Nummer 53
Korte samenvatting
Schepenen van Maastricht oorkonden dat deken van kapittel van Onze-Lieve-Vrouw te Maastricht dertien en een halve bunder bouwland in het rechtsgebied van Borgharen voor 24 jaar hebben verpacht aan Jan Lansloyt tegen een jaarlijkse pacht van zeven mud rogge minus zeven vaten, met de verplichting om dit land na zestien jaar af te palen.
Latijnse tekst van de oorkonde
Universisa presentes litteras inspecturis Bruno de Domo et Franco de Rufo Clippeo, scabini Traiectenses, salutem et noticia veritatis.
Noveritis quod viri discreti .. decanus et .. capitulum ecclesie Beate Marie Traiectensis, Leodiensis dyocesis, propter hoc in nostra constituti presentia contulerunt ad firmam Iohanni dicto Lansloyt tredecim bonuaria terre cum dimidio arabilis, iacentia in territorio de Haren, tenenda ab ipso Iohanne per spacium viginti quatuor annorum continue succedentium, mediantibus septem modiis siliginis septem vasis minus mensure Traiectensis, ab ipso Iohanne dictis .. decano et .. capitulo singulis annis tempore predicto persolvendis in festo beati Andree in granario ipsorum decani et .. capituli in Traiecto suis sumptibus et expensis, ita tamen quod dictus Iohannes Lansloyt post spacium sexdecim annorum in ultimis octo annis dictam terram firmare tenebitur more bonorum pactariorum. Pro quibus adimplendis fideiussores pro se et quemlibet eorum insolidum constituit Iohannem Sueuum, scabinum Traiectensem, Henricum dictum Beyere, eius filium, Stesbinum de Veys, Goswinum Esau et Henricum dictum dicke en donne de Wich, hoc modo quod si dictus Iohannes in premissis vel aliqua premissorum remissus vel negligens fuerit, dicti fideiussores ad monitionem dictorum .. decani et .. capituli sive eorum certi nuntii moniti domum unam in Traiecto recessuri ipsis ex parte dictorum .. decani et .. capituli assignandam intrabunt suis sumptibus et expensis ad iacendum ad commestus, inde non recessuri donec ipsis decano et capitulo per omnia fuerit satisfactum. Quod si dicti fideiussores aut aliquis ex eis in alia essent iacentia, moniti cum aliis, loco sui alios ponere tenebuntur ad iacendum, prout seperiusb est expressum. Hoc etiam adiecto quod si aliquis fideiussorum predictorum viam universe carnis intraverit, idem Iohannes alium eque bonum fideiussorem tenebitur subrogare, alioquin fideiussores alii superstites, moniti modo quo supra, iacere tenebuntur ad commestus.
In cuius rei testimonium nos, Bruno et Franco, scabini predictic, sigilla nostrad presentibusd duximusd litterisd apponendad.
Datum anno Domini M° CC° nonagesimod terciod, mensee aprilisf.
a vergrote initiaal A.
b aldus A, lees superius.
c hierna scabini predicti geëxpungeerd door schrijfhand A.
d gedeeltelijk onder de pliek A.
e volledig onder de pliek A.
f aldus A, lees aprili, volledig onder de pliek en hierna sluitingstekens A.
