Deel deze oorkonde

Korte samenvatting

Oger van Borgharen, ridder, voogd van Maastricht, vaardigt met instemming van deken en kapittel van Onze-Lieve-Vrouw te Maastricht bepalingen uit inzake de begeving van het door hem gestichte altaar ter ere van de heilige Petrus in de Onze-Lieve-Vrouwekerk, de begraafplaats in de kerk voor hem en zijn echtgenote, hun jaargetijde, het opdragen van de dagelijkse mis, de inkomsten van het altaar en het aanvaarden van een ander beneficie door de priester.

Latijnse tekst van de oorkonde

Universisa tam presentibus quam futuris presentes litteras visuris Ogerus de Haren, miles, advocatus Traiectensis, salutem et scire veritatem.

Quia solum illud de temporalibus bonis nostris in salubres usus convertimus, per quod thesaurizamus in celis ubi nec erugo nec tinea demolitur, nos in celis thesaurizare et saluti anime nostre per Dei gratiam providere volentes, de bonis nostris, nobis a Deo concessis, ad altare quod est in ecclesia Beate Marie Traiectensis, in honorem Dei sancti Petri, apostolorum principis, consecratum, pro* salute anime nostre, dilecte nostre domine Ode, uxoris nostre, ac parentum nostrorum conferimus et donamus octo marchas Leodiensis* de certis nostris redditibus in perpetuum annuatim solvendas, sicut in litteris super hoc confectis expressius continetur, de illis octo marchis dictum altare investientes perpetuo et dotantes. Verum ne illud quod pie devotionis zelo incepimus malignus ille seminator discordie, dissensionis et perturbationis zyzania seminare in futurum aliquo perversitatis scrupulo moliatur, nos futuris perturbationibus cupientes, quantum humane possibile est, providentie precavere, circa donationem nostram ad altare predictum de consensu et voluntate unanimi virorum venerabilium .. decani et capituli ecclesie Sancte Marie predicte taliter duximus* providendum, scilicet quod nos et dicta uxor nostra quamdiu vixerimus vel alter nostrum vixerit, dictum altare persone ydonee conferimus, et post nos filii nostriib, unus post alium senior successive, conferent persone ydonec altare predictum. Et si persona non fuerit ydonea et collator dicti altarisd, monitus a .. decano et capitulo ecclesie Sancte Marie predicte infra mensem aliam personam ydoneam non statuerit et in hoc negligens fuerit, volumus et ordinamus quod extunc dicti .. decanus et capitulum vel .. decanus cum saniore parte capituli, non obstante nostra vel filiorum nostrorum contradictione, conferant persone ydonee altare predictum. Nobis vero, uxore nostra et filiis nostris viam universe carnis ingressis, collatio dicti altaris se non extendet ad alios successores nostros, sed apud .. decanum et capitulum ecclesie Beate Marie predicte libere perpetuo residebit*. Preterea eligimus nobis et predicte uxori nostre post vite huiuis curriculum sepulturam nostram de consensu et voluntate dictorum .. decani et capituli ante altare predictum, volentes quod post mortem nostri, Ogeri, militis predicti, dextrarius noster ac omnis armatura nostra ad corpus nostrum spectans vendantur et exinde una marcha singulis annis ad anniversarium nostrum in dicta ecclesia peragendum comparetur; et quod residuum fuerit, ad dictum altare conferatur ad emendum inde redditus annales. Si vero ad comparandum dictam marcham de dictis dextrario et armatura defectus fuerit, volumus ut quod minus fuerit de bonis nostris aliis suppleatur. Volumus etiam et ordinamus quod in anniversario predicte uxoris nostre dimidia marcha ex ipsius procuratione seu assignatione singulis annis dicte ecclesie conferatur, ita tamen quod si eamdeme dimidiam marcham dicta uxor nostra non assignaverit dicte ecclesie legitime recipiendam, volumus quod liberi nostri de bonis nostris eandem dimidiam marcham assignent ecclesie memorate. Item providemus et ordinamus quod ad cultum divini nominis ampliandum in prefato altari, missa diebus singulis* celebretur*. Et si missa quam celebrabit non fuerit pro defunctis, volumus quod missa celebrata quolibet die legat officium pro defunctis. Quod si* sacerdos eiusdem altaris celebrare non potuerit vel noluerit mediante sua culpa, procurabit sacerdotem alium celebrare. Quod si non fecerit, .. decanus dicte ecclesie Sancte Marie octo denarios Louaniensis parvos de redditibus predicti altaris sacerdoti quem ipse .. decanus celebraturum deputabit aut ad Mensam Sancti Spiritus*, si sacerdotem habere non poterit*, quolibet die* dare* debet. Item providemus quod sacerdos predictus omnes oblationes altaris sui in festis Natiuitatis Domini, Pasche, Penthecostes et Omnium Sanctorum totaliter, in aliis vero diebus omnibus ferialibus et festivis pro media parte sacerdoti parrochyali predicte ecclesie Sancte Marie dare debet fideliter et partiri, nisi forte contingeret parrochyam esse sive locari extra ecclesiam Beate Marie predicte. Et tunc sacerdos dicti altaris in nullo quantum ad oblationes predictas tenebitur predicto sacerdoti parrochyali respondere, immo oblationes predicti altaris totaliter cedent sacerdoti in dicto altari* celebranti. Item providemus et ordinamus quod si sacerdos dicti altaris aliquod aliud receperit beneficium, statim ipsum altare nulla alia resignatione vel cessione interposita, facto et iure vacabit alii persone ydonee libere conferendum. Item providemus quod predictus sacerdos missam in altari suo ante primam tempore congruo celebrabit, ita quod missa parrochyalis non impediatur. Denique providemus et ordinamus quod sacerdos predicti altaris, quilibet pro tempore in sui institutione, se debet astringere religione interposita iuramenti ad premissa omnia et singula observanda.

