Oorkonden

Een overzicht van alle oorkonden

Filters
Filters
Filter op collectie
Filter op type
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.
Tag
2 van 4 oorkonden weergegeven
Thorn

Nummer 21

Juridisch
1265 september 30

Engelbert van Isenburg, aartsdiaken van Luik, en meester Reinier, scholaster in Tongeren en provisor van Hendrik III, bisschop van Luik, maken na nauwkeurig onderzoek een eind aan het geschil tussen de aartsdiaken enerzijds en de kanunniken en kloosterzusters van Thorn anderzijds betreffende de ontvangst van de tiend van Mertersem en toebehoren. Alleen de tiend van Gilze, Burgst en Overveld, die binnen het tiendgebied van de kerk van Mertersem ligt, komt toe aan de pastoor van de kerk van Gilze. De rest van de tiend van Mertersem zal voor altijd naar de vermeerdering van de prebenden van de kanunniken en kloosterzusters van Thorn gaan.

Engelbert van Isenburg, aartsdiaken van Luik, en meester Reinier, scholaster in Tongeren en provisor van Hendrik III, bisschop van Luik, beslechten het geschil tussen de aartsdiaken enerzijds en de kanunniken en kloosterzusters van Thorn anderzijds inzake de tienden van Mertersem, Burgst en Overveld.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 2222.

Uitgave

a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 379-381, nr. 1060, naar A.

Sint-Gerlach

Nummer 21

Economisch
1273 mei 19

Walram, heer van Valkenburg en Monschau, heeft op advies van zijn raadsmannen ridder Arnoud, heer van Stein, ridder Gozewijn van Borgharen, ridder Jan van Haasdal en van Raas van Printhagen dertig bunder bos van zijn bos van Buchoit verkocht aan Arnoud van Houthem.  Dit met de bedoeling dat er akkerland van is of wordt gemaakt. Deze dertig bunder zijn, net als de andere leengoederen die Arnoud van Houthem van Walram heeft, als leengoed overgedragen.

Walram, heer van Valkenburg en Monschau, maakt bekend dat hij in leen heeft gegeven aan Arnoud van Houthem dertig bunder bos van Buchoit, die hij op advies van zijn raadsmannen Arnoud, heer van Stein, Gozewijn van Borgharen, Jan van Haasdal, ridders, en Raas van Printhagen, aan hem had verkocht, samen met de andere leengoederen die Arnoud van hem houdt. 

Origineel

A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 179, reg. nr. 16.

Aantekeningen op achterzijde: 1º door 15e-eeuwse hand: De XXX bonaria terre. – 2º door 17e-eeuwse hand: 1273.

Bezegeling: één afhangend zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van Walram, heer van Valkenburg en Monschau, van witte was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 158-159.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 21, nr. 16, naar A.

Regesten

Haas, Inventaris Sint Gerlach, 73, reg. nr. 16. – Idem, Chronologische lijst, 66, reg. nr. 164.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Kloosterrade

Nummer 21

Economisch
1211 april

Hendrik I, hertog van Lotharingen en markgraaf, bevestigt op verzoek van abt en convent van Kloosterrade alsmede van zijn oom Hendrik III, hertog van Limburg, de schenking van de parochiekerk van Lommersum en de tienden ─ met inbegrip van het recht andere goederen die aan de kerk verbonden zijn, alsnog te verwerven ─, welke schenking destijds, bij haar intrede in het convent, door zijn overgrootmoeder Jutta, weduwe van Walram II, hertog van Limburg, aan de abdij is gedaan en die later door haar nakomelingen is bevestigd.

Hendrik I, hertog van Lotharingen en markgraaf, bevestigt op verzoek van abt en convent van Kloosterrade alsmede van zijn oom Hendrik III, hertog van Limburg, de schenking van de parochiekerk van Lommersum en de tienden ─ met inbegrip van het recht andere goederen die aan de kerk verbonden zijn, alsnog te verwerven ─, welke schenking destijds, bij haar intrede in het convent, door zijn overgrootmoeder Jutta, weduwe van Walram II, hertog van Limburg, aan de abdij is gedaan en die later door haar nakomelingen is bevestigd.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 802, 3.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 116-119, nr. 53, naar A.

Echtheid

Voor de eventuele onechtheid van deze oorkonde, zie de uitgave van Polak en Dijkhof.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 21

Economisch
1257 mei 12

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Benedicta, weduwe (van Adelbert van Wyck), en haar zonen Godfried en Jan, priesters, een jaarcijns van vijf schelling Luiks en twee kapoenen op een huis te Wyck (te Maastricht) hebben verkocht aan Jan van Wyck, zoon van Basilea.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Benedicta, weduwe (van Adelbert van Wyck), en haar zonen Godfried en Jan, priesters, een jaarcijns van vijf schelling Luiks en twee kapoenen op een huis te Wyck (te Maastricht) hebben verkocht aan Jan van Wyck, zoon van Basilea.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 443.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Littera V solidorum et II caponum tenetur relicta quondam Alberti in Wiic. – 2o door 16e-eeuwse hand: n 39. – 3o door 16e-eeuwse hand: 286 / 1257.

Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Boudewijn de Molendino, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S3 eerste zegel van Daniel supra Forum, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd; en één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Godfried, zoon van vrouwe Osa, schepen van Maastricht (LS2). Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S3, zie respectievelijk Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 161-162, en Idem, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 170-171, afb. 14.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgaven

a. Doppler, ‘Schepenbrieven’, 19-20, nr. 1, naar A. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 11-12 (met onvolledige vertaling), nr. 1257.05.12, naar A.

Regesten

Haas, Chronologische lijst, 51, nr. 110. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 100, nr. 443.

Identificatie

Blijkens de dorsale aantekening is Benedicta de weduwe van Adelbert van Wyck.

Ontstaan

Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert voor het Wittevrouwenklooster te Maastricht d.d. 1256 december 22 (zie Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D030, archief Klooster der Witte Vrouwen Maastricht, 1253-1796, inv. nr. 59), voor de Predikheren te Maastricht d.d. 1263 november 6 (zie Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D028, archief Klooster der Predikheren te Maastricht, 1261-179, inv. nr. 83) en voor twee begijnen d.d. 1267 januari 25 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 26). Bijgevolg kan deze scriptor worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

‍

Thorn

Nummer 22

Kerkelijk
(vóór 1265 april 3)

Hildegonde, abdis, en het convent van de abdij van Thorn verdelen op verzoek van Jan, proost, Gillis, deken, de aartsdiaken en het domkapittel te Luik alsmede met instemming van Marsilius, Gundulf en Nicolaas van Welheim, priesters, en Koenraad, kanunnik van Thorn, de kloostergoederen ter delging van de schulden.

Hildegonde, abdis, en het convent van de abdij van Thorn verdelen op verzoek van Jan, proost, Gillis, deken, de aartsdiaken en het domkapittel te Luik alsmede met instemming van Marsilius, Gundulf en Nicolaas van Welheim, priesters, en Koenraad, kanunnik van Thorn, de kloostergoederen ter delging van hun schulden. (Deperditum)

Vermelding

Deze oorkonde is bekend uit de dispositio van de oorkonde d.d. 1265 (april 3-1266 maart 25) van Hildegonde, abdis, en het convent van de abdij van Thorn (zie Collectie Thorn, nr. 23), alwaar onderhavige oorkonde wordt vermeld: nobis ab ecclesia [***] ordinationem sive divisionem inter nos fecimus de bonis et reditibus nostris propter debita n[o]stra [***], [s]icut in [l]itteris super hoc confectis et sigillis nostris sigillatis plenius continetur.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Samenhang

Voor het verzoek om bevestiging van deze goederenverdeling aan het domkapittel te Luik, zie Collectie Thorn, nr. 23.

Sint-Gerlach

Nummer 22

Kerkelijk
1273 mei 28

Engelbert van Isenburg, aartsdiaken van het bisdom Luik, beveelt dat de priester van Meerssen een voorgenomen benoeming van een pastoor te Oirsbeek gedurende drie feestdagen moet afkondigen, zodat anderen op 12 juni bij de aartsdiaken bezwaar kunnen maken en het klooster Sint-Gerlach te Houthem een ander benoemingsbesluit kan nemen. Dit om reden dat Walram, jonge heer van Valkenburg en Monschau, het patronaatsrecht van Oirsbeek eerder geschonken heeft aan het klooster Sint-Gerlach.

Engelbert van Isenburg, aartsdiaken van Luik, beveelt de priester van Meerssen om de vergeving van het pastoorsambt van Oirsbeek, dat door Walram, jonge heer van Valkenburg en Monschau, was geschonken aan proost, magistra en convent van Sint-Gerlach, gedurende drie feestdagen af te kondigen zodat andere belanghebbenden op 12 juni voor de aartsdiaken bezwaar zouden kunnen maken en het klooster erop zou kunnen terugkomen.

Origineel

[A]. Niet voorhanden, blijkens D bezegeld met één zegel.

Afschriften

[B]. 1376 januari 25, niet voorhanden, maar bekend uit C, oorkonde van de officiaal van Luik en de aartsdiaken van de Kempen, naar [A]. – C. 1376 januari 25, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 173, reg. nr. 71, gewaarmerkt afschrift door Albert Loze van ‘s-Hertogenbosch, openbaar en keizerlijk notaris, op verzoek van de officiaal van Luik en de aartsdiaken van de Kempen, eerste oorkonde, naar [B]. – D. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 275-276, onder de rubriek: Collatio iuris patronatus ecclesie in Oirsbeek, en in de marge: Num. 170, met opgave van één bezegelingsplaats, naar [A]. – [E]. vóór 1869, niet voorhanden, maar bekend uit b, in 1869 nog aanwezig in het kerkarchief van Oirsbeek.

Uitgaven

a. Hugo, Annales, kol. 737, nr. XVI. – b. Habets, ‘Houthem-Sint-Gerlach’, 213-214, nr. 7, naar [E]. – c. Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 22, nr. 17, naar C. 

Regest

Haas, Inventaris Sint Gerlach, 73, reg. nr. 17.

Samenhang

Voor de benoeming van de pastoor van Oirsbeek, zie infra nr. 23.

Tekstuitgave

Bij ontstentenis van het origineel en het ontbreken van tekstgedeelten in het achttiende-eeuws cartularium, is onderhavige tekst uitgegeven op basis van afschrift C, met in het notenapparaat de significante varianten van D, a en b.

