Een overzicht van alle oorkonden

Nummer 41
Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Isabella, heer en vrouwe van Breda, verkopen aan Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn de oude en nieuwe tiend binnen de parochie van Etten. Door deze verkoop zien Arnoud en Isabella af van elk recht in deze tiend.
Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Isabella, heer en vrouwe van Breda, verkopen aan Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn de oude en nieuwe tiend binnen de parochie van Etten.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 54.
Uitgave
a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 560-563, nr. 1152, naar A.

Nummer 41
Diederik VII, graaf van Kleef, schenkt op verzoek van zijn zuster, de hertogin van Limburg, aan de abdij Kloosterrade zijn inkomsten uit een tiende over de abdijgoederen te Lommersum, die hem toebehoren op grond van de wildban van de burcht Tomburg, tot een maximum van drie mark per jaar.
Diederik VII, graaf van Kleef, schenkt op verzoek van zijn zuster, de hertogin van Limburg, aan de abdij Kloosterrade zijn inkomsten uit een tiende over de abdijgoederen te Lommersum, die hem toebehoren op grond van de wildban van de burcht Tomburg, tot een maximum van drie mark per jaar.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 807.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 224-225, nr. 120, naar A.

Nummer 41
Otto van Gulik, proost van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht en aartsdiaken van Luik, verklaart dat de goederen en inkomsten van de hof van Kückhoven met het rentmeesterschap niet aan de proost, maar aan het kapittel toebehoren.
Otto van Gulik, proost van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht en aartsdiaken van Luik, verklaart dat de goederen en inkomsten van de hof van Kückhoven met het rentmeesterschap niet aan de proost, maar aan het kapittel toebehoren.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 422.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Littera de Codecouen. – 2o door 14e-eeuwse hand: [***] redditus pertinent ad capitulum. – 3o door 16e-eeuwse hand: 9 / 7 / M XXV. – 4o door 17e-eeuwse hand: Littera E / 173.
Bezegeling: één afhangend bevestigd zegel, dat niet aangekondigd is, namelijk: S1 van Otto van Gulik, proost van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht en aartsdiaken van Luik, van rode was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van dit zegel, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 15.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 252-253, nr. 201. – Haas, Chronologische lijst, 69, nr. 175. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 98, nr. 422.
Datering
Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.
Nummer 42
Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Isabella, heer en vrouwe van Breda, geven Arnoud Coreman en diens echtgenote Heilwich 50 bunder woeste grond, gelegen te Hulsdonk binnen de heerlijkheid Breda, tegen een jaarlijkse erfcijns.
Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Isabella, heer en vrouwe van Breda, geven Arnoud Coreman en diens echtgenote Heilwich 50 bunder woeste grond, gelegen te Hulsdonk binnen de heerlijkheid Breda, tegen een jaarlijkse erfcijns van 50 penning kleine Leuvense munt.
Afschrift
B. ca. 1700, Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 55, tweede stuk = Copie verclaringhe ofte vidimus van den abt des cloosters van Sinte Michiels tott Antwerpen; Q, onder de rubriek: Copie copie, naar een verloren gegaan afschrift d.d. 3 maart 1345.
Uitgave
a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 643-644, nr. 1195.

Nummer 42
Abt Cuno en het convent van Kloosterrade verkopen ter delging van hun schulden ten bedrage van 1400 mark Keuls, die zij als gevolg van hun overkomen rampen hebben opgelopen, al hun goederen en rechten te Dernau voor 160 mark Keuls aan prior en convent van Marienthal bij Dernau; bisschop Jan IV van Luik stemt toe in de verkoop en bezegelt mee.
Abt Cuno en het convent van Kloosterrade verkopen ter delging van hun schulden ten bedrage van 1400 mark Keuls, die zij als gevolg van hun overkomen rampen hebben opgelopen, al hun goederen en rechten te Dernau voor 160 mark Keuls aan prior en convent van Marienthal bij Dernau; bisschop Jan IV van Luik stemt toe in de verkoop en bezegelt mee.
Originelen
A1. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 1653.
[A2]. Niet voorhanden tweede exemplaar, bestemd voor de wederpartij; zie onder
Ontstaan en overlevering.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 243-245, nr. 131, naar A1.
Teksteditie
Het onderscheid tussen c en t is in A1 niet altijd duidelijk. De lacune in het origineel, ontstaan door het uitscheuren van de pliek, is aangevuld naar een later afschrift, zie hiervoor de uitgave van Polak en Dijkhof.

Nummer 42
Siegfried van Brohl, edelman, en Lukardis, zijn echtgenote, verlenen de inwoners van Güls voor veertien jaar vrijdom van rechten en diensten die hen toekomen en verklaren dat zij de erfvoogdij bij vervreemding eerst zullen aanbieden aan de abt van Siegburg en de inwoners van Güls.
Siegfried van Brohl, edelman, en Lukardis, zijn echtgenote, verlenen de inwoners van Güls voor veertien jaar vrijdom van rechten en diensten die hen toekomen en verklaren dat zij de erfvoogdij bij vervreemding eerst zullen aanbieden aan de abt van Siegburg en de inwoners van Güls.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 341.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 17e-eeuwse hand: 1275 / Vogteij zu Guls. Ist der gemein versatz und versprochen ad annos 14 omnia tercia servicia et carrata vini de villa Sieberg; si advocatia vendenda sit, vendatur abbati primo. – 2o door 17e-eeuwse hand: 1275.
Bezegeling: vier bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van de abten van Siegburg en Maria Laach, Herman, heer van Helfenstein, en Siegfried van Brohl, erfvoogd van Güls (LS1, LS2, LS3 en LS4).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Wisplinghoff, Urkunden Siegburg, 271-272, nr. 155, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 253, nr. 203. – Haas, Chronologische lijst, 70, nr. 178. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 90, nr. 341.
Datering
Het gebruik van de ‘stilus Trevirensis’, de boodschapstijl, in het aartsbisdom Trier is verondersteld, zie Grotefend, Taschenbuch, 12.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.
Nummer 43
Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Isabella, heer en vrouwe van Breda, schenken aan de inwoners van Breda de gemene gronden bij Breda binnen omschreven grenzen, alsmede de nieuwe gronden die de laatste drie jaar zijn uitgegeven.
Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Isabella, heer en vrouwe van Breda, schenken aan de inwoners van Breda de gemene gronden bij Breda binnen omschreven grenzen, alsmede de nieuwe gronden die de laatste drie jaar zijn uitgegeven.
Afschrift
B. 1664, Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 57.
Uitgave
a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 648-650, nr. 1198.

Nummer 43
De gebroeders Willem van Holset, Gillis van Treverstorf, Simon van Remersdaal, ridders, verklaren dat hun ouders, ridder Simon van Remersdaal en zijn echtgenote Mabelia, met hun instemming een tiend te Remersdaal aan hun zoon Olivier hebben vermaakt, op voorwaarde dat na diens dood de ene helft daarvan aan de abdij Kloosterrade en de andere helft aan het vrouwenklooster Sinnich zal toevallen.
De gebroeders Willem van Holset, Gillis van Treverstorf, Simon van Remersdaal, ridders, verklaren dat hun ouders, ridder Simon van Remersdaal en zijn echtgenote Mabelia, met hun instemming een tiend te Remersdaal aan hun zoon Olivier hebben vermaakt, op voorwaarde dat na diens dood de ene helft daarvan aan de abdij Kloosterrade en de andere helft aan het vrouwenklooster Sinnich zal toevallen.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 813.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 248-249, nr. 133, naar A.

Nummer 43
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Ida en Margareta, begijnen, dochters van Godfried van Wiggarberge, een jaarlijkse cijns van twaalf schelling Luiks en twee kapoenen hebben geschonken aan abt en convent van Val-Dieu (te Aubel).
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Ida en Margareta, begijnen, dochters van Godfried van Wiggarberge, een jaarlijkse cijns van twaalf schelling Luiks en twee kapoenen hebben geschonken aan abt en convent van Val-Dieu (te Aubel).
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 451. Beschadigd. Deze oorkonde is als transfix bevestigd aan de oorkonde van de schepenen van Maastricht d.d. 1267 januari 25, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 26.
Geen aantekening op de achterzijde.
Bezegeling: twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Gerard van Mulinghen en Jan van Mulinghen, schepenen van Maastricht (LS1 en LS2).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgaven
a. Doppler, ‘Schepenbrieven’, 21-22, nr. 3, naar A. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 49 (met onvolledige vertaling), nr. 1276.06.24(2), naar A.
Regesten
Haas, Chronologische lijst, 71, nr. 180. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 451.
Samenhang
Voor de aankoop van deze cijns door Ida en Margareta van Jan, bloedverwant van Tis, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 26.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 38 onder Ontstaan.

Nummer 44
Amicus de Lude, kanunnik van het Sint-Lambertkapittel te Luik, en Herman, keldermeester van de abdij van Val-Dieu, doen uitspraak in het geschil tussen de abdijen van Thorn en Oriënten (te Rummen) over de plaatsing van hoevenaars in de parochie van Oeteren zonder instemming van de abdij van Thorn, alsmede over de tiendheffing en het gebruik van de openbare weg en gemene weiden aldaar, die de abdij van Oriënten ten nadele van deze abdij naar zich had toegetrokken.
Amicus de Lude, kanunnik van het Sint-Lambertkapittel te Luik, en Herman, keldermeester van de abdij van Val-Dieu, doen uitspraak in het geschil tussen de abdijen van Thorn en Oriënten (te Rummen) over de plaatsing van hoevenaars in de parochie van Oeteren zonder instemming van de abdij van Thorn, alsmede over de tiendheffing en het gebruik van de openbare weg en gemene weiden aldaar, die de abdij van Oriënten ten nadele van deze abdij naar zich had toegetrokken.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 56. Beschadigd met tekstverlies; gelinieerd, onderaan rechts uitgescheurd zonder tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: De villa de Vtheren de abbatissa de Oriente. ‒ 2o door 13e-eeuwse hand: Oriente. ‒ 3o door 13e-eeuwse hand: Presbitero de Bikeuelt ad [questionem capituli?]. ‒ 4o door 17e-eeuwse hand: Sentencia arbitralis inter abbatissam de Thoren ex una et abbatissam de Orienten super diff[eren]tiis certorum bonorum in Nederoeteren sitorum, 1280, O. ‒ 5o door 18e-eeuwse hand: N.
Bezegeling: één bevestigingsplaats aan de linkerzijde van het origineel (LS1) voor één van de twee aangekondigde zegels; de tweede bevestigingsplaats aan de rechterzijde is niet meer te traceren door het uitscheuren van het perkament.
Uitgaven
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 50-54, nr. 34 (gedateerd 1280 april 25), naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 47-49, nr. 56 (gedateerd 1280 april 25), naar a.
Regest
Haas, Chronologische lijst, 74, 189 (gedateerd 1281 april 17).
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is slecht zichtbaar. De lacunes in A zijn aangevuld naar druk a, toen het origineel nog niet beschadigd was.

Nummer 44
Hugo III, bisschop van Luik, hecht op verzoek van abt en convent van Kloosterrade in navolging van zijn voorganger zijn goedkeuring aan de verkoop van abdijgoed aan proost, deken en kapittel van St.-Gereon te Keulen en aan enkele niet nader genoemde personen, ter verlichting van de schuldenlast van de abdij.
Hugo III, bisschop van Luik, hecht op verzoek van abt en convent van Kloosterrade in navolging van zijn voorganger zijn goedkeuring aan de verkoop van abdijgoed aan proost, deken en kapittel van St.-Gereon te Keulen en aan enkele niet nader genoemde personen, ter verlichting van de schuldenlast van de abdij.
Originelen
A1. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 764. Beschadigd.
[A2]. Niet voorhanden tweede exemplaar, bestemd voor het kapittel van St.-Gereon te Keulen.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 263-265, nr. 140, naar A1.
Tekstuitgave
De lacunes in het origineel zijn aangevuld naar een later afschrift en een editie, zie hiervoor de uitgave van Polak en Dijkhof.

Nummer 44
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Ida en Margareta, begijnen, (dochters van Godfried van Wiggarberge), een jaarlijkse cijns van tien schelling Luiks hebben geschonken aan abt en convent van Val-Dieu (te Aubel).
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Ida en Margareta, begijnen, (dochters van Godfried van Wiggarberge), een jaarlijkse cijns van tien schelling Luiks hebben geschonken aan abt en convent van Val-Dieu (te Aubel).
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 452. Deze oorkonde is als transfix bevestigd aan de schepenoorkonde van Maastricht d.d. 1271 september 18.
Geen aantekening op de achterzijde.
Bezegeling: twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Gerard en Jan van Mulinghen, schepenen van Maastricht (LS1 en LS2).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 48 (met onvolledige vertaling), nr. 1276.06.24(1), naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 22-23, nr. 5. – Haas, Chronologische lijst, 71, nr. 179. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 452.
Samenhang
Deze cijns was gevestigd op een huis, gelegen Op de Gracht te Maastricht, zoals blijkt uit de oorkonde d.d. 1271 september 18, waar dit transfix aan is gehecht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 34.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 38 onder Ontstaan.

Nummer 45
Mabilia, weduwe van Hendrik, voogd van Eisden, en haar negen kinderen doen na advies en eensgezind in aanwezigheid van meerdere getuigen afstand van alle goederen en rechten te Eisden, Vucht en Mulheim. Zij nemen de daarbij behorende gebruiken volledig in acht. De familie had de goederen en rechten in leen, cijns of op een andere wijze van abdis en het klooster van Thorn en nu verkopen Mabilia en haar kinderen alles opnieuw aan de eigenaren te Thorn. Met deze overeenkomst vervalt elke wrok en betwisting, al dan niet terecht, en komt er eeuwige vrede voor in de plaats. Ter meerdere zekerheid stellen Mabilia en de kinderen vijf personen als borgen aan, mochten abdis en convent enig beletsel ondervinden. Deze borgen moeten, tot de schikking, in Stokkem verblijven.
Mabilia, weduwe van Hendrik, voogd van Eisden, en haar kinderen verkopen aan abdis en convent van Thorn hun eigendommen te Eisden, Vucht en Mulheim die zij in leen, cijns of op een andere wijze van hen hielden.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 60. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Litera de acquisitione bonorum in Esden, C. ‒ 2o door 17e-eeuwse hand: 1282. ‒ 3o door 18e-eeuwse hand: E. ‒ 4e door 18e-eeuwse hand: Instrumentum retrocessionis de Eysden, 1282.
Bezegeling: drie bezegelingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Jan, deken van het Sint-Andreaskapittel te Keulen, Jan, proost van het Sint-Pauluskapittel te Luik en Jacob, voogd van Eisden (LS1, LS2 en LS3).
Afschrift
B. eerste helft 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628 (voorheen cartularium nr. 1) = Cartularium abbatiae imperialis
Thorensis, 966-1600, p. 11-12, onder de rubriek: V, De acquisitione bonorum [***], met in de marge C, daaronder door latere hand E, beschadigd, naar A.
Uitgaven
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 57-60, nr. 37 (gedateerd 1282 mei 28), naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 51-53, nr. 60 (gedateerd 1282 mei 28 ), naar a.
Regest
Haas, Chronologische lijst, 76-77, nr. 198.
Ontstaan
Onderhavige oorkonde voor de abdij van Thorn is door dezelfde hand geschreven als de oorkonden, uitgevaardigd door Osto van Thorn in 1282 en door Willem, pastoor van Geertruidenberg, en door Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, in 1283 ten gunste van de abdij, zie Collectie Thorn, nrs. 46, 49 en 50. Bijgevolg kan de scriptor van deze oorkonden gelokaliseerd worden in de abdij van Thorn.
Tekstuitgave
De lacunes in A zijn aangevuld naar B.

Nummer 45
Abt Cuno en het convent van Kloosterrade erkennen dat zij de nader opgesomde goederen te Ahrweiler van abt en convent van Prüm houden tegen de jaarlijkse levering aan die abdij van een altaardoek en verlenen die abdij het recht van voorkoop bij de eventuele verkoop van die goederen.
Abt Cuno en het convent van Kloosterrade erkennen dat zij de nader opgesomde goederen te Ahrweiler van abt en convent van Prüm houden tegen de jaarlijkse levering aan die abdij van een altaardoek en verlenen die abdij het recht van voorkoop bij de eventuele verkoop van die goederen.
Originelen
A1. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 847.
A2. Koblenz, Landeshauptarchiv, archief abdij Prüm (= Abteilung 18), oorkonden, nr. 55.
Uitgave
a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 270-272, nr. 144, naar A1.
Teksteditie
Het onderscheid tussen c en t in A1 is niet altijd duidelijk.