In cuius rei testimonium et robur perpetue firmitatis sigillum nostrum presenti cartule duximus apponendum, unacum sigillis dicte ecclesie Sancte Marie necnon et universitatis opidi Traiectensis domini episcopi Leodiensis, quo apponi postulavimus in testimonium et memoriam premissorum. Nos autem .. decanus et capitulum ac universitas predicti protestantes premissa omnia et singula esse vera, nos predicti .. decanus et capitulum sigillum ecclesie nostre predicte, nos vero universitas predicta sigillum opidi nostri unacum sigillo dicti domini Ogeri, militis, ad petitionem eiusdem presenti scripto duximus apponendum in veritatis testimonium et memoriam* premissorum.

Actum et datum anno Domini millesimo ducentesimo octogesimo quarto, in vigilia beati Iohannis Baptistef.

a versierde en vergrote initiaal A.

b aldus A, lees nostri.

c aldus A, lees ydonee.

d slotletter gecorrigeerd uit andere letter door schrijfhand A.

e aldus A, lees eandem.

f hierna sluitingsteken A.

Nederlandse vertaling

Oger van Borgharen, ridder, voogd van Maastricht, heeft uit de inkomsten van de hem door God verleende goederen voor het zielenheil van zijn echtgenote Oda en dat van zijn ouders een jaarlijkse betaling van acht mark Luiks geschonken aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht ten behoeve van het altaar van de heilige Petrus, zoals in de daarover opgemaakte oorkonde is vervat, en hij stelt hem eeuwig in het bezit van het altaar. Maar opdat de kwaadaardige zaaier van onenigheid, geschil en verwarring in de toekomst met enige perversiteit geen tweedracht zal proberen te zaaien, heeft Oger – voor zover het mogelijk is om met menselijke vooruitziendheid in de toekomst verwarring te voorkomen –, met unanieme instemming van deken en kapittel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk over zijn schenking aan het altaar het volgende bepaald: zolang hij en/of zijn vrouw leven, zullen zij een geschikte persoon benoemen, en na hun dood zullen hun zonen dat doen in volgorde van ouderdom. Oger bepaalt ook dat deken en kapittel of de deken met het meest verstandige deel van het kapittel, ongeacht tegenspraak van hem of zijn zonen, een geschikte persoon zullen benoemen ingeval iemand niet geschikt was en ingeval degene die het benoemingsrecht heeft, daartoe gemaand door deken en kapittel, binnen een maand geen andere geschikte persoon heeft aangewezen en hierin nalatig zal zijn geweest. Wanneer Oger, zijn vrouw en hun zonen overleden zijn, zal de benoeming van het altaar niet naar hun andere erfgenamen gaan, maar eeuwig vrijelijk bij deken en kapittel berusten. Bovendien kiest hij er met instemming van deken en kapittel voor om hem en zijn echtgenote vóór het altaar te begraven en wil hij dat na zijn dood zijn strijdros en al zijn persoonlijke wapens worden