Deel deze oorkonde

Korte samenvatting

Alexander, deken, en het kapittel van Onze-Lieve-Vrouw te Maastricht regelen de taken van de koster en de aan het kostersambt verbonden inkomsten.

Latijnse tekst van de oorkonde

Omnibusa presentia visuris tam presentibus quam futuris Alexander, decanus, totumque .. capitulum ecclesie Beate Marie Traiectensis, Leodiensis dyocesis, cum noticia veritatis salutem.

Optimum est et conveniens ut quelibet ecclesiastica officia certis limitentur terminis, tam in onere quam etiam in honore.

Cum igitur usque ad hec tempora officium custodie nostre sub multa vacillaverit incertitudine propter quod ecclesie plurima dampnosa incommoda evenisse perpendimus, ordinamus quod custos ecclesie nostre, tam existens quam sui successores pro temporeb a nobis ad hoc eligendi, exnunc inantea de clavibus sigilli et privilegiorum ecclesie nostre unam reservet, reliquis in custodia capituli seu eorum de canonicis quos ad hoc deputabitc existentibus. Item unam de clavibus capselle in qua cingulus gloriose Virginis reservatur, idem custos servet, reliqua clave remanente apud unum de canonicis quem ad hoc capitulum deputabit. Qui cingulus numquam extra capsellam ostendetur, nisi de conscientia capituli et a sacerdote sacerdotalibus induto et etiam ieiunante. Alias reliquias omnes sub certo munere cum thesauro, crucibus scilicet, calicibus, thuribulis, casulis, cappis, badekinis, libris et aliis omnibus ad ornatum cultus divini spectantibus fideliter servaturus, prout ei deliberati fuerint; de quibus in deliberando scriptum fieri volumus sub sigillis ecclesie nostre et custodis pro tempore penes nostre sigillum ecclesie reservandum, scripto simili sub eisdem sigillis dicto custodi ut de commissis certitudo habeatur remanente. Qui siquidem custos ex parte capituli requisitus singulis annis in vigilia Nativitatis beati Iohannis Baptiste de sibi commissis ostensionem facere teneatur ex parte dicti capituli perspiciendis. Ordinamus etiam quod dictus custos census omnis seu redditus ad custodiam pertinentes percipiat cum omnibus oblationibus, offerandis extra missas, tamd super altaria quelibet ecclesie quam in lapidem, ad hoc in medio eiusdem ecclesie positum, necnon et super reliquias, crucis scilicet, dicti cinguli, sancte Barbare et alias qualescumque. Percipiet etiam candelas funerum in dicta ecclesia, custodie ab olim cedere debentes, cum legatis quibuslibet custodie seu luminari ecclesie memorate, que parrochyales sacerdotes dicte nostre ecclesie ac capellani Beate Marie Minoris, Sancti Euergisliie, Sancti Hylarii et etiam omnium altarium ecclesie nostre predicte, tam extantes quam futuri, in suis admissionibus fide ab eis super hoc in manus .. decani nostri interposita, in consiliis, confessionibus et aliis pro viribus caritativis hortationibus Christi fidelibus faciendis, licite promovebunt. De hiis autem prenotatis dictus custos predictam nostram ecclesiam modo solito, sibi in scriptis exprimendo, illuminare tenebitur ac purgare locis et temporibus consuetis seras, clausuras seu archas reparare, funes ad campanas ministrare, fenestras vitreas et tectum ecclesie eiusdem conservare ac ne ipsa ecclesia ruat in aliqua sui parte pro posse precavere, salvo quod si sumptuose et periculose reparationes in tectis, structuris ecclesie seu turrium imminerent, auxilio capituli inerit faciendum. Ad hec autem pro viribus facienda, custos quivis pro tempore proprio se astringet iuramento. Ordinamus insuper quod custos pro tempore, ad quem de custodis officio et super defectibus subcustodis et matricularii dicte nostre ecclesie erit respectus habendus, exnunc inantea subcustodia et matricularia vacantibus subcustodes et matricularios successive annales et non perpetuo constituendi seu substituendi habeat pot[e]statem vice nostra ut eos possit si male se rexerint amovere. Ceterum ordinamus quod custos pro tempore esse debeat rector et provisor capelle et hospitalis beati Egidii in Wiic, que nobis in temporalibus et spiritualibus sunt subiecte, ita quod ipse custos de proventibus et redditibus dictorum capelle et hospitalisf sacerdoti quem ibidem pro se celebraturum annalem instituet et pauperibus necnon et edificiis dictorum capelle et hospitalis pro quantitate facultatum ipsius fideliter providebit.

Ut autem hec inconcussa stabiliter remaneant, sigillum ecclesie nostre presentibus duximus apponendum.

Datum sabbato post festum beati Iacobig apostoli proximo, anno Domini Mo CCo LXXXo sextoh.

a vergrote initiaal A.

b geknoeid in slotletter A.

c hierna remanentibus doorgestreept A.

d hierna tam doorgestreept A.

e verbeterd uit Euergilii door schrijfhand A.

f hierna pro quantitate facultatum ipsius fideliter providebit. Ut autem hec inconcussa stabiliter remaneant, sigillum ecclesie nostre presentibus duximus apponendum. Datum sabbato post festum beati Iacobi apostoli proximo, anno Domini millesimo ducentesimo octogesimo sexto doorgestreept A.

g hierna proxim doorgestreept A.

h hierna sluitingsteken A.

