Nummer 3

1133 (maart 18 – juni 3)
type
Deel deze oorkonde

Korte samenvatting

Alexander (van Gulik), bisschop van Luik, schenkt aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht een stuk onbebouwd land langs de Jeker (bij Viertoren) ten behoeve van de bouw van twee molens. Tevens is hij met de broeders overeengekomen dat Bertold dit land erfelijk zal houden tegen een jaarlijkse cijns van vijf schelling en dat diens erfgenamen na zijn overlijden één of twee schelling zijn verschuldigd en voor de inbezitstelling van het erfgoed een recognitiecijns van vijf schelling.

Latijnse tekst van de oorkonde

 In nomine sanctę et individuę Trinitatisa.

Notum sit omnibus fidelibus futuris et presentis quod ego Alexander, quamvis peccator et indignus Leodiensis episcopus, non supervacuum existimans pro mortuis orare pro redemptione animę meę et pro animabus omnium predecessorum meorum episcoporum et successorum, nichil successoribus meis episcopis de reditibus suis diminuens et tamen in futurum consulens, ęcclesię sanctę et gloriosissimę Dei genitricis Marie in Traiecto ad usum fratrum inibi Deo famulantium cum omni libertate introeundi et exeundi terram tradidi super fluvium Iecorę, a nullo prius occupatam, ubi in bove non arabatur neque in falce metebatur, ad duo molendina sibi opposita facienda et ad alveum suum in utraque et ex utraque ripa retinendum, ea tamen inter nos pactionis conventione interveniente ut Bertoldvs, laicus, de manu decani supradictę ęcclesię hęreditatem illam in capitulob [***] illa constitueret et hęreditario ipse et hęres suus post eum possideret et quoad ego viverem in die ordinationis meę ipse vel hęres suus camerario eiusdem ęcclesię V solidos inde persolveret. Cum autem ego appositus ad patres meos fuissem meliore per misericordiam Dei luce fruiturus, in die anniversarii mei V similiter solidos et non amplius persolveret. Et quoniam vetustas omnia consumit et antiquitas preteritarum rerum monimenta abolere solet, presenti scedula cautum esse volui ut hęres Bertoldi unus aut duo post mortem eius, V similiter solidos eisdem fratribus pro investitura persolvant et a decano investiantur, et sic deinceps per successionem eadem sanctio firmissima et inconvulsa permaneat. Ut autem omnis iniquitas opilaret os suum et obmutesceret lingua omnium maliciose potius quam vere oblatrantium quum novam fabricam instituimus, illud addendum existimavi ut si quos ista molendinaria constructio iniuriaverit in tantum ut necessario molere desierint et hoc verum esse coram episcopo probatum fuerit, Bertoldvs vel successor eius infra XL dies de suo emendet.

Facta sunt hęc anno dominicę incarnationis Mo Co XXXo IIIo, indictione XIa, regnante Lothario, huius nominis Romanorum rege tercio, presulatus autem nostri anno VIto.

Testes huius rei sunt: Dodo, archidiaconus, Peregrinus, capellanus episcopi, decanus Sanctę Marię Steppo, Froricus, Winricus, Reinerus, Adelo, scolasticus, Tegenradus, Godefridus. Laici vero: comes Herimannus de Salmis, Gocewinus de Sustris ; ministeriales: Wiricus, dapifer, Heinricus, camerarius, Baldewinus de Tungris, Lambertus, Leodiensis villicus; Traiectenses burgenses: Arnoldus, villicus, Heinricus de Domo, Adulfus, Willo, Reinerus.

Hanc autem traditionem ratam etc inviolatam permanere nostra auctoritate statuimus et sigillo nostro confirmamus. Si quis vero contra hanc aliquid conatusd fuerit aut eam infringere voluerit, sit pars eius cum Dathan et Abyron, nutantes transferantur filii eius et mendicent, fiat uxor eius vidua, et episcopatum eius accipiat alter, sit quod extremum est anathema maranatha, nisi resipiscat et ecclesie Dei satisfaciate.

a geoblongeerd A.

b hier ruimte opengelaten in BCD voor de in A door beschadiging verdwenen woorden.

c vanaf et tot en met vero onder de pliek A.

d vanaf conatus tot en met satisfaciat, sluitingsteken onder de pliek A.

e hierna sluitingsteken A.