Kloosterrade

Nummer 22

Economisch
[1211 december 25 -] 1212 [december 24]

Rutger, abt van Kloosterrade, beoorkondt de verwerving door de abdij van goederen en inkomsten bij verschillende recente gelegenheden.

Rutger, abt van Kloosterrade, beoorkondt de verwerving door de abdij van goederen en inkomsten bij verschillende recente gelegenheden.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 824.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 122-125, nr. 55, naar A.

Datering en echtheid

Voor de datering en de eventuele onechtheid van deze oorkonde, zie de uitgave van Polak en Dijkhof.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 22

Economisch
1262 januari 23

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Dirk, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), als procurator van abt en convent enerzijds en Hendrik Herync, burger van Maastricht, anderzijds onder nadere voorwaarden een overeenkomst hebben gesloten inzake de betaling door Hendrik van een jaarlijkse erfcijns van één pond Luiks aan de abdij, te betalen uit zijn woonhuis aan het Vrijthof (te Maastricht).

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Dirk, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), als procurator van abt en convent enerzijds en Hendrik Herync, burger van Maastricht, anderzijds onder nadere voorwaarden een overeenkomst hebben gesloten inzake de betaling door Hendrik van een jaarlijkse erfcijns van één pond Luiks aan de abdij, te betalen uit zijn woonhuis aan het Vrijthof (te Maastricht).

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 444.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Henricus dictus Herinc. – 2o door 14e-eeuwse hand: De XX solidis supra domum in qua moratur Manesius et alia domo contigua. – 3o door 16e-eeuwse hand: 333 / E 44. – 4o door 16e-eeuwse hand: 1261. – 5o door mogelijk 16e-eeuwse hand: (na doorgestreepte woorden) MR G.

Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Boudewijn de Molendino, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S2 van Godfried, zoon van vrouwe Osa, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 161-162 en 162.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 13-14 (met onvolledige vertaling), nr. 1262.01.23, naar A.

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven Supplement’, 80, nr. 1805. – Haas, Chronologische lijst, 52, nr. 115. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 444.

Datering

Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Ontstaan

Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert voor het Wittevrouwenklooster te Maastricht d.d. 1253 maart 31, 1255 oktober 28, 1256 februari 27, 1260 juli 29, 1262 november 24 en 1266 januari 13 (zie Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D030, archief Klooster der Witte Vrouwen Maastricht, 1253-1796, inv. nrs. 30, 58, 38, 60, 61-1 en 32), voor een priester te Maastricht d.d. 1265 september 6 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 25), alsmede een oorkonde van Manegold, commandeur van de Duitse Orde te Mechelen, ten behoeve van het Wittevrouwenklooster d.d. 1262 november 24 (zie Ibidem, idem, toegangsnr. 14.D030, archief Klooster derWitte Vrouwen Maastricht, 1253-1796, inv. nr. 61-2). Bijgevolg kan deze scriptor worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht.

‍

Sint-Gerlach

Nummer 23

Kerkelijk
1273 juni 12

Engelbert van Isenburg, aartsdiaken van het bisdom Luik, laat Anselm, deken van de geestelijke ambtsdragers van Susteren, weten dat hij Theobald, kanunnik van Sint-Gerlach te Houthem, tot nieuwe pastoor van Oirsbeek heeft benoemd vanwege het overlijden van diens voorganger Arnoud van Haren. Theobald is voorgedragen voor deze benoeming door proost en convent van het klooster Sint-Gerlach. Aartsdiaken Engelbert draagt deken Anselm op om Theobald daadwerkelijk van dit pastoorsambt in bezit te stellen en hem hierover vervolgens een schriftelijke bevestiging te sturen.

Engelbert van Isenburg, aartsdiaken van Luik, bericht Anselm, landdeken van Susteren, dat hij op voordracht van proost en convent van Sint-Gerlach (te Houthem), patronen van de kerk van Oirsbeek, wegens het overlijden van Arnoud van Haren, pastoor van Oirsbeek, Theobald, kanunnik van Sint-Gerlach, benoemd heeft tot pastoor aldaar en hij draagt hem op om Theobald in het werkelijk bezit te stellen.

Origineel

[A]. Niet voorhanden.

Afschriften

[B]. 1376 januari 25, niet voorhanden, maar bekend uit C, oorkonde van de officiaal van Luik en de aartsdiaken van de Kempen, naar [A]. – C. 1376 januari 25, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 173, reg. nr. 71, gewaarmerkt afschrift door Albert Loze van ‘s-Hertogenbosch, openbaar en keizerlijk notaris, op verzoek van de officiaal van Luik en de aartsdiaken van de Kempen, tweede oorkonde, naar [B]. – D. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 276-277, onder de rubriek: Institutio fratris Thibodonis, canonici regularis ecclesie sancti Gerlaci, ordinis Premonstratensis, en in de marge: Num. 171, met opgave van één bezegelingsplaats, naar [A].

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV,22-23, nr. 18. – Haas, inventaris Sint Gerlach, 74, reg. nr. 18.

Samenhang

Voor de schenking van het patronaatsrecht van de kerk van Oirsbeek aan het klooster Sint-Gerlach te Houthem, zie infra nr. 22.

Tekstuitgave

Bij ontstentenis van het origineel is onderhavige tekst uitgegeven op basis van afschrift C, met in het notenapparaat de significante varianten van D.