Nummer 45
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan de Molendino en Mathilde, zijn echtgenote, een jaarlijkse cijns van achttien schelling Luiks en een halve kapoen, gevestigd op de scheermolen te Maastricht en afhangend van het Sint-Servaasgasthuis, hebben verkocht aan Garsilius, priester van de Sint-Joris(kapel) te Maastricht.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan de Molendino en Mathilde, zijn echtgenote, een jaarlijkse cijns van achttien schelling Luiks en een halve kapoen, gevestigd op de scheermolen te Maastricht en afhangend van het Sint-Servaasgasthuis, hebben verkocht aan Garsilius, priester van de Sint-Joris(kapel) te Maastricht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 453.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: De XVIII solidis quos dominus Garsilius emerit supra molendinum quod dicitur schermůlen / r 32. – 2o door 16e-eeuwse hand: R 26. – 3o door 16e-eeuwse hand: 1278 / 122.
Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Reinier van Wyck, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S2 van Olbert Colsop, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 174, afb. nr. 35, en 175; en van S2, zie Idem, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 162-163.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 53 (met onvolledige vertaling), nr. 1278.07.09), naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 24, nr. 7. – Haas, Chronologische lijst, 72, nr. 184. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 102, nr. 453.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 38 onder Ontstaan.

Nummer 46
Osto van Thorn, (gewezen pastoor van Gilze), bloedverwant van de heer van Born, doet door overdracht van alle rechtstitels afstand van de door abdis en convent van Thorn aan hem verschuldigde renten, waaronder een lijfrente die de abdij heeft afgekocht.
Osto van Thorn, (gewezen pastoor van Gilze), bloedverwant van de heer van Born, doet door overdracht van alle rechtstitels afstand van de door abdis en convent van Thorn aan hem verschuldigde renten, waaronder een lijfrente van tien mark Luiks, die de abdij heeft afgekocht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 61.
Uitgave
a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 677-679, nr. 1216, naar A.
Ontstaan
Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1282-1283. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 45.

Nummer 46
Rooms-koning Rudolf I bevestigt en hernieuwt de schenking van de Maasbrug door rooms-koning Koenraad III d.d. 1139 juni 22, waarvan de tekst is geïnsereerd, en staat uitdrukkelijk de tolheffing toe.
Rooms-koning Rudolf I bevestigt en hernieuwt de schenking van de Maasbrug door rooms-koning Koenraad III d.d. 1139 juni 22, waarvan de tekst is geïnsereerd, en staat uitdrukkelijk de tolheffing toe.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 438. Gelinieerd.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Confirmacio donacionis de ponte Rodulphi, imperatoris, et concessionis theolonii / m I 9. – 2o door 16e-eeuwse hand: Anno 1282. – 3o door 16e-eeuwse hand: R XXXV / R. M I n. – 4o door 17e-eeuwse hand: 30, Capsula imperialium.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, van witte was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 50.
Afschriften
B. eind 13e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 10 (cartularium) = [Liber privilegiorum], fol. 21r-22r (= nieuwe fol. 38r-39r), nr. 43, naar A. – C. 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 31, fol. 179v-181r, onder de rubriek: Item tenores omnium et singulorum exhiborum sequuntur per ordinem in hunc modum et sunt tales, en onder caput: Item litterarum imperialium pie morie serenissimi principis domini Rudolpi, Romanorum regis, sigillo eiusdem, ut prima facie videbatur, regio albe cere rotondo in cordula sericea rubei viridis croceique colorum impendente, in quo ymago imperatoris in dextra ceptrum regale, in sinistra vero pommum imperiale, cum cruce superposita deferent, expressa in circumferentia caracteribus hec verba: Rudolphus, Dei gratia Romanorum rex, semper augustus, sigillatarum et bullatarum signoque imperiali quadrato cum lineacionibus diversisque caracteribus contrapositis, tenores sequuntur tales, naar A. – D. 1640, Ibidem, idem, inv. nr. 1741 (cartularium) = Liber sive regestum originis ecclesie Sancti Seruatii Traiec[tensis] illiusque privilegiorum, donationum ac iurium ex originalibus et libro chartarum manu Ioannis Choris, receptoris capituli, descriptorum, p. 92-93, onder de rubriek: Rudolphus confirmat donationem pontis factam a Conrardo, onvolledig, naar A. – E. 17e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief van het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 48r-50r, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: Confirmatio donationis pontis, item quod omnes cuiuscumque sint conditionis aut status de rebus et bonis suis que per pontem vehuntur tenentur solvere consuetam thelonii pensionem aut impetitionem, mogelijk naar A. – [F]. niet voorhanden, maar bekend uit G, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 55. – G. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 437-438, onder de rubriek: Rudolphus, rex, confirmat privilegium pontis supra Mosam datam capitulo Sancti Servatii declaratque neminem a telonio et passagio esse liberum, 8 kalendas aprilis 1282, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, naar B.
Uitgaven
a. Schaepkens, ‘Archives’, 173-175, naar A. – b. Willemsen, ‘Inventaire’, 177-180, nr. 13, naar A.
Regesten
Verkooren, Inventaire des chartes et cartulaires, 153. – DeBorman, ‘Notice’, 49. – Wauters, Table chronologique VI, 62. – Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 255, nr. 208. – Haas,Chronologische lijst, 75, nr. 193. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 100, nr. 438.
Ontstaan en samenhang
Voor de geïnsereerde oorkonde van rooms-koning Koenraad III d.d. 1139 juni 22 en de bevestiging door paus Innocentius II d.d. 1139 december 18, zie Collectie Sint-Servaas, nrs. 5 en 6. Op 17 september 1274 vaardigde rooms-koning Rudolf I een oorkonde uit inzake de onderhoudskosten van de Maasbrug, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 39. Voor de aflaatverlening door vier aartsbisschoppen en vijftien bisschoppen ten behoeve van de bouw van de Maasbrug d.d. 1284 januari 29 en de goedkeuring daarvan door Jan IV (van Vlaanderen), bisschop van Luik, d.d. 1287 mei 8, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nrs. 51 en 57. Onderhavige oorkonde is door dezelfde hand geschreven als de oorkonde van rooms-koning Rudolf I d.d. 1282 april 7 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 48).
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Nummer 47
Reinald I, graaf van Gelre en hertog van Limburg, oorkondt dat Willem II, heer van Horn (en Altena), en zijn eerstgeboren zoon Willem ten behoeve van de abdij van Thorn afstand doen van alle heffingen en beden die de heer van Horn als voogd van het land van Thorn kan heffen, onder voorbehoud van de voogdij over het dorp Thorn en zekere andere rechten.
Reinald I, graaf van Gelre en hertog van Limburg, oorkondt dat Willem II, heer van Horn (en Altena), en zijn eerstgeboren zoon Willem ten behoeve van de abdij van Thorn afstand doen van alle heffingen en beden die de heer van Horn als voogd van het land van Thorn kan heffen, onder voorbehoud van de voogdij over het dorp Thorn en zekere andere rechten.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 62.
Uitgave
a. Van Synghel, DONB, nr. 1282.12.12, zie www.donb.nl/database/weergave/oorkonde/12821212uitgaveDONB2011, naar A.

Nummer 47
Rooms-koning Rudolf I bevestigt en hernieuwt de oorkonde van rooms-koning Hendrik IV d.d. 21 september 1062 inzake de overdracht van goederen te Weert en Dilsen aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, waarvan de tekst is geïnsereerd
Rooms-koning Rudolf I bevestigt en hernieuwt de oorkonde van rooms-koning Hendrik IV d.d. 21 september 1062 inzake de overdracht van goederen te Weert en Dilsen aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, waarvan de tekst is geïnsereerd.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 884. Gelinieerd. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: Confirmatio (later aangevuld) per Rudolphum. – 2o door 14e-eeuwse hand: Privilegium de Wert et Dilsen. – 3o door 16e-eeuwse hand: 29 / k XVII. – 4o door 17e-eeuwse hand: In capsula imperialium. – 5o door 17e-eeuwse hand: Privilegium Rodolphi inserens et confirmans privilegium Henrici super donationem ville de Weert et Dilsen per Ottonem, Thuringie ducem, capitulo fecit via permutationis et cum exclusione domini prepositi, numero 29.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, van witte was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 50.
Afschriften
B. eind 13e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 10 (cartularium) = [Liber privilegiorum], fol. 18r-18v (= nieuwe fol. 35r-35v), nr. 40, naar A. – C. 1640, Ibidem, idem, inv. nr. 1741 (cartularium) = Liber sive regestum originis ecclesie Sancti Seruatii Traiec[tensis] illiusque privilegiorum, donationum ac iurium ex originalibus et libro chartarum manu Ioannis Choris, receptoris capituli, descriptorum, p. 87, onder de rubriek: Confirmat privilegium Henrici 4, imperatoris, onvolledig, naar A. – D. 17e eeuw, Ibidem, idem, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 46r-47v, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: Confirmatio donationis quam marchio Otto de Thuringia capitulo fecit quoad predium situm in Werta et Thilsena, mogelijk naar A. – E. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 436, onder de rubriek: Rudolphus, Romanorum rex, confirmat privilegium Henrici, imperatoris, ecclesie Sancti Servatii concessum, 8 idus aprilis, indictione X, 1282, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, naar B.
Uitgave
a. Winkelmann, Acta imperii II, 1101, nr. 137, indirect naar een afschrift in een cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht (berustend te Parijs, Bibliothèque Nationale, Fonds Latin, cartularium 26, vol III, fol. 107).
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 255-256, nr. 209. – Haas, Chronologische lijst, 76, nr. 195. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 158, nr. 884.
Samenhang
Voor de geïnsereerde oorkonde van Hendrik IV, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 1, alsmede Hackeng, Het middeleeuwse grondbezit, 39-41, 54, 59-60, 63-65, 67, 90-91, 154 en 279-280, nr. 39a (onvolledige uitgave).

Nummer 48
Willem van Born, pastoor van Geertruidenberg, ziet na zijn excommunicatie en gevangenschap ten gevolge van het niet naleven van een vonnis van Jan (van Enghien), bisschop van Luik, af van zijn aanspraken inzake het geschil met abdis en convent van de abdij van Thorn, waaronder van de beloofde verplichting jegens hem door de ridders Hendrik, heer van Pietersheim, en Michael, heer van Rothem. Tevens belooft hij ter meerdere zekerheid zijn kerk vacant te stellen indien hij of zijn medestanders hiertegen zouden handelen en aan de abdis van Thorn en het kapittel (van Sint-Lambert) te Luik een boete te betalen, waarvoor hij borgen aanstelt.
Willem van Born, pastoor van Geertruidenberg, ziet na zijn excommunicatie en gevangenschap ten gevolge van het niet naleven van een vonnis van Jan (van Enghien), bisschop van Luik, af van zijn aanspraken inzake het geschil met abdis en convent van de abdij van Thorn, waaronder van de beloofde verplichting jegens hem door de ridders Hendrik, heer van Pietersheim, en Michael, heer van Rothem. Tevens belooft hij ter meerdere zekerheid zijn kerk vacant te stellen indien hij of zijn medestanders hiertegen zouden handelen en aan de abdis van Thorn en het kapittel (van Sint-Lambert) te Luik een boete te betalen van elk 100 mark Luiks, waarvoor hij borgen aanstelt.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 58-2. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door eind 13e/begin 14e-eeuwse hand: De ecclesia Montis Sancte Gertrudis, 1282. – 2o door 17e-eeuwse hand: M doorgestreept. – 3o door 18e-eeuwse hand: G.
Bezegeling: één bevestigingsplaats (SD1) en vijf bevestigingsplaatsen voor de aangekondigde zegels van Willem, heer van Horn, Gozewijn, heer van Born, Osto, zoon van Gozewijn, heer van Born, Willem, heer van Cranendonk, Walram, heer van Valkenburg en Monschau, en Jan, heer van Haasdal (LS2, LS3, LS4, LS5 en LS6).
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Datering
Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Ontstaan en samenhang
Willem van Born, pastoor van Geertruidenberg, heeft twee oorkonden uitgevaardigd waarin hij afstand doet van zijn aanspraken inzake een geschil met de abdij van Thorn. Onderhavige oorkonde heeft betrekking op zijn relatie met het kapittel van Sint-Lambert te Luik, de tweede op die met de bisschop van Luik en de aartsdiaken d.d. 1283 (kort voor maart 16) (zie Collectie Thorn, nr. 49). Beide oorkonden vertonen sterke dictaatverwantschap, maar zijn niet door dezelfde hand geschreven. Onderhavige oorkonde is wel de vooroorkonde van Collectie Thorn, nr. 49.
Hoewel deze oorkonde niet gekopieerd is in het cartularium van de abdij van Thorn (Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628), bevat dit manuscript wel een verwijzing naar dit stuk onder het afschrift van de oorkonde inzake de relati met de bisschop en de aartsdiaken (Collectie Thorn, nr. 49): Similis adhuc littera habetur quo iste Wilhelmus, investitus de Monte Sancte Gertrudis, obligavit se capitulo Leodiensi contra predictam compositionem non venire debere.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar. De lacunes in A zijn aangevuld naar de oorkonde d.d. 1283 (kort voor maart 16) (zie Collectie Thorn, nr. 49).

Nummer 48
Rooms-koning Rudolf I bevestigt en hernieuwt de oorkonde van keizer Frederik I d.d. 1174 april 11 inzake de rechten van lieden van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht te Rosmeer, waarvan de tekst is geïnsereerd.
Rooms-koning Rudolf 1 bevestigt en hernieuwt de oorkonde van keizer Frederik I d.d. 1174 april 11 inzake de rechten van lieden van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht te Rosmeer, waarvan de tekst is geïnsereerd.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 66. Gelinieerd.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Confirmatio imperatoris quod comes Lossensis in hominibus nostris (door latere hand bovengeschreven: de Rosmere) nullam exactionem vel ius debet habere ac quod ipse in eodem iure quod hominibus de Slusen et de Hese iudicatum est debent persistere. – 2o door 14e-eeuwse hand: Roesmer. – 3o door 15e-eeuwse hand: E VII. – 4o door 17e-eeuwse hand: Capsula imperialium. – 5o door 17e-eeuwse hand: 37, Capsula secunda. – 6o door 17e-eeuwse hand: Rudolphus.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, van witte was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 50.
Afschriften
B. 17e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 50r-51v, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: Confirmatio eius quod incole de (hierna aantal punten voor een ontbrekende plaatsnaam) possidentes aliqua bona ad ecclesiam Sancti Seruatii spectantia in nullo subsunt comiti Lossensi neque ipsi ad illa angaria aut servitia prestandum tenentur etc., mogelijk naar A. – E. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 427, onder de rubriek: 1282, Rudolphus, imperator, confirmat privilegium de libertate pagorum et omni onere prestando comiti de Loos, tertio idus aprilis anno 1282, mogelijk naar A.
Uitgave
a. Böhmer, Acta imperii selecta, 338-339, nr. 433 (onvolledig), naar A.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 256, nr. 210. – Haas, Chronologische lijst, 76, nr. 196. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 55, nr. 66.
Ontstaan en samenhang
Voor de geïnsereerde oorkonde van keizer Frederik I d.d. 1174 april 11, waarin hij de lieden van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht te Rosmeer beschermt en dezelfde rechten geeft als die te Sluizen en Hees, zie Appelt, Die Urkunden Friedrichs I. 1168-1180, 107-108, nr. 617. Zie ook Hackeng, Het middeleeuwse grondbezit, 43, 156 en 301, nr. 79 (onvolledige uitgave). Onderhavige oorkonde is door dezelfde hand geschreven als de oorkonde van rooms-koning Rudolf I d.d. 1282 maart 25 (zie Collectie Sint-Servaas, nr. 46).
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Nummer 49
Willem, pastoor van Geertruidenberg, ziet na zijn excommunicatie en gevangenschap ten gevolge van het niet naleven van een vonnis van Jan (van Enghien), bisschop van Luik, af van zijn aanspraken inzake het geschil met abdis en convent van de abdij van Thorn, waaronder van de beloofde verplichting jegens hem door de ridders Hendrik, heer van Pietersheim, en Michael, heer van Rothem. Tevens belooft hij ter meerdere zekerheid zijn kerk vacant te stellen indien hij of zijn medestanders hiertegen zouden handelen en aan de abdis van Thorn en de bisschop van Luik een boete te betalen, waarvoor hij borgen aanstelt. Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, keurt deze bepalingen goed, evenals Gerard van Nassau, aartsdiaken van Luik, die tevens verklaart op voordracht van de abdis van Thorn een nieuwe pastoor te Geertruidenberg te installeren indien Willem niet zou voldoen aan de gestelde voorwaarden.
Willem, pastoor van Geertruidenberg, ziet na zijn excommunicatie en gevangenschap ten gevolge van het niet naleven van een vonnis van Jan (van Enghien), bisschop van Luik, af van zijn aanspraken inzake het geschil met abdis en convent van de abdij van Thorn, waaronder van de beloofde verplichting jegens hem door de ridders Hendrik, heer van Pietersheim, en Michael, heer van Rothem. Tevens belooft hij ter meerdere zekerheid zijn kerk vacant te stellen indien hij of zijn medestanders hiertegen zouden handelen en aan de abdis van Thorn en de bisschop van Luik een boete te betalen van elk 100 mark Luiks, waarvoor hij borgen aanstelt. Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, keurt deze bepalingen goed, evenals Gerard van Nassau, aartsdiaken van Luik, die tevens verklaart op voordracht van de abdis van Thorn een nieuwe pastoor te Geertruidenberg te installeren indien Willem niet zou voldoen aan de gestelde voorwaarden.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 58-1.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door eind 13e-/begin 14e-eeuwse hand: De ecclesia Montis Sancte Ghertrudis, 1282. – 2o door 17e-eeuwse hand: M doorgestreept. – 3o door 18e-eeuwse hand: G.
Bezegeling: drie uithangend bevestigde, dubbel doorgestoken zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S2 van Willem, heer van Horn, van bruine was, licht beschadigd, met CS2. – S6 van Willem, heer van Cranendonk, van bruine was, gaaf. – S7 van Osto, zoon van Gozewijn, heer van Born, van bruine was, beschadigd; één bevestigingsplaats (SD3) en vier bevestigingsplaatsen voor de aangekondigde zegels van Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, Gerard van Nassau, aartsdiaken van Luik, Gozewijn, heer van Born, Walram, heer van Valkenburg en Monschau, en Jan van Haasdal (LS1, LS4, LS5 en LS8). Voor een beschrijving en afbeelding van S2, S6 en S7, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, respectievelijk 42, 41 en 44-45.
Afschrift
B. eerste helft 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628 (voorheen cartularium nr. 1) = Cartularium abbatiae imperialis Thorensis, 966-1600, p. 70-73 (oude fol. 39v-41r), onder de rubriek: Composicio domini Wilhelmi, investiti de Monte Sancte Gertrudis, cum abbatissa et conventum Thorense et Iohanne, episcopo Leodiense, met in de marge d, M, naar A.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 55-56, nr. 35 (gedateerd 1282). – Habets, Archieven Thorn, 50, nr. 58 (gedateerd 1282 januari 6). – Haas, Chronologische lijst, 74, nr. 191 (gedateerd 1282 januari 6).
Datering
Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII. Bij onderhavige oorkonde ontbreekt de dagtekening in de datatio. Deze oorkonde is hoogstwaarschijnlijk geredigeerd kort voor de oorkonde van Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, d.d. 17 maart 1283 (zie Collectie Thorn, nr. 50), waarin hij naar de twee oorkonden van Willem verwijst (zie Collectie Thorn, nrs. 48 en 49).
Ontstaan en samenhang
Deze oorkonde is niet door dezelfde hand geschreven als de overeenkomst, uitgevaardigd door Willem, pastoor van Geertruidenberg, op 6 januari 1283 (zie Collectie Thorn, nr. 48). Wel is onderhavige oorkonde gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1282-1283. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 45.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar. De lacunes in A zijn aangevuld naar de oorkonde d.d. 1283 januari 6 (zie Collectie Thorn, nr. 48) en naar B. Voor de tekstdelen die aan de vooroorkonde zijn ontleend (Collectie Thorn, nr. 48) en afgedrukt zijn in een kleiner lettertype, zie Van Synghel, Oorkonden Thorn, 150-151.

