Un aperçu de toutes les chartes
Numéro 26
Walram, seigneur de Valkenburg et Monjoie, annonce que le directeur et le couvent de Sint-Gerlach à Houthem, avec le consentement du doyen et du chapitre de l'église de Saint Servais à Maastricht, en libre possession du chapitre, ont construit un mur d'enceinte autour de leur monastère sur une pièce de terre d'un "bunder" de longueur et d'un "roede" de largeur du côté de Berg contre un intérêt annuel héréditaire de deux penning liégeois. Walram reconnaît qu'il n'a aucun droit sur ce terrain.
Walram, heer van Valkenburg en Monschau, maakt bekend dat proost en convent van Sint-Gerlach (te Houthem) met instemming van deken en kapittel van de Sint-Servaaskerk te Maastricht in het allodium van het kapittel een muur rond hun klooster gebouwd hebben
op een stuk grond van één bunder in de lengte en één roede in de breedte aan de zijde van Berg tegen een erfelijke jaarrente van twee penning Luiks en hij erkent geen enkel recht op deze grond te hebben.
Origineel
[A]. Niet voorhanden, blijkens B bezegeld met één zegel.
Afschrift
B. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 191-192, onder de rubriek: Confirmatio domini Walrami de Monjoie et Valckenburgh literrarum domini decani et capituli sancti Servatii Traiectensis de quittatione unius allodii unius bonnarii terre infra murum monasterii sancti Gerlaci, en in de marge: Num. 128, met opgave van één bezegelingsplaats, naar [A].
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regest
Niet voorhanden.
Datering
Aangezien de overeenkomst tussen het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) en deken en kapittel van de Sint-Servaaskerk te Maastricht over de bouw van een muur dateert uit 1279 (zie infra nrs. 24 en 25), moet het jaartal in onderhavige oorkonde corrupt zijn overgeleverd in het cartularium en de bijbehorende index.
Ontstaan en samenhang
Onderhavige oorkonde is samen met twee andere oorkonden inzake de bouw van de muur op eenzelfde dag uitgevaardigd, zie infra nrs. 24 en 25.

Numéro 26
Dirk van Heeswijk, chevalier, s'est engagé - au nom du couvent de l'abbaye de Thorn - à obtenir à ses frais la charte de l'évêque d'Utrecht, dans laquelle la nomination et la présentation du curé proposé par lui dans l'église d'Avezaath ont été réglées par l'abesse de Thorn, ainsi que ses revenus. La collation revenait à l'abbesse de Thorn. Après avoir obtenu cette charte, Dirk acquérira de l'abbesse et du couvent de Thorn les dîmes en fermage et tous les autres biens que possède l'abbaye d'Avezaath, à l'exception des biens que l'abbaye Saint-Paul d'Utrecht possède de l'abbé et du couvent de Thorn. Aussi le chevalier Otto van Zoelen ne rendra-t-il pas non plus d'hommage féodal à Dirk van Heeswijk pour les biens qu'il détient temporairement de l'abbesse et du couvent de Thorn. Tant que l'affaire n'est pas réglée, Dirk ne s'appropriera pas les biens appartenant à l'église d'Avezaath sans le consentement de l'abbesse et du couvent ou du curé d'Avezaath. Et dès que l'église d'Avezaath sera vacante, Dirk présentera le prêtre Gérard van Avezaath pour son installation. Si Dirk ne reçoit pas la charte de l'évêque d'Utrecht dans les six mois, tout accord et toute promesse entre lui et l'abbesse et le couvent de Thorn seront résiliés.
Dirk van Heeswijk, ridder, verbindt zich ertoe van de bisschop van Utrecht een oorkonde te verkrijgen inzake de aanstelling van de door hem voorgedragen pastoor in de kerk van Avezaath, waarvan het collatierecht aan de abdis van Thorn toebehoort, en inzake de regeling van diens inkomsten uit de tienden en goederen te Avezaath.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 39.
Uitgave
a. Ketner, OSU IV, 4-5, nr. 1723, naar A.
Ontstaan
Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1262 tot en met 1273. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 17.

Numéro 26
Koenraad, évêque de Porto et de Sainte-Rufina et légat du pape, fixe le nombre de moniales à l'abbaye de Kloosterrade à un maximum de 30.
Koenraad, bisschop van Porto en St.-Rufina en pauselijk legaat, stelt het aantal kloosterzusters van de abdij Kloosterrade op een maximum van dertig.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 688.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 156-157, nr. 74, naar A.

Numéro 26
Les échevins de Maastricht ont donné mandat à Jan, parent de Tis, de vendre aux jeunes filles Ida et Margareta, béguines, filles de Godfrey de Wiggarberge, un cens annuel de douze shillings Luiks et deux chapons, attaché à une maison située sur le Houtmarkt (à Maastricht).
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan, bloedverwant van Tis, een jaarlijkse cijns van twaalf schelling Luiks en twee kapoenen, gevestigd op een huis aan de Houtmarkt (te Maastricht), heeft verkocht aan de jonge meisjes Ida en Margareta, begijnen, dochters van Godfried van Wiggarberge.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 451. Beschadigd. Met een getransfigeerde oorkonde van de schepenen van Maastricht d.d. 1276 juni 24, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 43.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 16e-eeuwse hand: 126.
Bezegeling: vier bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Daniel (supra Forum), Godfried, zoon van Florens, Gerard, zoon van Gosmar, en Jan Suevus, schepenen van Maastricht (LS1, LS2, LS3 en LS4).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgaven
a. Doppler, ‘Schepenbrieven’, 20-21, nr. 2, naar A. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 37-38 (met onvolledige vertaling), nr. 1267.01.25, naar A.
Regest
Haas, Chronologische lijst, 58, nr. 136.
Samenhang
Voor de schenking van deze cijns aan abt en convent van Val-Dieu te Aubel d.d. 1276 juni 24, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 43.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 21.
Datering
Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Numéro 27
Henri, frère mineur, évêque de Chiemsee et evêque adjoint de Henri III, évêque de Liège, déclare avoir consacré cinq autels à l'abbaye de Thorn. Pour ces autels, il accorde à partir du jour de la consécration et pendant les trente jours qui suivent, à tous ceux qui se repentent, une indulgence de cent jours et une dispense de quarante joursde jeûne. Une indulgence similaire est désormais accordée à chaque fête annuelle de la dédicace de cet autel, aux fêtes en l'honneur de Marie pour tous les autels consacrés dans le monastère et aux jours des saints, à qui un autel est dédié et à tous les fidèles qui souhaitent apporter leur aide au monastère.
Hendrik, minderbroeder, bisschop van Chiemsee en wijbisschop van Hendrik III, bisschop van Luik, verklaart dat hij vijf altaren in de abdij van Thorn heeft gewijd en een aantal aflaten heeft verleend.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 40.
Aantekening op de achterzijde: 1o door 18e-eeuwse hand: Indulgenti[***] consecratorum quinque [***], 1268; Q.
Bezegeling: één uithangend zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van Hendrik, bisschop van Chiemsee, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 15.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 33-34, nr. 22. – Habets, Archieven Thorn, 32, nr. 40. – Haas, Chronologische lijst, 59, nr. 40.

Numéro 27
Les échevins de Maastricht annoncent que :
1. Oger, seigneur de Borgharen, chevalier, gouverneur de Maastricht, avec le consentement de sa femme et de leurs enfants, a fait don de la quatrième partie d'une maison en pierre, située sur le Graanmarkt à Maastricht, à l'administrateur et au couvent de Sint-Gerlach à Houthem.
2. Jan, fils de feu Wijnand, chevalier, et ses enfants ont renoncé à un quart de part dans cette maison.
3. Dirk de Lata Platea a renoncé à un quart de part dans cette maison, ainsi qu'à la moitié d'un quart de part qui lui revient par droit d'héritage.
4. Oda, mère de Dirk, avec le consentement de ses enfants, a donné héréditairement une moitié d'un quart de part dans cette maison à l'administrateur et couvent de Sint-Gerlach contre une accise annuelle de quinze "schellings" liégeois. L'administrateur et le couvent paieront l'impôt foncier à l'évêque de Liège et Oda ne donnera ni ne recevra aucun prélèvement.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Oger, heer van Borgharen, ridder, voogd van Maastricht, met instemming van zijn echtgenote en hun kinderen een vierde deel van een stenen huis, gelegen aan de Graanmarkt te Maastricht, geschonken heeft aan proost en convent van Sint-Gerlach (te Houthem), dat Jan, zoon van wijlen Wijnand, ridder, en zijn kinderen afstand hebben gedaan van een vierde deel in dat huis, dat Dirk de Lata Platea afstand heeft gedaan van een vierde deel in dat huis alsmede de helft van een vierde deel dat hem erfrechtelijk toekomt en dat Oda, moeder van Dirk, met instemming van haar kinderen de helft van een vierde deel in dat huis erfrechtelijk gegeven heeft aan proost en convent van Sint-Gerlach tegen een jaarlijkse cijns van vijftien schelling Luiks. Proost en convent zullen de grondcijns betalen aan de bisschop van Luik en Oda zal geen verhef geven of ontvangen.
Origineel
A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 63, reg. nr. 22.
Aantekeningen op achterzijde: 1° door laatste kwart 14e-eeuwse hand: S j. – 2° door 15e-eeuwse hand: Dit is der breyff weir ons dat hus van Trech dat steynen hus halff gegeven hubt. – 3° door 17e-eeuwse hand: 1279.
Bezegeling: vijf uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Godfried, (zoon van vrouwe) Osa, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S2 van Jan Suevus, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S4 van Olbert Colsop, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S5 oorspronkelijk een fragment van Godfried van Montenaken, schepen van Maastricht, dat echter bij de restauratie tussen maart 1975 en oktober 1976 abusievelijk vervangen is door een fragment van een onbekende zegelaar, van bruine was, beschadigd, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 163; en één bevestigingsplaats voor het aangekondigde zegel van Hendrik Grinart, schepen van Maastricht, (SD3). Venner signaleert dat in onderhavige oorkonde de gebruikelijke anciёnniteit bij de schepennamen niet gevolgd is in de intitulatio, maar dat de zegels wel in die volgorde bevestigd zijn. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, S2, S4 en S5, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, respectievelijk 162, 162,162-163 en 163.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 53-55, nr. 1279.12.28 (met vertaling), naar A.
Afschrift
Niet voorhanden.
Regesten
Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 24, nr. 21. – Haas, inventaris Sint Gerlach, 75, reg. nr. 22. – Idem, Chronologische lijst, 73, reg. nr. 187.
Datering
Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die ook Maastrichtse schepenoorkonden mundeerde. Hij schreef onder meer een schepenoorkonde d.d. 1285.06.20 ten behoeve van
Sint-Servaas te Maastricht (Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 455).

Numéro 27
Henri IV, duc de Limbourg et comte de Berg, avec le consentement de sa femme et de ses fils, fait don à l'abbaye de Kloosterrade de sa ferme Nieder-Ritzerfeld.
Hendrik IV, hertog van Limburg en graaf van Berg, schenkt met instemming van zijn echtgenote en zonen zijn hoeve Nieder-Ritzerfeld aan de abdij Kloosterrade.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 811.
Uitgave
- Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 157-158, nr. 75, naar A.
Datering
Voor de datering, zie de uitgave van Polak en Dijkhof.

Numéro 27
Les échevins de Maastricht ont donné mandat à Tielman Printhagen de vendre à Gijsken, fils de Causen, une rente annuelle de dix shillings Luiks, établie sur une maison dans la Kapoenstraat (à Maastricht).
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Tielman Printhagen een jaarlijkse cijns van tien schelling Luiks, gevestigd op een huis in de Kapoenstraat (te Maastricht), heeft verkocht aan Gijsken, zoon van Causen.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 446.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Littera de domo Posels in Vico Caponum X s. – 2o door 16e-eeuwse hand: 1266 / h 93. – 3o door 17e-eeuwse hand: 72.
Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor één van de aangekondigde schepenzegels (LS2). Aan de linkerzijde is de pliek uitgescheurd, waardoor de andere bevestigingsplaats niet meer zichtbaar is.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 38-39 (met onvolledige vertaling), nr. 1267.03.20, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven Supplement’, 81, nr. 1807. – Haas, Chronologische lijst, 58, nr. 137. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 446.
Datering
Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Numéro 28
L'abbé Hendrik et le couvent de l'abbaye Saint-Paul d'Utrecht s'engagent à échanger pendant cinq ans tous les revenus de leurs dîmes et biens à Zandwijk contre de l'argent et à remettre cet argent à l'abbesse et au couvent de Thorn en compensation des loyers impayés à Dirk van Heeswijk pour les biens d'Avezaath et de Hemert. En cas de conflit entre les abbesses à ce sujet, elles confieront la décision à deux arbitres nommés. Un éventuel troisième arbitre sera également prévu. L'abbé et le couvent de l'abbaye de Saint-Paul désignent également des garants pour la réalisation et l'exécution des conditions. A la demande de l'abbesse et du couvent de Thorn ou de leur gérant, ces garants viendront à Rhenen ou à Tiel et y resteront jusqu'à ce que l'affaire soit réglée à la satisfaction de l'abbesse et du couvent de Thorn.
Hendrik, abt, en het convent van de Sint-Paulusabdij te Utrecht beloven gedurende vijf jaar de inkomsten uit hun tienden en goederen te Zandwijk aan abdis en convent van Thorn te geven als schadeloosstelling voor de achterstallige pacht uit de goederen te Avezaath en Hemert en wijzen scheidsrechters aan ingeval hierover een conflict zou ontstaan.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 45.
Afschrift
B. gelijktijdig, Ibidem, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 45, door de abdij van Thorn, eertijds bezegeld door abdis en convent van Thorn, naar A.
Uitgave
a. Ketner, OSU IV, 43-44, nr. 1770, naar A.
Ontstaan en samenhang
Zowel het origineel als het gelijktijdig afschrift is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1262 tot en met 1273. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 17.
Op 1 december 1270 hebben abdis en convent van Thorn een oorkonde uitgevaardigd waarin zij de in onderhavige oorkonde gestelde borgen, namelijk Steven, deken van de Sint-Pieterskerk te Utrecht, Hubert, schatbewaarder van de Sint-Pieterskerk te Utrecht, Tielman van Keulen, Gijsbert van Amstel en meester Hendrik, kanunniken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Utrecht, manen om binnen Rhenen of Tiel in leisting te gaan omdat de Sint-Paulusabdij de beloofde betaling niet heeft gedaan aan de abdij van Thorn. Deze oorkonde berustte blijkens Ketner, OSU IV, 58, nr. 1790, in het archief van de abdij van Thorn onder inv. nr. 45 en was getransfigeerd aan afschrift B van onderhavige oorkonde. Thans is dit stuk niet meer voorhanden. Voor de editie van de oorkonde d.d. 1 december 1270, zie Ketner, OSU IV, 58-59, nr. 1790.

Numéro 28
L'abbé et le couvent de Kloosterrade vendent tous leurs biens à Houthem, situés dans la terre et la juridiction du seigneur de Valkenburg, à l'administrateur et au couvent du monastère Sint-Gerlach à Houthem pour onze marcs de Liège. Avec cette somme, l'abbaye de Kloosterrade achète la ferme de Gerse.
Abt en convent van Kloosterrade verkopen al hun goederen te Houthem in het land en de rechtsmacht van de heer van Valkenburg aan proost en convent van het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) voor elf mark Luiks, waarmee de abdij de uithof te Gerse lost.
Origineel
A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 42, reg. nr. 19.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door laatste kwart 14e-eeuwse hand: B II. – 2o door 17e-eeuwse hand: 1279. – 3o door 18e-eeuwse hand Num. 78.
Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Anselm, abt van Kloosterrade, van witte was, beschadigd. – S2 van het convent van Kloosterrade, van witte was, zwaar beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2 en de identificatie van Anselm, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, respectievelijk 153 en 154.
Uitgave
Zie Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 232-234, nr. 125.
Numéro 28
Le baillij, les échevins et les citoyens d'Aix-la-Chapelle rendent un jugement dans un litige entre l'abbaye de Kloosterrade, d'une part, et le chevalier Reinier et son frère, d'autre part, qui contestent au nom de Jutta et de Margaret un transfert de propriété effectué par cette dernière lors de son entrée à l'abbaye, jugement par lequel la propriété est assignée à l'abbaye.
Schout, schepenen en burgers van Aken vellen een vonnis in een geschil tussen enerzijds de abdij Kloosterrade en anderzijds ridder Reinier en diens broer, die namens Jutta en Margareta een door dezen bij haar intrede in de abdij gedane overdracht van goederen betwisten, waarbij de goederen aan de abdij worden toegewezen.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 946.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 160-162, nr. 77, naar A.

Numéro 28
Le roi romain Richard (de Cornouailles) déclare avoir vu et entendu la charte du roi romain Henri V datée de 1109 et la confirme à la demande du prévôt, du doyen et du chapitre de St Servais à Maastricht.
Rooms-koning Richard (van Cornwall) vidimeert en bevestigt op verzoek van proost, deken en kapittel van Sint-Servaas te Maastricht de oorkonde van rooms-koning Hendrik V d.d. 1109.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 48.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Richard van Cornwall, van rode was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner,‘Zegels’, nr. 48.
Afschriften
B. 15e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 31 (cartularium), fol. 189r-190v, onder de rubriek: Item tenores omnium et singulorum exhiborum sequuntur per ordinem in hunc modum et sunt tales, en onder caput: Item tenores litterarum imperialium recolende memorie serenissimi principis domini Richardi, Romanorum regis, sigillo eius ut videbatur, regio rubee cere rotondo in cordula rubei croceique colorum impendente in quo ymago imperatoris ceptrum regale in dextra, et pommum imperiale cum cruce superposita in sinistra gestantia et circumferentia vero hii caractere: Richardus, Dei gratia Romanorum rex, semper augustus, expressi habebantur et videbantur bullatarum et sigillatarum sequuntur et sunt tales, naar A. – C. 17e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 14.B002A, archief van het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 38r-40r, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: De libertate officiatorum et ministrorum ecclesie de iurisdictione quequi prepositi, decani et canonici etc., mogelijk naar A. – D. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 369, onder de rubriek: 1268, Richardus, Romanorum rex, confirmat privilegia ab imperatori Henrico quinto ecclesie Sancti Servatii data, datum Aquisgrani, 22 oktobris 1268, mogelijk naar A of C.
Uitgave
a. Böhmer, Acta imperii selecta, 313-314, nr. 387, naar A.
Samenhang
Voor de oorkonde van rooms-koning Hendrik V uit 1109, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 3.
Numéro 29
Adolf, abbé de l'abbaye de Saint-Michel à Siegburg, permet à Herman Scotto, un moine de cette abbaye, d'acquérir et d'utiliser pour lui-même l'héritage qui lui reviendrait à la mort de sa belle-sœur Geertrui van Siecht, une béguine de Maastricht.
Adolf, abt van (de Sint-Michaelsabdij te) Siegburg, heeft Herman Scotto, monnik aldaar, toegestaan om de erfgoederen die hem zullen toevallen bij het overlijden van zijn schoonzus Geertrui van Siecht, begijn te Maastricht, te verwerven en voor zichzelf aan te wenden.
Origineel
[A]. Niet voorhanden, blijkens B bezegeld met één zegel. Aan deze oorkonde was de oorkonde getransfigeerd van Jan, proost in Millen, d.d. 1286.04.28, zie infra nr. 30.
Afschrift
B. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 293, onder de rubriek: Abbas Siibergensis approbat venditionem bonorum fratris Hermanni dicti Scotto in Oirsbeeke, en in de marge: Num. 183, met opgave van één bezegelingsplaats, naar [A].
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regest
Niet voorhanden.
Datering, ontstaan en samenhang
Het gebruik van paasstijl door de Sint-Michaelsabdij te Siegburg is verondersteld, conform de in het aartsbisdom Keulen gehanteerde jaarstijl in deze periode, zie Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, XVI. Uitgaande van paasstijl is de terminus post quem 12 april 1286. De terminus ante quem kan afgeleid worden uit een oorkonde van Jan, proost in Millen, d.d. 28 april 1286, die melding maakt van onderhavige oorkonde: per cartulam que litere domini abbatis de Sigebergh est innexa et sigillo nostro sigillata protamur, zie infra nr. 30. Uit deze passage blijkt ook dat de oorkonde, uitgevaardigd door Jan, proost in Millen, een transfix is. Beide oorkonden zijn in het achttiende-eeuws cartularium onder eenzelfde rubriek gekopieerd.

