Korte samenvatting
Oger van Borgharen, voogd van Maastricht, Godfried van Lichtenberg, schout (van Maastricht), Hendrik van Lichtenberg, ridders, en schepenen van Maastricht vidimeren de oorkonden d.d. 1300 mei 14 en 1300 juni 1 van respectievelijk richter, graven, gezworenen en overige burgers van Esztergom en van proost en kapittel van Esztergom, en verklaren dat Michael, burger van Esztergom, voor hem, voor zijn echtgenote Margareta (dochter van Reinier Rufus, zoon van Frank Proost, burger van Esztergom en afkomstig uit Maastricht) en voor haar zus Mathilde (dochter van Reinier) als hun procurator afstand heeft gedaan van de goederen ten behoeve van het altaar van het Heilig Kruis in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht, zoals beschreven in de aangehechte oorkonden d.d. 1291 maart 18 en 1291 juni 1.
Latijnse tekst van de oorkonde
Universisa presentes visuris Ogerus de Haren, advocatus Traiectensis, Godefridus de Lichtenberg, scultetus, Henricus de Lichtenberg, milites, Bruno supra Domum, Rubbertus de Moneta, Baudewinus Caseus, Herbertus et Egidius de Moneta, scabini oppidi iamdicti, salutem et scire veritatem.
Noverint universi nos litteras inferius per copiam transscriptas, sigillatas, non cancellatas, non abolitas nec in aliqua parte sui viciatas vidisse et audivisse in hec verba:
‒ ‒ ‒ (hierna volgt de tekst van de oorkonde van richter, graven, gezworenen en overige burgers van Esztergom d.d. 1300 mei 14 en van proost en kapittel van Esztergom d.d. 1300 juni 1, zie respectievelijk Collectie Onze-Lieve-Vrouw, nrs. 58 en 59).
Qui quidem Michael predictus constitutus personaliter coram nobis pro se, uxore sua Magirith et Mahtelt predictis, tamquam procurator earundem, iure hereditario simpliciter effestucando renuntiavit ad opus altaris Sancte Crucis, siti in medio ecclesie Sancte Marie Traiectensis, bonis scriptis in litteris quibus presens est infixa, quibus Renerus, filius quondam Franconis dicti Proest, ad opus eiusdem altaris in eisdem litteris noscitur effestucasse et tantum fecit quod tempore effestucationis per omnia fuerat satisfactum.
In cuius rei testimonium sigilla nostra presentibus suntb appensab.
Datum anno Domini Mc CoCoCo, feria secunda ante Divisionem Apostolorum.
a vergrote initiaal A.
b gedeeltelijk onder de pliek A.
c aldus A, lees Mo.
Nederlandse vertaling
Oger van Borgharen, voogd van Maastricht, Godfried van Lichtenberg, schout (van Maastricht), Hendrik van Lichtenberg, ridders, en Bruno supra Domum, Robert de Moneta, Boudewijn Caseus (II), Herbert en Gillis de Moneta, schepenen van Maastricht, maken bekend dat zij de bezegelde oorkonden, hier door een afschrift weergegeven, die niet doorgehaald, niet uitgewist noch in welk deel dan ook beschadigd zijn hebben gezien en gehoord in deze woorden:
‒ ‒ ‒ (hierna volgt de tekst van de oorkonde van richter, graven, gezworenen en overige burgers van Esztergom d.d. 1300 mei 14 en van proost en kapittel van Esztergom d.d. 1300 juni 1, zie respectievelijk Collectie Onze-Lieve-Vrouw, nrs. 58 en 59).
Michael, (burger van Esztergom), heeft ten overstaan van hen voor zichzelf, zijn echtgenote Margareta en voor (haar zus) Mathilde als hun procurator erfrechtelijk afstand gedaan van alle goederen die vermeld zijn in de oorkonden die aan deze oorkonde zijn getransfigeerd ten behoeve van het altaar van het Heilig Kruis, dat in het midden van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht staat, en waarvan Reinier, zoon van wijlen Frank Proost, ten behoeve van dat altaar in deze oorkonden afstand blijkt te hebben gedaan en zoveel heeft gedaan dat ten tijde van de afstand aan alle eisen is voldaan.
Oger, Godfried, Hendrik en de vijf schepenen hebben bezegeld.
Gegeven op 11 juli 1300.
Nadere toelichting
Lees meerOger van Borgharen, voogd van Maastricht, Godfried van Lichtenberg, schout (van Maastricht), Hendrik van Lichtenberg, ridders, en schepenen van Maastricht vidimeren de oorkonden d.d. 1300 mei 14 en 1300 juni 1 van respectievelijk richter, graven, gezworenen en overige burgers van Esztergom en van proost en kapittel van Esztergom, en verklaren dat Michael, burger van Esztergom, voor hem, voor zijn echtgenote Margareta (dochter van Reinier Rufus, zoon van Frank Proost, burger van Esztergom en afkomstig uit Maastricht) en voor haar zus Mathilde (dochter van Reinier) als hun procurator afstand heeft gedaan van de goederen ten behoeve van het altaar van het Heilig Kruis in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Maastricht, zoals beschreven in de aangehechte oorkonden d.d. 1291 maart 18 en 1291 juni 1.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief Kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 1643c. Met de getransfigeerde oorkonden d.d. 1291 maart 18 en 1291 juni 1.
Geen aantekeningen op de achterzijde.
Bezegeling: acht uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Oger van Borgharen, voogd van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S2 van Godfried van Lichtenberg, schout van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S3 tweede zegel van Hendrik van Lichtenberg, ridder, van bruine was, beschadigd. – S4 van Robert de Moneta, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S5 tweede zegel van Bruno supra Domum, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S6 van Boudewijn Caseus II, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S7 Herbert (de Yseren), schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S8 van Gillis de Moneta, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2, zie Venner, ‘Zegels’, 404, nr. 59, en 406, nr. 63; van S3, S4, S5, S6, S7 en S8, zie Idem, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 174-175, afb. 38 en 36, 176-177, afb. 41, 47, 49 en 50.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgaven
a. Doppler, ‘Schepenbrieven kapittel van O.L. Vrouw’, 172-176, nr. 16. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 162-163, nr. 1300.07.11 (met onvolledige vertaling), naar A.
Regesten
Coenen, Limburgsche oorkonden III, 199, nr. 2614. – Franquinet, Beredeneerde inventaris O.L.V. te Maastricht I, 68-69, nr. 33. – Haas, Chronologische lijst, 105-106, nr. 292. – Idem, Inventaris Onze-Lieve-Vrouw, 274, nr. 1643 (gedateerd 1300).
Ontstaan en samenhang
Voor de getransfigeerde oorkonden d.d. 1291 maart 18 en 1291 juni 1, zie hiervoor Collectie Onze-Lieve-Vrouw, nrs. 46 en 48. Voor de gevidimeerde oorkonden d.d. 1300 mei 14 en 1300 juni 1, zie hiervoor Collectie Onze-Lieve-Vrouw, nrs. 58 en 59.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.
partners
donateurs