Nummer 49
Rooms-koning Rudolf I bevestigt en hernieuwt de oorkonde van keizer Frederik II d.d. december 1232 inzake de hernieuwing en bevestiging van de in 1087 verleende oorkonde aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, waarvan de tekst is geïnsereerd.
Rooms-koning Rudolf I bevestigt en hernieuwt de oorkonde van keizer Frederik II d.d. december 1232 inzake de hernieuwing en bevestiging van de in 1087 verleende oorkonde aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, waarvan de tekst is geïnsereerd.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 42. Gelinieerd.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Confirmatio priviliorum (aldus). – 2o door 15e-eeuwse hand: Privilegium imperiale super remissione servitiorum signis diversorum imperatorum robo[***]. – 3o door 16e-eeuwse hand: R. M I n. – 4o door 16e-eeuwse hand: Anno 1282 / z8. – 5o door 17e-eeuwse hand: Cap. 2. – 6o door 17e-eeuwse hand: In capsula imperialium. – 7o door 17e-eeuwse hand: Rudolphi Romanorum regis confirmatio priviligii dati per Fredericum secundum et ulterium Henrici per Fredericum confirmati super libertate ecclesie Sancti Servatii ab aliis quam Henricus regibus vel imperatoribus de data 5 idus aprilis 1282.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, van witte was, randschrift licht beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 50.
Afschriften
B. eind 13e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 10, fol. 19v-21r (= nieuwe fol. 36v-38r), nr. 42, naar A. – C. 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 31 (cartularium), fol. 174r-175v, onder de rubriek: Item tenores omnium et singulorum exhiborum sequuntur per ordinem in hunc modum et sunt tales, mogelijk naar A. – D. 17e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 51v-, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: Confirmatio eius quod ecclesia Sancti Seruatii solis pontificibus et imperialibus subest, dignitas cleri et sedes 20 epi-scoporum, ut folio 2, naar A. – E. 1640, Ibidem, idem, inv. nr. 1741 (cartularium) = Liber sive regestum originis ecclesie Sancti Seruatii Traiec[tensis] illiusque privilegiorum, donationum ac iurium ex originalibus et libro chartarum manu Ioannis Choris, receptoris capituli, descriptorum, p. 89-90, onder de rubriek: Rudolphus confirmat privilegium Henrici 4, onvolledig, naar A. – [F]. niet voorhanden, maar bekend uit G, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 198. – G. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 433, onder de rubriek: Rudolphus, Romanorum rex, confirmat privilegium ab Henrico quarto, imperatore, ecclesie Sancti Servatii datum ac etiam illum a Frederico secundo, datum Oppenheim, 5 idus aprilis 1282, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, naar A.
Uitgave
a. Böhmer, Acta imperii selecta, 339-340, nr. 434 (onvolledig), naar A.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 257, nr. 211. – Haas, Chronologische lijst, 76, nr. 197. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 52, nr. 42.
Samenhang- en tekstuitgave
Voor de geïnsereerde oorkonde van keizer Frederik II d.d. 1232 december, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 16. Zie ook Hackeng, Het middeleeuwse grondbezit, 43, 156 en 301, nr. 79 (onvolledige uitgave). Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Nummer 50
Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, maakt bekend dat de weer in vrijheid gestelde Willem van Born, pastoor van Geertruidenberg, na voorlezing vrijwillig instemt met de eerder in een oorkonde opgemaakte voorwaarden tot herstel van vrede tussen hem enerzijds en abdis en convent van Thorn anderzijds. Op verzoek van Willem voorziet de bisschop de oorkonde van zijn zegel. Jan maakt daarbij het voorbehoud, geldig voor de komende zes maanden, om wijzigingen in de voorwaarden te kunnen aanbrengen.
Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, maakt bekend dat Willem, pastoor van Geertruidenberg, zich in zijn bijzijn heeft verzoend met abdis en convent van de abdij van Thorn, waarvan de voorwaarden zijn vastgelegd in de oorkonden d.d. 1283 januari 6 en 1283 (kort voor maart 16) en bevestigt deze onder voorbehoud van het recht om de daarin vervatte bepalingen tot 1 oktober eerstkomend te mogen wijzigen.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 59. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door eind 13e/begin 14e-eeuwse hand: De ecclesia Montis Sancte Gertrudis, 1282. – 2o door 17e-eeuwse hand: M doorgestreept. – 3o door 18e-eeuwse hand: G.
Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik (LS1).
Afschrift
B. eerste helft 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628 (voorheen cartularium nr. 1) = Cartularium abbatiae imperialis Thorensis, 966-1600, p. 67-68 (oude fol. 38r-v), onder de rubriek: d, De ecclesia Montis Sancte Gertrudis, met in de marge M, naar A.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 56-57, nr. 36 (gedateerd 1282 maart 17). – Habets, Archieven Thorn, 51, nr. 59 (gedateerd 1282 maart 17). – Haas, Chronologische lijst, 75, nr. 192 (gedateerd 1282 maart 17).
Datering
Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Ontstaan en samenhang
Onderhavige oorkonde hangt nauw samen met twee oorkonden uit 1283, uitgevaardigd door Willem, pastoor van Geertruidenberg, waarnaar in de dispositio wordt verwezen (zie Collectie Thorn, nrs. 48 en 49).
Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1282-1283. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 45.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar. De lacunes in A zijn aangevuld naar B.

Nummer 50
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Gijsbert van Meeswijk een jaarlijkse cijns van veertien schelling Luiks en zes penning, gevestigd op de bakkerij van Hendrik Soleswich te Maastricht, heeft verkocht aan Willem, priester van het begijnhof Nieuwenhof te Maastricht.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Gijsbert van Meeswijk een jaarlijkse cijns van veertien schelling Luiks en zes penning, gevestigd op de bakkerij van Hendrik Soleswich te Maastricht, heeft verkocht aan Willem, priester van het begijnhof Nieuwenhof te Maastricht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002H, archief Broederschap der kapelanen van Sint-Servaas te Maastricht, 1139-1797, inv. nr. 142. Gaaf bewaard, behoudens de rechterzijde van de pliek, die deels afgeknipt en deels afgescheurd is.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Ad pistrinam [***] ex domo [***] Sancti Nicolai XIIII solidos VI denarios. – 2o door 15e-eeuwse hand: Copiata [***] folio XIX.– 3o door 15e-eeuwse hand: Quarta.
Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Boudewijn Caseus, schepen van Maastricht (LS1); de tweede bevestigingsplaats aan de rechterzijde, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Jan Suevus, schepen van Maastricht (LS2), is verdwenen.
Afschrift
B. 1376, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002H, archief Broederschap der kapelanen van Sint-Servaas te Maastricht, 1139-1797, inv. nr. 4 (cartularium), fol. 19r, onder de rubriek: De quatuordecem solidis et VI denariis ad pistrinam Henrici Soleswiic, in Vico Sueui iuxta Sanctum Nycholaum, pro anniversario Wilhelmi, rectoris altaris Sancti Laurencii (hierna in iulio doorgestreept) et investiti Nove Curie beginarum in iulio, met in de linkermarge: pronunc Mathie de Bunde, pistoris, C III, litterae, naar A.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 56-57 (met onvolledige vertaling), nr. 1282.06.11, naar A (gedateerd 1282 juni 11).
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 24-25, nr. 8. .– Haas, Chronologische lijst, 77, nr. 199. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 219, nr. 142.
Lokalisering
Blijkens de aantekening in het cartularium kan de bakkerij bij de Sint-Nicolaaskerk, in de Wolfstraat te Maastricht, worden gelokaliseerd.
Ontstaan
Onderhavige oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert voor het klooster van Sint-Gerlach te Houthem d.d. 1279 december 28 (zie Van Synghel, Oorkonden Sint-Gerlach, 122-125, nr. 27), voor een monnik, procurator van het hof te Luik, d.d. 1283 maart 10 (Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 652a), voor het Sint-Servaaskapittel te Maastricht d.d. 1284 mei 3, 1285 juni 20 en 1285 juni 25 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nrs. 52, 54 en 55), voor een priester te Maastricht d.d. 1288 maart 30 (Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 642), voor een particulier d.d. 1289 februari 2 en 1291 februari 18 (Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nrs. 652b en 652), voor het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht d.d. 1291 maart 18, 1291 maart 25, 1291 juni 1 en 1291 juni 18 (Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 1643a, 1763, 1643b en 1764), voor het cisterciënzerklooster Dalheim d.d. 1294 mei 26 (Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 665), alsmede een oorkonde van schout en schepenen van Sint-Pieter te Maastricht d.d. 1294 april 25 (Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 816a). Bijgevolg kan deze scriptor worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Nummer 51
Jan van Breill doet afstand van zijn recht op enige met name genoemde wascijnsplichtigen en hun familieleden (te Übach) ten behoeve van de abdij van Thorn.
Jan van Breill doet afstand van zijn recht op enige wascijnsplichtigen (te Übach) ten behoeve van de abdij van Thorn.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 64. Zwaar beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door eind 13e-eeuwse hand: De hominibus cerocensualibus. – 2o door 16e-eeuwse hand: [***] super quadam renunciacione, parum valet, 1285. – 3o door 17e-eeuwse hand: O.
Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S2 van Hendrik, heer van Rimburg, ridder, van bruine was, beschadigd. – S3 van Dirk van Geilenkirchen, ridder, van bruine was, beschadigd; en twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de overige aangekondigde zegels, met oorkondeteksten op de zegelstaarten (LS1 en LS4). Voor een identificatie, beschrijving en afbeelding van S2 en S3, die niet bevestigd zijn volgens de in de tekst aangekondigde volgorde, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, respectievelijk 43-44 en 45.
Uitgaven
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 64-65, nr. 40 (gedateerd 15 februari 1285), naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 57-58, nr. 64 (gedateerd 15 februari 1285), naar a.
Regest
Haas, Chronologische lijst, 79, nr. 206 (gedateerd 15 februari 1285).
Datering
Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Tekstuitgave
De lacunes in A zijn aangevuld naar druk a, toen het origineel nog niet beschadigd was.