Numéro 29
Amelis, domdeken, et Steven, doyen de l'église Saint-Pierre d'Utrecht, déclarent avoir vu la charte, rédigée par Hildegonde, abbesse, et le chapitre de Thorn, datée du 27 avril 1237, qui n'a été ni biffée ni effacée, et en reproduisent le texte. Cette charte concerne le règlement avec l'abbaye Saint-Paul d'Utrecht de la dîme de Hemert et des revenus d'Avezaath.
Amelis, domdeken, en Steven, deken van de Sint-Pieterskerk te Utrecht, vidimeren een oorkonde van Hildegonde, abdis, en het kapittel van Thorn d.d. 1237.04.27, inzake de tiend van Hemert en de inkomsten te Avezaath.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 16.
Uitgave
a. Ketner, OSU IV, 31, nr. 1755, naar A.
Samenhang
Voor de gevidimeerde oorkonde van Hildegonde, abdis, en het kapittel van Thorn, zie Collectie Thorn, nr. 10.

Numéro 29
L'église de Kortessem a cédé ses dîmes majeures et mineures de Riemst à l'abbaye de Kloosterrade en échange des dîmes d'un autre lieu plus proche.
De kerk van Kortessem staat haar grote en kleine tienden van Riemst af aan de abdij Kloosterrade in ruil voor de tienden van een andere, dichterbij gelegen plaats.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 814.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 162-163, nr. 78, naar A.

Numéro 29
Les échevins de Maastricht ont donné mandat à Dirk, moine de l'abbaye du Val-Dieu (à Aubel), de céder au nom de l'abbé et du couvent deux maisons dans la Sint-Amorstraat (à Maastricht) à Godfried, boulanger, moyennant un droit de succession annuel de dix-huit shillings liégeois et quatre chapons.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Dirk, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), namens abt en convent twee huizen in de Sint-Amorstraat (te Maastricht) heeft overgedragen aan Godfried, bakker, tegen een jaarlijkse erfcijns van achttien schelling Luiks en vier kapoenen.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 447. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Census XVIII solidorum supra domus in Platea Sancti Amoris, (hierna andere hand) in qua moratur H. Huleuere. – 2o door 16e-eeuwse hand: 1269 / B23. – 3o door 17e-eeuwse hand: 336.
Bezegeling: twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Boudewijn de Molendino en Godfried, zoon van vrouwe Osa, schepenen van Maastricht, (LS1 en LS2).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 40 (met onvolledige vertaling), nr. 1269.04.21, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven Supplement’, 82, nr. 1808. – Haas, Chronologische lijst, 60, nr. 143. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 447.

Numéro 30
Henri, abbé, et le couvent de l'abbaye Saint-Paul d'Utrecht déclarent avoir reçu les dîmes et autres biens de Hemert en bail perpétuel de l'abbesse et du couvent de Thorn moyennant un paiement annuel. A cela s'ajoute une stipulation en cas de non-paiement, par laquelle l'officialité liégeoise peut en dernière instance placer l'abbaye Saint-Paul sous interdit si elle n'a pas payé les sommes dues à l'abbaye de Thorn un an après la date de paiement fixée.
Hendrik, abt, en het convent van de Sint-Paulusabdij te Utrecht verklaren van abdis en convent van Thorn tienden en andere goederen te Hemert in eeuwigdurende pacht te hebben ontvangen tegen een jaarlijkse betaling van twaalf mark Luiks.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 41.
Uitgave
a. Ketner, OSU IV, 35-36, nr. 1760, naar A.
Samenhang
Voor de goedkeuring van deze pachtovereenkomst door proost, deken, aartsdiaken en het domkapittel van Luik d.d. juli 1269, de goedkeuring door Amelis, domdeken te Utrecht, d.d. 1269 augustus 30, én door Amelis en het domkapittel te Utrecht d.d. 1269 augustus 30, zie hierna Collectie Thorn, respectievelijk nrs. 31, 32 en 33.
Numéro 30
Jan, administrateur à Millen, déclare que Herman Scotto, moine de l'abbaye de Saint-Michel à Siegburg, a vendu les biens de la paroisse d'Oirsbeek qui lui sont échus à la mort de sa belle-sœur Geertrui van Siecht, béguine à Maastricht, à l'administrateur de Sint-Gerlach à Houthem.
Jan, proost in Millen, verklaart dat Herman Scotto, monnik van (de Sint-Michaelsabdij te) Siegburg, aan de proost van Sint-Gerlach (te Houthem) goederen in de parochie van Oirsbeek heeft verkocht die hem toegevallen zijn bij het overlijden van zijn schoonzus Geertrui (van Siecht), begijn (te Maastricht).
Origineel
[A]. Niet voorhanden, blijkens B bezegeld met één zegel.
Afschrift
B. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 293, onder de rubriek: Abbas Siibergensis approbat venditionem bonorum fratris Hermanni dicti Scotto in Oirsbeeke, en in de marge: Num. 183, met opgave van één bezegelingsplaats, naar [A].
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regest
Niet voorhanden.
Ontstaan en samenhang
Onderhavige oorkonde is het transfix van de in de dispositio vermelde oorkonde van Adolf, abt van de Michaelsabdij te Siegburg, zie infra nr. 29. Beide oorkonden zijn onder eenzelfde rubriek in het achttiende-eeuws cartularium gekopieerd.

Numéro 30
Siméon, évêque d'Ani, pèlerin de Saint-Jacques-de-Compostelle, accorde une indulgence de 15 jours à tous ceux qui visitent l'abbaye de Kloosterrade le jour de la fête de Jean-Baptiste (24 juin).
Simeon, bisschop van Ani, pelgrim naar Santiago de Compostela, verleent een aflaat van vijftien dagen aan allen die op de feestdag van Johannes de Doper (24 juni) de abdij Kloosterrade bezoeken.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 734.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 165-168, nr. 80, naar A.
Echtheid
Deze oorkonde is in het verleden vaak als onecht beschouwd, zie Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 165-168, nr. 80 voor een uitvoerige behandeling zowel van de inhoudelijke als van de diplomatische bezwaren tegen de echtheid van deze oorkonde. Zij zien geen aanleiding aan de echtheid van deze oorkonde te twijfelen.

Numéro 30
Guillaume, tuteur, Arnoud, bailli, Ywein, meier, et les échevins d'Aix-la-Chapelle notifient à Otto (d'Everstein), prévôt des églises impériales d'Aix-la-Chapelle et de Maastricht, que personne d'autre que le roi ou l'empereur romain ne peut modifier la loi en vigueur depuis plus de soixante ans sur les rives du chapitre de Saint-Servatius à Maastricht.
Willem, voogd, Arnoud, schout, Ywein, meier, en schepenen van Aken berichten Otto (van Everstein), proost van de keizerlijke kerken van Aken en Maastricht, dat niemand anders dan de rooms-koning of keizer verandering kan brengen in het al meer dan zestig jaar geldende recht in de banken van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht.
Origineel
[A]. Niet voorhanden, maar bekend uit B.
Afschrift
B. 1270 augustus 28, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 928, vidimus door Hendrik, proost van de Sint-Apostelenkerk te Keulen, en meester Marcoald van Modena, aartsdiaken van Luik en pauselijk kapelaan, naar [A].
Uitgave
a. Schwabe, ‘Der Aachener Oberhof’, 213, nr. 1, naar B.
Regest
Doppler, ‘Verzameling’, 313, nr. 186.
Samenhang
Voor het vidimus van onderhavige oorkonde, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 32.
Datering
Onderhavige oorkonde is niet gedateerd. Terminus ante quem is het vidimus d.d. 28 augustus 1270 van Hendrik, proost van de Sint-Apostelenkerk te Keulen, en Marcoald, aartsdiaken van Luik en pauselijk kapelaan. Otto van Everstein is met zekerheid domproost van Aken en proost van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht vanaf 1218. Zijn functie als proost te Aken werd enkel onderbroken in de jaren ca. 1239 tot 1242 vanwege zijn kandidatuur voor de Luikse bisschopszetel (Hackeng, Het middeleeuwse grondbezit, 86). Respectievelijk na 1261 en 1265 wordt hij niet meer in de bronnen genoemd als proost van het Sint-Servaaskapittel en van Aken (zie Doppler, ‘Lijst der proosten’, 187, en Ubachs en Evers, Historische encyclopedie). Zijn sterfdag is 27 oktober (Quix, Necrologium Aquensis, 59). Teichmann, ‘Aachen’, 91-93, suggereert als mogelijk sterfjaar 1266, maar Meuthen, ‘Die Aachener Pröpste’, 83, signaleert Otto nog in een oorkonde d.d. 10 september 1270. Aangezien er vanaf 1270 een nieuwe proost van het Sint-Servaaskapittel bekend is als opvolger van Otto, namelijk Otto van Gulik, en in 1271 een nieuwe proost wordt benoemd in het domkapittel te Xanten waar Otto sedert 1266 proost was, lijkt het niet onaannemelijk dat hij op 27 oktober 1270 is overleden.
De datering door Doppler van deze oorkonde in het jaar 1269 is gebaseerd op de vermelding van Willem, Arnoud en Iwein als respectievelijk voogd, schout en meier van Aken, die blijkens Quix, Geschichte der Stadt Aachen, 99, enkel in 1269 gezamenlijk in de oorkonden voorkomen (in 1265 komt Willem voor als voogd samen met meier Ricolf).
In de dispositio van onderhavige oorkonde wordt verwezen naar het geldende erfrecht dat het kapittel al meer dan zestig jaar bezit in de banken, ‘in curiis vestris pro iure consueto et obtento iam sexaginta annis et amplius’. De clausule ‘iam sexaginta annis et amplius’ kan zowel verwijzen naar het in de banken geldende gewoonterecht als naar een recht dat is vastgelegd in een oorkonde. Uitgaande van een datering in 1269 op basis van de genoemde Akense dignitarissen, zou onderhavige oorkonde dan kunnen verwijzen naar een oorkonde die dateert van vóór 1209.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Numéro 31
Jean, prévôt, Gillis, doyen, l'archidiacre et le chapitre cathédral de Liège déclarent qu'une enquête a eu lieu dans l'abbaye de Thorn concernant les biens d'Avezaath et de Hemert et les rentes que l'abbaye de Saint-Paul en tire. Ils ont pris connaissance de ce rapport qui révèle que le bénéfice des deux abbayes est suffisamment établi dans l'accord écrit et que le loyer a été redoublé après de nombreuses contestations. A la demande de l'abbesse et du couvent de Thorn, le prévôt, le doyen, l'archidiacre et le chapitre cathédral de Liège approuvent ce bail révisé.
Jan, proost, Gillis, deken, de aartsdiaken en het domkapittel van Luik hechten hun goedkeuring aan de pachtovereenkomst inzake goederen te Avezaath en Hemert tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn, zoals overeengekomen in juni 1269.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 42.
Uitgave
a. Ketner, OSU IV, 37-38, nr. 1762, naar A.
Samenhang
Voor de pachtovereenkomst tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn d.d. juni 1269, zie Collectie Thorn, nr. 30. Voor de goedkeuring van deze pachtovereenkomst door Amelis, domdeken te Utrecht, d.d. 1269 augustus 30, en door Amelis en het domkapittel te Utrecht d.d. 1269 augustus 30, zie Collectie Thorn, respectievelijk nrs. 32 en 33.

Numéro 31
Willem, administrateur, et le couvent de Sint-Gerlach à Houthem déclarent qu'ils doivent à Hendrik van Retersbeek et à Clementia, sa femme, citoyens de Maastricht, une rente annuelle de neuf muids et dix-huit barils de seigle pour la donation de dix-huit arpents de terre à Beek et de terrains à Haasdal. Sur les dix-huit acres, quinze dépendent du seigneur de Valkenburg et trois de Godfrey d'Audesteyde, les terres à Haasdal dépendent du gouverneur de Meerssen. Le gouverneur et le couvent rédigent également des clauses en cas de décès d'Hendrik ou de Clementia. Walram, seigneur de Valkenburg, approuve cet accord.
Willem, proost, en convent van Sint-Gerlach (te Houthem) verklaren dat zij aan Hendrik van Retersbeek en Clementia, zijn echtgenote, burgers van Maastricht, een jaarlijkse lijfrente van negen mud en achttien vaten rogge verschuldigd zijn voor de schenking van achttien bunder land te Beek, waarvan vijftien bunder afhangend van de heer van Valkenburg en drie van Godfried van Audesteyde, alsmede gronden te Haasdal, afhangend van de proost van Meerssen, en stellen clausules op ingeval van het overlijden van Hendrik of Clementia. Walram, heer van Valkenburg, hecht zijn goedkeuring aan deze overeenkomst.
Origineel
A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 18-1, reg. nr. 23.
Aantekening op de achterzijde: 1º door 17e-eeuwse hand: 1287.
Bezegeling: drie bevestigingsplaatsen voor de aangekondigde zegels van Willem, proost van Sint-Gerlach (te Houthem), van het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) en van Walram, heer van Valkenburg, (LS1, LS2 en LS3).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 25-26, nr. 22, naar A.
Regesten
Haas, inventaris Sint Gerlach, 75-76, reg. nr. 23. – Idem, Chronologische lijst, 82, reg. nr. 217.
Ontstaan en samenhang
Onderhavige oorkonde vertoont geen schriftverwantschap met de oorkonde van Walram, heer van Valkenburg, d.d. 1288.05.01 over de omzet van de vijftien bunder leengrond in allodiale grond te Beek, zie infra nr. 32.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Numéro 31
Le pape Grégoire IX confirme que l'archevêque de Cologne a accepté que l'abbaye de Kloosterrade prenne possession des églises de Lommersum, Afden et Setterich, dont l'abbaye détient le droit de patronage.
Paus Gregorius IX bevestigt de incorporatie van de kerken van Lommersum, Afden en Setterich in de abdij Kloosterrade door de aartsbisschop van Keulen.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 805.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 172-173, nr. 84, naar A.

Numéro 31
Les échevins de Maastricht ont donné mandat à Jan van Wyck, moine de l'abbaye du Val-Dieu (à Aubel), au nom de l'abbé et du couvent, de céder sa maison, appelée Op de Gracht, à côté du monastère des Frères Mineurs (à Maastricht), à Godfried van Hudichoven, bailli, contre un droit de succession annuel de vingt shillings liégeois.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan van Wyck, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), namens abt en convent zijn huis, genaamd Op de Gracht, naast het Minderbroedersklooster (te Maastricht), heeft overgedragen aan Godfried van Hudichoven, schout, tegen een jaarlijkse erfcijns van twintig schelling Luiks.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 448. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: Godefridus de Hudecouen. – 2o door 14e-eeuwse hand: Supra Fossatum. – 3o door 16e-eeuwse hand: a 23. – 4o door 16e-eeuwse hand: 12. – 5o door 18e-eeuwse hand: 16.
Bezegeling: twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Boudewijn de Molendino en Gerard, zoon van Gosmar (= Gerard de Mayo), schepenen van Maastricht (LS1 en LS2).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 41-42 (met onvolledige vertaling), nr. 1270.04.25, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven Supplement’, 82, nr. 1809. – Haas, Chronologische lijst, 62-63, nr. 151. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 448.
Ontstaan
Onderhavige oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert voor particulieren d.d. 1271 juli 20 en 1271 september 18 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nrs. 33 en 34). Bijgevolg kan deze scriptor worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Numéro 32
Walram, seigneur de Valkenburg et Monschau, déclare avoir libéré quinze arpents de terre à Beek des charges féodales, que Henry de Retersbeek et Clementia, sa femme, tenaient de lui en fief et qu'ils avaient cédés en faveur du seigneur et du couvent de Sint-Gerlach à Houthem, et avoir transféré en pleinge propriété ces quinze arpents au seigneur et au couvent. Après cela, le couvent a vendu ce terrain à Jan Suevus, citoyen de Maastricht.
Walram, heer van Valkenburg en Monschau, verklaart dat hij vijftien bunder land te Beek, die Hendrik van Retersbeek en Clementia, zijn echtgenote, van hem in leen hielden en afgestaan hadden ten behoeve van proost en convent van Sint-Gerlach (te Houthem), vrijgemaakt heeft van de lasten als leengoed en aan proost en convent overgedragen als allodiaal goed, waarna het klooster dit land verkocht heeft aan Jan Suevus, burger van Maastricht.
Origineel
A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 18-2, reg. nr. 24.
Aantekeningen op de achterzijde: 1˚ door 15e-eeuwse hand: De XV bonaria terre. – 2˚ door laatste kwart 14e-eeuwse hand: K j. – 3˚ door 17e-eeuwse hand: 1288. – 3˚ door 18e-eeuwse hand: Num. 73.
Bezegeling: twee uithangend bevestigde, dubbel doorgestoken zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Walram, heer van Valkenburg en Monschau, van bruine was, beschadigd. – S2 van het klooster Sint-Gerlach te Houthem, van bruine was, zwaar beschadigd; en één bevestiging, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van de proost van Sint-Gerlach te Houthem (SD3). Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, respectievelijk 159-160 en 152.
Afschrift
B. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 119-120, onder de rubriek: Littere domini Walrami de quindecim bonnariis terre iacentibus apud Beek, en in de marge: Num. 73, met opgave van drie bezegelingsplaatsen, naar [A].
Uitgave
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 26-28, nr. 23, naar A.
Regesten
Haas, inventaris Sint Gerlach, 76, reg. nr. 24. – Idem, Chronologische lijst, 85, reg. nr. 224.
Ontstaan en samenhang
Onderhavige oorkonde vertoont geen schriftverwantschap met de oorkonde van Willem, proost, en het convent van Sint-Gerlach (te Houthem) d.d. 1287.06.28, inzake de vijftien bunder land te Beek, afhangend van Walram, heer van Valkenburg, zie infra nr. 31.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Numéro 32
Amelis, doyen du chapitre cathédral d'Utrecht et proviseur des affaires spirituelles d'Utrecht, approuve le contrat de bail révisé entre l'abbaye Saint-Paul d'Utrecht et l'abbaye de Thorn concernant les dîmes de Hemert. L'abbaye Saint-Paul s'est soumise à la juridiction de l'officialité de Liège et Amelis l'habilite par la présente à placer le monastère sous interdit si nécessaire en cas de manquement.
Amelis, domdeken te Utrecht en provisor in geestelijke zaken van Utrecht, hecht zijn goedkeuring aan de pachtovereenkomst tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn inzake de tienden van Hemert, zoals overeengekomen in juni 1269.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 43.
Uitgave
a. Ketner, OSU IV, 39-40, nr. 1765, naar A.
Samenhang
Voor de pachtovereenkomst tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn d.d. juni 1269, zie Collectie Thorn, nr. 30. Voor de bevestiging van deze overeenkomst door proost, deken, aartsdiaken en het domkapittel van Luik d.d. juli 1269, en de goedkeuring door Amelis en het domkapittel te Utrecht d.d. 1269 augustus 30, zie Collectie Thorn, respectievelijk nrs. 31 en 33.

Numéro 32
Henri IV, duc de Limbourg et comte de Berg, avec le consentement de sa femme et de ses fils, cède à l'abbaye de Kloosterrade les dîmes novales des paroisses d'Afden et de Kerkrade pour quarante marks de Cologne.
Hendrik IV, hertog van Limburg en graaf van Berg, draagt met instemming van zijn echtgenote en zijn zonen de novale tienden in de parochies Afden en Kerkrade voor veertig mark Keuls over aan de abdij Kloosterrade.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 762.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 173-174, nr. 85, naar A.

