Korte samenvatting
Hendrik, deken, en het kapittel van Onze-Lieve-Vrouw te Maastricht oorkonden dat Ricolf van Keulen, hun medekanunnik, met de mede-executeurs van het testament van Jan de Puteo, voormalig rector van het Sint-Servaasgasthuis te Maastricht, een eeuwigdurende jaarlijkse cijns van 22 schelling Luiks, gevestigd op zijn claustraal huis (te Maastricht), heeft verkocht aan Gijsbert, rector van het Sint-Servaasgasthuis; hiervan zijn er zeven bestemd voor het jaargetijde van Jan de Puteo, vijf voor dat van zijn moeder in de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de overige tien voor het Sint-Gillisgasthuis in Wyck.
Latijnse tekst van de oorkonde
Universisa presentes litteras inspecturis Henricus, decanus, totumque .. capitulum ecclesie Beate Marie Traiectensis, Leodiensis dyocesis, salutem et cognoscere veritatem.
Noveritis universi quod Ricolphus de Colonia, noster concanonicus, coram nobis propter hoc personaliter constitutus domino Gyselberto, rectori hospitalis Sancti Seruatii in Traiecto, cum coexecutoribus testamenti domini Iohannis de Puteo, rectoris quondam eiusdem hospitalis, vendidit viginti duos solidos Leodiensis, septem solidos ad faciendum anniversarium ipsius domini Iohannis, quinque solidos ad faciendum anniversarium matris sue in ecclesia nostra predicta et decem solidos ad hospitale Sancti Egidii in Wich decetero in usus pauperum convertendis, annui et perpetui redditus recipiendi et levandi in domo sua claustrali ecclesie nostre predicte quam in dicto censu onerant ad solutionem illius obligando eandem, ita tamen quod si dictos viginti et duos solidos nobis et dicto hospitali Sancti Egidii in aliis redditibus eque bonis et certis assignaverit, dicta domus sua a prefato censu viginti et duorum solidorum totaliter liberetur.
Et nos .. decanus et .. capitulum ecclesie Beate Marie predicte ad peticionem dicti Ricolphi, nostri concanonici, sigillum ecclesie nostre ad causas unacum sigillo prefati Ricolphi in testimonium premissorum est appensum.
Datum anno Domini Mo CCo nonagesimo secundo, feria quinta post dominicam qua cantatur Iudicab.
a vergrote initiaal A.
b hierna sluitingstekens A.
Nederlandse vertaling
Hendrik, deken, en het kapittel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht maken bekend dat Ricolf van Keulen, hun medekanunnik, ten overstaan van hen aan Gijsbert, rector van het Sint-Servaasgasthuis te Maastricht, samen met de mede-uitvoerders van het testament van Jan de Puteo, voormalig rector van dat gasthuis, een jaarlijkse en eeuwigdurende cijns van 22 schelling Luiks heeft verkocht, waarvan zeven schelling om het jaargetijde van Jan zelf te houden, vijf voor dat van zijn moeder in hun kerk en tien voor het Sint-Gillisgasthuis in Wyck voor de armen, te ontvangen en te heffen uit zijn claustraal huis van de Onze-Lieve-Vrouwekerk dat deken en kapittel met die cijns belasten. Indien hij echter voor die 22 schelling aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk en aan het Sint-Gillisgasthuis andere, even goede en zekere inkomsten toewijst, dan wordt dat huis van die cijns van 22 schelling volledig vrijgesteld.
Deken en kapittel hebben op verzoek van Ricolf bezegeld met het zegel ten zaken, Ricolf heeft ook bezegeld.
Gegeven op 19 maart 1293.
Nadere toelichting
Lees meerHendrik, deken, en het kapittel van Onze-Lieve-Vrouw te Maastricht oorkonden dat Ricolf van Keulen, hun medekanunnik, met de mede-executeurs van het testament van Jan de Puteo, voormalig rector van het Sint-Servaasgasthuis te Maastricht, een eeuwigdurende jaarlijkse cijns van 22 schelling Luiks, gevestigd op zijn claustraal huis (te Maastricht), heeft verkocht aan Gijsbert, rector van het Sint-Servaasgasthuis; hiervan zijn er zeven bestemd voor het jaargetijde van Jan de Puteo, vijf voor dat van zijn moeder in de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de overige tien voor het Sint-Gillisgasthuis in Wyck.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief Kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 643.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Ad domum claustralem. – 2o door 15e-eeuwse hand: De XXII solidis ad domum, nunc domini Henrici de Ophouen.
Bezegeling: twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel ten zaken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht en het zegel van Ricolf van Keulen, kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht (LS1 en LS2).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Haas, Supplement Chronologische lijst, 178, nr. 16 (gedateerd 1292 maart 27). – Idem, Inventaris Onze-Lieve-Vrouw, 150, nr. 643 (gedateerd 1292).
Datering
Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Ontstaan en tekstuitgave
Onderhavige oorkonde is door dezelfde hand geschreven als de schepenoorkonden d.d. 1294 maart 15 en d.d. 1293 april 1 tot en met 30 (of 1 tot en met 15 april 1294), zie hierna Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nrs. 52 en 53. Deze schrijfhand komt verder niet voor in de schepenoorkonden van Maastricht. De drie oorkonden hebben geen inhoudelijke verwantschap, maar vertonen wel een sterk gelijkende dictaatstructuur die voor het laatst is gesignaleerd in 1285 in twee schepenoorkonden voor het Sint-Servaaskapittel te Maastricht (zie Van Synghel, Oorkonden Sint-Servaaskapittel, 234-235, nr. 54, en 237-238, nr. 55) en in 1287 in een schepenoorkonde voor de Duitse Orde (voor een editie, zie Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 68-70, nr. 1287.10.25).
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.
partners
donateurs