Nummer 51
Vier aartsbisschoppen en vijftien bisschoppen verlenen een aflaat van veertig dagen aan allen die bijdragen aan de bouw van een nieuwe stenen brug over de Maas te Maastricht, ter vervanging van de in 1275 ingestorte houten brug.
Vier aartsbisschoppen en vijftien bisschoppen verlenen een aflaat van veertig dagen aan allen die bijdragen aan de bouw van een nieuwe stenen brug over de Maas te Maastricht, ter vervanging van de in 1275 ingestorte houten brug.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 439. Blijkens de incisie in de pliek met de rest van een dubbele perkamenten staart, was deze oorkonde voorzien van een (losgeraakt) transfix met de goedkeuring door Jan IV, bisschop van Luik, d.d. 1287 mei 8.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Indulgentie concesse super constructione pontis. – 2o door 15e-eeuwse hand: P. de Hoyo.
Bezegeling: vijfentwintig bevestigingsgaatjes voor negentien zegels; acht uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S4 van Petrus, aartsbisschop van Oristano, van rode was, beschadigd. – S7 van Guido, bisschop van Pavia, van rode was, beschadigd. – S8 van Bartholomeus, bisschop van Tortiboli, van rode was, beschadigd. – S9 van Acerus, bisschop van Växjö, van rode was, beschadigd. – S12 van Otbert, bisschop van Asti, van rode was, beschadigd, met gaaf tegenzegel CS12. – S16 van een niet te identificeren aartsbisschop of bisschop, van rode was, beschadigd. – S18 van Simeon, bisschop van Bagnoregio, van rode was, beschadigd. – S19 van Vincentius, bisschop van Porto, van rode was, beschadigd; en elf bevestigingen voor de aangekondigde zegels van de drie aartsbisschoppen en de overige bisschoppen; boven de laatste bevestiging staat op de pliek: Gaetanus, maar dit correspondeert niet met de twee daaronder hangende zegels. Voor de problematische identificatie, een beschrijving en afbeelding van S4, S7, S8, S9, S12, S16, S18 en S19, zie Venner, ‘Exoten in Limburg’, respectievelijk 27, afb. 2, 29, afb. 9, 29, afb. 10, 29, afb. 11, 27, afb. 3 en 4, 31, afb. 13, 28, afb. 5 en 30, afb. 12 en 12a.
Afschriften
B. eerste helft 17e eeuw (vóór 1648), Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 11 (cartularium) = Cartularium ecclesiae collegialis Sancti Servatii Traiecti ad Mosam, tomus primus, pontificalia et episcopalia, fol. 4r-5v, onder caput: Episcopalia, en onder de rubriek: Indulgentie concesse super constructione pontis, afschrift geauthenticeerd door Hendrik Lenssens, kapittelsecretaris en openbaar notaris, geadmitteerd door de Raad van Brabant, naar A. – [C]. niet voorhanden, maar bekend uit D, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 1 en 172. – D. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 464-466, onder de rubriek: Indulgentie concesse a quatuor archiepiscopis et quindecim episcopis iis qui contribuunt ad profectionem pontis lapidei supra Mosam in oppido Traiectensi, 4 kalendas februarii 1284, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, naar A.
Uitgaven
a. Sedulius, Diva Virgo, 10-11 (onvolledig). – b. ‘Notice historique' (onvolledig), 106, naar a. – c. Schaepkens, ‘Anciens diplȏmes’, 384-386 (gedateerd 1284), naar A. – d. Willemsen, ‘Inventaire’, 182-184, nr. 15, naar A.
Regesten
Habets, ‘Codex diplomaticus’, 47, nr. 83. – Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 260-261, nr. 215. – Haas, Chronologische lijst, 78, nr. 203. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 100, nr. 439.
Ontstaan en samenhang
Onderhavige oorkonde is gebruikt voor de redactio van de oorkonde van Bonaventura, bisschop van Ceos, die op 24 februari 1289 een aflaat verleent (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 60). Voor de bevestiging van onderhavige oorkonde door Jan IV, bisschop van Luik, d.d. 1287 mei 8, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 57.
Datering
Onderhavige oorkonde is gedateerd op 29 januari in het derde pontificaatsjaar van paus Martinus IV, dat loopt van 23 maart 1283 tot en met 22 maart 1284. Bijgevolg is deze oorkonde gedateerd in 1284.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Nummer 52
Osto van Thorn verkoopt aan de abdis van Thorn de hoeve Cuevorde, gelegen bij Thorn, die hij van haar in cijns houdt.
Osto van Thorn verkoopt aan de abdis van Thorn de hoeve Cuevorde, gelegen bij Thorn, die hij van haar in cijns houdt.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 65.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e/14e-eeuwse hand: Venditio curtis de Cuvorde. – 2o door 15e-eeuwse hand: Oysto, venditio de Koevort, V. – 3o door tweede helft 18e-eeuwse hand: Curtis de Cuevorde in censum data fuit ab abbatissa Thorensi ac reddita pretio retroaditur per presens instrumentum, Broeckmeulen. – 4o door 18e-eeuwse hand: 1286, A.
Bezegeling: drie bevestigingsplaatsen voor de aangekondigde zegels van Walram, heer van Valkenburg, Gozewijn, heer van Born, en Osto, zoon van Gozewijn, heer van Born (LS1, LS2 en LS3).
Afschriften
B. 18e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1629 = Codex of cartularium IV, 992-1762 (band notariële afschriften abdij Thorn), p. 51, met opgave van drie zegelplaatsen, eenvoudig afschrift. – C. laatste kwart 18e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1631, Cartularium, p. 17-19, onder de rubriek: Osto de Thorne cedit domine abbatisse Thorensi prediolum seu villam dictam Cuevorde anno 1286, met opgave van drie bezegelingsplaatsen, eenvoudig afschrift, naar A.
Uitgaven
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 65-66, nr. 41(gedateerd 23 januari 1286), naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 58-59, nr. 65 (gedateerd 23 januari 1286), naar a.
Regest
Haas, Chronologische lijst, 81, nr. 211 (gedateerd 23 januari 1286).
Datering
Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Nummer 52
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Arnoud, gewezen werkmeester van de Sint-Servaaskerk te Maastricht, zijn echtgenote en hun kinderen afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns van zeven schelling Luiks en vier penning, gevestigd op het huis (te Maastricht) waarin Hendrik de Oude, vleeshouwer, woont.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Arnoud, gewezen werkmeester van de Sint-Servaaskerk te Maastricht, zijn echtgenote en hun kinderen afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns van zeven schelling Luiks en vier penning, gevestigd op het huis (te Maastricht) waarin Hendrik de Oude, vleeshouwer, woont.
Originelen
A1. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 454.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: Littera de diversis censibus. – 2o door 14e-eeuwse hand: De IIIIor solidis pertinentibus ad altare sanctorum Monulphi et Gundulphi et de XL denariis pertinentibus ad festum transfiguracionis, 17. – 3o door 16e-eeuwse hand: 1284. – 4o door 17e-eeuwse hand: III.
Bezegeling: twee bezegelingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Boudewijn Caseus en Jan Suevus, schepenen van Maastricht (LS1 en LS2).
[A2]. Niet voorhanden, maar bekend uit A1.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 57-58 (met onvolledige vertaling), nr. 1284.05.03, naar A1.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 25-26, nr. 9. – Haas, Chronologische lijst, 79, nr. 204. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 102, nr. 454.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 50 onder Ontstaan.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Nummer 53
Beoorkond wordt het verzoek van deken en cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht namens abdis en convent van Thorn enerzijds en de pastoor van Thorn anderzijds om de deken en het kapittel van de domkerk van Luik te raadplegen inzake de beslechting van hun geschil over de novale tienden in de parochie van Thorn. Deken en cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel hebben Jan, pastoor van Thorn, als hun vertegenwoordiger aangesteld om dit juridisch advies te verwerven in Luik.
Beoorkond wordt het verzoek van deken en cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht namens abdis en convent van Thorn enerzijds en de pastoor van Thorn anderzijds om de deken en het kapittel van de domkerk van Luik te raadplegen inzake de beslechting van hun geschil over de novale tienden in de parochie van Thorn. Deken en cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel hebben Jan, pastoor van Thorn, als hun vertegenwoordiger aangesteld om dit juridisch advies te verwerven in Luik.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 66. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 16e-eeuwse hand: Compositio inter capittulum et investitum Thorensem, 1367 (sic), T. – 2o door 17e-eeuwse hand: V.
Bezegeling: door het uitscheuren van het perkament onderaan kan niet meer worden vastgesteld of de aangekondigde bezegeling is aangebracht.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 66-67, nr. 42. – Habets, Archieven Thorn, 59-60, nr. 66. – Haas, Chronologische lijst, 83, nr. 218.
Samenhang
Voor de overeenkomst tussen abdis en convent van de abdij van Thorn met de pastoor van Thorn, de scheidsrechtelijke uitspraak door deken en cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, alsmede het verzoek aan de bisschop van Luik om deze te bekrachtigen, zie Collectie Thorn, respectievelijk nrs. 54, 55 en 58.
Tekstuitgave
De ontbrekende delen van woorden in A zijn waar mogelijk aangevuld.

Nummer 53
Jan I, hertog van Brabant, gelast zijn mannen te Maastricht hun graan te laten malen in de molen van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht.
Jan I, hertog van Brabant, gelast zijn mannen te Maastricht hun graan te laten malen in de molen van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 819.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Mandatum domini (door schrijfhand bovengeschreven) Iohannis (door schrijfhand bovengeschreven), ducis Iohannis (door latere hand bovengeschreven) Brabancie, ad scultetum penale super facto molendini brachii / cap/4. – 2o door 16e-eeuwse hand: anno 1284 / 98. – 3o door 17e-eeuwse hand:II / In capsula ducalium / excopiatum 6. – 4o door 18e-eeuwse hand: JO 17.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van Jan I, hertog van Brabant, van bruine was, beschadigd, met CS1, gaaf. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en CS1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 51.
Afschriften
B. 17e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 4r-4v, onder caput: Ducalia, en onder de rubriek: Mandatum domini Iohannis, ducis Brabantie, penale ad schultetum super facto molendini brasii, gewaarmerkt afschrift door Hendrik Lenssens, kapittelsecretaris en openbaar notaris, geadmitteerd door de Raad van Brabant, naar A. – C. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 463, onder de rubriek: Mandatum Ioannis, ducis Brabantie, de molendino brasii ad ecclesiam Sancti Servatii pertinente, anno 1283, die martis post Letare, mogelijk naar A. – D. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 465, onder de rubriek: 1285, Mandatum Ioannis, ducis Brabantie, de molendino brasii ad capitulum Sancti Servatii a hominibus ducis frequendando, anno Domini 1284, die qua cantatur Letare Ierusalem, mogelijk naar A.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 262, nr. 217. – Haas, Chronologische lijst, 79-80, nr. 207. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 150, nr. 819.
Datering
Het gebruik van de paasstijl door de hertogen van Brabant is aangenomen, zie Camps, ONB I, XXI.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.
Nummer 54
Guda (van Rennenberg), abdis, en convent van de abdij van Thorn geven aan Jan van Baexem, pastoor van Thorn, jaarlijks rogge en haver zolang hij leeft. Jan belooft op gevaar van verlies van deze schenking zijn goedkeuring te hechten aan een pauselijke of een andere bevestiging ten gunste van abdis en convent inzake de heffing van twee derden van de novale tienden in de kerken waarvan zij het patronaatsrecht hebben. Indien hiervoor een oorkonde moet worden opgesteld, dan zal hij die met zijn eigen zegel bezegelen.
Guda (van Rennenberg), abdis, en convent van de abdij van Thorn geven aan Jan van Baexem, pastoor van Thorn, jaarlijks tien malder rogge en tien malder haver zolang hij leeft. Jan belooft op gevaar van verlies van deze schenking zijn goedkeuring te hechten aan een pauselijke of een andere bevestiging ten gunste van abdis en convent inzake de heffing van twee derden van de novale tienden in de kerken waarvan zij het patronaatsrecht hebben. Indien hiervoor een oorkonde moet worden opgesteld, dan zal hij die met zijn eigen zegel bezegelen.
Origineel
[A]. niet voorhanden, maar bekend uit B.
Afschrift
B. 14e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 102a, naar [A].
Uitgave
a. Habets, Archieven Thorn I, 60, nr. 67, naar B.

Nummer 54
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Arnoud, dienaar van de Sint-Servaaskerk te Maastricht, en zijn echtgenote Margareta een jaarlijkse cijns van één mark Luiks hebben geschonken, gevestigd op het huis met achterliggende schuur (te Maastricht) dat wordt bewoond door Adam, maker van koperen potten, ten bate van zes altaren in de kerk, alsmede eenzelfde jaarlijkse cijns aan deken en kapittel van Sint-Servaas voor zijn jaargetijde.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Arnoud, dienaar van de Sint-Servaaskerk te Maastricht, en zijn echtgenote Margareta een jaarlijkse cijns van één mark Luiks hebben geschonken, gevestigd op het huis met achterliggende schuur (te Maastricht) dat wordt bewoond door Adam, maker van koperen potten, ten bate van zes altaren in de kerk, alsmede eenzelfde jaarlijkse cijns aan deken en kapittel van Sint-Servaas voor zijn jaargetijde.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 455.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Arnoldi, officiati ecclesie, de XX solidis pertinentibus ad sex altaria; item de aliis XXti solidis pertinentibus ad suum anniversarium, 18 / a 33. – 2o door 16e-eeuwse hand: 326 / 1285.
Bezegeling: vier bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de niet aangekondigde zegels van Boudewijn Caseus, Jan Suevus, Olbert Colsop en Godfried (Christofori of) van Montenaken, schepenen van Maastricht (LS1, LS2, LS3 en LS4).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgaven
a. Doppler, ‘Schepenbrieven’, 26-27, nr. 10, naar A. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 63-64 (met onvolledige vertaling), nr. 1285.06.20, naar A.
Regesten
Haas, Chronologische lijst, 80, nr. 208. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 102, nr. 455.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 50 onder Ontstaan.

Nummer 55
Alexander en Hendrik, respectievelijk deken en cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, zijn aangesteld als scheidsrechters in een geschil tussen abdis en convent van de abdij van Thorn enerzijds en Jan, pastoor van Thorn, anderzijds inzake de novale tienden in de parochie van Thorn, het kanonikaat, de prebende van Jan en zekere parochiale rechten. Na lezing van de oorkonde met het compromis daarover en na competente beraadslaging doen zij uitspraak en beide partijen hebben zich hieraan vrijwillig onderworpen.
Alexander, deken, en Hendrik van Houthorne, cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, doen uitspraak in het geschil tussen abdis en convent van de abdij van Thorn enerzijds en Jan, pastoor van de parochiekerk van Thorn, anderzijds inzake de novale tienden in de parochie van Thorn, het kanonikaat, zijn prebende en zekere parochiale rechten.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 68.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 16e-eeuwse hand: Declaratio arbitralis ex parte capituli et pastoris in Thoren super decimis tam maioribus, minutis quam novalibus et multis aliis, 1287. ‒ 2o door 17e-eeuwse hand: T doorgestreept. ‒ 3o door 18e-eeuwse hand: I.
Bezegeling: vijf uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Alexander, deken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, van bruine was, beschadigd, met op de zegelstaart decanus. ‒ S3 van Guda van Rennenberg, abdis van Thorn, van bruine was, beschadigd, met op de zegelstaart abbatissa. ‒ S4 van het convent van de abdij van Thorn, van bruine was, beschadigd, met op de zegelstaart conventus. ‒ S5 van Jan van Baexem, pastoor van de parochiekerk van Thorn, van bruine was, beschadigd, met op de zegelstaart investitus. ‒ S6 van Jan, proost van het Sint-Andreaskapittel te Keulen, van bruine was, licht beschadigd, met op de zegelstaart [***un***]; en drie bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de overige drie overige aangekondigde zegels van Hendrik, cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, (LS2), van Jan van Geistingen, kanunnik van het Sint-Pieterskapittel te Kortessem, met op de zegelstaart Iohannes de (LS7) en van Hendrik van Baexem, ridder, met op de zegelstaart H. de (LS8), Voor een beschrijving en afbeelding van S1, S3, S4, S5 en S6, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, respectievelijk 24-25, 34, 32-34, 35 en 20-21.
Afschriften
B. eerste helft 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628 (voorheen cartularium nr. 1) = Cartularium abbatiae imperialis Thorensis, 966-1600, p. 98-99 (oude fol. 53v-54r), onder de rubriek: E, Concordia inter abbatissam et conventum Thorensem cum Iohanne de Baexen, investito parrochialis ecclesie Thorensis, naar A. – C. 1669, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1629 = Codex of cartularium IV, 992-1762 (band notariële afschriften abdij Thorn), p. 53-55, authentiek afschrift door J. Bachuys, apostolisch notaris, naar A.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 67-69, nr. 43 (gedateerd 1287 juli 29). – Habets, Archieven Thorn, 60-61, nr. 68 (gedateerd 1287 juli 29). – Haas, Chronologische lijst, 83, nr. 219.
Samenhang
Voor het verzoek om juridisch advies door deken en cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht aan deken en kapittel van de domkerk te Luik, alsmede het verzoek aan de bisschop van Luik om de scheidsrechtelijke uitspraak te bekrachtigen, zie respectievelijk nrs. 53 en 58.

Nummer 55
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Arnoud, dienaar van de Sint-Servaaskerk te Maastricht, zijn echtgenote en hun kinderen afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns van één mark Luiks, gevestigd op zijn woonhuis (te Maastricht), ten behoeve van deken en kapittel van Sint-Servaas.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Arnoud, dienaar van de Sint-Servaaskerk te Maastricht, zijn echtgenote en hun kinderen afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns van één mark Luiks, gevestigd op zijn woonhuis (te Maastricht), ten behoeve van deken en kapittel van Sint-Servaas.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 456.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: De XXti solidis quos Henricus Specht emit ad anniversarium domini Ottonis de Iuliaco, prepositi, 19 / S / III / c 31. – 2o door 16e-eeuwse hand: 1285 / 182.
Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die niet aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Boudewijn Caseus, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S2 van Jan Suevus, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 170-171, afb. 17, en Idem, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 162.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 64-65 (met onvolledige vertaling), nr. 1285.06.25, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 27, nr. 11. – Haas, Chronologische lijst, 80, nr. 209. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 102, nr. 456.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 50 onder Ontstaan.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Nummer 56
Willem, proost van Sint-Gerlach te Houthem, geeft een afschrift van de oorkonde van (25 december 1231-23 september) 1232 inzake de verkoop door Jan Gruszere van cijnsplichtige akkers te Houthem aan het klooster Sint-Gerlach, met instemming van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Thorn.
Willem, proost van Sint-Gerlach te Houthem, geeft een afschrift van de oorkonde d.d. (1231 december 25-) 1232 (september 23) inzake de verkoop door Jan Gruszere van cijnsplichtige akkers te Houthem aan het klooster Sint-Gerlach, met instemming van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Thorn.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 69. Gelinieerd.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 17e-eeuwse hand: Ioannes Crasgert vendidit agros censuales cum consensu capituli, 1287, V doorgestreept. – 2o door 18e-eeuwse hand: C.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van Willem proost van Sint-Gerlach te Houthem, van groene was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 34-35.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Habets, Archieven Thorn, 61-62, nr. 69. – Haas, Chronologische lijst, 83, nr. 220.