Numéro 32
Henry, prévôt de l'église Saint-Apôtre de Cologne, et maître Marcoald (de Modène), archidiacre de Liège et chapelain du pape, annoncent avoir vu la charte du gouverneur, du bailli, du bourgmestre et des échevins d'Aix-la-Chapelle d.d. (1269) concernant le droit en vigueur depuis plus de soixante ans dans les bancs du chapitre de Saint-Servais à Maastricht, charte qui n'a été ni biffée ni obliterée, et dont ils reproduisent.
Hendrik, proost van de Sint-Apostelenkerk te Keulen, en meester Marcoald (van Modena), aartsdiaken van Luik en pauselijk kapelaan, vidimeren de oorkonde van voogd, schout, meier en schepenen van Aken d.d. (1269) inzake het al meer dan zestig jaar geldende recht in de banken van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 928.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Iudicium scabinorum Aquensium quod sorores non recipiant portionem in hereditate cum fratribus. – 2o door 16e-eeuwse hand: R. M I. – 3o door 16e-eeuwse hand: 1270 / g 40.
Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Hendrik, proost van de Sint-Apostelenkerk te Keulen, van bruine was, zwaar beschadigd. – S2 van Marcoald van Modena, aartsdiaken van Luik en pauselijk kapelaan, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2, zie Venner, ‘Zegels’, respectievelijk nrs. 20 en 14.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling’, 313-314, nr. 187. – Haas, Chronologische lijst, 63, nr. 154. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 162, nr. 928.
Samenhang
Voor de gevidimeerde oorkonde van voogd, schout, meier en schepenen van Aken d.d. (1269), zie Collectie Sint-Servaas, nr. 30.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Numéro 33
Amelis, doyen, et le chapitre cathédral d'Utrecht approuvent le contrat de bail révisé entre l'abbaye Saint-Paul d'Utrecht et l'abbaye de Thorn concernant les dîmes et autres biens à Hemert. L'abbaye Saint-Paul se soumet à la juridiction de l'officialité de Liège, et Amelis et le chapitre cathédral lui accordent par la présente le pouvoir de placer le monastère sous interdit si nécessaire en cas de manquement.
Amelis, deken, en het domkapittel te Utrecht hechten hun goedkeuring aan de pachtovereenkomst tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn, zoals overeengekomen in juni 1269.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 44.
Uitgave
a. Ketner, OSU IV, 40, nr. 1766, naar A.
Samenhang
Voor de pachtovereenkomst tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn d.d. juni 1269, zie Collectie Thorn, nr. 30. Voor de bevestiging van deze overeenkomst door proost, deken, aartsdiaken en het domkapittel van Luik d.d. juli 1269, en de goedkeuring door Amelis, domdeken te Utrecht, d.d. 1269 augustus 30, zie Collectie Thorn, respectievelijk nrs. 31 en 32.
Numéro 33
Goblio van Schinnen, chanoine de Saint-Pierre de Liège, stipule qu'avec la vente de son grain à Hegge, ses dettes doivent être payées et les biens extorqués par lui et acquis illégalement doivent être rendus. Ensuite, ses funérailles doivent être payées et enfin le reste doit être dépensé pour l'agrandissement d'un autel dans l'église Saint-Pierre de Liège.
Goblio van Schinnen, kanunnik van Sint-Pieter te Luik, bepaalt dat met de verkoop van zijn graan te Hegge zijn schulden moeten worden betaald en de door hem afgeperste en onrechtmatig verkregen zaken moeten worden teruggegeven, dat daarna eerst zijn begrafenis moet worden betaald en ten slotte het restant moet worden besteed aan de vergroting van een altaar in de Sint-Pieterskerk te Luik. (Deperditum)
Origineel
Niet voorhanden.
Afschrift
Niet voorhanden.
Vermelding
Deze oorkonde is bekend uit de dispositio van een oorkonde van Goblio van Schinnen, kanunnik van Sint-Pieter te Luik, zie infra nr. 34, alwaar onderhavige oorkonde wordt vermeld: Item et quod supercreverit ultra solutionem dictarum exequiarum, cedat in augmentum altaris, construendi in ecclesia sancti Petri, prout in aliis litteris meis continetur.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.

Numéro 33
Robert Ier, évêque de Liège, autorise l'abbé de Kloosterrade à transférer les moniales de Kloosterrade et de Scharn en un lieu appelé Fons Beate Marie, et à y fonder un couvent (à Sinnich).
Robert I, bisschop van Luik, geeft de abt van Kloosterrade toestemming de kloosterzusters van Kloosterrade en Scharn over te brengen naar een plaats die Fons Beate Marie genoemd wordt, en daar (te Sinnich) een klooster te stichten.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 1701.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 176-177, nr. 88, naar A.
Tekstuitgave
Enkele kleine lacunes in het origineel zijn aangevuld naar een later afschrift, zie hiervoor de uitgave van Polak en Dijkhof.

Numéro 33
Les échevins de Maastricht ont donné mandat à Jan van Wyck, moine de l'abbaye du Val-Dieu (à Aubel), d'acheter à Gérard van Stella, au nom et au profit de l'abbaye, un cijns annuel de deux marks Luiks, établi sur la maison appelée van Stella (à Maastricht).
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan van Wyck, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), in naam van en ten behoeve van de abdij een jaarlijkse cijns van twee mark Luiks, gevestigd op het huis, genaamd van Stella (te Maastricht), heeft gekocht van Gerard van Stella.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 449. Licht beschadigd.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: De XL solidis domus Stelle. – 2o door 16e-eeuwse hand: 310 / 1271 / v 23.
Bezegeling: drie uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Boudewijn de Molendino, schepen van Maastricht, van groene was, beschadigd. – S2 tweede zegel van Godfried, zoon van Florens, schepen van Maastricht, van groene was, beschadigd. – S3 eerste zegel van Gerard, zoon van Gosmar (= Gerard de Mayo), schepen van Maastricht, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 161-162, en voor S2 en S3, zie respectievelijk Idem, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 171, afb. 19, en 173, afb. 21.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 42-43 (met onvolledige vertaling), nr. 1271.07.20, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven Supplement’, 83, nr. 1810. – Haas, Chronologische lijst, 64, nr. 157. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 449.
Ontstaan
Onderhavige oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 31 onder Ontstaan.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Numéro 34
Arnoud, prêtre et vicaire de l'église d'Oeteren, a l'intention de partir en mer comme croisé et fait donc don par testament de la moitié de son héritage dans la paroisse d'Oeteren à l'abbaye de Thorn et de l'autre moitié à l'abbaye Notre-Dame d'Oeteren, à l'exception d'un droit annuel de quatre chapons qu'il a déjà donné à l'abbesse de Thorn. Arnoud transfère à son fils Jan l'usufruit de ces biens et de ses autres biens mobiliers sous certaines conditions. Pour l'exécution de son testament et le contrôle des conditions, il désigne un certain nombre de personnes. Celles-ci donneront à Jan une allocation financière, le feront aller à l'école et lui accorderont le nécessaire pour autant qu'il se comporte correctement, car Arnoud souhaite que Jan entre dans les ordres. Si Jan ne se conforme pas aux dispositions et à la volonté des exécuteurs testamentaires, les abbesses de Thorn et d'Oeteren lui donneront dix marks liégeois. À sa mort, les biens légués sont destinés à des causes pieuses. Les exécuteurs testamentaires ne feront ni ne détermineront rien sans l'abbesse de Thorn. Par ce testament, Arnoud révoque le legs ou le testament qu'il avait précédemment fait devant les échevins d'Oeteren.
Arnoud, priester en vicaris van de kerk van Oeteren, schenkt bij testament zijn erfgoederen in de parochie van Oeteren gelijkelijk aan abdis en convent van de abdij van Thorn en aan abdis en convent van de Onze-Lieve-Vrouweabdij te Oeteren, met uitzondering van een jaarlijkse cijns van vier kapoenen, eerder geschonken aan de abdis van Thorn, en van het vruchtgebruik van die goederen en zijn roerende goederen, die hij overdraagt aan zijn zoon Jan. Tevens stelt hij een aantal personen aan als executeur-testamentair.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 46. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Nederoeteren. – 2o door 17e-eeuwse hand: Testamentum cuiusdam pastoris de Nederoeteren qui legavit medietatem suorum bonorum abbatie et aliam medietatem capitulo, 1270. – 3o door 17e-eeuwse hand: O doorgestreept, I.
Bezegeling: vijf bezegelingsplaatsen (met uithangende restanten van de perkamenten zegelstaarten), vermoedelijk voor de aangekondigde zegels (LS1, LS2, LS3, LS4 en LS5).
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 41-42, nr. 28. – Habets, Archieven Thorn, 38, nr. 46. ‒ Haas, Chronologische lijst, 63, nr. 152.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.
Ontstaan
Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1262 tot en met 1273. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 17.

Numéro 34
Goblio van Schinnen, chanoine de Saint-Pierre à Liège, a légué ses biens à Hegge au couvent Sint-Gerlach à Houthem pour la fondation d'un autel dans le couvent. Il demande au couvent d'accueillir une des filles de Godfried van Spaubeek, un chevalier, et lui donne un lit. Pour les frais de son entrée, il donne 5 muids de seigle et 1 muids de blé de sa propriété de Hegge et, tant qu'elle vit, 1 mark sterling et 1 muids de seigle par an. En outre, il lègue un certain nombre de biens à sa nièce, sa fille, sa servante et son domestique et nomme un certain nombre de personnes comme exécuteurs testamentaires.
Goblio van Schinnen, kanunnik van Sint-Pieter te Luik, vermaakt bij testament aan het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) zijn goederen te Hegge ten behoeve van de fundatie van een altaar in het klooster, verzoekt het klooster een van de dochters van heer Godfried van Spaubeek, ridder, op te nemen, schenkt haar een bed en kent voor de kosten van haar intrede uit zijn goederen te Hegge 5 mud rogge en 1 mud tarwe toe en zolang zij leeft jaarlijks 1 mark sterling en 1 mud rogge. Verder legateert hij een aantal goederen aan zijn nicht, dochter, dienstmeid en knecht en stelt een aantal personen aan als executeurs-testamentair.
Origineel
[A]. Niet voorhanden.
Afschrift
B. 1289 juni 7, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 96, reg. nr. 27, vidimus door de officiaal van het hof van Luik, naar [A].
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 28-29, nr. 24 (gedateerd 1288 november 29). – Poncelet, Inventaire analytique, 18, nr. 50. − Haas, Inventaris Sint Gerlach, 77, reg. nr. 25.
Samenhang
In onderhavige oorkonde wordt melding gemaakt van een andere oorkonde van Goblio van Schinnen inzake de bouw van een altaar in de Sint-Pieterskerk te Luik uit de verkoop van zijn goederen te Hegge: Item et quod supercreverit ultra solutionem dictarum exequiarum, cedat in augmentum altaris construendi in ecclesia sancti Petri, prout in aliis litteris meis continetur. Voor dit deperditum, zie infra nr. 33.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Numéro 34
Le pape Innocent IV confirme le transfert des sœurs du couvent de Kloosterrade et Scharn à Sinnich et l'attribution de biens pour leur subsistance.
Paus Innocentius IV bevestigt de overbrenging van de kloosterzusters van Kloosterrade en Scharn naar Sinnich en de toewijzing van goederen voor hun levensonderhoud.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 1703.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 182-184, nr. 92, naar A.

Numéro 34
Les échevins de Maastricht ont donné mandat à Odilia, fille de Lambert Scad, béguine, de vendre à Margareta et Ida, béguines à Maastricht, parentes de Jan, prêtre de (l'hôtellerie de) St Gillis in Wyck (à Maastricht), un cijns annuel de dix shillings Luiks, attaché à une maison, située Op de Gracht (à Maastricht).
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Odilia, dochter van Lambert Scad, begijn, een jaarlijkse cijns van tien schelling Luiks, gevestigd op een huis, gelegen Op de Gracht (te Maastricht), heeft verkocht aan Margareta en Ida, begijnen te Maastricht, bloedverwanten van Jan, priester van (het gasthuis van) Sint-Gillis in Wyck (te Maastricht).
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 452. Met een getransfigeerde oorkonde d.d. 1276 juni 24.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: Ida de Wigarberge. – 2o door 13e-eeuwse hand: De X solidis supra Fossatum. – 3o door 16e-eeuwse hand: 307 / z 23 / 1296.
Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 tweede zegel van Daniel supra Forum, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S2 los bijliggend, tweede zegel van Godfried, zoon van Florens, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 171, afb. 14, en Idem, ‘Maastrichtse schepenzegels’, afb. 19.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 43-44 (met onvolledige vertaling), nr. 1271.09.18, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 22, nr. 4. – Haas, Chronologische lijst, 64-65, nr. 158.
Ontstaan en samenhang
Onderhavige oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 31 onder Ontstaan. Voor het transfix d.d. 1276 juni 24, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 44.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.
Numéro 35
Engelbert d'Isenbourg, archidiacre de Liège, approuve les dispositions que feu Maître Reinier, scoliaste à Tongres et procureur spirituel d'Henri III, évêque de Liège, avait édictées après sa visite de l'abbaye de Thorn pour l'accomplissement du pastorat dans l'église de Baarle. Avec l'accord de l'abbesse, des chanoines et des moniales de Thorn ainsi que de Gozewijn, curé de Baarle, il ajouta un certain nombre de nouvelles dispositions concernant les revenus de l'église de Baarle. Toutes les dîmes que les curés percevaient normalement dans les églises de Baarle et de Mierlo seront cédées pour augmenter les prébendes des chanoines et des sœurs du couvent de Thorn. L'abbesse donnera au curé une quantité convenue de blé et d'orge provenant des dîmes appartenant à elle et à son église de Baarle et de Mierlo.
Engelbert van Isenburg, aartsdiaken van Luik, hecht zijn goedkeuring aan de bepalingen die wijlen meester Reinier, scholaster in Tongeren en provisor in geestelijke zaken van Hendrik III, bisschop van Luik, na zijn visitatie van de abdij van Thorn had vastgesteld inzake de kerk van Baarle en voegt daar nieuwe bepalingen betreffende de inkomsten van de kerk van Baarle aan toe. Abdis en convent van de abdij van Thorn en Gozewijn, pastoor van Baarle, hechten hier hun goedkeuring aan en bezegelen mede.
Origineel
[A]. Niet voorhanden.
Afschrift
B. eerste helft 15e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628 (voorheen cartularium nr. 1) = Cartularium abbatiae imperialis Thorensis, 966-1600, p. 162-164 (oude fol. 85v-86v), onder de rubriek: Approbatio premisse incorporationis sive ordinationis ecclesie de Baerll de consensu pastoris per archidiaconum loci facta, en De ecclesia de Baerle, geauthenticeerd afschrift door S. van Neeroeteren, naar [A].
Uitgave
a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 444-446, nr. 1096, naar B.
Samenhang
Voor de oorkonde van de bisschop van Luik, waarin hij na de visitatie door meester Reinier de bepalingen ten aanzien van de kerk van Baarle vastlegt, alsmede voor de bekrachtiging hiervan door de abdis van Thorn, zie Collectie Thorn, nrs. 17 en 19.

Numéro 35
L'official de la cour de Liège annonce qu'il a vu et lu le testament de Goblio van Schinnen, chanoine de Saint-Pierre de Liège, daté de 1288.12.01.
De officiaal van het hof van Luik vidimeert het testament van Goblio van Schinnen, kanunnik van Sint-Pieter te Luik, d.d. 1288.12.01.
Origineel
A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 96, reg. nr. 27.
Aantekeningen op achterzijde: 1o door laatste kwart 14e-eeuwse hand: I II. – 2o door 15e-eeuwse hand: Testamentum. – 3˚ door 17e-eeuwse hand: 1288. – 4˚ door 18e-eeuwse hand: Num. 91.
Bezegeling: één bevestigingsplaats voor het afhangend zegel van het hof van Luik, dat aangekondigd is (SD1).
Afschrift
B. (ca. 1736) Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 137-139, onder de rubriek: Testamentum domini Goblionis de Schine in quo monasterio sancti Gerlaci legat certa bona in Heeke, en in de marge: Num. 91, met opgave van één bezegelingsplaats, naar A.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Haas, Inventaris Sint Gerlach, 78, reg. nr. 27. – Idem, Chronologische lijst, 86, nr. 229.
Ontstaan
Onderhavige oorkonde is door dezelfde hand geschreven als de door de officiaal uitgevaardigde oorkonde in 1290, zie infra nr. 36. Derhalve kan de scriptor waarschijnlijk gesitueerd worden in het milieu van het hof van Luik. Het schrift vertoont ook zeer sterke verwantschap met de oorkonde, in 1290 uitgevaardigd door proost en convent van Sint-Gerlach, zie infra nr. 37.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Numéro 35
Peter, cardinal diacre de St-Georgius ad Velum Aureum et légat du pape, a approuvé et confirmé que le nombre de chanoines à Kloosterrade ne soit pas supérieur à 40.
Pieter, kardinaal-diaken van St.-Georgius ad Velum Aureum en pauselijk legaat, keurt goed en bevestigt dat het aantal kanunniken te Kloosterrade wordt bepaald op hooguit veertig.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 689. De tekst is sterk verbleekt, maar was blijkens een afschrift uit ca. 1690 destijds nog goed te lezen.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 188-189, nr. 97, naar A.
Teksteditie
Een groot deel van de tekst is verbleekt en daardoor zeer slecht leesbaar. De onleesbare tekstgedeelten zijn tussen teksthaken aangevuld naar een eind-17e-eeuws afschrift, zie de uitgave van Polak en Dijkhof.

Numéro 35
Maître Baudouin d'Autre-Église, chanoine (du chapitre cathédral) et official de Liège, déclare avoir vu la charte de l'empereur Frédéric II, datée de décembre 1232, qui n'est ni biffée ni obliterée, et en reproduit le texte.
Meester Boudewijn van Autre-Église, kanunnik (van het domkapittel) en officiaal van Luik, vidimeert de oorkonde van keizer Frederik II d.d. 1232 december.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 40. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekening op de voorzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: R I.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: Copia privilegii domini Henrici, imperatoris, super exemptionem ecclesie sancti Seruatii et aliis et innovationis domini Frederici, imperatoris. – 2o door 13e-eeuwse hand: S. de Wouc per copiam. – 3o door 14e-eeuwse hand: Hugo de Berzes per capitulum. – 4o door 15e- en 16e-eeuwse handen: R I / k XII / S IIo / l 2. – 5o door 17e-eeuwse hand: II / In capsula imperialium.
Bezegeling: één bevestiging voor het aangekondigde zegel van Boudewijn van Autre-Église, kanunnik en officiaal van Luik (SD1).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 249, nr. 192. – Haas, Chronologische lijst, 67, nr. 167. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 51, nr. 40.
Samenhang
Voor de uitgave van de gevidimeerde oorkonde van keizer Frederik II d.d. 1232 december, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 16.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Numéro 36
Le juge officiant du tribunal de Liège prononce le jugement dans un procès opposant l'administrateur et le couvent de Sint-Gerlach à Houthem, d'une part, et Jan van Meer et son épouse Oda de Maastricht, d'autre part. Les parties au procès réclament la moitié de la succession de Godfrey Kenterken de Maastricht, frère d'Oda et de Jutta, religieuse de Sint-Gerlach. Le juge officiant attribue la moitié de ce bien au couvent.
De officiaal van het hof van Luik doet uitspraak in een proces tussen proost en convent van Sint-Gerlach (te Houthem) enerzijds en Jan van Meer en zijn echtgenote Oda uit Maastricht anderzijds inzake de aanspraak die het klooster maakt op de helft van de nalatenschap van Godfried Kenterken uit Maastricht, broer van Oda en van Jutta, non van Sint-Gerlach, en hij wijst de helft van de goederen toe aan het klooster.
Origineel
A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 98, reg. nr. 26.
Aantekeningen op de achterzijde (slechts onder kwartslamp leesbaar): 1o door 13e-eeuwse hand: Est Mat[ri]fardus, per manum domini Iohannis de Doirne sigilletur et michi reddatur quia opportet quod scribatur manu me (sic) et tunc signabitur ista per copiam. – 2o door 18e-eeuwse hand: Sententia lata 1289 per quam religiosi pr[***] possunt [***] immobilia.
Bezegeling: één bevestigingsplaats voor het dubbel doorgestoken, aangekondigde zegel van het hof van Luik (SD1).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 29-30, nr. 25 (gedateerd 1289 januari 13). − Haas, Inventaris Sint Gerlach, 77, nr. 26 (gedateerd 1289 januari 13). − Idem, Chronologische lijst, 85, reg. nr. 226 (gedateerd 1289 januari 13).
Datering
Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Ontstaan
Onderhavige oorkonde is door dezelfde hand geschreven als de door de officiaal uitgevaardigde oorkonde in 1289, zie infra nr. 35. Derhalve kan de scriptor waarschijnlijk gesitueerd worden in het milieu van het hof van Luik. Het schrift vertoont ook zeer sterke verwantschap met de oorkonde, in 1290 uitgevaardigd door proost en convent van Sint-Gerlach, zie infra nr. 37.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.
Numéro 36
L'abbesse et le couvent de l'abbaye de Thorn concluent un accord avec Marsilius, père de Gérard Bec d'Übach, concernant les terres récupérées de la ferme d'Übach.
Abdis en convent van de abdij van Thorn treffen een regeling met Marsilius, vader van Gerard Bec van Übach, inzake de ontgonnen grond van de hoeve te Übach. (Deperditum)
Origineel noch afschrift voorhanden.
Vermelding
Deze oorkonde is bekend uit de dispositio van de oorkonde d.d 19 februari 1272 van Michael, kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, en Godfried Bec van Übach (zie Collectie Thorn, nr. 37), alwaar onderhavige oorkonde wordt vermeld: pronuntiamus quod dictus Gerardus infra dominicam Invocavit me ad certum diem reddet domine abbatisse et conventui de Thoren litteram quam dederant ipsi abbatissa et conventus patri suo, Marsilio, super cultura curie ipsarum in Vbach, sigillis dictorum abbatisse et conventus sigillatam.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Samenhang
Voor de uitspraak in het geschil tussen abdis en convent van Thorn en Gerard Bec van Übach inzake de hoeve, akkers en gebouwen van de abdij te Übach, zie Collectie Thorn, nr. 37.

Numéro 36
Koenraad, archevêque de Cologne, pour atténuer les dommages causés par les guerres de Cologne, renonce en faveur de l'abbaye de Kloosterrade à ses droits sur les dîmes novales à Lommersum et ailleurs dans le diocèse et sur les dîmes novales que certains chevaliers, comme Christiaan van Ottenheim, refusent de payer à l'abbaye.
Koenraad, aartsbisschop van Keulen, doet ter leniging van de schade ten gevolge van de Keulse oorlogen ten gunste van de abdij Kloosterrade afstand van zijn rechten op de novale tienden te Lommersum en elders in het diocees en op de novale tienden, die sommige ridders zoals Christiaan van Ottenheim aan de abdij weigeren te betalen.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 806.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 189-190, nr. 98, naar A.