Thorn

Nummer 23

Kerkelijk
1265 (april 3-1266 maart 25)

Hildegonde, abdis, en het convent van de abdij van Thorn maken bekend dat Jan, proost, Gillis, deken, de aartsdiaken en het domkapittel te Luik hebben vastgesteld dat de abdij belast was door vele zware schulden. Ter delging van die schulden hebben abdis en convent op aansporing van Jan, Gillis, de aartsdiaken en het domkapittel, op bevel van de kloostergemeenschap en op advies van Marsilius, Gundulf en Nicolaas van Welheim, priesters, en Koenraad, kanunnik van Thorn, een overzicht opgemaakt van de goederen en inkomsten, waarmee de schulden zijn ingelost. Zij vragen aan Jan, Gillis, de aartsdiaken en het domkapittel te Luik om deze verdeling van de goederen en inkomsten goed te keuren.

Hildegonde, abdis, en het convent van de abdij van Thorn vragen aan het domkapittel te Luik de goedkeuring van de verdeling van de kloostergoederen, zoals opgemaakt op verzoek van Jan, proost, Gillis, deken, de aartsdiaken en het domkapittel te Luik alsmede met instemming van Marsilius, Gundulf en Nicolaas van Welheim, priesters, en Koenraad, kanunnik van Thorn.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 34. Zwaar beschadigd met tekstverlies.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 16e-eeuwse hand: Supplicatio ad capitulum Sancti Lamberti ut dignetur divisionem inter abbatissam et capitulum approbare, 1265. – 2o door 17e-eeuwse hand: S doorgestreept, Z.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat niet aangekondigd is, namelijk S2 van Hildegonde, abdis van Thorn, van witte was, zwaar beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S2, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 33. Gezien de bezegelingsplaats uiterst rechts van het perkament, was hoogstwaarschijnlijk ter linkerzijde van het origineel ook een zegel aangebracht.

Uitgaven

a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 28-29, nr. 18 (gedateerd 1265), naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 27, nr. 34 (gedateerd 1265), naar A en a.

Regest

Haas, Chronologische lijst, 57, nr. 131 (gedateerd 1265).

Datering

Het gebruik van paasstijl door geestelijke instellingen in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Ontstaan en samenhang

Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1262 tot en met 1273. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie ,Thorn nr. 17.

In onderhavige oorkonde wordt verwezen naar een oorkonde van abdis en convent van Thorn waarin de verdeling gemaakt wordt van de kloostergoederen ter delging van de schulden, zie Collectie Thorn, nr. 22.

Tekstuitgave

Een aantal lacunes in A zijn aangevuld naar druk a, toen deze passages nog leesbaar waren.

Kloosterrade

Nummer 23

Economisch
[1216 december 25 -] 1217 [december 24]

Hendrik III, hertog van Limburg en markgraaf van Aarlen, beoorkondt de verwerving door Rutger, abt van Kloosterrade, van goederen bij verscheidene gelegenheden.

Hendrik III, hertog van Limburg en markgraaf van Aarlen, beoorkondt de verwerving door Rutger, abt van Kloosterrade, van goederen bij verscheidene gelegenheden.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 825.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 138-140, nr. 63, naar A.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 23

Economisch
1263 november 4

Dirk, abt van Siegburg, bericht aan Lodewijk, deken, en het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht dat zij erkennen dat de omstreden tiend van de goederen, genaamd Manewerc, te Güls, evenals de andere tiend van Güls aan het kapittel toebehoort.

Dirk, abt van Siegburg, bericht aan Lodewijk, deken, en het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht dat zij erkennen dat de omstreden tiend van de goederen, genaamd Manewerc, te Güls, evenals de andere tiend van Güls aan het kapittel toebehoort.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 339.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: De decima de Gulse. – 2o door 16e-eeuwse hand: C/II. – 3o door 17e-eeuwse hand: Littera Theodorici, abbatis Siburgensis, quibus decimas de omnibus suis bonis prestandas recognosci / B II en 1263.

Bezegeling: één bevestiging, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Dirk, abt van Siegburg (SD1).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgaven

a. Wisplinghoff, Urkunden Siegburg, 256, nr. 142, naar A. – b. Hardt, Urkundenbuch Mittelrheinischen Territorien, 323-324, nr. 469, naar A.

Regesten

Doppler, ‘Verzameling’, 306-307, nr. 173. – Haas, Chronologische lijst, 54, nr. 123. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 90, nr. 339.

Samenhang

Voor de in de dispositio genoemde oorkonde d.d. (1188 december 25 – ) 1189 (september 23) inzake het geschil over de tiend te Güls tussen het Sint-Servaaskapittel en de abdij van Siegburg, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 8.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

‍

Thorn

Nummer 24

Kerkelijk
1266 juli

Hendrik, bisschop van Utrecht, besluit vanwege de grote armoede van de abdij van Thorn na raadpleging van juristen dat de abdis van Thorn - aan wie het benoemingsrecht en de voordracht van de kerk van Avezaath toekomt-, daar een pastoor zal aanstellen zodra het ambt vacant is. De aan te stellen geestelijke wordt verplicht zijn priesterwijding te ontvangen, vrijwillig afstand te doen van een eventueel beneficie elders en binnen een jaar na benoeming in Avezaath te wonen. De bisschop heeft de pastoor begiftigd met een beneficie ter waarde van een zesde van de grote en kleine tiend van Zoelen, met het bezit en de akkers van de kerk van Avezaath, met de giften en eventuele nieuwe schenkingen aan de kerk. Alle overige opbrengsten van de kerk vallen toe aan de kanunniken en kloosterzusters van Thorn ter vermeerdering van hun prebenden omwille van hun armoede.

