Korte samenvatting
Geertrui, magistra in de Sint-Mauritiuskerk te Keulen, heeft ten overstaan van schepenen van Keulen en in aanwezigheid van Albero, graaf, en Herman, voogd, een allodium te Kanne overgedragen aan de kanunniken van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht voor vijftien mark.
Latijnse tekst van de oorkonde
In nomine Patris et Filii et Spiritus Sanctia.
Notum sit omnibus Christi fidelibus tam futuris quam presentibus quod ego Gertrudis, dicta ancillarum Christi magistra in ecclesia Sancti Mauricii Colonie, assensu et voluntate mihi subiecta[rum] Dei famularum allodium seu mansum quem in villa Canaphia, sita in episcopatu Leodyensi, nostra tenuit ecclesia, tradiderim fratribus ecclesie Beate Marie in Traiecto [***]b eisdemc quindecim marcis quodque per fideles manus Colonienses, scilicet scabinos quorum hec sunt nomina: Henricus, theloniarius, Gerardus Niger, Herimannus, filius Razonis, Vogolo, Karolus, Theodericus Vuleirid, Andreas Traiectensis, in presentia comitis Alberonis et advocati Herimanni multorumque aliorum proborum virorum testimonio complevimus et exfestucavimus publice secundume [morem] Coloniensium.
Ne igiturf hoc pactum sive actum aliqua obscuret antiquitas aut alicuius emuli perturbet temeritas, placuit facta presenti roborareg scripto et sigillo beati Maur[icii, inexpu]gnabilis Christi militis et martiris, innodare ut si quis Deih adversarius prefatos Beate Marie canonicos super hac terra inquietaverit, spirituali gladio quod est verbum Domini et lancea precios[ai late]risj transverbereturk.
Acta sunt hec anno ab incarnatione Domini M C L octavo, indictione VIta, regnante glorioso imperatore Frederico, presidente Sancte Coloniensi ecclesie etiam Freder[ico], Heinricoe, secundo huius nominis existente Leodiensi episcopo, in curia ante ecclesiam Beati Petri Domino volente feliciter.
Verum quia testes, videlicet iudices et scabinos, supra notavimus, huic loco insererel supervacuum induximusm.
Sigillum etiam sancte Coloniensis urbis huic cartule innectere civibus placuitn.
a vergroot A.
b ruimte opengelaten in B en C voor de lacune.
c ontbreekt B en C.
d lezing onzeker.
e slechts onder kwartslamp leesbaar A.
f ergo B en C.
g roborari B en C.
h dictus B en C.
i pertiosi B, pretiosi C.
j lateris B en C.
k de linkerzijde van de laatste drie regels is bedekt door het zegel, dat kan worden opgetild waardoor de tekst zichtbaar is A.
l laatste re slechts onder kwartslamp leesbaar A.
m in slechts onder kwartslamp leesbaar, duximus B en C.
n hierna sluitingsteken A.
Nederlandse vertaling
Geertrui, magistra in de Sint-Mauritiuskerk te Keulen, maakt bekend dat zij op aansporing van de aan haar ondergeschikte dienstmaagden van God een allodium of hoeve van hun kerk in het dorp Kanne voor vijftien mark heeft overgedragen aan de kanunniken van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht. Deze overdracht heeft in het openbaar volgens Keuls gebruik plaatsgevonden door middel van betrouwbare Keulse handen, namelijk ten overstaan van Hendrik, tollenaar, Gerard Niger, Herman, zoon van Raas, Vogolo, Karel, Dirk Vuleirid, Andreas van Maastricht, schepenen van Keulen, in aanwezigheid van graaf Albero en voogd Herman en met veel andere rechtschapen mannen als getuigen.
Bezegeld met het zegel van de heilige Mauritius.
Gedaan in 1158, tijdens de regering van keizer Frederik, met Frederik aan het hoofd van de kerk van Keulen en Hendrik II als bisschop van Luik, in de hof voor de Sint-Pieterskerk.
De stad Keulen heeft eveneens bezegeld.
Nadere toelichting
Lees meerGeertrui, magistra in de Sint-Mauritiuskerk te Keulen, heeft ten overstaan van schepenen van Keulen en in aanwezigheid van Albero, graaf, en Herman, voogd, een allodium te Kanne overgedragen aan de kanunniken van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht voor vijftien mark.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief Kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 633. Gelinieerd. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekening op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Donacio bonorum de Canne.
Bezegeling: twee ingehangen zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van de stad Keulen, van bruine was, beschadigd. – S2 van het Benedictinessenconvent van de Heilige Mauritius te Keulen, van bruine was, beschadigd (hangt ondersteboven). Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2, zie Venner, ‘Zegels’, 401, nr. 55 en 378, nr. 21.
Afschriften
B. 17e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief Kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 633, los afschrift, gecollationeerd, naar A. – C. 1767, Ibidem, idem, inv. nr. 32 (cartularium) = Registrum documentorum insignis ecclesia collegiata Beatae Mariae Virginis Traiecti ad Mosam, continens bullas pontificias, diplomata, fundationes, acquisitiones, transactiones et sententias praefatam ecclesiam concernentia. Tomus I ab anno 1096 usque 1599, collectum anno 1767, pag. 11-12, onder de rubriek: Anno 1158, donatio allodii villae de Canaphia, vulgo Can, per magistram monasterii Sancti Mauricii Coloniae, Stipale praesentiarum, fol. 91, door Nicolaas Vincent, kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, gewaarmerkt door C. Frederix, openbaar notaris, naar B.
Uitgave
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris O.L.V. te Maastricht I, 13-14, nr. 5 (gedateerd 1158), naar A.
Regesten
Wauters, Table chronologique VII-1, 271 (gedateerd 1158). – Coenen, Limburgsche oorkonden I, 182, nr. 432 (gedateerd 1158). – Haas, Chronologische lijst, 28, nr. 32 (gedateerd 1158). – Idem, Inventaris Onze-Lieve-Vrouw, 148, nr. 633 (gedateerd 1158). – DiBe ID 7570 (gedateerd voor 15 december 1158).
Datering
Het gebruik van de kerststijl in het bisdom Keulen is verondersteld. De terminus ante quem wordt nader bepaald door het einde van de opgegeven zesde indictie, die loopt tot 23 september 1158.
Tekstuitgave
De lacunes in A zijn waar mogelijk aangevuld naar B en C.
partners
donateurs