Numéro 36
Le roi romain Rodolphe Ier renouvelle et confirme les privilèges accordés par l'empereur Frédéric II au chapitre de Saint-Servaas à Maastricht en date du 28 juillet 1215 et du 9 septembre 1236, dont les textes sont inscrits.
Rooms-koning Rudolf I hernieuwt en bevestigt de door keizer Frederik II verleende privileges aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht d.d. 1215 juli 28 en 1236 september 9, waarvan de teksten zijn geïnsereerd.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 54. Gelinieerd. Beschadigd.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Con[firm]atio privilegiorum regalium a .. rege Rud[olphi]. – 2o door 15e-eeuwse hand: Item confirmatio sentencie pro preposito (bovenschreven) et (bovengeschreven) capitulo Sancti Seruatii contra episcopum Leodiensem super hoc quod ad iurisdictionem solius imperii pertinent et episcopo in aliquo non teneantur late. – 3o door 15e-eeuwse hand: XVIII et XVIIII. – 4o door 16e-eeuwse hand: Anno 1273. – 5o door 17e-eeuwse hand: Exhibitum contra Tongrensis penultima augusti anno etc. L primo. – 6o door 17e-eeuwse hand: 40 / Capsula imperialium. – 7o door 17e-eeuwse hand: Capsula imperialium. – 8o door 18e-eeuwse hand: R. M.J.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, van witte was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en een mogelijk latere bevestiging, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 50.
Afschriften
B. eind 13e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 10 (cartularium) = [Liber privilegiorum], fol. 10r-11r (= nieuwe fol. 27r-28r), nr. 18, naar A. – C. 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 31 (cartularium), fol. 177v-179r, onder de rubriek: Item tenores omnium et singulorum exhiborum sequuntur per ordinem in hunc modum et sunt tales, en onder caput: Item aliarum litterarum imperialium domini Rudolphi, Romanorum regis, sigillo eius ut prima facie apparuit regio albe cere rotondo in cordula cericea rubei nigri croceique pre vetustate fere albi colorum in qua expressa habebatur ymago imperatoris in dextera ceptrum regale, in sinistra vero pommum imperiale, omni cruce superposita in circumferentia vero eiusdem sigilli caracteribus seu litteris expressa erant hec verba: Rudolphus, Dei gratia Romanorum rex, semper augustus, sigillatarum et bullatarum tenores sequuntur in modum sequentem, naar A. – D. 1640, Ibidem, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 1741 (cartularium) = Liber sive regestum originis ecclesie Sancti Seruatii Traiec[tensis] illiusque privilegiorum, donationum ac iurium ex originalibus et libro chartarum manu Ioannis Choris, receptoris capituli, descriptorum, p. 86, onder de rubriek: Rudolphus sententiam precedentem et latoma Frederico et specialiter previlegia de libertate ab omni exactione, onvolledig, naar A. – E. 17e eeuw, Idem, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 43v-45v, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: Confirmatio privilegiorum, libertatum et specialiter quod officiales et ministri ecclesie ab omni iure civili et forensi et omni exactione sint liberi, etiamsi sint mercatores. Item per sententiam imperatoris et magnatum seu principum imperii decisum ecclesiam Sancti Seruatii ad imperium spectare et episcopo Leodiense in nullo subesse aut teneri, mogelijk naar A. – [F]. niet voorhanden, maar bekend uit G, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 204v. – G. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 399, onder de rubriek: 1273, Rudolphus, Romanorum rex, confirmat privilegium Frederici, imperatoris, quo in specialem suam protectionem sumpsit ecclesiam Sancti Servatii et quod episcopus Leodiensis nullam habeat iurisdictionem in predicta ecclesia nec super personis eidem subiectis, datum Colonie, kalendas novembris 1273, naar A.
Uitgaven
a. Miraeus-Foppens, Opera diplomatica IV, 255, naar een afschrift in cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht (berustend te Parijs, Bibliothèque Nationale, Fonds Latin). – b. Winkelmann, Acta imperii II, 77, nr. 87 (onvolledig), indirect naar afschriften in cartularia van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht (berustend te Parijs, Bibliothèque Nationale, Fonds Latin).
Regesten
Verkooren, Inventaire des chartes et cartulaires, 137. – De Borman, ‘Notice’, 48-49. – Habets,‘Codex diplomaticus’, 46, nr. 78. – Böhmer, Regesta imperii VI-1, 24. – Doppler,‘Verzameling [800-1273]’, 249-250, nr. 194. – Haas,Chronologische lijst, 67, nr. 168. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 53, nr. 54.
Samenhang
Voor de oorkonde van keizer Frederik II d.d. 1215 juli 28, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 10. Voor diens oorkonde d.d. 1236 september 9 (voor een editie, zie Huillard-Bréholles, Historia diplomatica IV-2, 764-765).
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Numéro 37
Michael, chanoine du chapitre Notre-Dame de Maastricht, et Godfrey Bec d'Übach tranchent un litige de longue date entre l'abbesse et le couvent de Thorn et Gérard Bec, frère de Godfrey, au sujet de la ferme de l'abbaye, des champs et des bâtiments d'Übach. Après avoir interrogé les deux parties et d'autres personnes, les médiateurs décident ce qui suit : Gérard rend à l'abbesse et au couvent la charte sur les terres récupérées de la ferme d'Übach. Lui et la famille concernée renoncent à tout droit (prétendu) sur la ferme d'Übach et quitteront la ferme sur ordre de l'abbesse et du couvent. Il renonce également à tout droit sur la ferme de Kedelmar à Übach et peut décider lui-même d'enlever le grenier ou de le laisser en place moyennant une redevance. L'abbesse et le couvent dédommagent Gérard en argent et en grain. L'abbesse fait examiner et juger la position de Gerard en tant que cuisinier. S'il n'occupe pas ce poste à juste titre, l'abbesse le dédommagera en grain et en argent. La question de savoir si la mère de Gérard, Helka, possède un droit foncier doit faire l'objet d'un examen plus approfondi.
Michael, kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, en Godfried Bec van Übach doen een uitspraak in het geschil tussen abdis en convent van Thorn enerzijds en Gerard Bec, broer van Godfried, anderzijds inzake de hoeve, akkers en gebouwen van de abdij te Übach.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 48. Zwaar beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Compositio inter dominam abbatissam et conventum et Gherardum Beck. – 2o door 16e-eeuwse hand: Null[ius est valoris, 1271. – 3o door 17e-eeuwse hand: I, O.
Bezegeling: drie uithangende zegels (S1, S2 en S3) en twee bevestigingsplaatsen (LS4 en LS5), terwijl er slechts vier zegels aangekondigd zijn, namelijk van Michael, kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, van Hendrik, voormalig deken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, van de abdis van Thorn en van Herman, deken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht. De bewaard gebleven zegels zijn: S1 van Guda van Rennenberg, abdis van Thorn, zwaar beschadigd, van bruine was; S2 mogelijk van Herman, deken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, zwaar beschadigd, van bruine was; S3 een niet te identificeren zegel, zwaar beschadigd, van bruine was. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 34; voor het identificatieprobleem, een beschrijving en afbeelding van S2 en voor het niet-geïdentificeerde S3, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 23-24.
Uitgaven
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 43-46, nr. 30 (gedateerd 1271 januari 16), naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 39-42, nr. 48 (gedateerd 1271 januari 16), naar a.
Regest
Haas, Chronologische lijst, 64, nr. 156.
Datering
Het gebruik van paasstijl door geestelijke instellingen in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Ontstaan en samenhang
Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1262 tot en met 1273. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 17.
In onderhavige oorkonde wordt verwezen naar een oorkonde van abdis en convent van Thorn voor Marsilius, vader van Gerard Bec van Übach, zie Collectie Thorn, nr. 36.
Tekstuitgave
De lacunes in A zijn aangevuld naar druk a. Het onderscheid tussen c en t is slecht zichtbaar.

Numéro 37
L'administrateur et le couvent du monastère Sint-Gerlach à Houthem informent le pape Nicolas IV qu'ils ont désigné Richald, curé d'Orsmaal, et Robert van Millen, clerc, comme leurs procureurs devant la cour papale et qu'ils peuvent nommer un ou plusieurs substitués avec la même autorité.
Proost en convent van het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) berichten aan de paus (Nicolaas IV) dat zij Richald, pastoor van Orsmaal, en Robert van Millen, clericus, hebben aangesteld als hun procuratoren voor het pauselijke hof en dat deze een of meerdere plaatsvervangers mogen aanstellen met dezelfde bevoegdheid.
Origineel
A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 5, reg. nr. 28.
Aantekeningen op de achterzijde: 1˚ door eind 13e-eeuwse hand: Prepositus et conventus monasterii sancti Gerlaci. – 2˚ door 17e-eeuwse hand: 1290.
Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van deken en kapittel van Onze-Lieve-Vrouw te Maastricht (LS1).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 30, nr. 26. – Haas, inventaris Sint Gerlach, 78, reg. nr. 28. – Idem, Chronologische lijst, 88, reg. nr. 235.
Ontstaan
Het schrift van onderhavige oorkonde vertoont zeer sterke verwantschap met de twee oorkonden van de officiaal van het hof van Luik, die door eenzelfde scriptor gemundeerd zijn, zie infra nrs. 35 en 36.

Numéro 37
Le chapitre de Kerpen convertit des accises annuelles de dix schellings liégeois, que le chevalier Hendrik van Strijthagen doit au chapitre pour 120 arpents de biens imposables d'accises à Strijthagen, en accises annuelles de cinq schellings de Cologne, à payer sous peine d'excommunication, à promulguer par l'abbé de Kloosterrade.
Het kapittel van Kerpen zet een jaarlijkse cijns van tien schelling Luiks, die ridder Hendrik van Strijthagen verschuldigd is aan het kapittel over 120 morgen cijnsgoed te Strijthagen, om in een jaarlijkse cijns van vijf schelling Keuls, te betalen op straffe van excommunicatie, af te kondigen door de abt van Kloosterrade.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 1173.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 209-210, nr. 110, naar A.
Teksteditie
Het onderscheid tussen o en e is in A niet altijd duidelijk.

Numéro 37
Le roi romain Rodolphe Ier renouvelle et confirme la charte accordée par l'empereur Henri IV au chapitre de Saint-Servaas à Maastricht en 1087.
Rooms-koning Rudolf I hernieuwt en bevestigt de door keizer Hendrik IV verleende oorkonde aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht d.d. 1087.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 21.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, van rode was, gaaf. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 49.
Afschrift
B. 17e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief van het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 42v-43v, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: Bona ecclesie sub protectione sua suscipit imperator et confirmat gratias, libertates et iura ecclesie, mogelijk naar A.
Uitgave
a. Böhmer, Acta imperii selecta, 315-316, nr. 390 (onvolledig), naar A.
Samenhang
Voor de in de dispositio vermelde oorkonde van Hendrik IV d.d. 1087, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 2.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Numéro 38
Oger de Geilenkirchen, Olf de Scharn, Kuno de Molenarken et son frère Reinier Hunken, chevaliers, en tant qu'arbitres, annoncent que Gérard de Bircde, chevalier, dans son litige avec l'abbesse et le couvent de l'abbaye de Thorn, ainsi que sa femme et ses enfants, a renoncé à toute réclamation et demande contre l'abbaye de Thorn.
Oger van Geilenkirchen, Olf van Scharn, Kuno van Molenarken en zijn broer Reinier Hunken, ridders, maken als scheidslieden bekend dat Gerard van Bircde, ridder, in zijn geschil met abdis en convent van de abdij van Thorn, samen met zijn vrouw en kinderen heeft afgezien van elke aanspraak en vordering tegen de abdij van Thorn.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 49.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: De domino Gherardo de Bircden. ‒ 2o door 17e-eeuwse hand: 1272. ‒ 3o door 17e-eeuwse hand: Compositio facta et concordia cum de presenti in memoria non est differentia. ‒ 4o door 17e-eeuwse hand: S doorgestreept, A. ‒ 5o door 18e-eeuwse hand: In hac compositione status questionis non describitur.
Bezegeling: drie bevestigingsplaatsen (met uithangende restanten van de perkamenten zegelstaarten), vermoedelijk voor de aangekondigde zegels (LS1, LS2 en LS3).
Afschriften
B. 18e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1629 = Codex of cartularium IV, 992-1762 (band notariële afschriften abdij Thorn), p. 39-40, eenvoudig afschrift. ‒ C. 18e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1629 = Codex of cartularium IV, 992-1762 (band notariële afschriften abdij Thorn), p. 41, eenvoudig afschrift, met vermelding van drie zegelplaatsen. ‒ D. laatste kwart 18e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1631, Cartularium, p. 12-14, onder de rubriek: Compositio nate inter abbatissam et conventum Thorensem ex una et Gerardum de Berode ex altera parte discordie anno 1272, met opgave van drie bezegelingsplaatsen, eenvoudig afschrift, naar A.
Uitgaven
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 46-48, nr. 31 (gedateerd 1272 januari 18), naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 42-43, nr. 49 (gedateerd 1272 januari 18), naar a.
Regest
Haas, Chronologische lijst, 66, nr. 162.
Ontstaan
Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1262 tot en met 1273. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 17.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is slecht zichtbaar.

Numéro 38
Les échevins de Maastricht annoncent que Hendrik van Retersbeek, sain de corps et d'esprit, a transféré ses biens meubles et ses créances à Dirk, commandeur de l'Ordre Teutonique, au profit de la maison et des frères de la maison Sainte-Marie à Aldenbiesen. Cette cession s'est faite à la condition que l'administrateur et le couvent du monastère Sint-Gerlach de Houthem soient libres de toute revendication, contestation, obligation et autres concernant ces biens, à l'exception d'une rente annuelle de six muids de seigle mesure maastrichtoise qu'on cultive de l'autre côté de la Meuse. Le commandeur et le couvent de Sint-Gerlach doivent verser cette rente au commandeur et aux frères de Maastricht aussi longtemps qu'Hendrik vit, et cette rente leur reviendra entièrement et libre de tout droit après sa mort.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Hendrik van Retersbeek, gezond van lichaam en geest, zijn roerende goederen en vorderingen heeft overgedragen aan Dirk, commandeur van de Duitse Orde, ten behoeve van het huis en de broeders van het huis van de heilige Maria te Aldenbiesen, op voorwaarde dat proost en convent van het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) vrij zijn van alle schuldvorderingen, geschillen, verplichtingen en andere zaken ten aanzien van deze goederen, afgezien van een jaarlijkse lijfrente van zes mud rogge Maastrichtse maat die groeit aan de overzijde van de Maas. Proost en convent van Sint-Gerlach moeten deze lijfrente te Maastricht aan de commandeur en broeders te Maastricht voldoen zolang Hendrik leeft en deze rente zal na diens overlijden vrij en geheel naar hen terugkeren.
Originelen
A1. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 97-1, reg. nr. 29. – Gaaf bewaard, behoudens vlekken op tekst.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 16e-eeuwse hand: [...]a VI modios siliginis. – 2o door 17e-eeuwse hand: 1293. – 3o door 18e-eeuwse hand: Renuntiatio Godefridi super sex modios siliginis, 1293. – 4o door 18e-eeuwse hand: Num. 81.
Bezegeling: drie uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S2 van de proost van Sint-Gerlach te Houthem, van bruine was, beschadigd. – S3 van Godfried, zoon van wijlen Floriman, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S4 van Florentius, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd; en één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Dirk, commandeur van de Duitse Orde (LS1). Voor een beschrijving en afbeelding van S2, S3 en S4, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, respectievelijk 153, 163 en 164.
A2. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 97-2, reg. nr. 29.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 17e-eeuwse hand: Quitingh van renten. – 2o door 17e-eeuwse hand: 1299 (met potlood gewijzigd in 1293). – 3o door 18e-eeuwse hand: Num. 81.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S2 van de proost van Sint-Gerlach te Houthem, van bruine was, beschadigd; en drie bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Dirk, commandeur van de Duitse Orde, Godfried, zoon van wijlen Floriman, schepen van Maastricht, en Florentius, schepen van Maastricht (LS1, LS3 en LS4). Voor een beschrijving en afbeelding van S2, zie Venner, ‘Zegels het klooster Sint-Gerlach’, 153.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgaven
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 31-32, nr. 27, naar A1. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 94-95, nr. 1293.05.15 (met vertaling), naar A1 en A2.
Regesten
Haas, Inventaris Sint Gerlach, 78, reg. nr. 29. – Idem, Chronologische lijst, 95, nrs. 257 en 257a.
Ontstaan
A1 en A2 zijn geschreven door dezelfde hand. Deze scriptor is te situeren in het milieu van de Maastrichtse schepenen, aangezien deze hand in 1293 ook een schepenoorkonde voor een Maastrichtse begijn mundeerde (zie Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 463).
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar. De lacunes in A1 zijn tussen rechte haken aangevuld naar A2.

Numéro 38
Elisabeth, dame de Sprimont, ancienne comtesse de Clèves et veuve de Gérard, seigneur de Wassenberg, fait don à l'abbaye de Kloosterrade de sa dîme de Cartils, dans la paroisse de Gulpen, au profit d'une messe annuelle pour son mari, son fils Gérard et elle-même.
Elisabeth, vrouwe van Sprimont, gewezen gravin van Kleef en weduwe van Gerard, heer van Wassenberg, schenkt haar tiend te Cartils in de parochie Gulpen aan de abdij Kloosterrade ten behoeve van een jaargetijde voor haar echtgenoot, haar zoon Gerard en haar zelf.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 786.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 212-213, nr. 112, naar A.

Numéro 38
Les échevins de Maastricht ont établi un acte par lequel Jan, fils de leur ancien échevin Boudewijn de Molendino, a vendu la moitié d'une maison située en face de la chapelle St Amor (à Maastricht) à Jan, moine de l'abbaye du Val-Dieu (à Aubel), au profit de l'abbé et du couvent.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan, zoon van wijlen hun medeschepen Boudewijn de Molendino, de helft van een huis tegenover de Sint-Amorkapel (te Maastricht) heeft verkocht aan Jan, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), ten behoeve van abt en convent.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 450. Zwaar beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Littera ad domum de Molendin[o] in Lata Platea. – 2o door 16e-eeuwse hand: 1373 / s 23. – 3o door 18e-eeuwse hand: 293.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S2 eerste zegel van Gerard, zoon van Gosmar (= Gerard de Mayo), schepen van Maastricht, van groene was, beschadigd; en twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Boudewijn Caseus, schepen van Maastricht, en Jan van Mulinghen, schepen van Maastricht (LS1 en LS3). Voor een beschrijving en afbeelding van S2, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 172-173, afb. 21.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 45-46 (met onvolledige vertaling), nr. 1274.02.23, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 23, nr. 6. – Haas, Chronologische lijst, 68-69, nr. 172. –Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 450.
Datering
Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Ontstaan
Onderhavige oorkonde voor de abdij van Val-Dieu te Aubel is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert voor de abdij van Val-Dieu d.d. 1276 juni 24 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nrs. 43 en 44), voor een priester te Maastricht d.d. 1278 juli 9 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 45), voor het Sint-Servaaskapittel te Maastricht d.d. 1285 oktober 6 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 56), voor een particulier d.d. 1287 juni 25 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 58), voor een begijn te Maastricht d.d. 1288 april 24 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 59), alsmede een oorkonde van rechter en schepenen van de hof van Lenculen voor een particulier d.d. 1291 maart 17 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 69). Bijgevolg kan deze scriptor worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht.
Tekstuitgave
De lacunes in A kunnen niet worden aangevuld naar een afschrift. Blijkens Doppler behoorde de andere helft van het verkochte huis toe aan Basilea.
Numéro 39
Walram, seigneur de Valkenburg et Monschau, promet de ne pas faire pression sur le couvent Sint-Gerlach de Houthem pour qu'il accueille plus de trente religieuses, conformément à l'accord conclu avec la prieure et le couvent sur la réduction du nombre de religieuses. Guillaume, abbé de Prémontré, approuve ce règlement.
Walram, heer van Valkenburg en Monschau, belooft geen druk uit te oefenen op het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) om meer dan dertig nonnen op te nemen, conform de afspraak met priorin en convent over het terugdringen van het aantal zusters. Willem, abt van Prémontré, hecht zijn goedkeuring aan deze verordening.
Originelen
[A1]. Niet voorhanden, blijkens B bezegeld met twee zegels.
[A2]. Niet voorhanden, blijkens C bezegeld met twee zegels.
Afschriften
B. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 139-140, onder de rubriek: Litere domini Walrami de Monjoe et Valckenburgh et domini Guillemni, abbatis Premonstratensis, quod ultra XV sorores nulla debet recipi, en in de marge: Num. 92, met opgave van twee bezegelingsplaatsen, naar [A1]. – C. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 363-364, onder de rubriek: Copia literarum domini Walrami de Valckenborgh et domini abbatis Premonstratensis, quod ultra 30 sorores nulla debet recipi, en in de marge: Num. 221, met opgave van twee bezegelingsplaatsen, naar [A2].
Uitgave
Habets, ‘Houthem-Sint-Gerlach’, 215-216, nr. 9, naar C.
Ontstaan en tekstuitgave
Onderhavige oorkonde is overgeleverd via twee afschriften in eenzelfde cartularium, die op een essentieel punt van elkaar afwijken, namelijk het maximum van het aantal kloosterzusters. Afschrift B vermeldt er vijftien, afschrift C dertig. Deze afschriften staan weliswaar in hetzelfde cartularium nr. 1, maar zijn door de kopiist beschouwd als twee verschillende oorkonden met een aparte rubricering in de index en met een uniek verwijzingsnummer. Beide cartulariumafschriften verwijzen naar een originele oorkonde. Afgezien van het verschillend aantal kloosterzusters, wijst het variantenonderzoek op het bestaan van twee verschillende versies. Naar alle waarschijnlijkheid gaan deze terug op een dubbeluitvaardiging, één exemplaar voor de heer van Valkenburg en Monschau en één voor het klooster Sint-Gerlach. Het aantal van dertig kloosterzusters in afschrift C lijkt ons het meest waarschijnlijk, omdat Dirk IV, heer van Valkenburg en Monschau, in een oorkonde d.d. 15 februari 1345 verklaart dat hij het verbod om meer dan dertig zusters op te nemen in het klooster Sint-Gerlach, zal respecteren: et ea de causa receperunt et habent inhibitionem a suis superioribus sive praelatis ne aliquando de caetero recipiant domicellam in suum conventum donec ad tricesimum numerum redigantur (zie Habets, ‘Houthem-Sint-Gerlach’, 216-217, nr. 10). Bijgevolg is voor de tekstuitgave de voorkeur gegeven aan afschrift C als basistekst, met een opgave van de varianten van B in het notenapparaat.