Hendrik, bisschop van Utrecht, bepaalt dat de abdis van Thorn, die het patronaatsrecht van de kerk van Avezaath bezit, met goedkeuring van kanunniken en kloosterzusters van Thorn een pastoor zal installeren en hij stelt tevens diens inkomsten vast.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 36. 

Uitgave

a. Ketner, OSU III, 433-434, nr. 1690, naar A.

Sint-Gerlach

Nummer 24

Economisch
1279 september 6

Willem, bestuurder, en het convent van Sint-Gerlach te Houthem verklaren dat zij met instemming van deken en kapittel van de Sint-Servaaskerk te Maastricht in het vrij bezit van het kapittel een muur rond hun klooster gebouwd hebben. Hiervoor hebben zij in het gedeelte van de muur aan de zijde van Berg uit dat vrij bezit zowel onder de muur als erbinnen één bunder in de lengte verworven en één roede in de breedte aan de zijde van Berg. Daarvoor zullen zij op de eerste zondag na Sint-Andreas aan de Sint-Servaaskerk een erfelijke jaarrente van twee penning Luiks betalen te Berg. Met deze vergunning van het vrij bezit erkennen proost en convent van Sint-Gerlach geen verder recht verworven te hebben in de goederen van Sint-Servaas.

Willem, proost, en het convent van Sint-Gerlach (te Houthem) verklaren dat zij met instemming van deken en kapittel van de Sint-Servaaskerk te Maastricht in het allodium van het kapittel een muur rond hun klooster gebouwd hebben op een stuk grond van één bunder in de lengte en één roede in de breedte aan de zijde van Berg tegen een erfelijke jaarrente van twee penning Luiks. 

Origineel

[A]. Niet voorhanden.

Afschrift

B. 1279 september 6, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 31, reg. nr. 21, vidimus door deken en kapittel van de Sint-Servaaskerk te Maastricht, zie infra nr. 25, naar [A].

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regest

Niet voorhanden.

Ontstaan en samenhang

Onderhavige oorkonde is samen met twee andere oorkonden inzake de bouw van de muur op eenzelfde dag uitgevaardigd, zie infra nrs. 25 en 26.

Kloosterrade

Nummer 24

Juridisch
1219 juli 15

Walram III, graaf van Luxemburg en La Roche en markgraaf van Aarlen, beslecht een geschil tussen de abdij Kloosterrade en ridder Rutger van Beggendorf, waarbij de abdij de jaarlijkse afdracht van een mantel afkoopt met een som van twee mark.

Walram III, graaf van Luxemburg en La Roche en markgraaf van Aarlen, beslecht een geschil tussen de abdij Kloosterrade en ridder Rutger van Beggendorf, waarbij de abdij de jaarlijkse afdracht van een cappa afkoopt met een som van twee mark.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 777.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 143-144, nr. 65, naar A.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 24

Economisch
1264 november 22

Lodewijk, deken, en het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht nemen Arnoud Nauta van Güls en zijn echtgenote Cristantia in hun broederschap op en geven hun de wijngaarden te Güls in levenslang vruchtgebruik die zij aan het kapittel hebben geschonken.

Lodewijk, deken, en het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht nemen Arnoud Nauta van Güls en zijn echtgenote Cristantia in hun broederschap op en geven hun de wijngaarden te Güls in levenslang vruchtgebruik die zij aan het kapittel hebben geschonken.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 340. Beschadigd met tekstverlies.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: De Gulse. – 2o door 15e-eeuwse hand: P XIIII. – 3o door 16e-eeuwse hand: B 12 en 1265. – 4o door 17e-eeuwse hand: Littera donationis quorundam bonorum in Gulse.

Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht (LS1).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Doppler, ‘Verzameling’, 307, nr. 174. – Haas, Chronologische lijst, 55-56, nr. 127. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 90, nr. 340.

‍Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

‍

Sint-Gerlach

Nummer 25

Varia
1279 september 6

Deken en kapittel van de Sint-Servaaskerk te Maastricht verklaren dat zij een oorkonde van bestuurder en convent van Sint-Gerlach te Houthem hebben ontvangen, gedateerd op 6 september 1279, en geven daarvan de tekst weer. Deze oorkonde gaat over de bouw van een muur rond het klooster Sint-Gerlach.

Deken en kapittel van de Sint-Servaaskerk te Maastricht vidimeren een oorkonde van proost en convent van Sint-Gerlach (te Houthem) d.d. 1279 september 6, inzake de bouw van een muur rond het klooster Sint-Gerlach en bevestigen dat zij deze oorkonde hebben ontvangen.

Origineel

A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 31, reg. nr. 21. Gelinieerd.

Aantekeningen op de achterzijde: 1º door laatste kwart 14e-eeuwse hand: H II. – 2º door 15e-eeuwse hand: De quittatione allodii unius bonarii terre siti infra muros monasterii. – 3º door 17e-eeuwse hand: 1279. – 4º door 18e-eeuwse hand: Num. 74.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 zegel van het kapittel van de Sint-Servaaskerk te Maastricht, van groene was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 155.