Nummer 56
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Gerard van Boxberc een jaarlijkse cijns van achttien schelling Luiks, gevestigd op het huis van Reinier, zoon van wijlen Anton, heeft overgedragen ten bate van zes altaren in de Sint-Servaaskerk te Maastricht.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Gerard van Boxberc een jaarlijkse cijns van achttien schelling Luiks, gevestigd op het huis van Reinier, zoon van wijlen Anton, heeft overgedragen ten bate van zes altaren in de Sint-Servaaskerk te Maastricht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002H, archief Broederschap der kapelanen van Sint-Servaas te Maastricht, 1139-1797, inv. nr. 143.
Aantekening op de achterzijde: 1o door 18e-eeuwse hand: 1285 6 octobris.
Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S2 tweede zegel van Godfried Christofori (of van Montenaken), schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S3 van Robert de Moneta, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd; en één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Olbert (Colsop), schepen van Maastricht (LS1). Voor een beschrijving en afbeelding van S2 en S3, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 175, afb. 34 en 175, afb. 36.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgaven
a. Willemsen, ‘Inventaire’, 186-187, nr. 17, naar A. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 65-66 (met onvolledige vertaling), nr. 1285.10.06, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 27-28, nr. 12. – Haas, Chronologische lijst, 80, nr. 210. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 219, nr. 143.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 38 onder Ontstaan.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.
Nummer 57
Guda van Rennenberg, abdis, en het convent van de abdij van Thorn stichten een begijnhof te Thorn voor twaalf begijnen en wijzen daartoe abdijgoederen, renten en inkomsten aan te Eisden, afkomstig uit de goederen van Mabilia, weduwe van Hendrik, voogd van Eisden en haar kinderen. Guda en het convent belenen de begijn Ida, weduwe van Hendrik Pauwens, met deze goederen en zij stellen tevens bepalingen op ten aanzien van het gebruik ervan. Ten slotte leggen zij de verplichtingen van de begijnen vast.
Guda van Rennenberg, abdis, en het convent van de abdij van Thorn stichten een begijnhof te Thorn voor twaalf begijnen en wijzen daartoe abdijgoederen, renten en inkomsten aan te Eisden, afkomstig uit de goederen van Mabilia, weduwe van Hendrik, voogd van Eisden en haar kinderen, waarmee zij de begijn Ida, weduwe van Hendrik Pauwens, belenen. Tevens stellen zij bepalingen op ten aanzien van het gebruik van deze goederen en inkomsten en leggen de verplichtingen van de begijnen vast.
Origineel
[A]. Niet voorhanden.
Vertalingen
B. 17e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 70, vertaling in de taal van de streek, van [A]. – [C]. niet voorhanden, maar bekend uit Habets, Archieven Thorn, 62-63, Duitse vertaling.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regest
Habets, Archieven Thorn, 62-63, nr. 70.

Nummer 57
Jan IV (van Vlaanderen), bisschop van Luik, hecht zijn goedkeuring aan de aflaatoorkonde d.d. 1284 januari 29 van vier aartsbisschoppen en vijftien bisschoppen inzake de bouw van een stenen brug over de Maas te Maastricht.
Jan IV (van Vlaanderen), bisschop van Luik, hecht zijn goedkeuring aan de aflaatoorkonde d.d. 1284 januari 29 van vier aartsbisschoppen en vijftien bisschoppen inzake de bouw van een stenen brug over de Maas te Maastricht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 440. Oorspronkelijk getransfigeerd aan de aflaatoorkonde d.d. 1284 januari 29.
Aantekening op de achterzijde: 1e door 17e-eeuwse hand: In capsula episcopalium, excopiatum numero 5o.
Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Jan IV van Vlaanderen, bisschop van Luik (LS1).
Afschriften
B. eerste helft 17e eeuw (vóór 1648), Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 11 (cartularium) = Cartularium ecclesiae collegialis Sancti Servatii Traiecti ad Mosam, tomus primus, pontificalia et episcopalia, fol. 5r, onder caput: Episcopalia, afschrift geauthenticeerd door Hendrik Lenssens, kapittelsecretaris en openbaar notaris, geadmitteerd door de Raad van Brabant, naar A. – [C]. niet voorhanden, maar bekend uit D, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 1v en 173. – D. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 466, onder de rubriek: Episcopus Leodiensis approbat et laudat indulgentias datas ab archiepiscopis et episcopis eis qui contibuunt (aldus) ad refectionem pontis Mose, 10 maii 1284, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, mogelijk naar A.
Uitgave
a. Schaepkens, ‘Archives’, 166, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 263, nr. 220. – Haas, Chronologische lijst, 82, nr. 215. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 100, nr. 440.
Samenhang
Voor de aflaatoorkonde van de vier aartsbisschoppen en vijftien bisschoppen d.d. 1284 januari 29, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 51.

Nummer 58
Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn alsmede Jan, pastoor van Thorn, verzoeken Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, de uitspraak van de scheidslieden inzake hun geschil over de tienden te Thorn te bekrachtigen.
Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn alsmede Jan, pastoor van Thorn, verzoeken Jan (van Vlaanderen), bisschop van Luik, de uitspraak van de scheidslieden te bekrachtigen inzake hun geschil over de tienden te Thorn.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 71.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 17e-eeuwse hand: Compositio decimarum inter abbatissam et capitulum ex una necnon pastorem Thorensem ex alia parte partibus. – 2o door 17e-eeuwse hand: 1287. – 3o door 17e-eeuwse hand: V boven doorgestreepte letter. – 4o door 18e-eeuwse hand: J.
Bezegeling: drie uithangend bevestigde zegels die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van de abdij van Thorn, van bruine was, beschadigd. – S2 van Guda van Rennenberg, abdis van Thorn, van bruine was, beschadigd. – S3 van Jan, pastoor van Thorn, van bruine was, licht beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, S2 en S3, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, respectievelijk 32-33, 34 en 35.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 71, nr. 45. – Habets, Archieven Thorn, 63, nr. 71. – Haas, Chronologische lijst, 84, nr. 221.
Samenhang
Voor het verzoek om juridisch advies door deken en cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht aan deken en kapittel van de domkerk te Luik, alsmede de scheidsrechtelijke uitspraak, zie respectievelijk nrs. 53 en 55.

Nummer 58
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Florens, hun medeschepen, namens abt en convent van Val-Dieu (te Aubel) een huis, gelegen bij het huis van Hac aan de brug te Maastricht, aan Godfried Ulnere heeft gegeven tegen een wekelijkse cijns van veertien penning Luiks en een jaarlijkse cijns van drie kapoenen.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Florens, hun medeschepen, namens abt en convent van Val-Dieu (te Aubel) een huis, gelegen bij het huis van Hac aan de brug te Maastricht, aan Godfried Ulnere heeft gegeven tegen een wekelijkse cijns van veertien penning Luiks en een jaarlijkse cijns van drie kapoenen.
Originelen
A1. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 457.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: De censu Vallis Dei / p 23. – 2o door 16e-eeuwse hand: XIIII denarii III capones in ponte. – 3o door 16e-eeuwse hand: 1287 / 102.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S3 Florens, (zoon van wijlen Gozewijn Rufus), schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd; en twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Godfried, zoon van Florens, en Olbert (Colsop), schepenen van Maastricht (LS1 en LS2). Voor een beschrijving en afbeelding van S3, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 164.
[A2]. Niet voorhanden, maar bekend uit A1.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 67-68 (met onvolledige vertaling), nr. 1287.06.25, naar A1.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 28-29, nr. 13. – Haas, Chronologische lijst, 82, nr. 216. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 102, nr. 457.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 38 onder Ontstaan.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Nummer 59
Osto van Thorn genaamd van Cuevorde onderwerpt zich aan de uitspraak van de scheidslieden inzake het geschil tussen hem en abdis en convent van de abdij van Thorn betreffende het contract, de oorkonden en de gang van zaken rond de verkoop van een lijfrente. Hij belooft noch de abdis en het convent noch hun vazallen, hoevenaars, pachters en andere mannen hierover nooit meer lastig te vallen, op straffe van een boete. Voor het geval hij in gebreke blijft, stelt hij drie borgen aan.
Osto van Thorn genaamd van Cuevorde onderwerpt zich aan de uitspraak van de scheidslieden inzake het geschil tussen hem en abdis en convent van de abdij van Thorn betreffende het contract, de oorkonden en de gang van zaken rond de verkoop van een lijfrente van 50 mark Luiks en hij belooft noch de abdis en convent noch hun vazallen, hoevenaars, pachters en andere mannen hierover ooit nog lastig te vallen.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 72. Beschadigd.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door eind 13e-eeuwse hand: Solutione de Oystone. – 2o door 17e-eeuwse hand: Quitancia Oystonis de Thoren capitulo facta super quadam pensione summa perpetuo quitata, 1288. ‒ 3o door 17e-eeuwse hand: T doorgestreept. ‒ 4o door 18e-eeuwse hand: V. ‒ 5o door 18e-eeuwse hand: Q.
Bezegeling: zes uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S4 van Christiaan, heer van Limbricht, ridder, van bruine was, beschadigd. – S7 van Wolter, cantor van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, van bruine was, beschadigd, met CS7, klassiek intaglio. – S8 van Hendrik, cantor van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, van bruine was, licht beschadigd. – S9 van Michiel, scholaster van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S10 van Adolf, kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S11 van Hendrik, deken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, van bruine was, beschadigd; en vijf bevestigingsplaatsen voor de aangekondigde zegels van Walram, heer van Valkenburg en Monschau, Christiaan, heer van Limburg, de abdis van Thorn, het convent van de abdij van Thorn en Koenraad van Nythusen, kanunnik van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht. Voor een beschrijving en afbeelding van S4, S7, S8, S9, S10 en S11, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, respectievelijk 46, 27, 26, 25, 26 en 25.
Uitgaven
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 71-75, nr. 46, naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 64-66, nr. 72, naar a.
Regest
Haas, Chronologische lijst, 86, nr. 227.
Datering
Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVI.

Nummer 59
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan van Cadier en Macharius, zijn zoon, afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns van tien schelling Luiks, gevestigd op hun huis in Wyck (te Maastricht), ten behoeve van Aleid, begijn, weduwe van Dirk van Wyck.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan van Cadier en Macharius, zijn zoon, afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns van tien schelling Luiks, gevestigd op hun huis in Wyck (te Maastricht), ten behoeve van Aleid, begijn, weduwe van Dirk van Wyck.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 458.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: Non est datum. – 2o door 15e-eeuwse hand: In Wiich / R. – 3o door 16e-eeuwse hand: 1288 / 367.
Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die niet aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Godfried, zoon van Florens, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S3 van Robert de Moneta, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd; en één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het niet aangekondigde zegel van Boudewijn Caseus, schepen van Maastricht (LS2). Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 163, en van S3, zie Idem, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 174, nr. 36, en 175.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 72-73 (met onvolledige vertaling), nr. 1288.04.24, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 29, nr. 14. – Haas, Chronologische lijst, 84, nr. 223. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 102, nr. 458.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 38 onder Ontstaan.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Nummer 60
Rooms-koning Adolf bevestigt en hernieuwt de door rooms-koning Otto I bevestigde en hernieuwde schenking door Ansfried te Kessel en Echt aan de abdij van Thorn d.d. 950.
Rooms-koning Adolf bevestigt en hernieuwt de door rooms-koning Otto I bevestigde en hernieuwde schenking door Ansfried te Kessel en Echt aan de abdij van Thorn d.d. 950.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 73. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekening op de achterzijde: 1o door 17e-eeuwse hand: Littere ratificationis Adulphi, Romanorum regis, bonorum donationis existentium in loco Casallo, s[ito in] pago de Masselant, et in pago de [Ey]ck per Amfridum (sic), comitem, ecclesie Thorensi facte, 1292.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van Adolf, rooms-koning, van witte was, zwaar beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 37-38.
Afschrift
B. vóór april 1640, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628 (voorheen cartularium nr. 1) = Cartularium abbatiae imperialis Thorensis, 966-1600, p. 21-22, gewaarmerkt afschrift door Jacobus Vrancx, naar A.
Uitgaven
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 75-76, nr. 47, naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 66-67, nr. 73, naar a.
Regesten
Böhmer-Samanek, Regesten 1273–1313, 38, nr. 84. – Bormans en Halkin, Table Chronologique, XI-2, 436. – Haas, Chronologische lijst, 93, nr. 252.
Ontstaan en samenhang
Voor de hieronder bevestigde oorkonde, zie Collectie Thorn, nr. 1. Op 15 september 1292 zijn door rooms-koning Adolf nog twee andere bevestigings- en hernieuwingsoorkonden verleend aan de abdij van Thorn (zie Collectie Thorn, nrs. 61 en 62), alsmede een vidimus met bevestiging van de oorkonde van de graaf van Gelre op 17 september 1292 (zie Collectie Thorn, nr. 63). De drie bevestigingsoorkonden d.d. 15 september 1292 hebben een nagenoeg gelijkluidend dictaat.
Tekstuitgave
De lacunes in A zijn aangevuld naar B.

Nummer 60
Bonaventura, bisschop van Ceos, wijbisschop van Jan (IV van Vlaanderen), bisschop van Luik, bericht aan proost, deken en kapittel van Sint-Servaas te Maastricht dat hij een aflaat verleent van één jaar aan degenen die na gebiecht te hebben en ter communie te zijn geweest de Sint-Servaaskerk bezoeken op de feesten van de heilige Servaas, Monulfus en Gondulfus, van de kerkwijding en van de overbrenging van de relieken van Sint-Servaas.
Bonaventura, bisschop van Ceos, wijbisschop van Jan (IV van Vlaanderen), bisschop van Luik, bericht aan proost, deken en kapittel van Sint-Servaas te Maastricht dat hij een aflaat verleent van één jaar aan degenen die na gebiecht te hebben en ter communie te zijn geweest de Sint-Servaaskerk bezoeken op de feesten van de heilige Servaas, Monulfus en Gondulfus, van de kerkwijding en van de overbrenging van de relieken van Sint-Servaas.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 64.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Indulgencia episcopi Leodiensis pro festis sanctorum Seruacii, Monulphi et Gendulphi et eorum octavis (hierna toegevoegd) et dedicacionis ecclesie. – 2° door 15e-eeuwse hand: Indulgencie unius anni / 36 / x/A. – 3° door 17e-eeuwse hand: 22, in capsula episcoporum / excop. num. 6°.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van Bonaventura, bisschop van Ceos en wijbisschop van Luik, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 13.
Afschrift
B. eerste helft 17e eeuw (vóór 1648), Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 11 (cartularium) = Cartularium ecclesiae collegialis Sancti Servatii Traiecti ad Mosam, tomus primus, pontificalia et episcopalia, fol. 6r-7r, onder caput: Episcopalia, en onder de rubriek: Indulgentia episcopi Leodiensis pro festis sancti Seruatii, sanctorum Monulphi et Gondulphi et eorum octavis et dedicationis ecclesie, afschrift geauthenticeerd door Hendrik Lenssens, kapittelsecretaris en openbaar notaris, geadmitteerd door de Raad van Brabant, naar A.
Uitgave
a. Bock en Willemsen, Antiquités sacrées, Appendices, nr. 3 (gedateerd 1289 maart 8), naar A.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 263-264, nr. 221 (gedateerd 1289 maart 8). – Haas, Chronologische lijst, 86, nr. 228. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 55, nr. 64.
Ontstaan en samenhang
Voor de redactio van onderhavige oorkonde is gebruik gemaakt van de oorkonde d.d. 1284 januari 29, waarin vier aartsbisschoppen en vijftien bisschoppen een aflaat verlenen (zie Collectie Sint-Servaas, nr. 51). Voor de aflaatverleningen aan het Sint-Servaaskapitttel, zie Koldeweij, Der Gude Sente Servas, 6-8, met afbeelding van onderhavige oorkonde.
Datering
Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Nummer 61
Rooms-koning Adolf bevestigt abdis en convent van Thorn in het bezit van de goederen te Medemblik, in het graafschap Friesland en in Nedermaasland die graaf Ansfried aan de abdij had gegeven na deze zelf van rooms-koning Otto III te hebben ontvangen.
Rooms-koning Adolf bevestigt abdis en convent van Thorn in het bezit van de goederen te Medemblik, in het graafschap Friesland en in Nedermaasland die graaf Ansfried aan de abdij had gegeven na deze zelf van rooms-koning Otto III te hebben ontvangen.
Originelen
A1. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 74-1.
A2. Ibidem, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 74-2.
Uitgave
a. Dijkhof, OHZ V, 235-236, nr. 2749, naar A1 en A2.