Numéro 39
Guda (de Rennenberg), abbesse, le couvent de l'abbaye de Thorn et Guillaume II, seigneur de Horn et gardien de l'abbaye, désignent Gijsbert de Bruchausen, Jan de Rennenberg, chanoines de Liège, Hendrik de Baexem, chevalier, et Marsilius de Berg comme arbitres pour régler leurs différends.
Guda (van Rennenberg), abdis, het convent van de abdij van Thorn en Willem II, heer van Horn en voogd van de abdij, wijzen Gijsbert van Bruchausen, Jan van Rennenberg, kanunniken van Luik, Hendrik van Baexem, ridder, en Marsilius van Berg aan als scheidslieden ter beslechting van hun geschillen.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 50.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 17e-eeuwse hand: Compromissum inter dominum de Horne et abbatissam Thoren (sic) Gudam, 1273. ‒ 2o door 17e-eeuwse hand: A doorgestreept, H.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S3 van Guda van Rennenberg, abdis van Thorn, beschadigd, van bruine was; en twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Willem II, heer van Horn, en het convent van Thorn (LS1 en LS2). Voor een beschrijving en afbeelding van S3, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 34.
Uitgaven
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 48-49, nr. 32, naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 43-44, nr. 50, naar a.
Regest
Haas, Chronologische lijst, 66, nr. 163.
Ontstaan
Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1262 tot en met 1273. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 17.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Numéro 39
L'abbé Koenraad et le couvent de Kloosterrade vendent au monastère de Marienthal, qui avait auparavant loué ces biens à l'abbaye, quelques parcelles de terre arable à Büllesheim pour dix-huit marks de Cologne.
Abt Koenraad en het convent van Kloosterrade verkopen enige percelen akkerland te Büllesheim voor achttien mark Keuls aan het klooster Marienthal, dat die goederen tevoren van de abdij in pacht had.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 1651.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 216-217, nr. 115, naar A.

Numéro 39
Le roi romain Rodolphe Ier explique l'acte de donation du pont de la Meuse par le roi romain Coenraad III et déclare que le chapitre s'engage à ne pas dépenser plus pour l'entretien du pont que ce qui correspond aux revenus du pont.
Rooms-koning Rudolf I geeft uitleg over de schenkingsakte van de Maasbrug door rooms-koning Koenraad III en verklaart dat het kapittel voor het onderhoud van de brug tot geen hogere uitgaven is verplicht dan die ter hoogte van de inkomsten van de brug.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 437. Licht beschadigd. Gelinieerd.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: Interpretatio privilegii pontis regis Rudolfi. – 2o door 17e-eeuwse hand: [***] quartam reparationem capitulum teneatur. – 3o door 17e-eeuwse hand: 27, Interpretatio donationis pontis Rudolphi, imperatoris, et declaratio ad quantam reparationem capitulum teneatur.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, beschadigd, van witte was. Voor een beschrijving van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 50.
Afschriften
B. 1640, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 1741 (cartularium) = Liber sive regestum originis ecclesiae Sancti Servatii Traiec[tensis] illiusque privilegiorum, donationum ac iurium ex originalibus et libro chartarum manu Ioannis Choris, receptoris capituli, descriptorum, p. 84-85, onder de rubriek: Rudolphus declarat ecclesiam non teneri ad maiores pontis Mose reparationes quam ascendant reditus pontis, naar A. – [C]. niet voorhanden, maar bekend uit D, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 3. – D. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 403-404, onder de rubriek: 1274, Rudolphus, Romanorum imperator, declarat ecclesiam Sancti Servatii non teneri ad pontis Mose reparationem ultra reditus illius pontis, 15 kalendas octobris, 1274, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, naar A.
Uitgaven
a. Willemsen, ‘Inventaire’, 175-176, nr. 12, naar A. – b. Winkelmann, Acta imperii II, 81-82, nr. 93, indirect naar een afschrift in een cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht (berustend te Parijs, Bibliothèque Nationale, Fonds Latin).
Regesten
Verkooren, Inventaire des chartes et cartulaires, 138. – Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 251-252, nr. 199. – Haas, Chronologische lijst, 69, nr. 174. –Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 100, nr. 437.
Samenhang
Voor de schenking van de Maasbrug door rooms-koning Koenraad III d.d. 1139 juni 22 en de bevestiging daarvan door paus Innocentius II d.d. 1139 december 18, zie Collectie Sint-Servaas, nrs. 5 en 6. Voor de aflaatverlening door vier aartsbisschoppen en vijftien bisschoppen ten behoeve van de bouw van de Maasbrug d.d. 1284 januari 29 en de goedkeuring door Jan IV (van Vlaanderen), bisschop van Luik, d.d. 1287 mei 8, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nrs. 51 en 57.
Numéro 40
Les échevins d'Oirsbeek annoncent que Willem Scheld de Doenrade et son épouse Geertrui ont vendu quatre acres de terres agricoles dans la paroisse d'Oirsbeek près de Doenrade à l'administrateur et au couvent de Sint-Gerlach à Houthem. Willem et Geertrui paieront un bail annuel de quatre seigles d'Aix-la-Chapelle au monastère et paieront les cijns des quatre acres loués au monastère.
Schepenen van Oirsbeek oorkonden dat Willem Scheld van Doenrade en zijn echtgenote Geertrui vier bunder akkerland in de parochie van Oirsbeek bij Doenrade hebben verkocht aan proost en convent van Sint-Gerlach (te Houthem) en dat zij jaarlijks een pacht van vier mud rogge Akense maat aan het klooster zullen betalen en de cijns uit de vier gepachte bunder voor het klooster voldoen.
Origineel
[A]. Niet voorhanden, blijkens B bezegeld met één zegel.
Afschrift
B. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 292-293, onder de rubriek: Emptio 4 bonnariorum terre arabilis iuxta Dondenrode in parochia de Oirsbeke, anno 1293, en in de marge: Num. 182, met opgave van één bezegelingsplaats, naar [A].
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regest
Niet voorhanden.

Numéro 40
Arnoud de Louvain et son épouse Isabelle, seigneur et dame de Breda, vendent à Guda (de Rennenberg), abbesse, et au couvent de l'abbaye de Thorn la portion de l'accise annuelle, établie sur la cour de Gilze, qui avait été vendue par l'abbesse et le couvent au seigneur de Breda en décembre 1243.
Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Isabella, heer en vrouwe van Breda, verkopen aan Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn het gedeelte van de jaarcijns van vijf mark Luiks, gevestigd op de hof te Gilze, die in december 1243 door abdis en convent aan de heer van Breda was verkocht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, voorl. inv. nr. 2223.
Uitgave
a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 550-552, nr. 1146, naar A.
Samenhang
Voor de verkoop door Hildegonde, abdis, en het convent van de abdij van Thorn in december 1243, zie Collectie Thorn, nr. 11.

Numéro 40
Verdict des arbitres dans le litige opposant l'abbé et le couvent de Kloosterrade à Gerard van Scherwier au tribunal de Laar ; l'abbé et le couvent acceptent le verdict et déclarent avoir reçu la somme de 42 marks aixois.
De uitspraak van scheidslieden in het geschil van abt en convent van Kloosterrade met Gerard van Scherwier over de hof Laar; abt en convent stemmen in met de uitspraak en verklaren het bedrag van 42 mark Akens ontvangen te hebben.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 995.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 222-224, nr. 119, naar A.

Numéro 40
Le pape Grégoire X communique (au chapitre de Saint-Servatius à Maastricht) deux des constitutions qu'il a annoncées au concile de Lyon, à savoir sur la bigamie et la fin des offices par les chanoines.
Paus Gregorius X deelt (aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht) twee van de door hem op het concilie van Lyon bekendgemaakte constituties mee, namelijk inzake bigamie en het beëindigen van de diensten door de kanunniken.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 162. Gelinieerd, beschadigd met tekstverlies.
Aantekening op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Magistris Seruatianis.
Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het niet aangekondigde zegel van paus Gregorius X (LS1).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 250, nr. 196 (gedateerd 1273 december 19). – Haas, Chronologische lijst, 68, nr. 170 (gedateerd 1273 december 19). – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 71, nr. 162 (gedateerd 1273 december 19).
Samenhang
Voor de editie van alle constituties, uitgevaardigd op 1 november 1274 tijdens het generaal concilie van Lyon, zie Guiraud, Les registres de Grégoire X, 241-250, nr. 576. Zie ook Potthast, Regesta pontificum Romanorum, 1689, nr. 20950.
Datering
Onderhavige oorkonde is gedateerd in het derde pontificaatsjaar van paus Gregorius X. Er is echter onzekerheid wanneer hij zijn eerste pontificaatsjaar liet ingaan, bij de aanvaarding of bij de wijding, zie Strubbe en Voet, Chronologie, 216. Voor de datering is uitgegaan van de aanvaarding van zijn pontificaat op 27 oktober 1271. Als wordt uitgegaan van de wijdingsdag, i.c. 27 maart 1272, dan zou deze oorkonde gedateerd moeten worden op 19 december 1275.

Numéro 41
Arnoud de Louvain et sa femme Isabelle, seigneur et dame de Breda, vendent à Guda (de Rennenberg), abbesse, et au couvent de l'abbaye de Thorn l'ancienne et la nouvelle dîme dans la paroisse d'Etten. Par cette vente, Arnoud et Isabella renoncent à tout droit sur cette dîme.
Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Isabella, heer en vrouwe van Breda, verkopen aan Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn de oude en nieuwe tiend binnen de parochie van Etten.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 54.
Uitgave
a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 560-563, nr. 1152, naar A.

Numéro 41
Diederik VII, comte de Clèves, à la demande de sa sœur, la duchesse de Limbourg, fait don à l'abbaye de Kloosterrade de ses revenus provenant de la dîme sur la propriété abbatiale de Lommersum, qui lui appartient en vertu de l'interdiction de chasse du château de Tomburg, à concurrence de trois marks par an.
Diederik VII, graaf van Kleef, schenkt op verzoek van zijn zuster, de hertogin van Limburg, aan de abdij Kloosterrade zijn inkomsten uit een tiende over de abdijgoederen te Lommersum, die hem toebehoren op grond van de wildban van de burcht Tomburg, tot een maximum van drie mark per jaar.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 807.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 224-225, nr. 120, naar A.

Numéro 41
Otto de Gulik, prévôt du chapitre de Saint-Servatius à Maastricht et archidiacre de Liège, déclare que les biens et revenus de la cour de Kückhoven avec l'intendance n'appartiennent pas au prévôt mais au chapitre.
Otto van Gulik, proost van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht en aartsdiaken van Luik, verklaart dat de goederen en inkomsten van de hof van Kückhoven met het rentmeesterschap niet aan de proost, maar aan het kapittel toebehoren.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 422.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Littera de Codecouen. – 2o door 14e-eeuwse hand: [***] redditus pertinent ad capitulum. – 3o door 16e-eeuwse hand: 9 / 7 / M XXV. – 4o door 17e-eeuwse hand: Littera E / 173.
Bezegeling: één afhangend bevestigd zegel, dat niet aangekondigd is, namelijk: S1 van Otto van Gulik, proost van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht en aartsdiaken van Luik, van rode was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van dit zegel, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 15.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 252-253, nr. 201. – Haas, Chronologische lijst, 69, nr. 175. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 98, nr. 422.
Datering
Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.
Numéro 42
Arnoud van Leuven et son épouse Isabella, seigneur et dame de Breda, accordent à Arnoud Coreman et à son épouse Heilwich 50 hectares de terres incultes, situées à Hulsdonk dans la seigneurie de Breda, contre un droit de succession annuel.
Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Isabella, heer en vrouwe van Breda, geven Arnoud Coreman en diens echtgenote Heilwich 50 bunder woeste grond, gelegen te Hulsdonk binnen de heerlijkheid Breda, tegen een jaarlijkse erfcijns van 50 penning kleine Leuvense munt.
Afschrift
B. ca. 1700, Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 55, tweede stuk = Copie verclaringhe ofte vidimus van den abt des cloosters van Sinte Michiels tott Antwerpen; Q, onder de rubriek: Copie copie, naar een verloren gegaan afschrift d.d. 3 maart 1345.
Uitgave
a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 643-644, nr. 1195.

Numéro 42
L'abbé Cuno et le couvent de Kloosterrade vendent tous leurs biens et droits à Dernau pour 160 marks de Cologne au prieur et au couvent de Marienthal, près de Dernau, en règlement de leurs dettes s'élevant à 1 400 marks de Cologne, qu'ils ont contractées à la suite de catastrophes qu'ils ont subies ; l'évêque Jean IV de Liège consent à la vente et la cosigne.
Abt Cuno en het convent van Kloosterrade verkopen ter delging van hun schulden ten bedrage van 1400 mark Keuls, die zij als gevolg van hun overkomen rampen hebben opgelopen, al hun goederen en rechten te Dernau voor 160 mark Keuls aan prior en convent van Marienthal bij Dernau; bisschop Jan IV van Luik stemt toe in de verkoop en bezegelt mee.
Originelen
A1. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 1653.
[A2]. Niet voorhanden tweede exemplaar, bestemd voor de wederpartij; zie onder
Ontstaan en overlevering.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 243-245, nr. 131, naar A1.
Teksteditie
Het onderscheid tussen c en t is in A1 niet altijd duidelijk. De lacune in het origineel, ontstaan door het uitscheuren van de pliek, is aangevuld naar een later afschrift, zie hiervoor de uitgave van Polak en Dijkhof.

Numéro 42
Siegfried de Brohl, noble, et Lukardis, sa femme, accordent aux habitants de Güls, pour quatorze ans, l'exemption des droits et services qui leur sont dus, et déclarent qu'en cas d'aliénation, ils offriront d'abord la tutelle héréditaire à l'abbé de Siegburg et aux habitants de Güls.
Siegfried van Brohl, edelman, en Lukardis, zijn echtgenote, verlenen de inwoners van Güls voor veertien jaar vrijdom van rechten en diensten die hen toekomen en verklaren dat zij de erfvoogdij bij vervreemding eerst zullen aanbieden aan de abt van Siegburg en de inwoners van Güls.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 341.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 17e-eeuwse hand: 1275 / Vogteij zu Guls. Ist der gemein versatz und versprochen ad annos 14 omnia tercia servicia et carrata vini de villa Sieberg; si advocatia vendenda sit, vendatur abbati primo. – 2o door 17e-eeuwse hand: 1275.
Bezegeling: vier bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van de abten van Siegburg en Maria Laach, Herman, heer van Helfenstein, en Siegfried van Brohl, erfvoogd van Güls (LS1, LS2, LS3 en LS4).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Wisplinghoff, Urkunden Siegburg, 271-272, nr. 155, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 253, nr. 203. – Haas, Chronologische lijst, 70, nr. 178. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 90, nr. 341.
Datering
Het gebruik van de ‘stilus Trevirensis’, de boodschapstijl, in het aartsbisdom Trier is verondersteld, zie Grotefend, Taschenbuch, 12.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.
Numéro 43
Arnoud de Louvain et son épouse Isabelle, seigneur et dame de Breda, font don aux habitants de Breda des terres communales prédéfinies, situées près de Breda, ainsi que des nouvelles terres octroyées au cours des trois dernières années.
Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Isabella, heer en vrouwe van Breda, schenken aan de inwoners van Breda de gemene gronden bij Breda binnen omschreven grenzen, alsmede de nieuwe gronden die de laatste drie jaar zijn uitgegeven.
Afschrift
B. 1664, Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 57.
Uitgave
a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 648-650, nr. 1198.

Numéro 43
Les frères Willem van Holset, Gillis van Treverstorf, Simon van Remersdaal, chevaliers, déclarent que leurs parents, le chevalier Simon van Remersdaal et son épouse Mabelia, ont légué avec leur consentement une dîme à Remersdaal à leur fils Olivier, à condition qu'après son décès, une moitié revienne à l'abbaye de Kloosterrade et l'autre moitié au couvent de femmes de Sinnich.
De gebroeders Willem van Holset, Gillis van Treverstorf, Simon van Remersdaal, ridders, verklaren dat hun ouders, ridder Simon van Remersdaal en zijn echtgenote Mabelia, met hun instemming een tiend te Remersdaal aan hun zoon Olivier hebben vermaakt, op voorwaarde dat na diens dood de ene helft daarvan aan de abdij Kloosterrade en de andere helft aan het vrouwenklooster Sinnich zal toevallen.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 813.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 248-249, nr. 133, naar A.

Numéro 43
Les échevins de Maastricht font don à l'abbé et au couvent du Val-Dieu (à Aubel) d'une accise annuelle de douze shillings liégeois et de deux chapons par Ida et Margareta, béguines, filles de Godefroi de Wiggarberge.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Ida en Margareta, begijnen, dochters van Godfried van Wiggarberge, een jaarlijkse cijns van twaalf schelling Luiks en twee kapoenen hebben geschonken aan abt en convent van Val-Dieu (te Aubel).
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 451. Beschadigd. Deze oorkonde is als transfix bevestigd aan de oorkonde van de schepenen van Maastricht d.d. 1267 januari 25, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 26.
Geen aantekening op de achterzijde.
Bezegeling: twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Gerard van Mulinghen en Jan van Mulinghen, schepenen van Maastricht (LS1 en LS2).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgaven
a. Doppler, ‘Schepenbrieven’, 21-22, nr. 3, naar A. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 49 (met onvolledige vertaling), nr. 1276.06.24(2), naar A.
Regesten
Haas, Chronologische lijst, 71, nr. 180. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 451.
Samenhang
Voor de aankoop van deze cijns door Ida en Margareta van Jan, bloedverwant van Tis, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 26.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 38 onder Ontstaan.

Numéro 44
Amicus de Lude, chanoine du chapitre de Saint-Lambert à Liège, et Herman, cellérier de l'abbaye de Val-Dieu, statuent sur le litige entre les abbayes de Thorn et d'Orientén (à Rummen) au sujet du placement de valets de ferme dans la paroisse d'Oeteren sans l'accord de l'abbaye de Thorn, ainsi que sur le prélèvement de la dîme et l'usage du chemin public et des prés communs qui s'y trouvent, confisqués par l'abbaye d'Orientén au détriment de l'abbaye de Thorn.
Amicus de Lude, kanunnik van het Sint-Lambertkapittel te Luik, en Herman, keldermeester van de abdij van Val-Dieu, doen uitspraak in het geschil tussen de abdijen van Thorn en Oriënten (te Rummen) over de plaatsing van hoevenaars in de parochie van Oeteren zonder instemming van de abdij van Thorn, alsmede over de tiendheffing en het gebruik van de openbare weg en gemene weiden aldaar, die de abdij van Oriënten ten nadele van deze abdij naar zich had toegetrokken.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 56. Beschadigd met tekstverlies; gelinieerd, onderaan rechts uitgescheurd zonder tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: De villa de Vtheren de abbatissa de Oriente. ‒ 2o door 13e-eeuwse hand: Oriente. ‒ 3o door 13e-eeuwse hand: Presbitero de Bikeuelt ad [questionem capituli?]. ‒ 4o door 17e-eeuwse hand: Sentencia arbitralis inter abbatissam de Thoren ex una et abbatissam de Orienten super diff[eren]tiis certorum bonorum in Nederoeteren sitorum, 1280, O. ‒ 5o door 18e-eeuwse hand: N.
Bezegeling: één bevestigingsplaats aan de linkerzijde van het origineel (LS1) voor één van de twee aangekondigde zegels; de tweede bevestigingsplaats aan de rechterzijde is niet meer te traceren door het uitscheuren van het perkament.
Uitgaven
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 50-54, nr. 34 (gedateerd 1280 april 25), naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 47-49, nr. 56 (gedateerd 1280 april 25), naar a.
Regest
Haas, Chronologische lijst, 74, 189 (gedateerd 1281 april 17).
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is slecht zichtbaar. De lacunes in A zijn aangevuld naar druk a, toen het origineel nog niet beschadigd was.

