Korte samenvatting
Godfried Venator, meier, en schepenen van de hof van Heer oorkonden dat Gobijn, verver, burger van Maastricht, op zijn ziekbed uit vrije wil van hem en zijn echtgenote afstand heeft gedaan van twee vaten rogge, jaarlijks te ontvangen in het rechtsgebied van Heer, ten behoeve van het altaar van het Heilig Kruis in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht.
Latijnse tekst van de oorkonde
Nosa Godefridus dictus Venator, villicus, Makarius et Iohannes dictus Sooke, scabini curie de Here, scripto presenti protestamur nos interfuisse, vidisse, audivisse et tamquam villicum et scabinos ad hoc rogatos et vocatos specialiter fuisse ubi Gobinus, tinctor, civis Traiectensis, in lecto egritudinis sue decumbens libera voluntate et sue uxoris legitime pro remedio anime sue duo vasa siliginis mensure Traiectensis ad usum altaris Sancte Crucis, siti in medio ecclesie Beate Marie Traiectensis, perpetuo resignavit et effestucavit, que vasa siliginis in territorio de Here quolibet anno assignavit recipienda.
In cuius rei testimonium sigilla virorum discretorum Gerardi Gosmari et Roberti de Moneta, scabinorum Traiectensium, procuravimus apponi. Et nos Gerardus Gosmari et Robinus, scabinusb predicti, ad peticionem predictorum videlicet Godefridi, villici, Makarii et Iohannis, scabinorum dicte curie de Here, Godinic, tinctoris, et sue uxoris sigilla nostra presentibus duximus apponenda.
Datum anno Domini Mo CCo LXXXo sexto, sabbato ante dominicam qua cantatur Iudica med.
a vergrote initiaal A.
b aldus A, lees scabini.
c aldus A, lees Godini.
d hierna sluitingsteken A.
Nederlandse vertaling
Godfried Venator (Jager), meier, Macharius en Jan Sooke, schepenen van de hof van Heer, maken bekend dat zij aanwezig waren, hebben gezien en gehoord, als meier en schepenen hiertoe speciaal geroepen en gevraagd, toen Gobijn, verver, burger van Maastricht, op zijn ziekbed uit vrije wil van hem en zijn wettige echtgenote voor eeuwig afstand heeft gedaan van twee vaten rogge Maastrichtse maat, jaarlijks te ontvangen in het rechtsgebied van Heer, ten behoeve van het altaar van het Heilig Kruis, in het midden van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht.
Gerard, zoon van Gosmar, en Robert de Moneta, schepenen van Maastricht, hebben bezegeld op verzoek van Godfried, Macharius en Jan, en van Gobijn en zijn echtgenote.
Gegeven op 22 maart 1287.
Nadere toelichting
Lees meerGodfried Venator, meier, en schepenen van de hof van Heer oorkonden dat Gobijn, verver, burger van Maastricht, op zijn ziekbed uit vrije wil van hem en zijn echtgenote afstand heeft gedaan van twee vaten rogge, jaarlijks te ontvangen in het rechtsgebied van Heer, ten behoeve van het altaar van het Heilig Kruis in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief Kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 1642. Beschadigd.
Aantekening op de voorzijde: 1o door schrijfhand: probatio penne bovenaan Mn, m en mm; onderaan In, inde, inde en datum.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Secunda. – 2o door 15e-eeuwse hand: Van II vaet roggen te Cadie (door latere hand toegevoegd) toebehoerende altare S. +. – 3o door 17e-eeuwse hand: 1286, duo vasa spectantia ad altare Sancte Crucis. – 4o door 18e-eeuwse hand: Litt. 1286 de 2 vasis siliginis in Heer pro altari Sancte Crucis.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S2 van Robert de Moneta, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd; en één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Gerard, zoon van Gosmar, schepen van Maastricht (LS1). Voor een beschrijving en afbeelding van S2, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 174-175, afb. 36.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Doppler, ‘Schepenbrieven kapittel van O.L. Vrouw’, 164, nr. 3, naar A.
Regesten
Franquinet, Beredeneerde inventaris O.L.V. te Maastricht I, 64, nr. 30. – Haas, Chronologische lijst, 81-82, nr. 214. – Idem, Inventaris Onze-Lieve-Vrouw, 274, nr. 1642 (gedateerd 1287).
Datering
Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Ontstaan
Onderhavige oorkonde vertoont sterke dictaatverwantschap met de schepenoorkonde van Maastricht, d.d. 1287 maart 18, waarin eveneens het altaar van het Heilig Kruis in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht wordt begunstigd, zie hiervoor Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nr. 40. Beide oorkonden zijn evenwel niet door dezelfde hand geschreven, maar vertonen wel schriftverwantschap. De scriptor van onderhavige oorkonde is niet geattesteerd in andere schepenoorkonden van Maastricht.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.
partners
donateurs