Nederlandse vertaling

Alexander, deken, en het kapittel van Onze-Lieve-Vrouw te Maastricht, vanwege bestaande onzekerheid omtrent het kostersambt met vele schadelijke gevolgen voor hun kerk, bepalen dat de koster van hun kerk, zowel de huidige als zijn door deken en kapittel gekozen opvolgers, voortaan één exemplaar van de sleutels van het zegel en van de privileges van hun kerk zal bewaren, terwijl de overige onder de hoede van het kapittel blijven of van de kanunnik die het het kapittel hiertoe zal aanwijzen. Hij zal eveneens één exemplaar bewaken van de sleutels van de houder waarin de gordel van de heilige Maagd Maria wordt bewaard, terwijl de andere sleutel bij een door het kapittel hiertoe aangewezen kanunnik blijft. Die gordel mag nooit buiten de houder worden getoond, tenzij met medeweten van het kapittel en van de priester die met de priesterlijke waardigheden is bekleed en die vast. De koster zal alle andere relieken onder zekere bescherming samen met de schat bewaken, namelijk de kruisen, kelken, wierookvaten, kazuifels, koorkappen, baldakijnen, boeken en al hetgeen dient tot verfraaiing van de eredienst, al naargelang zij aan hem overhandigd zijn. Zodra dat gebeurd is, moet daarvan een ontvangstbewijs worden opgesteld, bezegeld door de kerk en door de koster, waarvan één exemplaar moet worden bewaard bij het zegel van hun kerk en het andere bezegelde exemplaar bij de koster, opdat over de hem toevertrouwde zaken zekerheid wordt gehouden. Hij moet immers op vraag van het kapittel jaarlijks op 23 juni de aan hem toevertrouwde zaken tonen om door het kapittel te worden bezichtigd. Deken en kapittel bepalen ook dat de koster elke cijns of opbrengst van het kostersambt ontvangt samen met alle buiten de missen gepleegde offeranden, zowel op alle altaren als op de hiertoe in het midden van de kerk geplaatste steen, evenals op de relieken, namelijk van het kruis, van de al genoemde gordel (van de Heilige Maagd Maria), van de heilige Barbara en andere relieken. Hij zal ook de kaarsen van de begrafenissen in de kerk, die van oudsher voor de koster zijn bestemd, ontvangen samen met alle legaten aan de koster of aan de verlichting van de kerk, die de parochiepriesters van de kerk en de kapelanen van de kapellen van Onze-Lieve-Vrouw Minor, Sint-Evergislus en Sint-Hilarius, evenals van alle altaren van de kerk, zowel bestaande als toekomstige, tijdens hun audiënties, trouw door hen in handen van onze deken overgebracht, bij raadplegingen, verhoringen van de biecht en in andere naar vermogen te verrichten liefdadige aansporingen aan gelovigen met recht zullen bevorderen. Met die inkomsten moet de koster op de gebruikelijke wijze, die hij op schrift moet stellen, de kerk verlichten en op de gebruikelijke plekken en tijden de grendels reinigen, de sloten of kisten herstellen, de klokkentouwen bedienen, de ramen en het dak van de kerk onderhouden en naar vermogen voorzorgsmaatregelen nemen opdat de kerk niet instort. Indien er echter dure en gevaarlijke reparaties op daken, aan het bouwwerk van de kerk of van de torens te verwachten zijn, moet hij de hulp van het kapittel inroepen. Elke koster moet zich onder ede verbinden om dit naar vermogen uit te voeren. Bovendien krijgt de koster, aan wie vanuit het kostersambt en over fouten van de onderkoster en diens helper rekenschap moet worden afgelegd, voortaan uit naam van deken en kapittel de bevoegdheid om bij een vacature de onderkosters en diens helpers jaarlijks en niet voor vast te benoemen of te vervangen, zodat hij hen kan ontslaan als zij zich slecht hebben gedragen. Verder is de koster van het moment tevens rector en provisor van de kapel en het Sint-Gillisgasthuis in Wyck, die aan deken en kapittel in tijdelijke en geestelijke zaken ondergeschikt zijn, en met de opbrengsten en inkomsten ervan moet hij de door hem aangestelde priester, die hij daar voor hem zal aanstellen om de jaarlijkse diensten te vieren, de armen en de gebouwen van de kapel en het gasthuis onderhouden.

Het kapittel heeft bezegeld.

Gegeven op 27 juli 1286.

Genoemde personen
No items found.
Genoemde locaties
No items found.
Uitgave
Onderstaande tekst zal niet worden vertaald bij het kiezen van een andere taal
Deel deze oorkonde

partners

donateurs

familie Beijer
© 2025 WaarvanAkte.eu, een initiatief van Stichting Limburgse Oorkonden
Gemaakt door Hive Collective