Numéro 44
Hugo III, évêque de Liège, à la demande de l'abbé et du couvent de Kloosterrade, approuve, à l'instar de son prédécesseur, la vente des biens de l'abbaye au prévôt, au doyen et au chapitre de Saint-Géréon de Cologne, ainsi qu'à des personnes non précisées, afin d'alléger le fardeau des dettes de l'abbaye.
Hugo III, bisschop van Luik, hecht op verzoek van abt en convent van Kloosterrade in navolging van zijn voorganger zijn goedkeuring aan de verkoop van abdijgoed aan proost, deken en kapittel van St.-Gereon te Keulen en aan enkele niet nader genoemde personen, ter verlichting van de schuldenlast van de abdij.
Originelen
A1. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 764. Beschadigd.
[A2]. Niet voorhanden tweede exemplaar, bestemd voor het kapittel van St.-Gereon te Keulen.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 263-265, nr. 140, naar A1.
Tekstuitgave
De lacunes in het origineel zijn aangevuld naar een later afschrift en een editie, zie hiervoor de uitgave van Polak en Dijkhof.

Numéro 44
Les échevins de Maastricht ont donné à Ida et Margareta, béguines, (filles de Godefroy de Wiggarberge), une accise annuelle de dix shillings liégeois à l'abbé et au couvent du Val-Dieu (à Aubel).
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Ida en Margareta, begijnen, (dochters van Godfried van Wiggarberge), een jaarlijkse cijns van tien schelling Luiks hebben geschonken aan abt en convent van Val-Dieu (te Aubel).
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 452. Deze oorkonde is als transfix bevestigd aan de schepenoorkonde van Maastricht d.d. 1271 september 18.
Geen aantekening op de achterzijde.
Bezegeling: twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Gerard en Jan van Mulinghen, schepenen van Maastricht (LS1 en LS2).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 48 (met onvolledige vertaling), nr. 1276.06.24(1), naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 22-23, nr. 5. – Haas, Chronologische lijst, 71, nr. 179. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 452.
Samenhang
Deze cijns was gevestigd op een huis, gelegen Op de Gracht te Maastricht, zoals blijkt uit de oorkonde d.d. 1271 september 18, waar dit transfix aan is gehecht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 34.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 38 onder Ontstaan.

Numéro 45
Mabilia, veuve de Hendrik, tuteur d'Eisden, et ses neuf enfants renoncent à tous les biens et droits à Eisden, Vucht et Mulheim après consultation et en présence de plusieurs témoins. Ils observent pleinement les coutumes qui y sont liées. La famille possédait les biens et les droits en fief, "cijns" (taxes) ou autres de l'abbesse et du couvent de Thorn et maintenant Mabilia et ses enfants vendent à nouveau tout aux propriétaires de Thorn. Avec cet accord, toute rancune et tout différend, qu'ils soient justifiés ou non, disparaissent et laissent place à une paix éternelle. En guise de garantie supplémentaire, Mabilia et ses enfants désignent cinq personnes comme cautions, au cas où l'abbesse et le couvent rencontreraient un quelconque obstacle. Ces cautions doivent rester à Stokkem jusqu'à la conclusion de l'accord.
Mabilia, weduwe van Hendrik, voogd van Eisden, en haar kinderen verkopen aan abdis en convent van Thorn hun eigendommen te Eisden, Vucht en Mulheim die zij in leen, cijns of op een andere wijze van hen hielden.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 60. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Litera de acquisitione bonorum in Esden, C. ‒ 2o door 17e-eeuwse hand: 1282. ‒ 3o door 18e-eeuwse hand: E. ‒ 4e door 18e-eeuwse hand: Instrumentum retrocessionis de Eysden, 1282.
Bezegeling: drie bezegelingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Jan, deken van het Sint-Andreaskapittel te Keulen, Jan, proost van het Sint-Pauluskapittel te Luik en Jacob, voogd van Eisden (LS1, LS2 en LS3).
Afschrift
B. eerste helft 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628 (voorheen cartularium nr. 1) = Cartularium abbatiae imperialis
Thorensis, 966-1600, p. 11-12, onder de rubriek: V, De acquisitione bonorum [***], met in de marge C, daaronder door latere hand E, beschadigd, naar A.
Uitgaven
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 57-60, nr. 37 (gedateerd 1282 mei 28), naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 51-53, nr. 60 (gedateerd 1282 mei 28 ), naar a.
Regest
Haas, Chronologische lijst, 76-77, nr. 198.
Ontstaan
Onderhavige oorkonde voor de abdij van Thorn is door dezelfde hand geschreven als de oorkonden, uitgevaardigd door Osto van Thorn in 1282 en door Willem, pastoor van Geertruidenberg, en door Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, in 1283 ten gunste van de abdij, zie Collectie Thorn, nrs. 46, 49 en 50. Bijgevolg kan de scriptor van deze oorkonden gelokaliseerd worden in de abdij van Thorn.
Tekstuitgave
De lacunes in A zijn aangevuld naar B.

Numéro 45
L'abbé Cuno et le couvent de Kloosterrade reconnaissent garder les biens spécifiés à Ahrweiler de l'abbé et du couvent de Prüm en échange de la livraison annuelle à cette abbaye d'une nappe d'autel et accordent à cette abbaye le droit de préemption sur toute vente de ces biens.
Abt Cuno en het convent van Kloosterrade erkennen dat zij de nader opgesomde goederen te Ahrweiler van abt en convent van Prüm houden tegen de jaarlijkse levering aan die abdij van een altaardoek en verlenen die abdij het recht van voorkoop bij de eventuele verkoop van die goederen.
Originelen
A1. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 847.
A2. Koblenz, Landeshauptarchiv, archief abdij Prüm (= Abteilung 18), oorkonden, nr. 55.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 270-272, nr. 144, naar A1.
Teksteditie
Het onderscheid tussen c en t in A1 is niet altijd duidelijk.

Numéro 45
Les échevins de Maastricht ont donné mandat à Jan de Molendino et à Mathilde, son épouse, de vendre à Garsilius, prêtre de la chapelle Saint-Georges à Maastricht, une accise de dix-huit schellings liégeois et un demi-chapon, établi sur le moulin à rasoir de Maastricht et dépendant de l'hôtellerie de Saint-Servatius.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan de Molendino en Mathilde, zijn echtgenote, een jaarlijkse cijns van achttien schelling Luiks en een halve kapoen, gevestigd op de scheermolen te Maastricht en afhangend van het Sint-Servaasgasthuis, hebben verkocht aan Garsilius, priester van de Sint-Joris(kapel) te Maastricht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 453.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: De XVIII solidis quos dominus Garsilius emerit supra molendinum quod dicitur schermůlen / r 32. – 2o door 16e-eeuwse hand: R 26. – 3o door 16e-eeuwse hand: 1278 / 122.
Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Reinier van Wyck, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S2 van Olbert Colsop, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 174, afb. nr. 35, en 175; en van S2, zie Idem, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 162-163.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 53 (met onvolledige vertaling), nr. 1278.07.09), naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 24, nr. 7. – Haas, Chronologische lijst, 72, nr. 184. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 102, nr. 453.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 38 onder Ontstaan.

Numéro 46
Osto de Thorn, (ancien curé de Gilze), parent du seigneur de Born, renonce par transfert de tous titres légaux aux rentes qui lui sont dues par l'abbesse et le couvent de Thorn, y compris une rente rachetée par l'abbaye.
Osto van Thorn, (gewezen pastoor van Gilze), bloedverwant van de heer van Born, doet door overdracht van alle rechtstitels afstand van de door abdis en convent van Thorn aan hem verschuldigde renten, waaronder een lijfrente van tien mark Luiks, die de abdij heeft afgekocht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 61.
Uitgave
a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 677-679, nr. 1216, naar A.
Ontstaan
Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1282-1283. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 45.

Numéro 46
Le roi romain Rodolphe Ier confirme et renouvelle la donation du pont de la Meuse par le roi romain Cunraad III en date du 22 juin 1139, dont le texte est inscrit, et autorise explicitement la perception du péage.
Rooms-koning Rudolf I bevestigt en hernieuwt de schenking van de Maasbrug door rooms-koning Koenraad III d.d. 1139 juni 22, waarvan de tekst is geïnsereerd, en staat uitdrukkelijk de tolheffing toe.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 438. Gelinieerd.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Confirmacio donacionis de ponte Rodulphi, imperatoris, et concessionis theolonii / m I 9. – 2o door 16e-eeuwse hand: Anno 1282. – 3o door 16e-eeuwse hand: R XXXV / R. M I n. – 4o door 17e-eeuwse hand: 30, Capsula imperialium.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, van witte was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 50.
Afschriften
B. eind 13e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 10 (cartularium) = [Liber privilegiorum], fol. 21r-22r (= nieuwe fol. 38r-39r), nr. 43, naar A. – C. 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 31, fol. 179v-181r, onder de rubriek: Item tenores omnium et singulorum exhiborum sequuntur per ordinem in hunc modum et sunt tales, en onder caput: Item litterarum imperialium pie morie serenissimi principis domini Rudolpi, Romanorum regis, sigillo eiusdem, ut prima facie videbatur, regio albe cere rotondo in cordula sericea rubei viridis croceique colorum impendente, in quo ymago imperatoris in dextra ceptrum regale, in sinistra vero pommum imperiale, cum cruce superposita deferent, expressa in circumferentia caracteribus hec verba: Rudolphus, Dei gratia Romanorum rex, semper augustus, sigillatarum et bullatarum signoque imperiali quadrato cum lineacionibus diversisque caracteribus contrapositis, tenores sequuntur tales, naar A. – D. 1640, Ibidem, idem, inv. nr. 1741 (cartularium) = Liber sive regestum originis ecclesie Sancti Seruatii Traiec[tensis] illiusque privilegiorum, donationum ac iurium ex originalibus et libro chartarum manu Ioannis Choris, receptoris capituli, descriptorum, p. 92-93, onder de rubriek: Rudolphus confirmat donationem pontis factam a Conrardo, onvolledig, naar A. – E. 17e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief van het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 48r-50r, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: Confirmatio donationis pontis, item quod omnes cuiuscumque sint conditionis aut status de rebus et bonis suis que per pontem vehuntur tenentur solvere consuetam thelonii pensionem aut impetitionem, mogelijk naar A. – [F]. niet voorhanden, maar bekend uit G, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 55. – G. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 437-438, onder de rubriek: Rudolphus, rex, confirmat privilegium pontis supra Mosam datam capitulo Sancti Servatii declaratque neminem a telonio et passagio esse liberum, 8 kalendas aprilis 1282, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, naar B.
Uitgaven
a. Schaepkens, ‘Archives’, 173-175, naar A. – b. Willemsen, ‘Inventaire’, 177-180, nr. 13, naar A.
Regesten
Verkooren, Inventaire des chartes et cartulaires, 153. – DeBorman, ‘Notice’, 49. – Wauters, Table chronologique VI, 62. – Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 255, nr. 208. – Haas,Chronologische lijst, 75, nr. 193. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 100, nr. 438.
Ontstaan en samenhang
Voor de geïnsereerde oorkonde van rooms-koning Koenraad III d.d. 1139 juni 22 en de bevestiging door paus Innocentius II d.d. 1139 december 18, zie Collectie Sint-Servaas, nrs. 5 en 6. Op 17 september 1274 vaardigde rooms-koning Rudolf I een oorkonde uit inzake de onderhoudskosten van de Maasbrug, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 39. Voor de aflaatverlening door vier aartsbisschoppen en vijftien bisschoppen ten behoeve van de bouw van de Maasbrug d.d. 1284 januari 29 en de goedkeuring daarvan door Jan IV (van Vlaanderen), bisschop van Luik, d.d. 1287 mei 8, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nrs. 51 en 57. Onderhavige oorkonde is door dezelfde hand geschreven als de oorkonde van rooms-koning Rudolf I d.d. 1282 april 7 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 48).
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Numéro 47
Reinald I, comte de Gelre et duc de Limbourg, certifie que Willem II, seigneur de Horn (et d'Altena), et son fils aîné Willem renoncent, au profit de l'abbaye de Thorn, à tous les prélèvements et requêtes que le seigneur de Horn, en tant que gardien de la terre de Thorn, peut prélever, sauf la gouvernance du village de Thorn et certains autres droits.
Reinald I, graaf van Gelre en hertog van Limburg, oorkondt dat Willem II, heer van Horn (en Altena), en zijn eerstgeboren zoon Willem ten behoeve van de abdij van Thorn afstand doen van alle heffingen en beden die de heer van Horn als voogd van het land van Thorn kan heffen, onder voorbehoud van de voogdij over het dorp Thorn en zekere andere rechten.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 62.
Uitgave
a. Van Synghel, DONB, nr. 1282.12.12, zie www.donb.nl/database/weergave/oorkonde/12821212uitgaveDONB2011, naar A.

Numéro 47
Le roi romain Rodolphe Ier confirme et renouvelle la charte du roi romain Hendrik IV du 21 septembre 1062 concernant le transfert des biens de Weert et de Dilsen au chapitre de Saint-Servaas à Maastricht, dont le texte porte l'inscription suivante
Rooms-koning Rudolf I bevestigt en hernieuwt de oorkonde van rooms-koning Hendrik IV d.d. 21 september 1062 inzake de overdracht van goederen te Weert en Dilsen aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, waarvan de tekst is geïnsereerd.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 884. Gelinieerd. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: Confirmatio (later aangevuld) per Rudolphum. – 2o door 14e-eeuwse hand: Privilegium de Wert et Dilsen. – 3o door 16e-eeuwse hand: 29 / k XVII. – 4o door 17e-eeuwse hand: In capsula imperialium. – 5o door 17e-eeuwse hand: Privilegium Rodolphi inserens et confirmans privilegium Henrici super donationem ville de Weert et Dilsen per Ottonem, Thuringie ducem, capitulo fecit via permutationis et cum exclusione domini prepositi, numero 29.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, van witte was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 50.
Afschriften
B. eind 13e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 10 (cartularium) = [Liber privilegiorum], fol. 18r-18v (= nieuwe fol. 35r-35v), nr. 40, naar A. – C. 1640, Ibidem, idem, inv. nr. 1741 (cartularium) = Liber sive regestum originis ecclesie Sancti Seruatii Traiec[tensis] illiusque privilegiorum, donationum ac iurium ex originalibus et libro chartarum manu Ioannis Choris, receptoris capituli, descriptorum, p. 87, onder de rubriek: Confirmat privilegium Henrici 4, imperatoris, onvolledig, naar A. – D. 17e eeuw, Ibidem, idem, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 46r-47v, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: Confirmatio donationis quam marchio Otto de Thuringia capitulo fecit quoad predium situm in Werta et Thilsena, mogelijk naar A. – E. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 436, onder de rubriek: Rudolphus, Romanorum rex, confirmat privilegium Henrici, imperatoris, ecclesie Sancti Servatii concessum, 8 idus aprilis, indictione X, 1282, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, naar B.
Uitgave
a. Winkelmann, Acta imperii II, 1101, nr. 137, indirect naar een afschrift in een cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht (berustend te Parijs, Bibliothèque Nationale, Fonds Latin, cartularium 26, vol III, fol. 107).
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 255-256, nr. 209. – Haas, Chronologische lijst, 76, nr. 195. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 158, nr. 884.
Samenhang
Voor de geïnsereerde oorkonde van Hendrik IV, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 1, alsmede Hackeng, Het middeleeuwse grondbezit, 39-41, 54, 59-60, 63-65, 67, 90-91, 154 en 279-280, nr. 39a (onvolledige uitgave).

Numéro 48
Willem van Born, curé de Geertruidenberg, après avoir été excommunié et emprisonné pour ne pas s'être conformé à un verdict de Jean (d'Enghien), évêque de Liège, renonce à ses prétentions concernant le litige avec l'abbesse et le couvent de l'abbaye de Thorn, y compris l'obligation promise par les chevaliers Hendrik, seigneur de Pietersheim, et Michael, seigneur de Rothem, à son égard. Il s'engage en outre, à titre de garantie supplémentaire, à rendre son église vacante si lui ou ses associés manquaient à leurs promesses et à payer une amende à l'abbesse de Thorn et au chapitre (de Saint-Lambert) de Liège, pour lesquels il a nommé des garants.
Willem van Born, pastoor van Geertruidenberg, ziet na zijn excommunicatie en gevangenschap ten gevolge van het niet naleven van een vonnis van Jan (van Enghien), bisschop van Luik, af van zijn aanspraken inzake het geschil met abdis en convent van de abdij van Thorn, waaronder van de beloofde verplichting jegens hem door de ridders Hendrik, heer van Pietersheim, en Michael, heer van Rothem. Tevens belooft hij ter meerdere zekerheid zijn kerk vacant te stellen indien hij of zijn medestanders hiertegen zouden handelen en aan de abdis van Thorn en het kapittel (van Sint-Lambert) te Luik een boete te betalen van elk 100 mark Luiks, waarvoor hij borgen aanstelt.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 58-2. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door eind 13e/begin 14e-eeuwse hand: De ecclesia Montis Sancte Gertrudis, 1282. – 2o door 17e-eeuwse hand: M doorgestreept. – 3o door 18e-eeuwse hand: G.
Bezegeling: één bevestigingsplaats (SD1) en vijf bevestigingsplaatsen voor de aangekondigde zegels van Willem, heer van Horn, Gozewijn, heer van Born, Osto, zoon van Gozewijn, heer van Born, Willem, heer van Cranendonk, Walram, heer van Valkenburg en Monschau, en Jan, heer van Haasdal (LS2, LS3, LS4, LS5 en LS6).
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Datering
Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Ontstaan en samenhang
Willem van Born, pastoor van Geertruidenberg, heeft twee oorkonden uitgevaardigd waarin hij afstand doet van zijn aanspraken inzake een geschil met de abdij van Thorn. Onderhavige oorkonde heeft betrekking op zijn relatie met het kapittel van Sint-Lambert te Luik, de tweede op die met de bisschop van Luik en de aartsdiaken d.d. 1283 (kort voor maart 16) (zie Collectie Thorn, nr. 49). Beide oorkonden vertonen sterke dictaatverwantschap, maar zijn niet door dezelfde hand geschreven. Onderhavige oorkonde is wel de vooroorkonde van Collectie Thorn, nr. 49.
Hoewel deze oorkonde niet gekopieerd is in het cartularium van de abdij van Thorn (Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628), bevat dit manuscript wel een verwijzing naar dit stuk onder het afschrift van de oorkonde inzake de relati met de bisschop en de aartsdiaken (Collectie Thorn, nr. 49): Similis adhuc littera habetur quo iste Wilhelmus, investitus de Monte Sancte Gertrudis, obligavit se capitulo Leodiensi contra predictam compositionem non venire debere.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar. De lacunes in A zijn aangevuld naar de oorkonde d.d. 1283 (kort voor maart 16) (zie Collectie Thorn, nr. 49).