Nummer 61
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Florens, hun medeschepen, een jaarlijkse cijns van zes penning, gevestigd op een huis waarin vrouwe Bela van Haasdal woont, gelegen buiten de Minderbroederspoort (te Maastricht), heeft gekocht van Reinier, zoon van Frank Proost, en diens zoon Jan, alsmede een jaarlijkse cijns van drie penning, één obool en een kwart van een kapoen, te ontvangen uit het huis, genaamd van Linne. Reinier en Jan hebben afstand gedaan van deze goederen ten behoeve van de abdij van Val-Dieu (te Aubel).
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Florens, hun medeschepen, een jaarlijkse cijns van zes penning, gevestigd op een huis waarin vrouwe Bela van Haasdal woont, gelegen buiten de Minderbroederspoort (te Maastricht), heeft gekocht van Reinier, zoon van Frank Proost, en diens zoon Jan, alsmede een jaarlijkse cijns van drie penning, één obool en een kwart van een kapoen, te ontvangen uit het huis, genaamd van Linne. Reinier en Jan hebben afstand gedaan van deze goederen ten behoeve van de abdij van Val-Dieu (te Aubel).
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 459.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Littere Vallis Dei sigellate (aldus) sigellis (aldus) scabinorum Traiectensium super censu acquisito supra domum, sittam (aldus) iuxta fratres Minores in Traiecto, ad opus dicte Vallis Dei. – 2o door 15e-eeuwse hand: R. / c 23. – 3o door 16e-eeuwse hand: 288 / 1289.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat niet aangekondigd is, namelijk: S2 eerste zegel van Levalus (de Lata Platea), schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd; en één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het niet aangekondigde zegel van Bruno (supra Domum), schepen van Maastricht (LS1). Voor een beschrijving en afbeelding van S2, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 176, nr. 42, en 177.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 74-75 (met onvolledige vertaling), nr. 1289.09.15, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 29-30, nr. 15. – Haas, Chronologische lijst, 87, nr. 231. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 102, nr. 459.
Ontstaan
Onderhavige oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert voor de abdij van Val-Dieu te Aubel d.d. 1289 november 15 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 62), voor de Broederschap der kapelanen van Sint-Servaas te Maastricht d.d. 1290 januari 28 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 63), een priester te Maastricht d.d. 1290 mei 26 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 64) en voor het Sint-Servaaskapittel te Maastricht d.d. 1290 november 8 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 65). Bijgevolg kan deze scriptor worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Nummer 62
Rooms-koning Adolf bevestigt en hernieuwt de vrijheden en rechten door rooms-koning Hendrik II aan het klooster van Thorn geschonken inzake de markt, de tol en het rechtsgebied van Thorn en de kerken van Beek, Hemert en Avezaath.
Rooms-koning Adolf bevestigt en hernieuwt de vrijheden en rechten door rooms-koning Hendrik II aan het klooster van Thorn geschonken inzake de markt, de tol en het rechtsgebied van Thorn en de kerken van Beek, Hemert en Avezaath.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 75. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Auesate. – 2o door 17e-eeuwse hand: Confirmatio Adolphi, Romanorum regis de mercatu [in] Thoren per Henricum, imperatorem, concesso ac eciam iur[a] ecclesiarum de Beeck, Hamerick et Auezaet; V.
Bezegeling: één bevestigingsplaats voor het aangekondigde zegel van Adolf, rooms-koning (SD1).
Uitgaven
a. Lünig, Das Teutsche Reichs-Archiv, XI, 920, nr. 73, naar A. – b. Wolters, Notice historique Thorn, 99-100, nr. 15, naar a. – c. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 78-79, nr. 49, naar A. – d. Habets, Archieven Thorn, 69, nr. 75, naar c.
Regesten
Böhmer-Samanek, Regesten 1273–1313, 39, nr. 86. – Haas, Chronologische lijst, 94, nr. 254.
Ontstaan en samenhang
Voor de hieronder bevestigde oorkonde, zie Collectie Thorn, nr. 4. Op 15 september 1292 zijn door rooms-koning Adolf nog twee andere bevestigings- en hernieuwingsoorkonden verleend aan de abdij van Thorn (zie Collectie Thorn, nrs. 60 en 61), alsmede een vidimus met bevestiging van de oorkonde van de graaf van Gelre op 17 september 1292 (zie Collectie Thorn, nr. 63). De drie bevestigingsoorkonden d.d. 15 september 1292 hebben een nagenoeg gelijkluidend dictaat.
Tekstuitgave
De lacunes in A zijn aangevuld naar druk c.

Nummer 62
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Reinier van Trappis, Ida, zijn echtgenote, en hun kind afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns van veertig schelling Leuvens en zes kapoenen, gevestigd op het huis waar Gillis Cumene in woont, ten behoeve van de abdij van Val-Dieu (te Aubel).
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Reinier van Trappis, Ida, zijn echtgenote, en hun kind afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns van veertig schelling Leuvens en zes kapoenen, gevestigd op het huis waar Gillis Cumene in woont, ten behoeve van de abdij van Val-Dieu (te Aubel).
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 460.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: De domo bommis / q 23. – 2o door 16e-eeuwse hand: 1289.
Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die niet aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Florens, (zoon van wijlen Gozewijn Rufus), schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S2 van Olbert Colsop, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd; en één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het niet aangekondigde zegel van Bruno (supra Domum), schepen van Maastricht (LS3). Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 164, en van S2, zie Idem, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 174, nr. 32, en 175.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 75, nr. 1289.11.15 (met onvolledige vertaling), naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 30, nr. 16. – Haas, Chronologische lijst, 87, nr. 232. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 102, nr. 460.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 61 onder Ontstaan.

Nummer 63
Rooms-koning Adolf maakt bekend dat hij op verzoek van abdis en convent van de abdij van Thorn de oorkonde van Reinald I, graaf van Gelre, d.d. 1282 december 12, inzake de afstand van rechten op belastingen en beden door Willem II, heer van Horn (en Altena), als voogd van het land van Thorn, heeft goedgekeurd en bevestigd.
Rooms-koning Adolf vidimeert en bevestigt op verzoek van abdis en convent van de abdij van Thorn de oorkonde van Reinald I, graaf van Gelre, d.d. 1282 december 12, inzake de afstand van rechten op belastingen en beden door Willem II, heer van Horn (en Altena), als voogd van het land van Thorn.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 76.
Uitgave
a. Van Synghel, DONB, nr. 1292.09.17, zie http://www.donb.nl/database/weergave/oorkonde/12920917uitgaveDONB2011, naar A.

Nummer 63
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Herbert van de Nieuwstraat, zijn echtgenote en hun kinderen afstand hebben gedaan van een jaarlijkse rente van dertig schelling Luiks, waarvan twintig schelling gevestigd is op het halve huis van de kinderen van wijlen Herbert van Tweebergen en tien op het huis van Maniard, gelegen aan de Maasbrug te Maastricht, ten behoeve van Dirk van Eynenberg, Udo, kanunnik van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, Lambert van Tweebergen en Lambert Grinart, ridders, procuratoren van het altaar dat wijlen Godfried van Scherwier heeft gesticht.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Herbert van de Nieuwstraat, zijn echtgenote en hun kinderen afstand hebben gedaan van een jaarlijkse rente van dertig schelling Luiks, waarvan twintig schelling gevestigd is op het halve huis van de kinderen van wijlen Herbert van Tweebergen en tien op het huis van Maniard, gelegen aan de Maasbrug te Maastricht, ten behoeve van Dirk van Eynenberg, Udo, kanunnik van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, Lambert van Tweebergen en Lambert Grinart, ridders, procuratoren van het altaar dat wijlen Godfried van Scherwier heeft gesticht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002H, archief Broederschap der kapelanen van Sint-Servaas te Maastricht, 1139-1797, inv. nr. 144.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door eind 13e-eeuwse hand: Nota quod cum ista littera et cum (hierna doorgestreepte a) alia requiruntur nisi solum XXX solidi bone monete. – 2o door 17e-eeuwse hand: Duobus Montibus.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat niet aangekondigd is, namelijk: S1 van Jan Suevus, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd; en twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de niet aangekondigde zegels van Florens, (zoon van wijlen Gozewijn Rufus), en Frank (van Rufus Clippeus), schepenen van Maastricht (LS2 en LS3). Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 162.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgaven
a. Willemsen, ‘Inventaire’, 187-188, nr. 18, naar A. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 75-77 (met onvolledige vertaling), nr. 1290.01.28, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 30-31, nr. 17. – Haas, Chronologische lijst, 87, nr. 233. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 219, nr. 144.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 61 onder Ontstaan.
Datering
Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Nummer 64
Jan I, hertog van Brabant, schenkt aan abdis en convent van de abdij van Thorn de jaarcijnzen in de parochie Bergeijk, waarover hij met hen een geschil had.
Jan I, hertog van Brabant, schenkt aan abdis en convent van de abdij van Thorn de jaarcijnzen in de parochie Bergeijk, waarover hij met hen een geschil had.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 78.
Uitgave
a. Camps, ONB I, 607-608, nr. 500, naar A.

Nummer 64
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Arnoud, werkmeester, zijn echtgenote en hun kinderen afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns van twintig schelling Luiks, gevestigd op het huis dat van Hendrik Hellincharst was (te Maastricht), ten behoeve van Garsilius, priester van de Sint-Joriskapel te Maastricht.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Arnoud, werkmeester, zijn echtgenote en hun kinderen afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns van twintig schelling Luiks, gevestigd op het huis dat van Hendrik Hellincharst was (te Maastricht), ten behoeve van Garsilius, priester van de Sint-Joriskapel te Maastricht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 461.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: De XXti solidis pertinentibus ad festum transfiguracionis. 20. – 2o door 15e-eeuwse hand: Circa Atrium / 284 / m 43. – 3o door 15e-eeuwse hand: 1290.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S2 van Jan Suevus, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd; en twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Boudewijn Caseus en Florens, (zoon van wijlen Gozewijn Rufus), schepenen van Maastricht (LS1 en LS3). Voor een beschrijving en afbeelding van S2, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 162.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 77-78 (met onvolledige vertaling), nr. 1290.05.26, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 31-32, nr. 18. – Haas, Chronologische lijst, 88, nr. 234. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 103, nr. 461.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 61 onder Ontstaan.
Lokalisering
Blijkens één van de dorsale aantekeningen is de woning van Hendrik Hellincharst gelegen nabij het Vrijthof te Maastricht.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.
Nummer 65
Guda (van Rennenberg), abdis van Thorn, maakt de verdeling bekend tussen Jan van Leveroy en zijn zussen Erkenrade en Margareta inzake de erfgoederen die zij te Leveroy, Weert en elders van de abdij in cijns, pacht en keurmede houden.
Guda (van Rennenberg), abdis van Thorn, maakt de verdeling bekend tussen Jan van Leveroy en zijn zussen Erkenrade en Margareta inzake de erfgoederen die zij te Leveroy, Weert en elders van de abdij in cijns, pacht en keurmede houden.
Origineel
[A]. Niet voorhanden.
Afschrift
B. 1315 mei 23, Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 77, vidimus door de gardiaan van de minderbroeders en de prior van de predikheren te Maastricht, naar [A].
Uitgaven
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 80-83, nr. 51, naar B (gedateerd 1293 januari 20). – b. Habets, Archieven Thorn, 70-71, nr. 77 (gedateerd 1293 januari 20), naar a.
Regest
Niet voorhanden.
Datering
Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Nummer 65
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Reinier de Mosa, zijn echtgenote en hun kinderen afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns cijns van twintig schelling Luiks, gevestigd op het huis van Jutta, weduwe van Wijnand, wisselaar, gelegen op de Munt (te Maastricht), ten bate van zes altaren in de Sint-Servaaskerk te Maastricht.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Reinier de Mosa, zijn echtgenote en hun kinderen afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns van twintig schelling Luiks, gevestigd op het huis van Jutta, weduwe van Wijnand, wisselaar, gelegen op de Munt (te Maastricht), ten bate van zes altaren in de Sint-Servaaskerk te Maastricht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002H, archief Broederschap der kapelanen van Sint-Servaas te Maastricht, 1139-1797, inv. nr. 145.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Littera de XX solidis ad domum supra Monetam (slechts onder kwartslamp leesbaar).
Bezegeling: twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de niet aangekondigde zegels van Frank van Rufus Clippeus en Bruno supra Domum, schepenen van Maastricht (LS1 en LS2).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 79-80 (met onvolledige vertaling), nr. 1290.11.08, naar A.
Regesten
Willemsen, ‘Inventaire’, 188-189, nr. 19. – Doppler, ‘Schepenbrieven’, 33, nr. 20. – Haas, Chronologische lijst, 89, nr. 237. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 219, nr. 145.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 61 onder Ontstaan.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.
Nummer 66
Raas II van Gavere, heer van Liedekerke en Breda, erkent dat Agnes van Zottegem en Wouter, haar zoon, in de heerlijkheid Hulten de lage rechtsmacht bezitten tot een bedrag van honderd schelling Leuvens en dat de inwoners van Hulten hun ook bede en dienst verschuldigd zijn, behoudens de gemene landweer.
Raas II van Gavere, heer van Liedekerke en Breda, erkent dat Agnes van Zottegem en Wouter, haar zoon, in de heerlijkheid Hulten de lage rechtsmacht bezitten tot 100 schelling Leuvens en dat de inwoners van Hulten hun ook bede en dienst verschuldigd zijn, behoudens de gemene landweer.
Origineel
[A]. Niet voorhanden.
Afschrift
B. 16e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 63, naar [A].
Uitgave
a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 914-916, nr. 1334, naar A.

Nummer 66
Deken en kapittel van Sint-Servaas te Maastricht geven een afschrift van de oorkonde van rooms-koning Hendrik V d.d. 1109.
Deken en kapittel van Sint-Servaas te Maastricht geven een afschrift van de oorkonde van rooms-koning Hendrik V d.d. 1109.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 44.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Copia privilegii imperialis. – 2o door 16e-eeuwse hand: De iurisdictione dominorum in familiam et [***]. – 3o door 15e-eeuwse hand: L IIII / R. / III. – 4° door 16e-eeuwse hand: De dato [1]290, sabato post Lucie / 1290. – 5° door 17e-eeuwse hand: anno 1109 / in capsula imperialium.
Bezegeling: één bevestigingsplaats voor het aangekondigde zegel ten zaken van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht (LS1).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 265, nr. 224. – Haas, Chronologische lijst, 89, nr. 238. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 52, nr. 44.
Samenhang
Voor de getransumeerde oorkonde van rooms-koning Hendrik V d.d. 1109, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 3.

Nummer 67
Guda (van Rennenberg), abdis van Thorn, geeft aan Arnoud van der Biestraten het goed te Gilze, dat eerder door Jacob, deken van Hilvarenbeek, aan de kapelanie te Thorn is geschonken, tegen een jaarlijkse cijns, die tevens gevestigd wordt op Arnouds huis en hof met 3½ bunder land én het herengeld.
Guda (van Rennenberg), abdis van Thorn, geeft aan Arnoud van der Biestraten het goed te Gilze, eerder door Jacob, deken van Hilvarenbeek, aan de kapelanie te Thorn geschonken, tegen een jaarlijkse cijns van vijf sister rogge die tevens gevestigd wordt op Arnouds huis en hof met 3½ bunder land én het herengeld van twintig schelling.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 79.
Uitgave
a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 1022-1024, nr. 1381, naar A.

Nummer 67
Gerhard, proost van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, oorkondt dat hij het kapittelbesluit goedkeurt om de prebende van het tweede jaar na het overlijden van een kanunnik aan de kerkfabriek toe te kennen.
Gerhard, proost van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, oorkondt dat hij het kapittelbesluit goedkeurt om de prebende van het tweede jaar na het overlijden van een kanunnik aan de kerkfabriek toe te kennen.
Origineel
[A]. Niet voorhanden.
Afschriften
B. 1291 februari 20, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 122, vidimus door rooms-koning Rudolf I, naar [A]. – C. tweede helft 14e eeuw, Ibidem, idem, inv. nr. 10 (cartularium) = [Liber privilegiorum], fol. 37r-37v (= nieuwe fol. 49r-49v), nr. 114, onvolledig (enkel invocatio), naar B. – D. 17e eeuw, Ibidem, idem, inv. nr. 13 (cartularium) = [Liber privilegiorum et bonorum], fol. 98r-99r, onder de rubriek: Constituitur seu annuitur et confirmatur annus fabrice ut ante fol. 97, anno 1293, mogelijk naar A. – [E]. niet voorhanden, maar bekend uit F, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 111v. – F. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 10-11, onder de rubriek: Annuitur et confirmetur annus fabrice a preposito Sancti Servatii ut ille relictus sit a capitulo ad perpetuum, den 9 januarii 1293, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, mogelijk naar D.
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
De Borman, ‘Notice’, 53. – Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 265, nr. 225.
Datering
Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Samenhang en tekstuitgave
De tekst is uitgegeven op basis van B. Voor het vidimus door rooms-koning Rudolf I d.d. 1291 februari 20, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 68.
Nummer 68
Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn enerzijds en Jacob, pastoor van Gilze, anderzijds sluiten ten overstaan van meester Pieter van Awans, openbaar notaris, een overeenkomst inzake tienden te Gilze, Molenschot, Bavel, Chaam, Lijndonk, Tervoort, Ginneken, Ulvenhout, Galder, Notsel, IJpelaar, Princenhage, Effen, Burgst, Overveld, Etten en Sprundel en vragen goedkeuring en bevestiging van deze regeling aan de bisschop van Luik; het kathedrale kapittel van Luik bezegelt op verzoek van beide partijen mede.
Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn enerzijds en Jacob, pastoor van Gilze, anderzijds sluiten ten overstaan van meester Pieter van Awans, openbaar notaris, een overeenkomst inzake tienden te Gilze, Molenschot, Bavel, Chaam, Lijndonk, Tervoort, Ginneken, Ulvenhout, Galder, Notsel, IJpelaar, Princenhage, Effen, Burgst, Overveld, Etten en Sprundel en vragen goedkeuring en bevestiging van deze regeling aan de bisschop van Luik; het kathedrale kapittel van Luik bezegelt op verzoek van beide partijen mede.
Origineel
[A]. Niet voorhanden.
Uitgave
a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 1058-1062, nr. 1399.

