Korte samenvatting
Dirk van Aken, kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, Reinier, pastoor van Rosmeer, en hun neef Reinier vaardigen met instemming van deken en kapittel bepalingen uit inzake de begeving van het door hen gestichte altaar ter ere van de heilige Drievuldigheid en de heiligen Anna, Ambrosius, Quirinus en Allerheiligen in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht, het opdragen van de dagelijkse mis, de inkomsten van het altaar en het aanvaarden van een ander beneficie door de priester.
Latijnse tekst van de oorkonde
Christia fidelibus universis presentes litteras inspecturis Theodericus de Aquis, canonicus ecclesie Beate Marie Traiectensis, Renerus, investitus de Roesmerb, et Renerus, eorundem nepos, indelebilem subscriptorum noticiam cum salute.
Preceptis salutaribus prophete dicentis ‘peccata tua elemosinis redime’, moniti ob remedium nostrorum peccaminum de bonis, nobis a Datore omnium clementer indultis, ad altare oratorii, capitulo ecclesie Beate Marie predicte coniuncti, in honorem sancte et individue Trinitatis, Anne, Ambrosii, Quirini ac Sanctorum Omnium consecratum, pro nostra predecessorumque nostrorum salute septem marchas cum dimidia Leodiensium denariorum ipsum altare investientes perpetuo et dotantes de certis nostris redditibus conferimus et donamus annuatim in perpetuum persolvendas, sicut in litteris super hoc confectis expressius continetur. Ut autem hec nostre devotionis conceptio finem legitimum sortiatur circa donationem oratorii seu altaris predicti, de consensu et voluntate virorum venerabilium .. decani et .. capituli ecclesie Beate Marie predicte taliter duximus presentibus providendum, videlicet quod nos, Theodericus, Renerus et Renerus predicti, quamdiu vixerimus vel alter nostrum vixerit, dictum altare persone ydoneec conferimus et post nos Lodewicus, Petrus et Iohannes, fratres, Iohannes, filius Gertrudis de Aquis, Arnoldus, filius Obertid, et Rutgheruse, filius Iohannis Sueui, Traiectensium scabinorum, nostri nepotes, secundum ordinem consequentie hic positum successive conferent altare predictum. Si quis vero succedentium nobis collatorum clericus altare predictum celebraturus personaliter in eodem voluerit acceptare, ipsum ab eius perceptione noluimus refutari. Nobis vero ac successoribus nostris predictis viam universe carnis ingressis, collatio dicti altaris se ad nostros successores alios non extendet, sed apud .. decanum etf capitulum predicte ecclesie Beate Marie perpetuo libere residebit persone ydonee conferendum. Item providemus et ordinamus quod ad cultum divini nominis ampliandum in prefato altari, missa diebus singulis hora qua sacerdos eiusdem altaris maluerit, dummodo conventus ecclesie Beate Marie in lectura martyrologii non impediatur, perpetuo celebretur. Si autem sacerdos dicti altaris non potuerit celebrare vel noluerit culpa propria mediante, procurabit sacerdotem alium celebrare. Quod si non fecerit, .. decanus ecclesie sepedicte Sancte Marie quinque denarios Leodiensis de redditibus eiusdem altaris sacerdoti quem ipse .. decanus deputaverit aut ad Mensam Sancti Spiritus in Traiecto, si sacerdotem habere non potuerit, pro quolibet die obmisso dare poterit et debebit. Item providemus quod sacerdos predicti altaris sacerdoti parrochyalig in nullo penitus subiacebith nec in aliquo quantum ad oblationes sacerdoti parrochyalig tenebitur respondere, immo oblationes altaris predicti cedent integraliter sacerdoti in eodem altari seu oratorio celebranti. Preterea providemus et ordinamus quod si sacerdos altaris predicti aliud quodcumque perceperit beneficium, statim ipsum altare nulla resignatione alia seu cessione interposita, facto et iure vacabit alii persone ydonee libere conferendum. Ceterum providemus quod sacerdos prefati altaris, quilibet pro tempore in sui institutione, se debet astringere religione interposita iuramenti ad premissa se tangentia firmiter observandum.
