Korte samenvatting
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Winrik Monnik, procurator van het hof van Luik, zijn huis (in de Cortenstraat te Maastricht) aan zijn kinderen en hun moeder Adula heeft geschonken en dat Adula zich bij een huwelijk geen recht op dit huis heeft voorbehouden.
Latijnse tekst van de oorkonde
Nosa Baldewinus Caseus et Bruno dictus supra Domumb, scabinib Traiectenses, protestamur quod coram nobis personaliter constitutus Winricus dictus Monachus, procurator curie Leodiensis, supportavit et donavi[t] pueris suis et Adule, eorundem matri, in puram elemosinam pure et simpliciter propter Deum domum, scriptam et nominatam in litteris quibus presentes sunt infixe, et ad opus eorundem effestucavit et se mortuum fecit de domo eadem. Ibidem et eadem hora dicta Adula voluntarie elegit, si deinceps aliquo viro nuberet, quod nichil iuris in eadem domo reservabit.
Actum in crastino Circumcisionis, datum anno Domini Mo CCo LXXXmo octavoc.
a vergrote initiaal A.
b slechts onder kwartslamp leesbaar A.
c hierna sluitingsteken A.
Nederlandse vertaling
Boudewijn Caseus (I) en Bruno supra Domum, schepenen van Maastricht, maken bekend dat ten overstaan van hen Winrik Monnik, procurator van het hof van Luik, het huis, beschreven en genoemd in de oorkonde waar dit stuk aan getransfigeerd is, als zuivere gift en omwille van God aan zijn kinderen en aan Adula, hun moeder, heeft geschonken en zich ervan heeft onthecht. Adula heeft daar op hetzelfde uur vrijwillig verkozen om zich geen enkel recht in dit huis voor te behouden indien zij daarna met een andere man zou huwen.
Gedaan op 2 januari 1289.
Nadere toelichting
Lees meerSchepenen van Maastricht oorkonden dat Winrik Monnik, procurator van het hof van Luik, zijn huis (in de Cortenstraat te Maastricht) aan zijn kinderen en hun moeder Adula heeft geschonken en dat Adula zich bij een huwelijk geen recht op dit huis heeft voorbehouden.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief Kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 652b. Beschadigd met tekstverlies. Getransfigeerd aan de oorkonden d.d. 1283 maart 10 en 1291 februari 18 (zie hiervoor en hierna Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nrs. 34 en 45), 1315 februari 6 en 1324 oktober 24.
Geen aantekening op de achterzijde.
Bezegeling: twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de niet aangekondigde zegels van Boudewijn Caseus I en Bruno supra Domum, schepenen van Maastricht (LS1 en LS2).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgaven
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris O.L.V. te Maastricht I, 52-53, nr. 26, naar A. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 73-74 (met onvolledige vertaling), nr. 1289.01.02, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven kapittel van O.L. Vrouw’, 165-166, nr. 5. – Haas, Chronologische lijst, 85, nr. 225.
Lokalisering
Blijkens de schepenoorkonde d.d. 1283 maart 10 kan dit huis worden gelokaliseerd in de Cortenstraat te Maastricht, zie hiervoor Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nr. 34.
Datering
Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Ontstaan en samenhang
Onderhavige oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie hiervoor Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nr. 34.
Voor de schenking van het in onderhavige oorkonde genoemde huis aan Winrik Monnik door Arnoud, smid, d.d. 1283 maart 10, zie hiervoor Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nr. 34. Voor de erkenning en goedkeuring van deze schenking door Willem en Elisabeth, meerderjarige kinderen van Arnoud, smid, d.d. 1291 februari 18, zie hierna Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nr. 45.
partners
donateurs










