Het leven in het klooster: de religieuzen

Het klooster van St. Gerlach telde in de 17e eeuw ongeveer 37 adellijke religieuzen of kanunnikessen volgens de klooster- of leefregel van Sint Norbertus (‘virgines primae’'). Dat was meer dan de middeleeuwse numerus clausus van 30. Ieder van de dames had in het klooster haar eigen taken. Behalve de priorin (overste) was er een sub-priorin, een econome, een kosteres etc. Ook waren er enkele niet-adellijke kloosterzusters. Allen volgden de dagelijkse gebeden en strenge dagindeling. Tussen de H. Missen door moest huishoudelijk werk worden gedaan en in de keuken of in de tuinen worden gewerkt. Behalve een klooster was St. Gerlach ook een bedevaartsoord. Al vanaf het overlijden van St. Gerlach in de 12e eeuw waren er pelgrims die zijn graf kwamen bezoeken. Die stroom is nooit opgehouden.

De kanunnikessen waren gebonden aan kloosterregels inzake contact met de buitenwereld, de aanvang van het ochtendgebed, bezit van eigendommen en de keuze van de biechtvader. De met naam bekende dames van St. Gerlach waren afkomstig uit de adellijke families uit het Land van Valkenburg en het omliggende heuvelland, zoals Van Tzevel (4x), Van Schaesberg (2x), Van Hulsberg (5x), Van Houthem (4x), Van Horion (2x), Hoen van Cartils (2x), Hoen van Hoensbroek (3x), Van Haren (4x), Van Eijnatten (6x), Cortenbach (3x), Van Beusdael (3x) en Huyn van Amstenrade (2x). Zij deden bij intreding in het klooster afstand van hun erfgoederen. Daarvoor in de plaats brachten zij een geldbedrag of goederen als bruidsschat in en ontvingen een jaarrente terug. Naast de kanunnikessen en niet-adellijke zusters waren een rentmeester en een kapelaan aan het klooster verbonden.

Macht en aanzien van de adel in het heuvelland vallen af te lezen aan de grafstenen en wapenstenen van de kanunnikessen die bij nieuwbouw werden aangebracht. In adellijke kloosters werden voor intreding als religieuze meestal tenminste acht adellijke kwartieren geëist (bewijzen van adellijke afkomst van vader en moeder). In de 18e eeuw werd de lat vaak nog hoger gelegd en werden tenminste zestien adellijke kwartieren geëist. De adellijke dames van St. Gerlach waren zich van hun stand bewust. Hun wapens zijn in de kloosterkerk van St. Gerlach te zien: 

partners

donateurs

familie Beijer
© 2023 WaarvanAkte.eu, een initiatief van Stichting Limburgse Oorkonden
Gemaakt door Hive Collective