Afschrift

B. 1735 Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium), p. 120-121, onder de rubriek: Litere domini decani et capituli sancti Servatii Traiectensis de quittatione allodii unius bonnarii terre infra murum monasterii, en in de marge: Num. 74, met opgave van één bezegelingsplaats, naar A.

Uitgave

a. Hackeng, Het middeleeuws grondbezit, 320, nr. 101, onvolledig, naar A.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 24, nr. 20. – Haas, inventaris Sint Gerlach, 75, reg. nr. 21. – Idem, Chronologische lijst, 73, reg. nr. 186.

Ontstaan en samenhang

Onderhavige oorkonde is samen met twee andere oorkonden inzake de bouw van de muur op eenzelfde dag uitgevaardigd, zie infra nrs. 24 en 26. Het schriftbeeld van deze oorkonde wijkt sterk af van de overige oorkonden in het fonds van Sint-Gerlach door het gebruik van de diplomatische minuskel met extreem lange schachten, een zeer grote interlinie met extra interval tussen de regels 4 en 5 en 10 en 11, de grote, sterk versierde initiaal en de vreemd omgeslagen vorm van de pliek. Een mogelijke lokalisering van deze scriptor in het kapittel van Sint-Servaas bleek niet mogelijk bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal uit deze periode. Er is slechts één origineel overgeleverd, d.d. 1275.03.20 (Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 422), uitgevaardigd door de proost van Sint-Servaas, en deze oorkonde is geschreven in gotisch cursief.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Thorn

Nummer 25

Juridisch
1266 november 15

Jan, proost, Gillis, deken, de aartsdiaken en het domkapittel van Luik wijzen vonnis in het geschil tussen Willem van Buggenum, pastoor van Beek, en de kanunniken van Thorn betreffende de heffing, het verzamelen en het bezit van de grote tienden binnen de grenzen van de kerk te Beek. Willem verklaarde, omdat hij van mening was dat hij het recht had om de grote tienden in hun geheel te heffen te Beek, dat de kanunniken ten onrechte twee derden van deze tienden inden. Hij eist dan ook dat de kanunniken van Thorn veroordeeld worden om de geschatte waarde van deze tienden, die ze volgens hem onrechtmatig hebben geïnd, aan hem terug te geven. Na schriftelijke en mondelinge verklaringen van beide partijen hebben proost, deken, aartsdiaken en het domkapittel van Luik definitief vonnis gewezen en de kanunniken van Thorn in het gelijk gesteld.

Jan, proost, Gillis, deken, de aartsdiaken en het domkapittel van Luik wijzen vonnis in het geschil tussen Willem van Buggenum, pastoor van Beek, en de kanunniken van Thorn inzake de grote tienden te Beek.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 37.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 16e-eeuwse hand: 1266. ‒ 2o door 17e-eeuwse hand: Q. ‒ 3o door 18e-eeuwse hand: Maiores decimas de Beken. ‒ 4o door 18e-eeuwse hand: B.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat niet aangekondigd is, namelijk: S1 van het domkapittel van Luik, van bruine was. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 21-23.

Afschriften

B. eerste helft 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628 (voorheen cartularium nr. 1) = Cartularium abbatiae imperialis Thorensis, 966-1600, p. 57-58 (oude fol. 33r-v), onder de rubriek: De decima de Beke, in de marge C, naar A. ‒ C. 18e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1629 = Codex of cartularium IV, 992-1762 (band notariële afschriften abdij Thorn), p. 35-37, eenvoudig afschrift. ‒ D. Ibidem, idem, p. 63, onder de rubriek: De decima de Beke, links in de marge: Copia N. 2, afschrift, met vermelding van het zegel, naar A.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 30-31, nr. 20. – Habets, Archieven Thorn, 30-31, nr. 20. – Haas, Chronologische lijst, 58, nr. 135.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Kloosterrade

Nummer 25

Economisch
1224 augustus 16

Koenraad, bisschop van Porto en St.-Rufina en pauselijk legaat, neemt de abdij Kloosterrade met al haar goederen onder zijn bescherming en bevestigt haar in het bezit van de goederen die Jutta en haar dochter Margareta hebben overgedragen.

Koenraad, bisschop van Porto en St.-Rufina en pauselijk legaat, neemt de abdij Kloosterrade met al haar goederen onder zijn bescherming en bevestigt haar in het bezit van de goederen die Jutta en haar dochter Margareta hebben overgedragen.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 945.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 153-154, nr. 72, naar A.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 25

Economisch
1265 september 6

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Dirk, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), met instemming van abt en convent hun huis en erf, dat van Hendrik van Hagen, priester, was en gelegen is aan het Vrijthof (te Maastricht), aan Lambert supra Forum, priester, heeft gegeven zolang deze leeft en hem een jaarlijkse cijns van twaalf schelling Luiks toekent uit een ander huis aan het Vrijthof, waarin Adam verblijft.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Dirk, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), met instemming van abt en convent hun huis en erf, dat van Hendrik van Hagen, priester, was en gelegen is aan het Vrijthof (te Maastricht), aan Lambert supra Forum, priester, heeft gegeven zolang deze leeft en hem een jaarlijkse cijns van twaalf schelling Luiks toekent uit een ander huis aan het Vrijthof, waarin Adam verblijft.

