sextarium frumenti in perpetuum, omnis medietas post mortem meam, alia medietas similiter post mortem dicte coniugis mee persolvetur, ita quod apud dictas ecclesias meus et coniugis mee anniversarius singulis annis in perpetuum celebretur. Item do, lego et assigno Sancto Spiritu unum sextarium frumenti, nunc in festo Omnium Sanctorum et deinceps in perpetuum annis singulis persolvendum. Et predictos quatuor sextarios frumenti assigno recipiendos in tribus bonuariis terre arabilis que sita sunt iuxta Kaudenbergh, que teneo de domino de Pitersheym pro annuo censu et frumentum tale solvetur quale creverit in dictis bonuariis vel equipollens. Item do, lego et assigno ecclesie Sancti Iohannis duos solidos Leodiensis ad luminaria dicte ecclesie, recipiendos singulis annis in domo nostra que sita est in ruella quam nunc inhabitat soror plebani Sancti Iohannis predicti. Item do, lego et assigno priorisse et conventui sororum ordinis sancti Victoris Parisiensis in Traiecto decem solidos Leodiensis, singulis annis recipiendos in domo nostra apud Tweynbergen, quam nunc inhabitat Volcwinus, ita quod quinque solidi post mortem meam, alii quinque solidi post mortem mee coniugis persolvantur, ita quod in perpetuum singulis mensibus per missam pro defunctis mea et uxoris mee memoria habeatur.

Hec omnia do, lego et assigno in puram elemosinam de consensu coniugis mee predicte, rogans et supplicans ut vos, predicti plebanus, capellanus et frater necnon et scabini quos ad hoc testes vocati et rogati, vestra sigilla apponere dignemini presentibus litteris in testimonium premissorum. Et nos Arnoldus, plebanus, Theodricus, capellanus suus, et frater Wolfardus necnon et nos Iohannes et Godefridus, scabini predicti, vocati et rogati, testes sumus premissorum et quod dictus dominus Henricus de Duobus Montibus, miles, coram nobis tamquam testibus hec omnia ordinavit, statuit, dedit, legavit et assignavit.

In cuius rei testimonium sigilla nostra duximus apponenda.

Datum anno Domini millesimo CCmo LXXXmo, feria tercia post octavas Penthecostes.

a hierna is de vocatief, de rechtstreekse aanspreekvorm, gebruikt A.