Ut autem inconcussa suo maneant prefata vigore, rogavimus .. decanum etf capitulum ecclesie sepedicte Sancte Mariei ut sigillum ecclesie sue unacum sigillo universitatis opidi Traiectensis dominif episcopi Leodiensis presentibus litteris appendere dignarentur. Nos autem .. decanus et .. capitulum ac universitas predicti protestantes premissa omnia et singula esse vera, nos predicti .. decanus et .. capitulum sigillum ecclesie nostre predicte, nos vero universitas predicta sigillum opidi nostri ad petitionem et instantiam dotatorum superius expressorum presenti scripto in testimonium veritatis robur et perpetuam memoriam premissorum duximus apponendum.
Actum et datum anno Domini millesimo ducentesimo octogesimo secundo, in die beati Ambrosii episcopi et confessorisj.
a versierde en vergrote initiaal A1 en A2, in de marge bij A2.
b Rosmere A2.
c ydoneo A2.
d aldus A1 en A2, lees Olberti.
e Ruthgerus A2.
f hierna digniteitspunten A2.
g parrochiali A2.
h e veranderd uit andere letter A.
i Sancte Marie sepedicte A2.
j hierna sluitingsteken A1, sluitingstekens A2.
Nederlandse vertaling
Dirk van Aken, kanunnik van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht, Reinier, pastoor van Rosmeer, en Reinier, hun neef, maken bekend dat zij voor hun zielenheil en dat van hun voorgangers zeven en een halve mark Luiks hebben overgedragen aan het altaar van de kapel, verbonden aan de genoemde kapittelkerk en gewijd aan de heilige Drievuldigheid, de heiligen Anna, Ambrosius, Quirinus en Allerheiligen, waarmee ze dit altaar voor eeuwig hebben begiftigd uit zekere inkomsten die jaarlijks moeten worden voldaan, zoals in de daarover opgemaakte oorkonde is vervat. En opdat het idee van hun toewijding rondom de schenking van de kapel of altaar een wettig doel zou bereiken, hebben Dirk, Reinier en Reinier met instemming van deken en kapittel een zodanige voorziening getroffen dat zij, zolang zij leven of één van hen, dit altaar zullen toekennen aan een geschikt persoon, en na hun dood zullen Lodewijk, Petrus en Jan, broers, Jan, zoon van Geertrui van Aken, Arnoud, zoon van Olbert (Colsop), en Rutger, zoon van Jan Suevus, schepenen van Maastricht, hun neven, dit altaar in de hier vermelde volgorde successievelijk toekennen. Indien een of andere geestelijke van de opvolgende patronen dit altaar zou willen ontvangen om daar zelf persoonlijk te celebreren, dan willen zij niet dat hem deze benoeming wordt ontzegd. En wanneer zij zelf én de genoemde opvolgers overleden zijn, dan zal het benoemingsrecht van het altaar niet naar anderen overgaan die hen opvolgen, maar voor eeuwig aan deken en kapittel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk toekomen om een geschikte persoon aan te wijzen voor het altaar. Om de goddelijke eredienst te bevorderen bepalen ze verder dat aan dat altaar iedere dag voor eeuwig de mis moet worden opgedragen op het tijdstip dat de priester van dat altaar verkiest, mits het klooster van de Onze-Lieve-Vrouwekerk daardoor niet belemmerd wordt om daar het martyrologium te lezen. Indien echter de priester van dit altaar de mis niet kan of wil opdragen door zijn eigen schuld, dan dient hij ervoor te zorgen dat een andere priester de mis opdraagt. Als hij dat niet heeft gedaan, dan kan en moet de deken van de Onze-Lieve-Vrouwekerk voor iedere dag dat de mis niet is opgedragen, vijf penning Luiks uit de inkomsten van het altaar geven aan de priester die de deken zelf heeft aangewezen, of aan de Tafel van de Heilige Geest in Maastricht, als hij geen priester kon krijgen. Verder bepalen zij dat de priester van het altaar in het geheel niet ondergeschikt is aan de parochiepriester en zich ook nergens voor hoeft te verantwoorden bij hem inzake de giften, en dat de giften aan het altaar zelfs geheel ten goede komen aan de priester van dat altaar of aan degene die de mis opdraagt in de kapel. Ook bepalen zij dat als de priester van dat altaar om het even welk ander beneficie heeft aanvaard, dat het altaar dan onmiddellijk feitelijk en rechtens zal vrijkomen om over te dragen aan een andere geschikte persoon zonder dat daarvan afstand is gedaan of een overdracht heeft plaatsgevonden. Tenslotte bepalen ze dat elke priester van dat altaar zich tijdens zijn aanstelling door een eed moet verplichten om het voorgaande, voor zover dat op hem van toepassing is, strikt in acht te nemen.