Nederlandse vertaling
Bruno supra Domum en Frank van Rufus Clippeus, schepenen van Maastricht, maken bekend dat ten overstaan van hen deken en kapittel van Onze-Lieve-Vrouw te Maastricht dertien en een halve bunder bouwland, in het rechtsgebied van Borgharen, in pacht hebben gegeven aan Jan Lansloyt voor 24 opeenvolgende jaren tegen zeven mud rogge minus zeven vazen Maastrichtse maat, jaarlijks door Jan op zijn kosten aan deken en kapittel te voldoen op 30 november in de graanschuur van deken en kapittel te Maastricht, echter op een dusdanige wijze dat Jan het land na zestien jaar, in de laatste acht jaar, zal moeten afpalen zoals gebruikelijk bij goede pachters. Om dit te bewerkstelligen heeft hij als hoofdelijke borgen Jan Suevus, schepen van Maastricht, Hendrik Beyere, diens zoon, Steven van Veys, Gozewijn Esau en Hendrik dikke en dunne van Wyck aangesteld op deze wijze dat indien Jan in de voorgaande zaken zwak of nalatig zal zijn geweest, deze borgen na aanmaning van deken en kapittel of hun boden op hun eigen kosten in een huis te Maastricht, dat aangewezen is door deken en kapittel, zullen gaan liggen om er te verteren en zich daar niet uit zullen terugtrekken totdat aan alle eisen van deken en kapittel is voldaan. Indien de borgen of één van hen in een ander huis zouden liggen, gemaand met anderen, dan moeten zij anderen aanstellen om in hun plaats in te liggen, zoals hierboven is beschreven. Hieraan is ook toegevoegd dat indien een van de genoemde borgen zou overlijden, Jan een even goede borg in diens plaats moet stellen, anders zijn de overige borgen, gemaand zoals hiervoor, gehouden in te liggen.
Bruno en Frank hebben bezegeld.
Gegeven in april 1293 (of tussen 1 en 16 april 1294).
Nadere toelichting
Lees meerSchepenen van Maastricht oorkonden dat deken van kapittel van Onze-Lieve-Vrouw te Maastricht dertien en een halve bunder bouwland in het rechtsgebied van Borgharen voor 24 jaar hebben verpacht aan Jan Lansloyt tegen een jaarlijkse pacht van zeven mud rogge minus zeven vaten, met de verplichting om dit land na zestien jaar af te palen.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief Kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 990.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: De terra sita penes Haren quam nunc tenet dominus Florentius de Vinea, scabinus Traiectensis (hierna aangevuld door andere 15e-eeuwse hand) pronunc Willelmus de Heere. – 2o door 17e-eeuwse hand: In Haren, 1293.
Bezegeling: één los bijliggend zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van Frank van Rufus Clippeus, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd; en één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Bruno supra Domum, schepen van Maastricht (LS2). Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 174-175, afb. 39.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 92-93 (met onvolledige vertaling), nr. 1293.04.00 (gedateerd 1293 april), naar A.
Regesten
Haas, Supplement Chronologische lijst, 178, nr. 17 (gedateerd 1293 april). – Idem, Inventaris Onze-Lieve-Vrouw, 199, nr. 990 (gedateerd 1293).
Datering
Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII. Aangezien het paasjaar 1293 loopt van 27 maart 1293 tot en met 15 april 1294, zijn er twee oplossingen mogelijk voor de datering: ofwel de periode van 1 tot en met 30 april 1293 ofwel de periode van 1 tot en met 15 april 1294.
Ontstaan en tekstuitgave
Onderhavige oorkonde is door dezelfde hand geschreven als de oorkonde van deken en kapittel van Onze-Lieve-Vrouw te Maastricht d.d. 1293 maart 19, alsmede de schepenoorkonde d.d. 1294 maart 15, zie respectievelijk hiervoor Collectie Onze-Lieve-Vrouwekapittel, nrs. 51 en 52. Deze schrijfhand komt verder niet voor in de schepenoorkonden van Maastricht. De drie oorkonden hebben geen inhoudelijke verwantschap, maar vertonen wel een sterk gelijkende dictaatstructuur die voor het laatst gesignaleerd is in 1285 in twee schepenoorkonden voor het Sint-Servaaskapittel te Maastricht (zie Van Synghel, Oorkonden Sint-Servaaskapittel, 234-235, nr. 54, en 237-238, nr. 55) en in 1287 in een schepenoorkonde voor de Duitse Orde (voor een editie, zie Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 68-70, nr. 1287.10.25).
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.
partners
donateurs