Numéro 48
Le roi romain Rodolphe Ier confirme et renouvelle la charte de l'empereur Frédéric Ier datée du 1174 avril 11 sur les droits des membres du chapitre de Saint-Servaas à Maastricht à Rosmeer, dont le texte est inscrit.
Rooms-koning Rudolf 1 bevestigt en hernieuwt de oorkonde van keizer Frederik I d.d. 1174 april 11 inzake de rechten van lieden van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht te Rosmeer, waarvan de tekst is geïnsereerd.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 66. Gelinieerd.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Confirmatio imperatoris quod comes Lossensis in hominibus nostris (door latere hand bovengeschreven: de Rosmere) nullam exactionem vel ius debet habere ac quod ipse in eodem iure quod hominibus de Slusen et de Hese iudicatum est debent persistere. – 2o door 14e-eeuwse hand: Roesmer. – 3o door 15e-eeuwse hand: E VII. – 4o door 17e-eeuwse hand: Capsula imperialium. – 5o door 17e-eeuwse hand: 37, Capsula secunda. – 6o door 17e-eeuwse hand: Rudolphus.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, van witte was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 50.
Afschriften
B. 17e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 50r-51v, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: Confirmatio eius quod incole de (hierna aantal punten voor een ontbrekende plaatsnaam) possidentes aliqua bona ad ecclesiam Sancti Seruatii spectantia in nullo subsunt comiti Lossensi neque ipsi ad illa angaria aut servitia prestandum tenentur etc., mogelijk naar A. – E. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 427, onder de rubriek: 1282, Rudolphus, imperator, confirmat privilegium de libertate pagorum et omni onere prestando comiti de Loos, tertio idus aprilis anno 1282, mogelijk naar A.
Uitgave
a. Böhmer, Acta imperii selecta, 338-339, nr. 433 (onvolledig), naar A.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 256, nr. 210. – Haas, Chronologische lijst, 76, nr. 196. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 55, nr. 66.
Ontstaan en samenhang
Voor de geïnsereerde oorkonde van keizer Frederik I d.d. 1174 april 11, waarin hij de lieden van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht te Rosmeer beschermt en dezelfde rechten geeft als die te Sluizen en Hees, zie Appelt, Die Urkunden Friedrichs I. 1168-1180, 107-108, nr. 617. Zie ook Hackeng, Het middeleeuwse grondbezit, 43, 156 en 301, nr. 79 (onvolledige uitgave). Onderhavige oorkonde is door dezelfde hand geschreven als de oorkonde van rooms-koning Rudolf I d.d. 1282 maart 25 (zie Collectie Sint-Servaas, nr. 46).
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Numéro 49
Willem, curé de Geertruidenberg, après avoir été excommunié et emprisonné pour ne pas s'être conformé à un verdict de Jean (d'Enghien), évêque de Liège, renonce à ses prétentions concernant le litige avec l'abbesse et le couvent de l'abbaye de Thorn, y compris l'obligation promise par les chevaliers Hendrik, seigneur de Pietersheim, et Michael, seigneur de Rothem, à son égard. Il s'engage également à rendre son église vacante à titre de garantie supplémentaire au cas où lui-même ou ses associés agiraient contre cet engagement et à payer également à l'abbesse de Thorn et à l'évêque de Liège une amende, pour laquelle il nomme des garants. Jean (de Flandre), évêque de Liège, approuva ces dispositions, de même que Gérard de Nassau, archidiacre de Liège, qui déclara également qu'il installerait un nouveau curé à Geertruidenberg sur recommandation de l'abbesse de Thorn si Willem ne respectait pas les conditions fixées.
Willem, pastoor van Geertruidenberg, ziet na zijn excommunicatie en gevangenschap ten gevolge van het niet naleven van een vonnis van Jan (van Enghien), bisschop van Luik, af van zijn aanspraken inzake het geschil met abdis en convent van de abdij van Thorn, waaronder van de beloofde verplichting jegens hem door de ridders Hendrik, heer van Pietersheim, en Michael, heer van Rothem. Tevens belooft hij ter meerdere zekerheid zijn kerk vacant te stellen indien hij of zijn medestanders hiertegen zouden handelen en aan de abdis van Thorn en de bisschop van Luik een boete te betalen van elk 100 mark Luiks, waarvoor hij borgen aanstelt. Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, keurt deze bepalingen goed, evenals Gerard van Nassau, aartsdiaken van Luik, die tevens verklaart op voordracht van de abdis van Thorn een nieuwe pastoor te Geertruidenberg te installeren indien Willem niet zou voldoen aan de gestelde voorwaarden.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 58-1.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door eind 13e-/begin 14e-eeuwse hand: De ecclesia Montis Sancte Ghertrudis, 1282. – 2o door 17e-eeuwse hand: M doorgestreept. – 3o door 18e-eeuwse hand: G.
Bezegeling: drie uithangend bevestigde, dubbel doorgestoken zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S2 van Willem, heer van Horn, van bruine was, licht beschadigd, met CS2. – S6 van Willem, heer van Cranendonk, van bruine was, gaaf. – S7 van Osto, zoon van Gozewijn, heer van Born, van bruine was, beschadigd; één bevestigingsplaats (SD3) en vier bevestigingsplaatsen voor de aangekondigde zegels van Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, Gerard van Nassau, aartsdiaken van Luik, Gozewijn, heer van Born, Walram, heer van Valkenburg en Monschau, en Jan van Haasdal (LS1, LS4, LS5 en LS8). Voor een beschrijving en afbeelding van S2, S6 en S7, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, respectievelijk 42, 41 en 44-45.
Afschrift
B. eerste helft 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628 (voorheen cartularium nr. 1) = Cartularium abbatiae imperialis Thorensis, 966-1600, p. 70-73 (oude fol. 39v-41r), onder de rubriek: Composicio domini Wilhelmi, investiti de Monte Sancte Gertrudis, cum abbatissa et conventum Thorense et Iohanne, episcopo Leodiense, met in de marge d, M, naar A.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 55-56, nr. 35 (gedateerd 1282). – Habets, Archieven Thorn, 50, nr. 58 (gedateerd 1282 januari 6). – Haas, Chronologische lijst, 74, nr. 191 (gedateerd 1282 januari 6).
Datering
Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII. Bij onderhavige oorkonde ontbreekt de dagtekening in de datatio. Deze oorkonde is hoogstwaarschijnlijk geredigeerd kort voor de oorkonde van Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, d.d. 17 maart 1283 (zie Collectie Thorn, nr. 50), waarin hij naar de twee oorkonden van Willem verwijst (zie Collectie Thorn, nrs. 48 en 49).
Ontstaan en samenhang
Deze oorkonde is niet door dezelfde hand geschreven als de overeenkomst, uitgevaardigd door Willem, pastoor van Geertruidenberg, op 6 januari 1283 (zie Collectie Thorn, nr. 48). Wel is onderhavige oorkonde gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1282-1283. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 45.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar. De lacunes in A zijn aangevuld naar de oorkonde d.d. 1283 januari 6 (zie Collectie Thorn, nr. 48) en naar B. Voor de tekstdelen die aan de vooroorkonde zijn ontleend (Collectie Thorn, nr. 48) en afgedrukt zijn in een kleiner lettertype, zie Van Synghel, Oorkonden Thorn, 150-151.

Numéro 49
Le roi romain Rodolphe Ier confirme et renouvelle la charte de l'empereur Frédéric II datée de décembre 1232 sur le renouvellement et la confirmation de la charte accordée en 1087 au chapitre de Saint-Servaas à Maastricht, dont le texte est inscrit.
Rooms-koning Rudolf I bevestigt en hernieuwt de oorkonde van keizer Frederik II d.d. december 1232 inzake de hernieuwing en bevestiging van de in 1087 verleende oorkonde aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, waarvan de tekst is geïnsereerd.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 42. Gelinieerd.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Confirmatio priviliorum (aldus). – 2o door 15e-eeuwse hand: Privilegium imperiale super remissione servitiorum signis diversorum imperatorum robo[***]. – 3o door 16e-eeuwse hand: R. M I n. – 4o door 16e-eeuwse hand: Anno 1282 / z8. – 5o door 17e-eeuwse hand: Cap. 2. – 6o door 17e-eeuwse hand: In capsula imperialium. – 7o door 17e-eeuwse hand: Rudolphi Romanorum regis confirmatio priviligii dati per Fredericum secundum et ulterium Henrici per Fredericum confirmati super libertate ecclesie Sancti Servatii ab aliis quam Henricus regibus vel imperatoribus de data 5 idus aprilis 1282.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, van witte was, randschrift licht beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 50.
Afschriften
B. eind 13e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 10, fol. 19v-21r (= nieuwe fol. 36v-38r), nr. 42, naar A. – C. 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 31 (cartularium), fol. 174r-175v, onder de rubriek: Item tenores omnium et singulorum exhiborum sequuntur per ordinem in hunc modum et sunt tales, mogelijk naar A. – D. 17e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 51v-, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: Confirmatio eius quod ecclesia Sancti Seruatii solis pontificibus et imperialibus subest, dignitas cleri et sedes 20 epi-scoporum, ut folio 2, naar A. – E. 1640, Ibidem, idem, inv. nr. 1741 (cartularium) = Liber sive regestum originis ecclesie Sancti Seruatii Traiec[tensis] illiusque privilegiorum, donationum ac iurium ex originalibus et libro chartarum manu Ioannis Choris, receptoris capituli, descriptorum, p. 89-90, onder de rubriek: Rudolphus confirmat privilegium Henrici 4, onvolledig, naar A. – [F]. niet voorhanden, maar bekend uit G, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 198. – G. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 433, onder de rubriek: Rudolphus, Romanorum rex, confirmat privilegium ab Henrico quarto, imperatore, ecclesie Sancti Servatii datum ac etiam illum a Frederico secundo, datum Oppenheim, 5 idus aprilis 1282, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, naar A.
Uitgave
a. Böhmer, Acta imperii selecta, 339-340, nr. 434 (onvolledig), naar A.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 257, nr. 211. – Haas, Chronologische lijst, 76, nr. 197. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 52, nr. 42.
Samenhang- en tekstuitgave
Voor de geïnsereerde oorkonde van keizer Frederik II d.d. 1232 december, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 16. Zie ook Hackeng, Het middeleeuwse grondbezit, 43, 156 en 301, nr. 79 (onvolledige uitgave). Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Numéro 50
Jean (de Flandre), évêque de Liège, annonce que Willem van Born, curé de Geertruidenberg, qui a été libéré, accepte volontairement, après lecture, les conditions précédemment établies dans une charte pour le rétablissement de la paix entre lui, d'une part, et l'abbesse et le couvent de Thorn, d'autre part. À la demande de Willem, l'évêque appose son sceau sur la charte. Jean fait la réserve, valable pour les six mois à venir, de pouvoir apporter des modifications aux conditions.
Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, maakt bekend dat Willem, pastoor van Geertruidenberg, zich in zijn bijzijn heeft verzoend met abdis en convent van de abdij van Thorn, waarvan de voorwaarden zijn vastgelegd in de oorkonden d.d. 1283 januari 6 en 1283 (kort voor maart 16) en bevestigt deze onder voorbehoud van het recht om de daarin vervatte bepalingen tot 1 oktober eerstkomend te mogen wijzigen.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 59. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door eind 13e/begin 14e-eeuwse hand: De ecclesia Montis Sancte Gertrudis, 1282. – 2o door 17e-eeuwse hand: M doorgestreept. – 3o door 18e-eeuwse hand: G.
Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik (LS1).
Afschrift
B. eerste helft 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628 (voorheen cartularium nr. 1) = Cartularium abbatiae imperialis Thorensis, 966-1600, p. 67-68 (oude fol. 38r-v), onder de rubriek: d, De ecclesia Montis Sancte Gertrudis, met in de marge M, naar A.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 56-57, nr. 36 (gedateerd 1282 maart 17). – Habets, Archieven Thorn, 51, nr. 59 (gedateerd 1282 maart 17). – Haas, Chronologische lijst, 75, nr. 192 (gedateerd 1282 maart 17).
Datering
Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Ontstaan en samenhang
Onderhavige oorkonde hangt nauw samen met twee oorkonden uit 1283, uitgevaardigd door Willem, pastoor van Geertruidenberg, waarnaar in de dispositio wordt verwezen (zie Collectie Thorn, nrs. 48 en 49).
Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1282-1283. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 45.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar. De lacunes in A zijn aangevuld naar B.

Numéro 50
Les échevins de Maastricht ont donné mandat à Gijsbert van Meeswijk de vendre à Willem, prêtre du béguinage de Nieuwenhof à Maastricht, un cijns annuel de quatorze shillings Luiks et six pence, établi sur la boulangerie de Hendrik Soleswich à Maastricht.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Gijsbert van Meeswijk een jaarlijkse cijns van veertien schelling Luiks en zes penning, gevestigd op de bakkerij van Hendrik Soleswich te Maastricht, heeft verkocht aan Willem, priester van het begijnhof Nieuwenhof te Maastricht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002H, archief Broederschap der kapelanen van Sint-Servaas te Maastricht, 1139-1797, inv. nr. 142. Gaaf bewaard, behoudens de rechterzijde van de pliek, die deels afgeknipt en deels afgescheurd is.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Ad pistrinam [***] ex domo [***] Sancti Nicolai XIIII solidos VI denarios. – 2o door 15e-eeuwse hand: Copiata [***] folio XIX.– 3o door 15e-eeuwse hand: Quarta.
Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Boudewijn Caseus, schepen van Maastricht (LS1); de tweede bevestigingsplaats aan de rechterzijde, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Jan Suevus, schepen van Maastricht (LS2), is verdwenen.
Afschrift
B. 1376, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002H, archief Broederschap der kapelanen van Sint-Servaas te Maastricht, 1139-1797, inv. nr. 4 (cartularium), fol. 19r, onder de rubriek: De quatuordecem solidis et VI denariis ad pistrinam Henrici Soleswiic, in Vico Sueui iuxta Sanctum Nycholaum, pro anniversario Wilhelmi, rectoris altaris Sancti Laurencii (hierna in iulio doorgestreept) et investiti Nove Curie beginarum in iulio, met in de linkermarge: pronunc Mathie de Bunde, pistoris, C III, litterae, naar A.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 56-57 (met onvolledige vertaling), nr. 1282.06.11, naar A (gedateerd 1282 juni 11).
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 24-25, nr. 8. .– Haas, Chronologische lijst, 77, nr. 199. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 219, nr. 142.
Lokalisering
Blijkens de aantekening in het cartularium kan de bakkerij bij de Sint-Nicolaaskerk, in de Wolfstraat te Maastricht, worden gelokaliseerd.
Ontstaan
Onderhavige oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert voor het klooster van Sint-Gerlach te Houthem d.d. 1279 december 28 (zie Van Synghel, Oorkonden Sint-Gerlach, 122-125, nr. 27), voor een monnik, procurator van het hof te Luik, d.d. 1283 maart 10 (Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 652a), voor het Sint-Servaaskapittel te Maastricht d.d. 1284 mei 3, 1285 juni 20 en 1285 juni 25 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nrs. 52, 54 en 55), voor een priester te Maastricht d.d. 1288 maart 30 (Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 642), voor een particulier d.d. 1289 februari 2 en 1291 februari 18 (Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nrs. 652b en 652), voor het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht d.d. 1291 maart 18, 1291 maart 25, 1291 juni 1 en 1291 juni 18 (Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 1643a, 1763, 1643b en 1764), voor het cisterciënzerklooster Dalheim d.d. 1294 mei 26 (Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 665), alsmede een oorkonde van schout en schepenen van Sint-Pieter te Maastricht d.d. 1294 april 25 (Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 816a). Bijgevolg kan deze scriptor worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Numéro 51
Jan van Breill renonce à son droit sur certains assujettis aux accises nommés et leurs parents (à Übach) au profit de l'abbaye de Thorn.
Jan van Breill doet afstand van zijn recht op enige wascijnsplichtigen (te Übach) ten behoeve van de abdij van Thorn.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 64. Zwaar beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door eind 13e-eeuwse hand: De hominibus cerocensualibus. – 2o door 16e-eeuwse hand: [***] super quadam renunciacione, parum valet, 1285. – 3o door 17e-eeuwse hand: O.
Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S2 van Hendrik, heer van Rimburg, ridder, van bruine was, beschadigd. – S3 van Dirk van Geilenkirchen, ridder, van bruine was, beschadigd; en twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de overige aangekondigde zegels, met oorkondeteksten op de zegelstaarten (LS1 en LS4). Voor een identificatie, beschrijving en afbeelding van S2 en S3, die niet bevestigd zijn volgens de in de tekst aangekondigde volgorde, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, respectievelijk 43-44 en 45.
Uitgaven
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 64-65, nr. 40 (gedateerd 15 februari 1285), naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 57-58, nr. 64 (gedateerd 15 februari 1285), naar a.
Regest
Haas, Chronologische lijst, 79, nr. 206 (gedateerd 15 februari 1285).
Datering
Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Tekstuitgave
De lacunes in A zijn aangevuld naar druk a, toen het origineel nog niet beschadigd was.

Numéro 51
Quatre archevêque s et 15 évêques accordent une indulgence de quarante jours à tous ceux qui contribuent à la construction d'un nouveau pont en pierre sur la Meuse à Maastricht, en remplacement du pont en bois qui s'est effondré en 1275.
Vier aartsbisschoppen en vijftien bisschoppen verlenen een aflaat van veertig dagen aan allen die bijdragen aan de bouw van een nieuwe stenen brug over de Maas te Maastricht, ter vervanging van de in 1275 ingestorte houten brug.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 439. Blijkens de incisie in de pliek met de rest van een dubbele perkamenten staart, was deze oorkonde voorzien van een (losgeraakt) transfix met de goedkeuring door Jan IV, bisschop van Luik, d.d. 1287 mei 8.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Indulgentie concesse super constructione pontis. – 2o door 15e-eeuwse hand: P. de Hoyo.
Bezegeling: vijfentwintig bevestigingsgaatjes voor negentien zegels; acht uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S4 van Petrus, aartsbisschop van Oristano, van rode was, beschadigd. – S7 van Guido, bisschop van Pavia, van rode was, beschadigd. – S8 van Bartholomeus, bisschop van Tortiboli, van rode was, beschadigd. – S9 van Acerus, bisschop van Växjö, van rode was, beschadigd. – S12 van Otbert, bisschop van Asti, van rode was, beschadigd, met gaaf tegenzegel CS12. – S16 van een niet te identificeren aartsbisschop of bisschop, van rode was, beschadigd. – S18 van Simeon, bisschop van Bagnoregio, van rode was, beschadigd. – S19 van Vincentius, bisschop van Porto, van rode was, beschadigd; en elf bevestigingen voor de aangekondigde zegels van de drie aartsbisschoppen en de overige bisschoppen; boven de laatste bevestiging staat op de pliek: Gaetanus, maar dit correspondeert niet met de twee daaronder hangende zegels. Voor de problematische identificatie, een beschrijving en afbeelding van S4, S7, S8, S9, S12, S16, S18 en S19, zie Venner, ‘Exoten in Limburg’, respectievelijk 27, afb. 2, 29, afb. 9, 29, afb. 10, 29, afb. 11, 27, afb. 3 en 4, 31, afb. 13, 28, afb. 5 en 30, afb. 12 en 12a.
Afschriften
B. eerste helft 17e eeuw (vóór 1648), Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 11 (cartularium) = Cartularium ecclesiae collegialis Sancti Servatii Traiecti ad Mosam, tomus primus, pontificalia et episcopalia, fol. 4r-5v, onder caput: Episcopalia, en onder de rubriek: Indulgentie concesse super constructione pontis, afschrift geauthenticeerd door Hendrik Lenssens, kapittelsecretaris en openbaar notaris, geadmitteerd door de Raad van Brabant, naar A. – [C]. niet voorhanden, maar bekend uit D, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 1 en 172. – D. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 464-466, onder de rubriek: Indulgentie concesse a quatuor archiepiscopis et quindecim episcopis iis qui contribuunt ad profectionem pontis lapidei supra Mosam in oppido Traiectensi, 4 kalendas februarii 1284, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, naar A.
Uitgaven
a. Sedulius, Diva Virgo, 10-11 (onvolledig). – b. ‘Notice historique' (onvolledig), 106, naar a. – c. Schaepkens, ‘Anciens diplȏmes’, 384-386 (gedateerd 1284), naar A. – d. Willemsen, ‘Inventaire’, 182-184, nr. 15, naar A.
Regesten
Habets, ‘Codex diplomaticus’, 47, nr. 83. – Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 260-261, nr. 215. – Haas, Chronologische lijst, 78, nr. 203. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 100, nr. 439.
Ontstaan en samenhang
Onderhavige oorkonde is gebruikt voor de redactio van de oorkonde van Bonaventura, bisschop van Ceos, die op 24 februari 1289 een aflaat verleent (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 60). Voor de bevestiging van onderhavige oorkonde door Jan IV, bisschop van Luik, d.d. 1287 mei 8, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 57.
Datering
Onderhavige oorkonde is gedateerd op 29 januari in het derde pontificaatsjaar van paus Martinus IV, dat loopt van 23 maart 1283 tot en met 22 maart 1284. Bijgevolg is deze oorkonde gedateerd in 1284.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Numéro 52
Osto de Thorn vend à l'abbesse de Thorn la ferme Cuevorde, située près de Thorn, dont il obtiendra les accises.
Osto van Thorn verkoopt aan de abdis van Thorn de hoeve Cuevorde, gelegen bij Thorn, die hij van haar in cijns houdt.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 65.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e/14e-eeuwse hand: Venditio curtis de Cuvorde. – 2o door 15e-eeuwse hand: Oysto, venditio de Koevort, V. – 3o door tweede helft 18e-eeuwse hand: Curtis de Cuevorde in censum data fuit ab abbatissa Thorensi ac reddita pretio retroaditur per presens instrumentum, Broeckmeulen. – 4o door 18e-eeuwse hand: 1286, A.
Bezegeling: drie bevestigingsplaatsen voor de aangekondigde zegels van Walram, heer van Valkenburg, Gozewijn, heer van Born, en Osto, zoon van Gozewijn, heer van Born (LS1, LS2 en LS3).
Afschriften
B. 18e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1629 = Codex of cartularium IV, 992-1762 (band notariële afschriften abdij Thorn), p. 51, met opgave van drie zegelplaatsen, eenvoudig afschrift. – C. laatste kwart 18e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1631, Cartularium, p. 17-19, onder de rubriek: Osto de Thorne cedit domine abbatisse Thorensi prediolum seu villam dictam Cuevorde anno 1286, met opgave van drie bezegelingsplaatsen, eenvoudig afschrift, naar A.
Uitgaven
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 65-66, nr. 41(gedateerd 23 januari 1286), naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 58-59, nr. 65 (gedateerd 23 januari 1286), naar a.
Regest
Haas, Chronologische lijst, 81, nr. 211 (gedateerd 23 januari 1286).
Datering
Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Numéro 52
Les échevins de Maastricht certifient qu'Arnoud, ancien maître d'œuvre de l'église St Servaas à Maastricht, sa femme et leurs enfants ont renoncé à un cijns annuel de sept shillings, leks et quatre pence, établi sur la maison (à Maastricht) dans laquelle vit Hendrik l'Ancien, coupeur de viande.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Arnoud, gewezen werkmeester van de Sint-Servaaskerk te Maastricht, zijn echtgenote en hun kinderen afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns van zeven schelling Luiks en vier penning, gevestigd op het huis (te Maastricht) waarin Hendrik de Oude, vleeshouwer, woont.
Originelen
A1. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 454.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: Littera de diversis censibus. – 2o door 14e-eeuwse hand: De IIIIor solidis pertinentibus ad altare sanctorum Monulphi et Gundulphi et de XL denariis pertinentibus ad festum transfiguracionis, 17. – 3o door 16e-eeuwse hand: 1284. – 4o door 17e-eeuwse hand: III.
Bezegeling: twee bezegelingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Boudewijn Caseus en Jan Suevus, schepenen van Maastricht (LS1 en LS2).
[A2]. Niet voorhanden, maar bekend uit A1.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 57-58 (met onvolledige vertaling), nr. 1284.05.03, naar A1.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 25-26, nr. 9. – Haas, Chronologische lijst, 79, nr. 204. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 102, nr. 454.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 50 onder Ontstaan.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Numéro 53
Le doyen et le chantre du chapitre Notre-Dame de Maastricht ont demandé, au nom de l'abbesse et du couvent de Thorn, d'une part, et du curé de Thorn, d'autre part, de consulter le doyen et le chapitre de la cathédrale de Liège au sujet du règlement de leur différend concernant les dîmes novales dans la paroisse de Thorn. Le doyen et le chantre du chapitre de Notre-Dame désignèrent Jean, vicaire de Thorn, comme leur représentant pour obtenir ce conseil juridique à Liège.
Beoorkond wordt het verzoek van deken en cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht namens abdis en convent van Thorn enerzijds en de pastoor van Thorn anderzijds om de deken en het kapittel van de domkerk van Luik te raadplegen inzake de beslechting van hun geschil over de novale tienden in de parochie van Thorn. Deken en cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel hebben Jan, pastoor van Thorn, als hun vertegenwoordiger aangesteld om dit juridisch advies te verwerven in Luik.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 66. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 16e-eeuwse hand: Compositio inter capittulum et investitum Thorensem, 1367 (sic), T. – 2o door 17e-eeuwse hand: V.
Bezegeling: door het uitscheuren van het perkament onderaan kan niet meer worden vastgesteld of de aangekondigde bezegeling is aangebracht.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 66-67, nr. 42. – Habets, Archieven Thorn, 59-60, nr. 66. – Haas, Chronologische lijst, 83, nr. 218.
Samenhang
Voor de overeenkomst tussen abdis en convent van de abdij van Thorn met de pastoor van Thorn, de scheidsrechtelijke uitspraak door deken en cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, alsmede het verzoek aan de bisschop van Luik om deze te bekrachtigen, zie Collectie Thorn, respectievelijk nrs. 54, 55 en 58.
Tekstuitgave
De ontbrekende delen van woorden in A zijn waar mogelijk aangevuld.