Originelen

A1. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 445. Beschadigd.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Lambertus, presbiter, recepit a domo Vallis Dei quoad mortem suam unam domum in Traiecto coram scabinis Traiectensibus. – 2o door 14e-eeuwse hand: Littera de domo Iohannis de Libra? [***] Atrium. – 3o door 16e-eeuwse hand: 1265. – 4o door16e-eeuwse hand: m 23.

Bezegeling: twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Boudewijn de Molendino en Godfried, zoon van vrouwe Osa, schepenen van Maastricht (LS1 en LS2).

[A2]. niet voorhanden, maar bekend uit de corroboratio van A1, exemplaar voor de abdij van Val-Dieu.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 34-35 (met onvolledige vertaling), nr. 1265.09.06, naar A1.

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven Supplement’, 80-81, nr. 1806. – Haas, Chronologische lijst, 56, nr. 130. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 445.

Ontstaan

Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 22.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

‍

Sint-Gerlach

Nummer 26

Economisch
1270 (lees 1279) september 6

Walram, heer van Valkenburg en Monschau, maakt bekend dat bestuurder en convent van Sint-Gerlach te Houthem met instemming van deken en kapittel van de Sint-Servaaskerk te Maastricht in het vrij bezit van het kapittel een muur rond hun klooster gebouwd hebben op een stuk grond van één bunder in de lengte en één roede in de breedte aan de zijde van Berg tegen een erfelijke jaarrente van twee penning Luiks. Walram erkent dat hij geen enkel recht heeft op deze grond.

Walram, heer van Valkenburg en Monschau, maakt bekend dat proost en convent van Sint-Gerlach (te Houthem) met instemming van deken en kapittel van de Sint-Servaaskerk te Maastricht in het allodium van het kapittel een muur rond hun klooster gebouwd hebben

op een stuk grond van één bunder in de lengte en één roede in de breedte aan de zijde van Berg tegen een erfelijke jaarrente van twee penning Luiks en hij erkent geen enkel recht op deze grond te hebben.

Origineel

[A]. Niet voorhanden, blijkens B bezegeld met één zegel.

Afschrift

B. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 191-192, onder de rubriek: Confirmatio domini Walrami de Monjoie et Valckenburgh literrarum domini decani et capituli sancti Servatii Traiectensis de quittatione unius allodii unius bonnarii terre infra murum monasterii sancti Gerlaci, en in de marge: Num. 128, met opgave van één bezegelingsplaats, naar [A].

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regest

Niet voorhanden.

Datering

Aangezien de overeenkomst tussen het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) en deken en kapittel van de Sint-Servaaskerk te Maastricht over de bouw van een muur dateert uit 1279 (zie infra nrs. 24 en 25), moet het jaartal in onderhavige oorkonde corrupt zijn overgeleverd in het cartularium en de bijbehorende index.

Ontstaan en samenhang

Onderhavige oorkonde is samen met twee andere oorkonden inzake de bouw van de muur op eenzelfde dag uitgevaardigd, zie infra nrs. 24 en 25.

Thorn

Nummer 26

Kerkelijk
1267 juli 6

Dirk van Heeswijk, ridder, verbindt zich ertoe - in naam van het convent van de abdij van Thorn -, op zijn kosten de oorkonde te verkrijgen van de bisschop van Utrecht, waarin de aanstelling en presentatie van de door hem voorgedragen pastoor in de kerk van Avezaath door de abdis van Thorn is geregeld, evenals diens inkomsten. De collatie kwam toe aan de abdis van Thorn. Na het verkrijgen van deze oorkonde zal Dirk van abdis en convent van Thorn de tienden in pacht verwerven en alle andere goederen die de abdij te Avezaath heeft, behalve de goederen die de Sint-Paulusabdij te Utrecht van abt en convent van Thorn hebben. Ook zal ridder Otto van Zoelen geen leenhulde aan Dirk van Heeswijk doen voor de goederen die hij nu tijdelijk van abdis en convent van Thorn houdt. Zolang de zaak niet voltooid is, zal Dirk zich de goederen die aan de kerk van Avezaath toebehoren, niet toe-eigenen zonder instemming van abdis en convent of van de pastoor van Avezaath. En zodra de kerk van Avezaath vacant is, zal Dirk priester Gerard van Avezaath voor de installatie presenteren. Mocht Dirk de oorkonde niet ontvangen van de bisschop van Utrecht binnen een half jaar, dan vervalt elke overeenkomst en belofte tussen hem en abdis en convent van Thorn.

Dirk van Heeswijk, ridder, verbindt zich ertoe van de bisschop van Utrecht een oorkonde te verkrijgen inzake de aanstelling van de door hem voorgedragen pastoor in de kerk van Avezaath, waarvan het collatierecht aan de abdis van Thorn toebehoort, en inzake de regeling van diens inkomsten uit de tienden en goederen te Avezaath.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 39.

Uitgave

a. Ketner, OSU IV, 4-5, nr. 1723, naar A.

Ontstaan

Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1262 tot en met 1273. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 17.