Op verzoek van Dirk van Aken, Reinier en Reinier hebben deken en kapittel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de Luikse stedelijke gemeenschap van Maastricht bezegeld.
Gedaan en gegeven op 7 december 1282.
Nadere toelichting
Lees meerDirk van Aken, kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, Reinier, pastoor van Rosmeer, en hun neef Reinier vaardigen met instemming van deken en kapittel bepalingen uit inzake de begeving van het door hen gestichte altaar ter ere van de heilige Drievuldigheid en de heiligen Anna, Ambrosius, Quirinus en Allerheiligen in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht, het opdragen van de dagelijkse mis, de inkomsten van het altaar en het aanvaarden van een ander beneficie door de priester.
Originelen
A1. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief Kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 1728-1.
Aantekening op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Dotacio altaris sancte Anne in capitulo.
Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S2 van de Luikse stedelijke gemeenschap van Maastricht, van groene was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2, zie Venner, ‘Zegels’, 380, nr. 24, en 402, nr. 56.
A2. Ibidem, idem, inv. nr. 1728-2.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Altaris sancte Anne. – 2o door 18e-eeuwse hand: 1282 7 decembris. – 3o door 18e-eeuwse hand: Beneficium sancte Anne, hierna 1129 doorgestreept en vervangen door Numero 30.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, van bruine was, beschadigd; en één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van de Luikse stedelijke gemeenschap van Maastricht. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels’, 380, nr. 24.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Franquinet, Beredeneerde inventaris O.L.V. te Maastricht I, 50-52, nr. 25 (gedateerd 1282 april 4). – Haas, Chronologische lijst, 75, nr. 194 en 194a (gedateerd 1282 april 4). – Idem, Inventaris Onze-Lieve-Vrouw, 285, nr. 1728 (gedateerd 1282).
Samenhang
In onderhavige oorkonde wordt melding gemaakt van een oorkonde inzake de stichting van een altaar ter ere van de heilige Drievuldigheid, de heiligen Anna, Ambrosius, Quirinus en Allerheiligen door Dirk van Aken, kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, Reinier, pastoor van Rosmeer, en hun neef Reinier door middel van de schenking van een eeuwigdurende jaarlijkse rente van zeven en een halve mark Luiks aan het kapittel. Voor dit deperditum, zie hiervoor Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nr. 32.
Ontstaan en tekstuitgave
A1 en A2 zijn niet door dezelfde hand geschreven. De scriptor van A1 mundeerde wel de oorkonde van Oger van Borgharen, voogd van Maastricht, ten behoeve van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht d.d. 1284 juni 23, zie hierna Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nr. 37. Onderhavige oorkonde is de vooroorkonde van de genoemde oorkonde van Oger. Onderstaande tekst is gebaseerd op A1 met de varianten van A2 in het notenapparaat.
partners
donateurs