Nummer 68
Rooms-koning Rudolf I verklaart dat hij de oorkonde van Gerhard, proost van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, gedateerd op 3 januari 1291, waarin deze het kapittelbesluit goedkeurt om de prebende van het tweede jaar na het overlijden van een kanunnik aan de kerkfabriek toe te kennen, heeft gezien die niet doorgehaald noch uitgewist is en geeft daarvan de tekst weer.
Rooms-koning Rudolf I vidimeert en bevestigt op verzoek van Gerhard, proost van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, de oorkonde d.d. 1291 januari 3 waarin deze het kapittelbesluit goedkeurt om de prebende van het tweede jaar na het overlijden van een kanunnik aan de kerkfabriek toe te kennen.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 122.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Confirmatio regis Rodulphi super fabrica (hierna aangevuld door andere hand) quod fructus pro secundo anno debeant spectare ad fabricam / C20. – 2o door 15e-eeuwse hand: Q m / I. / R. II n. – 3o door 16e-eeuwse hand: Anno 1291. – 4o door 17e-eeuwse hand: In capsa imperialium.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, van gele was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 50.
Afschriften
B. tweede helft 14e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 10 (cartularium) = [Liber privilegiorum], fol. 37r-37v (= nieuwe fol. 49r-49v), nr. 114, naar A. – C. 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 31 (cartularium), fol. 196v-197v, onder de rubriek: Item tenores omnium et singulorum exhiborum sequuntur per ordinem in hunc modum et sunt tales, en onder caput: Item tenores litterarum imperialium recordacionis illustrissimi principis domini Rudolpi, Romanorum regis, sigillo eius ut apparuit regio albe cere rotundo in filis sericis rubei et viridis coloris impendente in quo ymago imperatoris in dextra ceptrum regale, in sinistra vero pommum imperiale, cruce superposita gestante in circumferentia vero hii caracteres: Rudolphus, Romanorum rex, semper augustus, expressi habebant bullatarum et sigillatarum sequuntur tales, naar A. – D. 17e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 54v-56r, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: Confirmat imperator Rodolphus quod post obitum canonicorum fructui secundi anni cedent fabrice, mogelijk naar A. – E. 1640, Ibidem, idem, inv. nr. 1741 (cartularium) = Liber sive regestum originis ecclesie Sancti Seruatii Traiec[tensis] illiusque privilegiorum, donationum ac iurium ex originalibus et libro chartarum manu Ioannis Choris, receptoris capituli, descriptorum, p. 93-94, onder de rubriek: Confirmat privilegium de anno fabrice, naar A. – F. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 469, onder de rubriek: Rudolphus, Romanorum rex, confirmat privilegium de anno fabrice in ecclesia Sancti Servatii, Xmo calendas martii anno 1291, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, naar B.
Uitgaven
a. Bock en Willemsen, Antiquités sacrées, Appendices, nr. 4, naar C. – b. Winkelmann, Acta imperii II, 143-144, nr. 194, naar een afschrift uit een cartularium in Parijs, Bibliothèque Nationale, verkregen via G. Waitz.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 266, nr. 227. – Haas, Chronologische lijst, 89, nr. 240. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 65, nr. 122.
Datering
Het gebruik van de kerststijl in de koninklijke kanselarij is aangenomen, zie Grotefend, Taschenbuch, 12. Het uitvaardigingsjaar 1291 stemt overeen met het achttiende regeringsjaar van rooms-koning Rudolf I, dat loopt van 23 oktober 1290 tot en met 22 oktober 1291. Een datering naar boodschapstijl of paasstijl is uitgesloten, aangezien rooms-koning Rudolf I op 15 juli 1291 is overleden.
Samenhang
Voor de gevidimeerde oorkonde van Gerhard, proost van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, d.d 1291 januari 3, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 67.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

Nummer 69
Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn enerzijds en Willem van Buggenum, pastoor van Beek, anderzijds sluiten ten overstaan van meester Pieter van Awans, openbaar notaris, een overeenkomst inzake tienden te Beek en vragen goedkeuring en bevestiging van deze regeling aan de bisschop van Luik; het kathedrale kapittel van Luik bezegelt op verzoek van beide partijen mede.
Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn enerzijds en Willem van Buggenum, pastoor van Beek, anderzijds sluiten ten overstaan van meester Pieter van Awans, openbaar notaris, een overeenkomst inzake tienden te Beek en vragen goedkeuring en bevestiging van deze regeling aan de bisschop van Luik; het kathedrale kapittel van Luik bezegelt op verzoek van beide partijen mede.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 83.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Pastorem de Beke. – 2o door 15e-eeuwse hand: De Beke, a b. – 3o door 17e-eeuwse hand: Concordia inter dominam abbatissam et capitulum Thorensem ex una et pastorem de Beeck prope Bree super decimis novis et antiquis, 1299, Q doorgestreept. – 4o door 18e-eeuwse hand: B.
Bezegeling en bekrachtiging: vier bevestigingsplaatsen voor de aangekondigde zegels van de abdis van Thorn, het convent van Thorn, Willem van Buggenum, pastoor van Beek, en het kapittel van Luik (LS1, LS2, LS3 en LS4), en voorzien van het signet van notaris Pieter van Awans.
Afschriften
[B]. 1302 maart 9, niet voorhanden, maar bekend uit C, vidimus door Adolf, bisschop van Luik, van [A]. – C. 18e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1629 = Codex of cartularium IV, 992-1762 (band notariële afschriften abdij Thorn), p. 63-65, eenvoudig afschrift, naar [B]. – D. 18e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1629 = Codex of cartularium IV, 992-1762 (band notariële afschriften abdij Thorn), p. 71-72, eenvoudig afschrift, naar [A]. – E. 18e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1629 = Codex of cartularium IV, 992-1762 (band notariële afschriften abdij Thorn), p. 73-75, eenvoudig afschrift, naar [B].
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regest
Habets, Archieven Thorn, I, 79-80, nr. 83.

Nummer 69
Rechter en schepenen van de hof van Lenculen oorkonden dat Jan de Molendino eeuwige vrijwaring heeft beloofd aan Hendrik de Molendino, zijn bloedverwant, voor een jaarlijkse cijns van negen schelling, gevestigd op de scheermolen (te Maastricht), die hij hem heeft verkocht onder verband van al zijn goederen die hij van de hof van Lenculen houdt, en in het bijzonder van een jaarlijkse cijns van negen schelling en negen kapoenen.
Rechter en schepenen van de hof van Lenculen oorkonden dat Jan de Molendino eeuwige vrijwaring heeft beloofd aan Hendrik de Molendino, zijn bloedverwant, voor een jaarlijkse cijns van negen schelling, gevestigd op de scheermolen (te Maastricht), die hij hem heeft verkocht onder verband van al zijn goederen die hij van de hof van Lenculen houdt, en in het bijzonder van een jaarlijkse cijns van negen schelling en negen kapoenen.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 462. Beschadigd.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Littera quod de (verbeterd uit I) wanrandia (aldus) ad molendinum dictum scermolen. – 2o door 15e-eeuwse hand: In Platea Lenculensi / R. – 3o door 15e-eeuwse hand: 150. – 4o door 16e-eeuwse hand: 1290.
Bezegeling: acht bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de zegels van de rechter en schepenen van de hof van Lenculen, die niet aangekondigd zijn (LS1, LS2, LS3, LS4, LS5, LS6, LS7 en LS8). De negende incisie diende mogelijk voor het transfigeren van een inmiddels losgeraakte oorkonde.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 82-83 (met onvolledige vertaling), nr. 1291.03.17, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 34, nr. 21. – Haas, Chronologische lijst, 90, nr. 241. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 103, nr. 462.
Lokalisering
Blijkens de dorsale aantekening was de scheermolen gelegen in de Lenculenstraat te Maastricht.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 38 onder Ontstaan.
Datering
Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Nummer 70
Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn enerzijds en Jan van Baexem, pastoor van Thorn, anderzijds sluiten ten overstaan van meester Pieter van Awans, openbaar notaris, een overeenkomst inzake tienden te Beersel, Thorn, Haler, Stramproy en Baexem en vragen goedkeuring en bevestiging van deze regeling aan de bisschop van Luik; het kathedrale kapittel van Luik bezegelt op verzoek van beide partijen mede.
Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn enerzijds en Jan van Baexem, pastoor van Thorn, anderzijds sluiten ten overstaan van meester Pieter van Awans, openbaar notaris, een overeenkomst inzake tienden te Beersel, Thorn, Haler, Stramproy en Baexem en vragen goedkeuring en bevestiging van deze regeling aan de bisschop van Luik; het kathedrale kapittel van Luik bezegelt op verzoek van beide partijen mede.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 85. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door eind 13e-eeuwse hand: Instrumentum ecclesie de Thoren. – 2o door eind 13e/begin 14e-eeuwse hand: Instrumentum de Thoren. – 3o door 17e-eeuwse hand: [***] inter abbatissam [***] et pastorem de Thoren super decimis [***] 1299, Q doorgestreept. – 4o door 18e-eeuwse hand: I.
Bezegeling en bekrachtiging: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van Guda van Rennenberg, abdis van Thorn, van groene was, beschadigd; en drie bevestigingsplaatsen voor de aangekondigde zegels van het convent van Thorn, Jan van Baexem, pastoor van Thorn, en het kapittel van Luik (LS2, LS3 en LS4), en voorzien van het signet van notaris Pieter van Awans. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 34.
Afschriften
[B]. 1302 maart 9, niet voorhanden, maar bekend uit C, vidimus door Adolf, bisschop van Luik, van [A]. – C. eerste helft 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628 (voorheen cartularium nr. 1) = Cartularium abbatiae imperialis Thorensis, 966-1600, p. 99-102 (oude fol. 54r-55v), onder de rubriek: E, Item de eodem, Littera confirmationis et approbationis prefate concordie domini Hugonis, episcopi Leodiensis, naar [B].
Uitgave
a. Creemers, ‘Aanteekeningen’, 118-121, naar C.
Regest
Habets, Archieven Thorn, I, 80-82, nr. 85.
Tekstuitgave
De lacunes in A zijn aangevuld naar C.
Nummer 70
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Ida, weduwe van Boudewijn Pape, en zijn kinderen Ida, Hendrik, Godfried en Jan afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns van twaalf schelling Luiks en twee kapoenen als allodium, gevestigd op een huis aan de Jeker, tegenover de Sint-Hilariuskerk (te Maastricht), bij de Stenen Brug, ten behoeve van Tiloy de Cervo, wijnboer, en zijn erfgenamen.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Ida, weduwe van Boudewijn Pape, en zijn kinderen Ida, Hendrik, Godfried en Jan afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns van twaalf schelling Luiks en twee kapoenen als allodium, gevestigd op een huis aan de Jeker, tegenover de Sint-Hilariuskapel (te Maastricht), bij de Stenen Brug, ten behoeve van Tiloy de Cervo, wijnboer, en zijn erfgenamen.
Origineel
[A]. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 728, getransfigeerd aan een aantal veertiende- en vijftiende-eeuwse oorkonden. Thans onvindbaar.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 86-87 (met onvolledige vertaling), nr. 1291.05.15, naar [A].
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 34, nr. 22. – Haas, Chronologische lijst, 91, nr. 244. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 138, nr. 728.
Tekstuitgave
Bij ontstentenis van het origineel is onderhavige oorkonde uitgegeven naar a.

Nummer 71
Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn enerzijds en de pastoors van Oeteren, Gilze, Thorn, Beek, Eisden en Baarle anderzijds benoemen ten overstaan van meester Pieter van Awans, openbaar notaris, Robert van Millen en Willem van Hers tot hun procuratoren om de goedkeuring te bewerkstelligen door de bisschop van Luik of de paus van de overeenkomsten, gesloten door abdis, convent en de pastoors inzake de tienden en andere rechten binnen hun parochies; het kathedrale kapittel te Luik bezegelt op verzoek van alle partijen mede.
Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn enerzijds en de pastoors van Oeteren, Gilze, Thorn, Beek, Eisden en Baarle anderzijds benoemen ten overstaan van meester Pieter van Awans, openbaar notaris, Robert van Millen en Willem van Hers tot hun procuratoren om de goedkeuring te bewerkstelligen door de bisschop van Luik of de paus van de overeenkomsten, gesloten door abdis, convent en de pastoors inzake de tienden en andere rechten binnen hun parochies; het kathedrale kapittel te Luik bezegelt op verzoek van alle partijen mede.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 81.
Uitgave
a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 1063-1065, nr. 1400, naar A.

Nummer 71
Jan I, hertog van Lotharingen, Brabant en Limburg, gelast zijn schout te Maastricht om de kanunniken van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht goede vredebrieven te verlenen voor de processen en twisten die hun bloedverwanten met anderen hebben, mits de kanunniken deze niet naar zich toetrekken en er zich niet mee inlaten.
Jan I, hertog van Lotharingen, Brabant en Limburg, gelast zijn schout te Maastricht om de kanunniken van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht goede vredebrieven te verlenen voor de processen en twisten die hun bloedverwanten met anderen hebben, mits de kanunniken deze niet naar zich toetrekken en er zich niet mee inlaten.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 63.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Littera domini .. (hierna bovengeschreven door latere hand) Iohannis, ducis Brabantie, super treugis et assecuratione canonicorum / 28. – 2o door 16e-eeuwse hand: R. LIIII / anno 1292. – 3o door 17e-eeuwse hand: In capsa ducalium / excopiatum / 7 / g 6. – 4o door 18e-eeuwse hand: Cap. 4.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat niet aangekondigd is, namelijk: S1 van Jan I, hertog van Brabant, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 52.
Afschrift
B. 17e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 4v-5r, onder caput: Ducalia, en onder de rubriek: Littera ducis Brabantie super treugis et assecuratione canonicorum, gewaarmerkt afschrift door Hendrik Lenssens, kapittelsecretaris en openbaar notaris, geadmitteerd door de Raad van Brabant, naar A..
Uitgave
Niet eerder uitgegeven.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 267, nr. 229. – Haas, Chronologische lijst, 93, nr. 250. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 54, nr. 63.

Nummer 72
Adolf van Scherfte, Willem van Vormesnijt en Willem van Kemenade, ridders, verklaren dat Geertrui, weduwe van Gerlach van Übach, en haar zonen Jan, Willem, Dirk en Gerlach voldoende gecompenseerd zijn door Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van Thorn omwille van de gevangenschap van Gerlach door een zekere persoon, bijgenaamd Wraedsche.
Adolf van Scherfte, Willem van Vormesnijt en Willem van Kemenade, ridders, verklaren dat Geertrui, weduwe van Gerlach van Übach, en haar zonen Jan, Willem, Dirk en Gerlach voldoende gecompenseerd zijn door Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van Thorn omwille van de gevangenschap van Gerlach door een zekere persoon, bijgenaamd Wraedsche.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 87.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 17e-eeuwse hand: Ein sohns etliger mitt der abdissen, 1299. – 2o door 18e-eeuwse hand: V boven doorgestreepte O, Z?.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S3 van Willem van Kemenade, van witte was, beschadigd; en twee bevestigingsplaatsen voor de aangekondigde zegels van Adolf van Scherfte en Willem van Vormesnijt (LS1 en LS2). Voor een beschrijving en afbeelding van S3, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 45-46.
Uitgaven
a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 94, nr. 61, naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 82-83, nr. 87, naar a.
Regest
Haas, Chronologische lijst, 104-105, nr. 289 (gedateerd 1299 juni 23).

Nummer 72
Lambert van Maastricht genaamd van Sint-Hilarius, openbaar notaris, oorkondt dat in aanwezigheid van getuigen en van deken en kapittel van Sint-Servaas te Maastricht enerzijds en Udo van Colmont, pastoor van Heer, anderzijds een document is voorgelezen waarin Udo ten behoeve van de Sint-Servaaskerk afstand heeft gedaan van alle rechten die hij op de novale tienden te Heer zou kunnen hebben, en dat Udo heeft verklaard dat dit alles waar is.
Lambert van Maastricht genaamd van Sint-Hilarius, openbaar notaris, oorkondt dat in aanwezigheid van getuigen en van deken en kapittel van Sint-Servaas te Maastricht enerzijds en Udo van Colmont, pastoor van Heer, anderzijds een document is voorgelezen waarin Udo ten behoeve van de Sint-Servaaskerk afstand heeft gedaan van alle rechten die hij op de novale tienden te Heer zou kunnen hebben, en dat Udo heeft verklaard dat dit alles waar is.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 384.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Compositio inter capitulum et investitum (eerste letter verbeterd uit U door schrijfhand) ecclesie de et (aldus) Here. – 2o door 15e-eeuwse hand: NXXX. – 3o door 16e-eeuwse hand: 1292 / in capsula Heer / excopiatum numero 3. – 4o door 17e-eeuwse hand: 55 / cap. 52.
Bezegeling en bekrachtiging: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Udo van Colmont, pastoor van Heer (LS1); alsmede het signet van Lambert van Maastricht, openbaar notaris.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Habets, ‘Codex diplomaticus’, 47-19, nr. 84, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 267-268, nr. 230. – Haas, Chronologische lijst, 93, nr. 251. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 94, nr. 384.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.
Nummer 73
Raas II van Gavere, heer van Liedekerke en Breda, erkent na onderzoek dat de heren van Breda geen recht hebben op het patronaatsrecht van de kerk van Etten, en dat de pastoor van Gilze het presentatie- en collatierecht bezit.
Raas II van Gavere, heer van Liedekerke en Breda, erkent dat de heren van Breda geen recht hebben op het patronaatsrecht van de kerk van Etten, en dat de pastoor van Gilze het presentatie- en collatierecht bezit.
Origineel
[A]. Niet voorhanden.
Afschrift
B. 1611 mei 7, Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1629 = Codex of cartularium IV, 992-1762 (band notariële afschriften abdij Thorn), ongefol., gewaarmerkt afschrift door P. Gillis, griffier van de Raad van Brabant, naar een verloren gegaan register met afschriften.
Uitgave
a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 1083-1086, nr. 1410.