verkocht en dat daaruit jaarlijks één mark wordt gebruikt om zijn jaargetijde in de kerk te betalen; het resterende deel zal naar het altaar gaan om daarmee jaarlijkse inkomsten te kopen. Indien het echter niet lukt om deze mark uit (de verkoop van) het strijdros en de wapens te verwerven, dan wil Oger dat het tekort uit zijn andere goederen wordt aangevuld. Ook wil en bepaalt hij dat jaarlijks op het jaargetijde van zijn vrouw een halve mark aan de kerk wordt gegeven uit haar vermogen of toegewezen goederen, en mocht zijn echtgenote deze halve mark niet hebben toegewezen aan de kerk om deze te ontvangen, dan zullen hun kinderen deze uit zijn goederen toewijzen. Om de verering van de goddelijke naam bij het altaar te vergroten, zal er iedere dag een mis worden opgedragen. En indien de mis die wordt opgedragen niet voor de overledenen is, dan wil Oger dat de priester na de opgedragen mis elke dag een dienst voor de overledenen leest. Indien hij geen mis heeft kunnen of door zijn schuld willen opdragen, dan zal hij voor een andere priester zorgen. En als hij dat niet heeft gedaan, dan zal de deken uit de inkomsten van het altaar elke dag acht penning kleine Leuvense munt geven aan de priester die de deken zelf zal aanwijzen om de mis op te dragen of aan de Tafel van de Heilige Geest, indien de deken geen priester heeft kunnen vinden. Ook zal de priester alle offergaven van het altaar op Kerstmis, Pasen, Pinksteren en Allerheiligen in hun geheel, en op de andere week- en feestdagen voor de helft aan de parochiepriester van de Onze-Lieve-Vrouwekerk moeten geven en verdelen, tenzij de parochiepriester buiten de parochie aangesteld is. Dan is de priester van het altaar niet verplicht om de offergaven aan de parochiepriester te geven, maar zullen deze geheel naar de priester gaan die op het altaar de mis opdraagt. Indien de priester van het altaar enig ander beneficie zal ontvangen, dan zal het onmiddellijk feitelijk en rechtens vrijkomen om het aan een andere geschikte persoon te verlenen zonder enige overdracht of aftreden. De priester zal de mis op zijn altaar vóór de priem op een geschikt tijdstip opdragen, zodat de parochiemis niet wordt gehinderd. En tot slot bepaalt Oger dat elke priester van het altaar zich bij zijn aanstelling onder ede moet verplichten om het voorgaande in acht te nemen.

Oger heeft bezegeld, alsmede het Onze-Lieve-Vrouwekapittel en de Luikse stedelijke gemeenschap van Maastricht op verzoek van Oger.

Gedaan en gegeven op 23 juni 1284.

Genoemde personen
No items found.
Genoemde locaties
No items found.
Uitgave
Onderstaande tekst zal niet worden vertaald bij het kiezen van een andere taal
Deel deze oorkonde

partners

donateurs

familie Beijer
© 2025 WaarvanAkte.eu, een initiatief van Stichting Limburgse Oorkonden
Gemaakt door Hive Collective