St. Gerlach als katholieke enclave in de 17e en 18e eeuw

In de 17e eeuw wilde de bevolking en de adel van de drie zogenoemde Landen van Overmaze in het heuvelland (Valkenburg, Dalhem en ’s-Hertogenrade) katholiek onder Spaans bestuur blijven. Pogingen van het Hollandse bestuur tijdens de bezetting van het gebied na 1632 daar verandering in te brengen, bijvoorbeeld door kerken over te nemen en processies en bedevaarten te verbieden, hadden geen succes. Het lukte Spanje en de Republiek der Verenigde Nederlanden niet om bij de Vrede van Munster in 1648 overeenstemming te bereiken over het heuvelland. De Tachtigjarige Oorlog duurde voor het heuvelland daarom nog 13 jaar voort tot 1661, toen alsnog via het Partagetractaat overeenstemming over een verdeling van de landen van Overmaze werd bereikt. 

Partagetractaat

Adriaen de Groot III, heer van Strucht, vertegenwoordigde het Land van Valkenburg bij de onderhandelingen. Samen met abt Lamberti van Rolduc, die het Land van Hertogenrade vertegenwoordigde, en abt Ranst van Valdieu, die het Land van Dalhem vertegenwoordigde, reisden ze naar Den Haag, waar ze met de Spaanse ambassadeur Gamarra de Spaanse delegatie vormden. Ze wilden de kloosters en de kastelen van de adel onder de koning van Spanje houden en vrijheid van godsdienst in het gebied dat aan Holland zou toevallen. Daarvoor waren ze bereid afstand te doen van het gebied rondom Maastricht en van de door Hollandse troepen bezette burchten in Valkenburg, Dalhem en ‘s-Hertogenrade.  

Pas in december 1661 werd overeenstemming bereikt over een verdeling in het Partage-tractaat. De Landen van ‘s-Hertogenrade, Dalhem en Valkenburg werden gesplitst in een Hollands en een Spaans deel. Dit leidde tot een verdubbeling van het bestuur. De steden Valkenburg, Heerlen en Dalhem bleven in Staatse handen. De katholieke kerken in Valkenburg en Houthem moesten voor protestanten worden opengesteld, ondanks het feit dat er amper protestanten in dit gebied waren. Later in de 17e eeuw kwam er een gezamenlijk gebruik van de kerken (“simultaneum”) in het Hollandse gebied dat tot in de 19e eeuw voortduurde.

De overwegend katholieke bevolking in de Staatse gebieden moest voor de katholieke eredienst in de 17de en 18de eeuw uitwijken naar Spaanse gebieden en naar zogenoemde vrije heerlijkheden. De stad Valkenburg en omgeving werd weliswaar Hollands, maar het klooster St. Gerlach bleef door de inzet van de priorin Hoen van Cartils katholiek. Ook haar geboortehuis, kasteel Schaloen, en omgeving, bleven katholiek. Tot die omgeving behoorde ook het gebied van Adriaen de Groot III rond Strucht. 

De katholieke enclave St. Gerlach

Via de lobby van Adriaen de Groot en zijn buurman op kasteel Schaloen, de ridder Hoen van Cartils, kon St. Gerlach als katholieke enclave van het Spaanse Land van Valkenburg behouden blijven. De zus van Hoen van Cartiels, Agnes Hoen van Cartils, was priorin van het damesstift St. Gerlach. De familie Hoen van Cartils is zich ook daarna blijven inzetten voor de katholieke zaak. Zo zijn in haar opdracht de Drie Beeldjes bij Schaloen geplaatst (1739) en is het jachthuis op de Schaelsberg tot kluis omgebouwd (1688). Over de beemden van de Geul was er een recht van overpad tussen St. Gerlach en Schaloen zodat Agnes en Johan Reinier Hoen van Cartils en Adriaen de Groot ongehinderd tussen St. Gerlach, kasteel Schaloen (waar de familie Hoen van Cartils woonde) en Oud-Valkenburg heen en weer konden reizen. 

De drie beeldjes bij kasteel Schaloen

Boven: het Spaanse gebied St. Gerlach (vierkantje linksboven) en het Spaanse gebied Oud-Valkenburg (Vieux Fauquemont) zijn omlijnd. De aan de Staatse Nederlanden toebedeelde stad Valkenburg ligt tussen beide gebieden in. 

St. Gerlach werd zo één van de Spaanse buitenlenen (katholieke enclaves) in het Land van Valkenburg. Ondanks de benarde situatie als enclave wist priorin Agnes Hoen van Cartils de interesse van adellijke dames uit de omgeving voor het kloosterleven op peil te houden. De kleine Spaanse enclave St. Gerlach werd omgeven door een muur, waarvan delen aan de Onderstestraat bewaard zijn gebleven. Via poorten in de muur en in de kloosterkerk konden pelgrims St. Gerlach blijven bezoeken. De pachthoeves van St. Gerlach lagen echter in het Staatse (Hollandse) deel van het Land van Valkenburg en kwamen onder Staats (Hollands) gezag. 

partners

donateurs

familie Beijer
© 2023 WaarvanAkte.eu, een initiatief van Stichting Limburgse Oorkonden
Gemaakt door Hive Collective