Nummer 73
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Ida van de Hoge Brug, begijn, nicht van Marsilius, afstand heeft gedaan van een jaarlijkse cijns van vijftien schelling Luiks en één kapoen, gevestigd op haar goederen in de Hoge Brug (te Maastricht) ten behoeve van Jutta, begijn, dochter van Reinier van Susghen.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Ida van de Hoge Brug, begijn, nicht van Marsilius, afstand heeft gedaan van een jaarlijkse cijns van vijftien schelling Luiks en één kapoen, gevestigd op haar goederen in de Hoge Brug (te Maastricht) ten behoeve van Jutta, begijn, dochter van Reinier van Susghen.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 463-1. Getransfigeerd aan de oorkonde d.d. 1294 juni 25 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 74).
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: XV solidos, I caponem. – 2o door 15e-eeuwse hand: In Alto Ponte. – 3o door 16e-eeuwse hand: Littera Iutte de Susghen / non invenitur in registro / 79. – 4o door 16e-eeuwse hand: R 96 / 1293 / X 24.
Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die niet aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Jan Suevus, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S2 tweede zegel van Bruno supra Domum, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2, zie respectievelijk Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 162, en Idem, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 177, nr. 41.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 95-96 (met onvolledige vertaling), nr. 1293.10.23, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 39, nr. 31. – Haas, Chronologische lijst, 95-96, nr. 259. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 103, nr. 463.
Lokalisering
De Altus Pons is de Sint-Bernardusstraat, vroeger de Helstraat, te Maastricht, zie Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 185, noot 56.
Ontstaan en samenhang
Onderhavige oorkonde is geschreven door een scriptor die twee originele schepenoorkonden van Maastricht mundeert voor de commandeur van de Duitse Orde en het klooster van Sint-Gerlach te Houthem d.d. 1293 mei 15 (zie Van Synghel, Oorkonden Sint-Gerlach, 165-166, nr. 38) en voor het Sint-Servaaskapittel te Maastricht d.d. 1296 februari 25 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 78). Bijgevolg kan deze scriptor worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht. Voor de oorkonde d.d. 1294 juni 25, waar onderhavige oorkonde als transfix aan bevestigd is, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 74.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.
Nummer 74
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jutta, begijn, dochter van Reinier van Susghen, afstand heeft gedaan van een jaarlijkse cijns van vijftien schelling Luiks en één kapoen, zoals vermeld in de getransfigeerde oorkonde d.d. 1293 oktober 23, ten behoeve van deken en kapittel van Sint-Servaas te Maastricht ten bate van de feestelijkheden die Jan, priester, gewezen gasthuismeester, heeft ingesteld op het feest van de heilige Barbara, en voor zijn jaargetijde.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jutta, begijn, dochter van Reinier van Susghen, afstand heeft gedaan van een jaarlijkse cijns van vijftien schelling Luiks en één kapoen, zoals vermeld in de getransfigeerde oorkonde d.d. 1293 oktober 23, ten behoeve van deken en kapittel van Sint-Servaas te Maastricht ten bate van de feestelijkheden die Jan, priester, gewezen gasthuismeester, heeft ingesteld op de feestdag van de heilige Barbara, en voor zijn jaargetijde.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 463-2. Met de getransfigeerde oorkonde d.d. 1293 oktober 23.
Aantekening op de voorzijde van de pliek: 1o door 13e-eeuwse hand: Per Sylogum 4. Geen aantekeningen op de achterzijde.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat niet aangekondigd is, namelijk: S2 tweede zegel van Olbert Colsop, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd; en één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het zegel van Florens, (zoon van wijlen Gozewijn Rufus), dat niet aangekondigd is (LS1). Voor een beschrijving en afbeelding van S2, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 175, afb. 32.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 127-128 (met onvolledige vertaling), nr. 1294.06.25 (1), naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 40, nr. 32. – Haas, Chronologische lijst, 98, nr. 267. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 103, nr. 463.
Samenhang
Voor de getransfigeerde oorkonde d.d. 1293 oktober 23, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 73.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Nummer 75
De officiaal van het hof van Luik doet uitspraak in een proces tussen het Sint-Servaaskapittel te Maastricht enerzijds en Willem, heer van Horn, ridder, anderzijds inzake de rechten en bezittingen van het Sint-Servaaskapittel te Weert en hij wijst de hoge en lage rechtspraak, de aanstelling van schout en schepenen, een deel van de tienden en andere bezittingen en inkomsten aldaar toe aan het kapittel.
De officiaal van het hof van Luik doet uitspraak in een proces tussen het Sint-Servaaskapittel te Maastricht enerzijds en Willem, heer van Horn, ridder, anderzijds inzake de rechten en bezittingen van het Sint-Servaaskapittel te Weert en hij wijst de hoge en lage rechtspraak, de aanstelling van schout en schepenen, een deel van de tienden en andere bezittingen en inkomsten aldaar toe aan het kapittel.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 885. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Sententia diffinitiva per quam adiudicantur capitulo alta et bassa iurisdictio ville de Werta et plura alia iura (hierna toegevoegd door 16e-eeuwse hand): per officialem Leodiense, XIX. – 2o door 16e-eeuwse hand: 19 / B II / 1295.
Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van het officialaat van Luik (SD1).
Afschriften
[B]. niet voorhanden, maar bekend uit C, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 92. – C. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 479-484, onder de rubriek: Sententia per compromissum data ab officiale Leodiense de bonis, iurisdictione, decimis, liberis et aliis iuribus in villa de Werth pertinentibus ad capitulum Sancti Servatii contra comitem Lossensem, in vigilia Pentecostes 1295, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, mogelijk naar [B].
Uitgave
a. Hackeng, Het middeleeuwse grondbezit, 321-325, nr. 102a (onvolledig), naar A.
Regesten
Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 269-270, nr. 232 (gedateerd 1294 mei 21). – Haas, Chronologische lijst, 99, nr. 270. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 158, nr. 885.
Samenhang
In onderhavige oorkonde is de invocatio en intitulatio alsmede de datatio uit de oorkonde van rooms-koning Hendrik IV d.d. 1062 geïnsereerd (zie Collectie Sint-Servaas, nr. 1).
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Nummer 76
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Basilea en Mathilde, dochters van Boudewijn de Molendino, een jaarlijkse cijns van zeven schelling Luiks, gevestigd op een huis op de Kersenmarkt (te Maastricht), hebben overgedragen aan Jan, kanunnik van de kerk van Xanten, ten behoeve van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Basilea en Mathilde, dochters van Boudewijn de Molendino, een jaarlijkse cijns van zeven schelling Luiks, gevestigd op een huis op de Kersenmarkt (te Maastricht), hebben overgedragen aan Jan, kanunnik van de kerk van Xanten, ten behoeve van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 465.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: De VII solidis quos Gerardus supra Viam solvit. – 2o door 15e-eeuwse hand: In Foro Cerisorum ex opposito domus scabinorum in ordone. – 3o door 15e-eeuwse hand: 47 / 340. – 4o door 16e-eeuwse hand: 1295.
Bezegeling: twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de niet aangekondigde zegels van Godfried, zoon van Florens, en Jan van Mulken, schepenen van Maastricht (LS1 en LS2).
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 136-137 (met onvolledige vertaling), nr. 1295.10.06, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 44-45, nr. 41. – Haas, Chronologische lijst, 100, nr. 274. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 103, nr. 465.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Nummer 77
Willem van Sint-Servaas, schepen en plaatsvervanger van de schout Godfried van Colmont, en de schepenen van Sint-Pieter oorkonden dat Ida, echtgenote van Hendrik Mulart, en haar broers Folkwin en Reinier Schecters afstand hebben gedaan van een jaarlijkse erfcijns van twintig schelling Luiks, gevestigd op goederen van Ida die gelegen zijn op het eiland over de Oude Maas, ten behoeve van deken en kapittel van Sint-Servaas te Maastricht voor het jaargetijde van Reinier, deken van Xanten.
Willem van Sint-Servaas, schepen en plaatsvervanger van de schout Godfried van Colmont, en de schepenen van Sint-Pieter oorkonden dat Ida, echtgenote van Hendrik Mulart, en haar broers Folkwin en Reinier Schecters afstand hebben gedaan van een jaarlijkse erfcijns van twintig schelling Luiks, gevestigd op goederen van Ida die gelegen zijn op het eiland over de Oude Maas, ten behoeve van deken en kapittel van Sint-Servaas te Maastricht voor het jaargetijde van Reinier, deken van Xanten.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 835. Beschadigd met tekstverlies.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: De [***]. – 2o door 16e-eeuwse hand: 1295. – 3o door 16e-eeuwse hand: 93 / 203.
Bezegeling: vijf nog zichtbare bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de zegels van de schepenen van Sint-Pieter, die niet aangekondigd zijn.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 138-139 (met onvolledige vertaling), nr. 1295.12.28, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 45, nr. 42. – Haas, Chronologische lijst, 100-101, nr. 275. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 152, nr. 835.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar. De lacunes in A zijn waar mogelijk aangevuld.

Nummer 78
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Reinier, Parcifal, Anton, Homedeus Petrus en hun medegezellen, lombarden te Maastricht, afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns van vier mark Luiks, gevestigd op huizen in de Raamstraat en de Grachtstraat (te Maastricht), ten behoeve van deken en kapittel van Sint-Servaas te Maastricht.
Schepenen van Maastricht oorkonden dat Reinier, Parcifal, Anton, Homedeus Petrus en hun medegezellen, lombarden te Maastricht, afstand hebben gedaan van een jaarlijkse cijns van vier mark Luiks, gevestigd op huizen in de Raamstraat en de Grachtstraat (te Maastricht), ten behoeve van deken en kapittel van Sint-Servaas te Maastricht.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 466.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Littere de quatuor marcis de bonis Henrici Mulen. – 2o door 15e-eeuwse hand: De IIII marcis. – 3o door 15e-eeuwse hand: Littera de domo Iohannis de Viseto. – 4o door 16e-eeuwse hand: 113. – 5o door 16e-eeuwse hand: R 3A. – 6o door 16e-eeuwse hand: 1295.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat niet aangekondigd is, namelijk: S2 van Jan Borneken, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd; en één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het zegel van Florens, (zoon van wijlen Gozewijn Rufus), dat niet aangekondigd is (LS1). Voor een beschrijving en afbeelding van S2, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 176, nr. 48, en 177.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 141-142 (met onvolledige vertaling), nr. 1296.02.25, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 46, nr. 43. – Haas, Chronologische lijst, 101, nr. 277. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 103, nr. 466.
Datering
Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.
Ontstaan
Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 73 onder Ontstaan en samenhang.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.

Nummer 79
Schepenen van beide gerechten van Maastricht oorkonden dat Oger van Borgharen, ridder, voogd van Maastricht, de inkomsten die wijlen Jan, zijn zoon, kanunnik van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, had verworven van de broeders van de Biesen te Maastricht, heeft overgedragen aan de provisoren van de Tafel van de Heilige Geest te Maastricht ten bate van drie jaargetijden, namelijk voor hemzelf, voor zijn echtgenote Oda en voor zijn zoon Jan.
Schepenen van beide gerechten van Maastricht oorkonden dat Oger van Borgharen, ridder, voogd van Maastricht, de inkomsten die wijlen Jan, zijn zoon, kanunnik van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht, had verworven van de broeders van de Biesen te Maastricht, heeft overgedragen aan de provisoren van de Tafel van de Heilige Geest te Maastricht ten bate van drie jaargetijden, namelijk voor hemzelf, voor zijn echtgenote Oda en voor zijn zoon Jan.
Originelen
A1. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002H, archief Broederschap der kapelanen van Sint-Servaas te Maastricht, 1139-1797, inv. nr. 196. Gelinieerd. Deze oorkonde is getransfigeerd door andere schepenoorkonden.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: De XV solidis ad Sanctum Spiritum. – 2° door 15e-eeuwse hand: Littera advocati de censibus (en door andere hand toegevoegd) Sancti Spiritus. – 3° door 15e-eeuwse hand: Datum M° CC XCVI°.
Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S2 van de Luikse stedelijke gemeenschap van Maastricht, van bruine was, beschadigd; en één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van de Brabantse stedelijke gemeenschap van Maastricht (LS1). Voor een beschrijving en afbeelding van S2, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 56. Tevens zijn er nog vijf incisies voor de doorgehaalde zegelstaarten van de twee getransfigeerde oorkonden.
A2. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D028, archief Klooster der Predikheren te Maastricht, 1261-179, inv. nr. 85.
Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Littera de XV solidis ex parte domini advocati (hierna door andere hand) quos Spiritus Sancti provisores persolvent conventui / hieronder B III ff + doorgestreept. – 2o door 16e-eeuwse hand: 1295. – 3o door 18e-eeuwse hand: B (hierna 48 doorgestreept) 47, de 15 solidis quos reliqua confertur dominus de Haeren et advocatus Traiectensis pro suo anniversario, ad onus Sancti Spiritus, 1296.
Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 de Luikse stedelijke gemeenschap van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S2 van de Brabantse stedelijke gemeenschap, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2, zie Venner, ‘Zegels’, nrs. 56 en 57.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgaven
a. Doppler, ‘Schepenbrieven’, 47-48, nr. 45, naar A1. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 147-148 (met onvolledige vertaling), nr. 1296.11.30(1), naar A1.
Regesten
Haas, Chronologische lijst, 102, nr. 280. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 226, nr. 196.
Ontstaan
Onderhavige oorkonde is in tweevoud opgemaakt, waarvan één exemplaar in het archief van het Sint-Servaaskapittel berust en één in dat van de Predikheren te Maastricht. Beide originelen zijn door dezelfde hand geschreven.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar. De varianten van A2 staan in het notenapparaat, met uitzondering van de afkortingen.

Nummer 80
Ontvanger en schepenen van de hof van Lenculen oorkonden dat Diborg van Hasselt afstand heeft gedaan van een huis met de aangrenzende hof (te Maastricht), ressorterend onder de hof van Lenculen, ten behoeve van Arnoud, haar kleinzoon.
Ontvanger en schepenen van de hof van Lenculen oorkonden dat Diborg van Hasselt afstand heeft gedaan van een huis met de aangrenzende hof (te Maastricht), ressorterend onder de hof van Lenculen, ten behoeve van Arnoud, haar kleinzoon.
Origineel
A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002H, archief Broederschap der kapelanen van Sint-Servaas te Maastricht, 1139-1797, inv. nr. 334.
Geen aantekeningen vóór 1800 op de achterzijde.
Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die niet aangekondigd zijn, namelijk: S2 tweede zegel van Olbert Colsop, schepen van de hof van Lenculen, van bruine was, beschadigd. – S6 van Philips, schepen van de hof van Lenculen, van bruine was, beschadigd; en zes bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de zegels van de ontvanger van de hof van Lenculen en van Jan Borneken, Florens, (zoon van wijlen Gozewijn Rufus), Adolf, Hendrik de Molendino en Gillis van Hepeneert, schepenen van de hof van Lenculen, die niet aangekondigd zijn (LS1, LS3, LS4, LS5, LS7 en LS8). Voor een beschrijving en afbeelding van S2 en S6, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 174-175, afb. 32, en hierna Idem, ‘Zegels’, nr. 61.
Afschrift
Niet voorhanden.
Uitgave
a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 163 (met onvolledige vertaling), nr. 1300.08.18, naar A.
Regesten
Doppler, ‘Schepenbrieven’, 50, nr. 50. – Haas, Chronologische lijst, 106, nr. 293. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 244, nr. 334.
Lokalisering
Volgens Doppler, ‘Schepenbrieven’, 50, is ‘commune’ mogelijk te identificeren met de Commende, Comena, Kommel, Kommelstraat.
Tekstuitgave
Het onderscheid tussen c en t is niet altijd goed zichtbaar.
Er komen in onze database geen oorkonden voor die overeenkomen met de zoekwoorden of filters die heeft toegepast. Reset alle filters en probeer opnieuw.
partners
donateurs









