Korte samenvatting
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Arnoud, smid, met instemming van zijn zonen Gijsbert en Willem zijn woonhuis (in de Cortenstraat te Maastricht) heeft geschonken aan Winrik Monnik, procurator van het hof van Luik, tegen een jaarlijkse erfcijns van twintig schelling Luiks en twee kapoenen.
Latijnse tekst van de oorkonde
Nosa Renerus supra Domum et Iohannes de Mulingen, scabini Traiectenses, protes[tam]ur quod Arnoldus, faber, cum voluntate et concensub Giselberti et Villelmic, puerorum suorum, iure hereditario dedit Winrico Monacho, procuratori curie Leodiensisd, domum quam nunc inhabitat semper in quolibet anno pro viginti solidis Leodiensis et duobus caponibus annui census tenendam et possidendam talibus terminis persolvendis, videlicet unam mediam partem ad Nativitatem Domini cum caponibus et residuam in Nativitate beati Iohannis Baptiste.
Datum feria quarta ante festum beate Gertrudis, anno Domini Mo CCo LXXXmo secundoe.
a vergrote initiaal A.
b aldus A, lees consensu.
c aldus A, lees Willelmi.
d eerste e verbeterd uit andere letter A.
e hierna sluitingsteken A.
Nederlandse vertaling
Reinier supra Domum en Jan van Mulinghen, schepenen van Maastricht, maken bekend dat Arnoud, smid, met instemming van zijn zonen Gijsbert en Willem zijn woonhuis erfrechtelijk heeft gegeven aan Winrik Monnik, procurator van het hof van Luik, tegen een jaarlijkse cijns van twintig schelling Luiks en twee kapoenen.
Gegeven op 10 maart 1283.
Nadere toelichting
Lees meerSchepenen van Maastricht oorkonden dat Arnoud, smid, met instemming van zijn zonen Gijsbert en Willem zijn woonhuis (in de Cortenstraat te Maastricht) heeft geschonken aan Winrik Monnik, procurator van het hof van Luik, tegen een jaarlijkse erfcijns van twintig schelling Luiks en twee kapoenen.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief Kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 652a. Beschadigd met tekstverlies. Met de getransfigeerde oorkonden d.d. 1289 januari 2, 1291 februari 18, 1315 februari 6 en 1324 oktober 24.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse handen: In Platea Cortensi; et unum. – 2o door 15e-eeuwse hand: De istis bonis solvitur quolibet anno Goswino Florencii XXV solidos et II capones census fundi et capitulo Beate Marie V solidos et tenet capitulum predictum eadem bona a Goswino predicto; et ego Petrus teneo a capitulo ad requisitionem consuetudinis civitatis.
Bezegeling: twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Reinier supra Domum en Jan van Mulinghen, schepenen van Maastricht (LS1 en LS2).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgaven
a. Doppler, ‘Schepenbrieven kapittel van O.L. Vrouw’, 163, nr. 1, naar A. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 57 (met onvolledige vertaling), nr. 1283.03.10, naar A.
Regesten
Franquinet, Beredeneerde inventaris O.L.V. te Maastricht I, 52, nr. 26 (gedateerd 1282 juni 17). – Haas, Chronologische lijst, 77, nr. 200 (gedateerd 1282 juni 17).
Datering
Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Lokalisering
Blijkens de dorsale aantekening In platea Cortensi betreft het een huis in de Cortenstraat te Maastricht.
Samenhang
Voor de erkenning en goedkeuring van deze schenking door Willem en Elisabeth, meerderjarige kinderen van Arnoud, smid, d.d. 1291 februari 18, zie hierna Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nr. 45. Voor de schenking van dit huis door Winrik Monnik aan zijn kinderen en hun moeder Adula d.d. 1289 januari 2, zie hierna Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nr. 42.
Ontstaan
Onderhavige oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert voor het klooster van Sint-Gerlach te Houthem d.d. 1279 december 28 (zie Van Synghel, Oorkonden Sint-Gerlach, 122-125, nr. 27), voor het Begijnhof Nieuwenhof te Maastricht, d.d. 1282 juni 10 (zie Van Synghel, Oorkonden Sint-Servaaskapittel, 218-221, nr. 50), voor het Sint-Servaaskapittel te Maastricht d.d. 1284 mei 3, 1285 juni 20 en 1285 juni 25 (zie Van Synghel, Oorkonden Sint-Servaaskapittel, 226-229, nr. 52, 234-235, nr. 54 en 236-239, nr. 55), voor een priester te Maastricht d.d. 1288 maart 30 (of 1289 maart 29) (zie hierna Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nr. 43), voor een particulier d.d. 1289 januari 2 en 1291 februari 18 (zie hierna Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nrs. 42 en 45), voor het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht d.d. 1291 maart 18, 1291 maart 25, 1291 juni 1 en 1291 juni 18 (zie hierna Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nrs. 46, 47, 48 en 49), voor het cisterciënzerklooster Dalheim d.d. 1294 mei 26 (zie hierna Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nr. 55), alsmede een oorkonde van schout en schepenen van Sint-Pieter te Maastricht d.d. 1294 april 25 (zie hierna Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nr. 54). Bijgevolg kan deze scriptor worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.
partners
donateurs