Numéro 53
Jean Ier, duc de Brabant, ordonne à ses hommes de Maastricht de faire moudre leur grain au moulin du chapitre de Saint-Servaas à Maastricht.
Jan I, hertog van Brabant, gelast zijn mannen te Maastricht hun graan te laten malen in de molen van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 819.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Mandatum domini (door schrijfhand bovengeschreven) Iohannis (door schrijfhand bovengeschreven), ducis Iohannis (door latere hand bovengeschreven) Brabancie, ad scultetum penale super facto molendini brachii / cap/4. – 2o door 16e-eeuwse hand: anno 1284 / 98. – 3o door 17e-eeuwse hand:II / In capsula ducalium / excopiatum 6. – 4o door 18e-eeuwse hand: JO 17.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van Jan I, hertog van Brabant, van bruine was, beschadigd, met CS1, gaaf. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en CS1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 51.
Afschriften
B. 17e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 4r-4v, onder caput: Ducalia, en onder de rubriek: Mandatum domini Iohannis, ducis Brabantie, penale ad schultetum super facto molendini brasii, gewaarmerkt afschrift door Hendrik Lenssens, kapittelsecretaris en openbaar notaris, geadmitteerd door de Raad van Brabant, naar A. – C. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 463, onder de rubriek: Mandatum Ioannis, ducis Brabantie, de molendino brasii ad ecclesiam Sancti Servatii pertinente, anno 1283, die martis post Letare, mogelijk naar A. – D. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 465, onder de rubriek: 1285, Mandatum Ioannis, ducis Brabantie, de molendino brasii ad capitulum Sancti Servatii a hominibus ducis frequendando, anno Domini 1284, die qua cantatur Letare Ierusalem, mogelijk naar A.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 262, nr. 217. – Haas, Chronologische lijst, 79-80, nr. 207. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 150, nr. 819.
Datering
Het gebruik van de paasstijl door de hertogen van Brabant is aangenomen, zie Camps, ONB I, XXI.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.
Numéro 54
Guda (de Rennenberg), abbesse, et le couvent de l'abbaye de Thorn donnent à Jan van Baexem, curé de Thorn, du seigle et de l'avoine annuels tant qu'il vivra. Au risque de perdre ce don, Jan promet d'ccepter officiellement une confirmation papale ou autre en faveur de l'abbesse et du couvent concernant le prélèvement de deux tiers des dîmes sur des terrains nouveaux dans les paroisses dont ils ont le droit de patronage. Si une charte doit être rédigée à cette fin, il la scellera de son propre sceau.
Guda (van Rennenberg), abdis, en convent van de abdij van Thorn geven aan Jan van Baexem, pastoor van Thorn, jaarlijks tien malder rogge en tien malder haver zolang hij leeft. Jan belooft op gevaar van verlies van deze schenking zijn goedkeuring te hechten aan een pauselijke of een andere bevestiging ten gunste van abdis en convent inzake de heffing van twee derden van de novale tienden in de kerken waarvan zij het patronaatsrecht hebben. Indien hiervoor een oorkonde moet worden opgesteld, dan zal hij die met zijn eigen zegel bezegelen.
Origineel
[A]. niet voorhanden, maar bekend uit B.
Afschrift
B. 14e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 102a, naar [A].
Uitgave
a. Habets, Archieven Thorn I, 60, nr. 67, naar B.

Numéro 54
Les échevins de Maastricht certifient qu'Arnoud, desservant de l'église Saint-Servatius à Maastricht, et sa femme Margareta ont fait don d'un cijns annuel d'un mark Luiks, établi sur la maison avec la grange derrière elle (à Maastricht) occupée par Adam, fabricant de pots en cuivre, au profit de six autels dans l'église, ainsi que du même cijns annuel au doyen et au chapitre de Saint-Servatius pour sa prière annuelle.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Arnoud, dienaar van de Sint-Servaaskerk te Maastricht, en zijn echtgenote Margareta een jaarlijkse cijns van één mark Luiks hebben geschonken, gevestigd op het huis met achterliggende schuur (te Maastricht) dat wordt bewoond door Adam, maker van koperen potten, ten bate van zes altaren in de kerk, alsmede eenzelfde jaarlijkse cijns aan deken en kapittel van Sint-Servaas voor zijn jaargetijde.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 455.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Arnoldi, officiati ecclesie, de XX solidis pertinentibus ad sex altaria; item de aliis XXti solidis pertinentibus ad suum anniversarium, 18 / a 33. – 2o door 16e-eeuwse hand: 326 / 1285.
Bezegeling: vier bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de niet aangekondigde zegels van Boudewijn Caseus, Jan Suevus, Olbert Colsop en Godfried (Christofori of) van Montenaken, schepenen van Maastricht (LS1, LS2, LS3 en LS4).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgaven
a. Doppler, ‘Schepenbrieven’, 26-27, nr. 10, naar A. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 63-64 (met onvolledige vertaling), nr. 1285.06.20, naar A.
Regesten
Haas, Chronologische lijst, 80, nr. 208. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 102, nr. 455.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 50 onder Ontstaan.

Numéro 55
Alexander et Hendrik, respectivement doyen et chantre du chapitre de Notre-Dame à Maastricht, sont nommés arbitres dans un litige entre l'abbesse et le couvent de l'abbaye de Thorn, d'une part, et Jan, curé de Thorn, d'autre part, au sujet des dîmes novales dans la paroisse de Thorn, du canonicat, de la prébende de Jan et de certains droits paroissiaux. Après avoir pris connaissance de la charte contenant le compromis et après une délibération compétente, ils ont rendu leur jugement et les deux parties s'y sont soumises volontairement.
Alexander, deken, en Hendrik van Houthorne, cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, doen uitspraak in het geschil tussen abdis en convent van de abdij van Thorn enerzijds en Jan, pastoor van de parochiekerk van Thorn, anderzijds inzake de novale tienden in de parochie van Thorn, het kanonikaat, zijn prebende en zekere parochiale rechten.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 68.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 16e-eeuwse hand: Declaratio arbitralis ex parte capituli et pastoris in Thoren super decimis tam maioribus, minutis quam novalibus et multis aliis, 1287. ‒ 2o door 17e-eeuwse hand: T doorgestreept. ‒ 3o door 18e-eeuwse hand: I.
Bezegeling: vijf uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Alexander, deken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, van bruine was, beschadigd, met op de zegelstaart decanus. ‒ S3 van Guda van Rennenberg, abdis van Thorn, van bruine was, beschadigd, met op de zegelstaart abbatissa. ‒ S4 van het convent van de abdij van Thorn, van bruine was, beschadigd, met op de zegelstaart conventus. ‒ S5 van Jan van Baexem, pastoor van de parochiekerk van Thorn, van bruine was, beschadigd, met op de zegelstaart investitus. ‒ S6 van Jan, proost van het Sint-Andreaskapittel te Keulen, van bruine was, licht beschadigd, met op de zegelstaart [***un***]; en drie bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de overige drie overige aangekondigde zegels van Hendrik, cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, (LS2), van Jan van Geistingen, kanunnik van het Sint-Pieterskapittel te Kortessem, met op de zegelstaart Iohannes de (LS7) en van Hendrik van Baexem, ridder, met op de zegelstaart H. de (LS8), Voor een beschrijving en afbeelding van S1, S3, S4, S5 en S6, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, respectievelijk 24-25, 34, 32-34, 35 en 20-21.
Afschriften
B. eerste helft 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628 (voorheen cartularium nr. 1) = Cartularium abbatiae imperialis Thorensis, 966-1600, p. 98-99 (oude fol. 53v-54r), onder de rubriek: E, Concordia inter abbatissam et conventum Thorensem cum Iohanne de Baexen, investito parrochialis ecclesie Thorensis, naar A. – C. 1669, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1629 = Codex of cartularium IV, 992-1762 (band notariële afschriften abdij Thorn), p. 53-55, authentiek afschrift door J. Bachuys, apostolisch notaris, naar A.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 67-69, nr. 43 (gedateerd 1287 juli 29). – Habets, Archieven Thorn, 60-61, nr. 68 (gedateerd 1287 juli 29). – Haas, Chronologische lijst, 83, nr. 219.
Samenhang
Voor het verzoek om juridisch advies door deken en cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht aan deken en kapittel van de domkerk te Luik, alsmede het verzoek aan de bisschop van Luik om de scheidsrechtelijke uitspraak te bekrachtigen, zie respectievelijk nrs. 53 en 58.

Numéro 55
Les échevins de Maastricht ont fait une charte selon laquelle Arnoud, desservant de l'église St Servaas à Maastricht, sa femme et leurs enfants ont renoncé à un cijns annuel d'un mark Luiks, établi sur sa résidence (à Maastricht), au profit du doyen et du chapitre de St Servaas.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Arnoud, dienaar van de Sint-Servaaskerk te Maastricht, zijn echtgenote en hun kinderen afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns van één mark Luiks, gevestigd op zijn woonhuis (te Maastricht), ten behoeve van deken en kapittel van Sint-Servaas.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 456.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: De XXti solidis quos Henricus Specht emit ad anniversarium domini Ottonis de Iuliaco, prepositi, 19 / S / III / c 31. – 2o door 16e-eeuwse hand: 1285 / 182.
Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die niet aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Boudewijn Caseus, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S2 van Jan Suevus, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 170-171, afb. 17, en Idem, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 162.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 64-65 (met onvolledige vertaling), nr. 1285.06.25, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 27, nr. 11. – Haas, Chronologische lijst, 80, nr. 209. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 102, nr. 456.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 50 onder Ontstaan.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Numéro 56
William, prévôt de Sint-Gerlach à Houthem, donne une copie de la charte du (25 décembre 1231-23 septembre) 1232 concernant la vente par Jan Gruszere de champs à Houthem, revables d'accises au monastère Sint-Gerlach, avec le consentement de l'église Notre-Dame de Thorn.
Willem, proost van Sint-Gerlach te Houthem, geeft een afschrift van de oorkonde d.d. (1231 december 25-) 1232 (september 23) inzake de verkoop door Jan Gruszere van cijnsplichtige akkers te Houthem aan het klooster Sint-Gerlach, met instemming van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Thorn.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 69. Gelinieerd.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 17e-eeuwse hand: Ioannes Crasgert vendidit agros censuales cum consensu capituli, 1287, V doorgestreept. – 2o door 18e-eeuwse hand: C.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van Willem proost van Sint-Gerlach te Houthem, van groene was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 34-35.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Habets, Archieven Thorn, 61-62, nr. 69. – Haas, Chronologische lijst, 83, nr. 220.

Numéro 56
Les échevins de Maastricht ont accordé à Gerard van Boxberc le transfert d'un cens annuel de dix-huit shillings Luiks, établi sur la maison de Reinier, fils de feu Anton, au profit de six autels de l'église St Servaas de Maastricht.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Gerard van Boxberc een jaarlijkse cijns van achttien schelling Luiks, gevestigd op het huis van Reinier, zoon van wijlen Anton, heeft overgedragen ten bate van zes altaren in de Sint-Servaaskerk te Maastricht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002H, archief Broederschap der kapelanen van Sint-Servaas te Maastricht, 1139-1797, inv. nr. 143.
Aantekening op de achterzijde: 1o door 18e-eeuwse hand: 1285 6 octobris.
Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S2 tweede zegel van Godfried Christofori (of van Montenaken), schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S3 van Robert de Moneta, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd; en één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Olbert (Colsop), schepen van Maastricht (LS1). Voor een beschrijving en afbeelding van S2 en S3, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 175, afb. 34 en 175, afb. 36.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgaven
a. Willemsen, ‘Inventaire’, 186-187, nr. 17, naar A. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 65-66 (met onvolledige vertaling), nr. 1285.10.06, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 27-28, nr. 12. – Haas, Chronologische lijst, 80, nr. 210. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 219, nr. 143.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 38 onder Ontstaan.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.
Numéro 57
Guda de Rennenberg, abbesse, et le couvent de l'abbaye de Thorn fondent un béguinage à Thorn pour douze béguines et assignent à cette fin biens, rentes et revenus de l'abbaye à Eisden, provenant des biens de Mabilia, veuve de Hendrik, lui, gardien d'Eisden et des biens de ses enfants. Guda et le couvent mettent ces biens en gage au profit de la béguine Ida, veuve d'Hendrik Pauwens, et ils prévoient également des stipulation pour leur utilisation. Enfin, ils définissent les obligations des béguines.
Guda van Rennenberg, abdis, en het convent van de abdij van Thorn stichten een begijnhof te Thorn voor twaalf begijnen en wijzen daartoe abdijgoederen, renten en inkomsten aan te Eisden, afkomstig uit de goederen van Mabilia, weduwe van Hendrik, voogd van Eisden en haar kinderen, waarmee zij de begijn Ida, weduwe van Hendrik Pauwens, belenen. Tevens stellen zij bepalingen op ten aanzien van het gebruik van deze goederen en inkomsten en leggen de verplichtingen van de begijnen vast.
Origineel
[A]. Niet voorhanden.
Vertalingen
B. 17e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 70, vertaling in de taal van de streek, van [A]. – [C]. niet voorhanden, maar bekend uit Habets, Archieven Thorn, 62-63, Duitse vertaling.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regest
Habets, Archieven Thorn, 62-63, nr. 70.

Numéro 57
Jean IV (de Flandre), évêque de Liège, approuve la charte d'indulgence datée du 29 janvier 1284 de quatre archevêques et 15 évêques concernant la construction d'un pont de pierre sur la Meuse à Maastricht.
Jan IV (van Vlaanderen), bisschop van Luik, hecht zijn goedkeuring aan de aflaatoorkonde d.d. 1284 januari 29 van vier aartsbisschoppen en vijftien bisschoppen inzake de bouw van een stenen brug over de Maas te Maastricht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 440. Oorspronkelijk getransfigeerd aan de aflaatoorkonde d.d. 1284 januari 29.
Aantekening op de achterzijde: 1e door 17e-eeuwse hand: In capsula episcopalium, excopiatum numero 5o.
Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Jan IV van Vlaanderen, bisschop van Luik (LS1).
Afschriften
B. eerste helft 17e eeuw (vóór 1648), Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 11 (cartularium) = Cartularium ecclesiae collegialis Sancti Servatii Traiecti ad Mosam, tomus primus, pontificalia et episcopalia, fol. 5r, onder caput: Episcopalia, afschrift geauthenticeerd door Hendrik Lenssens, kapittelsecretaris en openbaar notaris, geadmitteerd door de Raad van Brabant, naar A. – [C]. niet voorhanden, maar bekend uit D, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 1v en 173. – D. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 466, onder de rubriek: Episcopus Leodiensis approbat et laudat indulgentias datas ab archiepiscopis et episcopis eis qui contibuunt (aldus) ad refectionem pontis Mose, 10 maii 1284, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, mogelijk naar A.
Uitgave
a. Schaepkens, ‘Archives’, 166, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 263, nr. 220. – Haas, Chronologische lijst, 82, nr. 215. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 100, nr. 440.
Samenhang
Voor de aflaatoorkonde van de vier aartsbisschoppen en vijftien bisschoppen d.d. 1284 januari 29, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 51.

Nummer 58
Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn alsmede Jan, pastoor van Thorn, verzoeken Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, de uitspraak van de scheidslieden inzake hun geschil over de tienden te Thorn te bekrachtigen.
Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn alsmede Jan, pastoor van Thorn, verzoeken Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, de uitspraak van de scheidslieden te bekrachtigen inzake hun geschil over de tienden te Thorn.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 71.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 17e-eeuwse hand: Compositio decimarum inter abbatissam et capitulum ex una necnon pastorem Thorensem ex alia parte partibus. – 2o door 17e-eeuwse hand: 1287. – 3o door 17e-eeuwse hand: V boven doorgestreepte letter. – 4o door 18e-eeuwse hand: J.
Bezegeling: drie uithangend bevestigde zegels die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van de abdij van Thorn, van bruine was, beschadigd. – S2 van Guda van Rennenberg, abdis van Thorn, van bruine was, beschadigd. – S3 van Jan, pastoor van Thorn, van bruine was, licht beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, S2 en S3, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, respectievelijk 32-33, 34 en 35.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 71, nr. 45. – Habets, Archieven Thorn, 63, nr. 71. – Haas, Chronologische lijst, 84, nr. 221.
Samenhang
Voor het verzoek om juridisch advies door deken en cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht aan deken en kapittel van de domkerk te Luik, alsmede de scheidsrechtelijke uitspraak, zie respectievelijk nrs. 53 en 55.
Er komen in onze database geen oorkonden voor die overeenkomen met de zoekwoorden of filters die heeft toegepast. Reset alle filters en probeer opnieuw.
partenaires
donateurs