Nederlandse vertaling

Alexander, bisschop van Luik, maakt bekend dat hij voor zijn zielenheil en dat van zijn voorgangers en opvolgers - terwijl hij zijn opvolgers niets afneemt van hun inkomsten en dat ook voor de toekomst niet overweegt - aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht land heeft overgedragen aan de rivier de Jeker tot nut van de broeders aldaar. Dit land hebben zij ontvangen met volledige vrijheid van in- en uitgaan om er twee molens tegenover elkaar te bouwen en de bedding aan beide zijden te behouden en vanaf elke oever; en het is door niemand eerder in bezit genomen noch met het rund geploegd noch met de zeis gemaaid. Tussen hem en de broeders is echter de overeenkomst tot stand gekomen dat Bertold, leek, dat erfgoed uit de hand van de deken van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in het kapittel [***] moet plaatsen en dat hij en zijn erfgenamen na hem dat erfelijk moeten bezitten en, zolang als Alexander leeft, op zijn wijdingsdag daaruit vijf schelling moet betalen aan de beheerder van de financiën van die kerk. Zodra Alexander is overleden, moet Bertold op de dag van Alexanders jaargetijde eveneens vijf schelling en niet meer betalen. Alexander heeft gewild dat met dit document is gewaarborgd dat de erfgenamen van Bertold één of twee schelling betalen na diens overlijden, evenals vijf schelling aan de broeders voor de inbezitstelling en door de deken in bezit worden gesteld, en dat zo achtereenvolgens bij elke opvolging die bepaling van kracht en onaangetast blijft. Om echter elke ongerechtigheid zijn mond te laten houden en de tong te laten zwijgen van allen die eerder kwaad dan oprecht spreken wanneer de bisschop een nieuw gebouw heeft opgericht, heeft Alexander gemeend er aan te moeten toevoegen dat als die molenbouw de broeders zozeer zal hebben benadeeld dat zij uit noodzaak ophouden met malen en dit ten overstaan van de bisschop is bewezen waar te zijn, dat Bertold of zijn opvolger dit binnen veertig dagen uit eigen middelen moet vergoeden.

Gedaan in 1133, tijdens de regering van rooms-koning Lotharius III, in het zesde jaar van Alexanders episcopaat.

Getuigen zijn: Dodo, aartsdiaken, Peregrijn, kapelaan van de bisschop, Steppo, deken van Onze-Lieve-Vrouw, Frorik, Winrik, Reinier, Adelo, scholaster, Tegenraad, Godfried. Leken: Herman, graaf van Opper-Salm, Gozewijn van Susteren. Dienstmannen: Wederik, maarschalk, Hendrik, kamerheer, Boudewijn van Tongeren, Lambert, meier van Luik. Burgers van Maastricht: Arnoud, meier, Hendrik de Domo, Adolf, Willo en Reinier.

Alexander heeft bezegeld.

Genoemde personen
Adelo, scholaster van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht (1133)
Adolf, burger van Maastricht (1133)
Alexander van Gulik, bisschop van Luik
Arnoud, meier, burger van Maastricht (1133)
Bertold, erfelijk houder van land aan de Jeker (1133)
Boudewijn van Tongeren, dienstman (1133)
Dodo, aartsdiaken (1133)
Frorik, geestelijke getuige (1133)
Godfried, geestelijke getuige (1133)
Gozewijn van Susteren, lekengetuige (1133)
Hendrik de Domo, burger van Maastricht (1133)
Hendrik, kamerheer, dienstman (1133)
Herman, graaf van Opper-Salm (1133)
Lambert, meier van Luik (1133)
Lotharius III, rooms-koning
Onze-Lieve-Vrouwkapittel te Maastricht
Peregrijn, kapelaan van de bisschop van Luik (1133)
Reinier, burger van Maastricht (1133)
Reinier, geestelijke getuige (1133)
Steppo, deken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht (1133)
Tegenraad, geestelijke getuige (1133)
Wederik, maarschalk, dienstman (1133)
Willo, burger van Maastricht (1133)
Winrik, geestelijke getuige (1133)
Genoemde locaties
Jeker
Luik
Maastricht
Viertoren
Uitgave
Onderstaande tekst zal niet worden vertaald bij het kiezen van een andere taal
Deel deze oorkonde

partners

donateurs

familie Beijer
© 2025 WaarvanAkte.eu, een initiatief van Stichting Limburgse Oorkonden
Gemaakt door Hive Collective