Dutch translation

Hendrik van Tweebergen, ridder, maakt bekend dat hij kort geleden voor de onrechtmatige handelingen, indien hij die jegens wie dan ook op welke manier dan ook zou hebben begaan, én voor de aflossing van zijn schulden, zijn hoeve te Bighet met alle toebehoren heeft aangewezen om vanaf 24 juni eerstkomend de opbrengsten van deze hoeve daarvoor naar evenredigheid in te zetten, en zo vervolgens elk jaar totdat deze volledig zijn afgelost. Nadat alles zou zijn afgelost, wilde hij dat deze hoeve zou teruggaan naar degene aan wie ze rechtens zou toebehoren. En om dit bevel uit te voeren heeft hij Lambert, zijn zoon, en Godfried van Scherwier, zijn bloedverwant, als gevolmachtigden aangesteld. Nu echter herroept hij, gebruik makend van een ander advies, met zekere kennis en uit vrije wil, de volmacht van Lambert en Godfried en in tegenwoordigheid van Arnoud, pastoor van de Sint-Janskerk, Dirk, kapelaan van de Sint-Janskerk, broeder Wolfard, (provisor van het klooster) van de orde van de heilige Victor (het Wittevrouwenklooster), Jan Suevus en Godfried, zoon van Florens, schepenen van Maastricht, hiertoe als getuigen opgeroepen en gevraagd. Hij bepaalt nu, gezond van geest, dat hij de hoeve van Bighet met alle toebehoren als zuivere schenking heeft toegewezen om uit de opbrengsten van deze hoeve zijn onrechtmatige handelingen en schulden tot een pachtsom van honderdvijftig mark af te betalen. Indien er meer goederen worden gevonden, dan wil hij dat het tekort uit diezelfde opbrengsten wordt aangezuiverd totdat iedereen volledig of in der minne is schadeloos gesteld. Als er echter minder goederen worden gevonden, dan wil hij dat alles wat resteert van de honderdvijftig mark om zijn onrechtmatige handelingen en schulden te voldoen, wordt omgezet in giften voor zijn zielenheil. En om dit uit te voeren en te voltooien stelt hij in zijn plaats, zolang hij leeft en na zijn dood, als gevolmachtigden Udo van Colmont, kanunnik van de Sint-Servaaskerk te Maastricht, zijn echtgenote Regena en zijn dochters Osilia, Elisabeth en Tula aan om te doen zoals hun goed lijkt voor God en zijn zielenheil. Verder schenkt hij aan de Sint-Servaaskerk één sister tarwe, waarvan de ene helft na zijn dood en de andere na de dood van zijn echtgenote eeuwig moet worden betaald. Ook schenkt hij eeuwig aan de broederschap van Onze Lieve Vrouw én aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk ieder één sister tarwe, waarvan de ene helft na zijn dood, de andere na het overlijden van zijn echtgenote moet worden betaald, zodat in deze kerken zijn jaargetijde en dat van zijn echtgenote eeuwig wordt gevierd. Verder schenkt hij aan (de Tafel van) de Heilige Geest één sister tarwe, op 1 november eerstkomend en vervolgens eeuwig elk jaar. En deze vier sister tarwe wijst hij toe uit drie bunder bouwland naast Caberg, die hij van de heer van Pietersheim houdt voor een jaarlijkse cijns zoals de tarwe daar groeit op dat akkerland of gelijkwaardig. Verder schenkt hij aan de Sint-Janskerk twee schelling Luiks voor de verlichting van de kerk, elk jaar te ontvangen uit zijn huis in het straatje waar nu de zus van de pastoor van de Sint-Janskerk woont. Ook schenkt hij aan priorin en convent van de zusters van de orde van de heilige Victor van Parijs te Maastricht (het Wittevrouwenklooster) tien schelling Luiks, elk jaar te ontvangen uit zijn huis te Tweebergen waar Folkwin nu in woont, zodat vijf schelling na zijn dood en de andere vijf na de dood van zijn echtgenote worden uitgekeerd om eeuwig iedere maand ter gedachtenis aan hen beiden een mis voor de overledenen op te dragen.

Hendrik heeft alles met instemming van zijn echtgenote geschonken en Arnoud, Dirk, Wolfard, Jan en Godfried getuigen dat Hendrik dit ten overstaan van hen heeft bepaald, geschonken en toegewezen.

Op verzoek van Hendrik hebben Arnoud, Dirk, Wolfard, Jan en Godfried bezegeld.

Gegeven op 18 juni 1280.

Persons named
Arnoud, pastoor van de Sint-Janskerk te Maastricht
Dirk, kapelaan van de Sint-Janskerk te Maastricht
Elisabeth, dochter van Hendrik van Tweebergen
Florens, vader van Godfried
Folkwin, inwoner van Tweebergen
Godfried van Scherwier, bloedverwant van Hendrik van Tweebergen
Godfried, zoon van Florens, schepen van Maastricht
Hendrik van Tweebergen, ridder, man van Regena, vader van Lambert, Elisabeth, Osilia en Tula, bloedverwant van Godfried van Scherwier
Jan Suevus, schepen van Maastricht, vader van Rutger
Lambert, zoon van Hendrik van Tweebergen
Luik — hof — officialaat
Maastricht — Onze Lieve Vrouw — broederschap
Maastricht — Onze Lieve Vrouw — kapittel, kerk
Maastricht — Sint-Janskerk — pastoor
Maastricht — Sint-Servaas — kapittel; kerk
Maastricht — Tafel van de Heilige Geest
Maastricht — Wittevrouwenklooster — priorin en convent
Osilia, dochter van Hendrik van Tweebergen
Pietersheim — heer
Regena, echtgenote van Hendrik van Tweebergen
Tula, dochter van Hendrik van Tweebergen
Udo van Colmont, kanunnik van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht
Wolfard, broeder, provisor van de orde van de heilige Victor te Maastricht (Wittevrouwenklooster) te Maastricht
Named locations
Bighet
Luik
Maastricht — Caberg
Maastricht — Sint-Janskerk
Maastricht — Tweebergen — huis van Hendrik van Tweebergen
Issue
The following text will not be translated when another language is selected
Share this charter

partners

donors

Beijer family
© 2026 WaarvanAkte.eu, an initiative of the Limburg Charter Foundation
Created by Rocket Factory