Korte samenvatting
Jan, deken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, hernieuwt de regelingen en voorschriften, vastgelegd door Hugo (van Saint-Cher), kardinaal(-priester van Sint-Sabina te Rome) en pauselijk legaat in de Duitse landen, én die door Godfried, deken van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, samen met magister Reinier, scholaster van Tongeren, tijdens hun visitatie van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht. (Deperditum)
Latijnse tekst van de oorkonde
Nederlandse vertaling
Nadere toelichting
Lees meerJan, deken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, hernieuwt de regelingen en voorschriften, vastgelegd door Hugo (van Saint-Cher), kardinaal(-priester van Sint-Sabina te Rome) en pauselijk legaat in de Duitse landen, én die door Godfried, deken van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, samen met magister Reinier, scholaster van Tongeren, tijdens hun visitatie van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht. (Deperditum)
Origineel
[A]. niet voorhanden.
Afschrift
Niet voorhanden.
Vermelding
Het bestaan van deze oorkonde, waarvan de tekst is verloren gegaan, is bekend uit de dispositio van een oorkonde van Gerard van Nassau, aartsdiaken van Luik en proost van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, d.d. 1273 december, zie hierna Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nr. 25, alwaar onderhavige oorkonde wordt vermeld: Item constituciones seu ordinaciones viri venerabilis et discreti domini Hugonis, cardinalis bone memorie, tunc temporis in Alimannia legacionis officio fungentis, necnon ordinaciones et precepta discretorum virorum domini Godefridi, quondam decani Sancti Seruatii, et magistri Reneri, Tungrensis scolastici, olim in ecclesia nostra predicta officium visitationis auctoritate ordinaria excercentium, innovatas et innovata per virum discretum magistrum Iohannem, supradicte ecclesie nostre decanum, sigillo capituli antedicti ac etiam ipsius decani signatas vel signata, ex habundanti quantum in nobis est approbamus.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Datering en samenhang
Deze oorkonde is hoogstwaarschijnlijk uitgevaardigd naar aanleiding van een conflict tussen de proost enerzijds en deken en kapittel van Onze-Lieve-Vrouw te Maastricht anderzijds rond 1273. Hendrik III van Gelre, bisschop van Luik, verklaart in september 1273 dat deken en kapittel een en ander onder diens ogen hebben gebracht en stelt een regeling op inzake de proosdij, zie hierna Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nr. 24. Twee maanden later volgt de oorkonde van de proost zelf, Gerard van Nassau. Voor die oorkonde, waarbij hij instemt met alle eerdere regelingen en tevens zijn jaarlijkse inkomsten laat vastleggen, zie hierna Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nr. 25.
Hoewel het onwaarschijnlijk lijkt dat de regelingen en voorschriften niet schriftelijk zouden zijn vastgelegd door Hugo van Saint-Cher, kardinaal-priester van Sint-Sabina te Rome en pauselijk legaat in de Duitse landen, alsmede die door Godfried, deken van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, samen met magister Reinier, scholaster van Tongeren, zijn deze niet als twee aparte deperdita opgenomen omdat er niet expliciet naar hun schriftelijke stukken wordt verwezen. Indien sprake is van beoorkonding door Hugo van Saint-Cher, dan zou deze moeten hebben plaatsgevonden vóór zijn overlijden op 19 maart 1263 te Orvieto en meer specifiek tijdens zijn legaatschap in de jaren 1251-1253, zie LMA V, kolom 176-177.
partners
donateurs