Kloosterrade

Nummer 26

Kerkelijk
1226 februari 11

Koenraad, bisschop van Porto en St.-Rufina en pauselijk legaat, stelt het aantal kloosterzusters van de abdij Kloosterrade op een maximum van dertig.

Koenraad, bisschop van Porto en St.-Rufina en pauselijk legaat, stelt het aantal kloosterzusters van de abdij Kloosterrade op een maximum van dertig.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 688.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 156-157, nr. 74, naar A.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 26

Economisch
1267 januari 25

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan, bloedverwant van Tis, een jaarlijkse cijns van twaalf schelling Luiks en twee kapoenen, gevestigd op een huis aan de Houtmarkt (te Maastricht), heeft verkocht aan de jonge meisjes Ida en Margareta, begijnen, dochters van Godfried van Wiggarberge.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan, bloedverwant van Tis, een jaarlijkse cijns van twaalf schelling Luiks en twee kapoenen, gevestigd op een huis aan de Houtmarkt (te Maastricht), heeft verkocht aan de jonge meisjes Ida en Margareta, begijnen, dochters van Godfried van Wiggarberge.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 451. Beschadigd. Met een getransfigeerde oorkonde van de schepenen van Maastricht d.d. 1276 juni 24, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 43.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 16e-eeuwse hand: 126.

Bezegeling: vier bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Daniel (supra Forum), Godfried, zoon van Florens, Gerard, zoon van Gosmar, en Jan Suevus, schepenen van Maastricht (LS1, LS2, LS3 en LS4).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgaven

a. Doppler, ‘Schepenbrieven’, 20-21, nr. 2, naar A. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 37-38 (met onvolledige vertaling), nr. 1267.01.25, naar A.

Regest

Haas, Chronologische lijst, 58, nr. 136.

Samenhang

Voor de schenking van deze cijns aan abt en convent van Val-Dieu te Aubel d.d. 1276 juni 24, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 43.

Ontstaan

Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 21.

Datering

Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

‍

Thorn

Nummer 27

Kerkelijk
1268 september 6

Hendrik, minderbroeder, bisschop van Chiemsee en wijbisschop van Hendrik III, bisschop van Luik, verklaart dat hij vijf altaren in de abdij van Thorn heeft gewijd. Voor deze altaren verleende hij vanaf de wijdingsdag de dertig daaropvolgende dagen aan allen die berouw tonen een aflaat van honderd dagen en van een veertigdaagse vasten. Eenzelfde aflaat wordt voortaan geschonken op elk jaarfeest van deze altaarwijding, op feestdagen ter ere van Maria voor alle gewijde altaren in het klooster en op de dagen van heiligen, aan wie een altaar is opgedragen en aan alle gelovigen die het klooster behulpzaam willen zijn.

Hendrik, minderbroeder, bisschop van Chiemsee en wijbisschop van Hendrik III, bisschop van Luik, verklaart dat hij vijf altaren in de abdij van Thorn heeft gewijd en een aantal aflaten heeft verleend.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 40. 

Aantekening op de achterzijde: 1o door 18e-eeuwse hand: Indulgenti[***] consecratorum quinque [***], 1268; Q.

Bezegeling: één uithangend zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van Hendrik, bisschop van Chiemsee, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 15.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 33-34, nr. 22. – Habets, Archieven Thorn, 32, nr. 40. – Haas, Chronologische lijst, 59, nr. 40.

Sint-Gerlach

Nummer 27

Economisch
1279 december 28

Schepenen van Maastricht maken bekend dat:

1.     Oger, heer van Borgharen, ridder, voogd van Maastricht, met instemming van zijn echtgenote en hun kinderen een vierde deel van een stenen huis, gelegen aan de Graanmarkt te Maastricht, geschonken heeft aan bestuurder en convent van Sint-Gerlach te Houthem

2.      Jan, zoon van wijlen Wijnand, ridder, en zijn kinderen afstand hebben gedaan van een vierde deel in dat huis

3.     Dirk de Lata Platea afstand heeft gedaan van een vierde deel in dat huis, alsmede de helft van een vierde deel dat hem erfrechtelijk toekomt

4.     Oda, moeder van Dirk, met instemming van haar kinderen de helft van een vierde deel in dat huis erfrechtelijk gegeven heeft aan bestuurder en convent van Sint-Gerlach tegen een jaarlijkse cijns van vijftien schelling Luiks. Bestuurder en convent zullen de grondcijns betalen aan de bisschop van Luik en Oda zal geen verhef geven of ontvangen.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Oger, heer van Borgharen, ridder, voogd van Maastricht, met instemming van zijn echtgenote en hun kinderen een vierde deel van een stenen huis, gelegen aan de Graanmarkt te Maastricht, geschonken heeft aan proost en convent van Sint-Gerlach (te Houthem), dat Jan, zoon van wijlen Wijnand, ridder, en zijn kinderen afstand hebben gedaan van een vierde deel in dat huis, dat Dirk de Lata Platea afstand heeft gedaan van een vierde deel in dat huis alsmede de helft van een vierde deel dat hem erfrechtelijk toekomt en dat Oda, moeder van Dirk, met instemming van haar kinderen de helft van een vierde deel in dat huis erfrechtelijk gegeven heeft aan proost en convent van Sint-Gerlach tegen een jaarlijkse cijns van vijftien schelling Luiks. Proost en convent zullen de grondcijns betalen aan de bisschop van Luik en Oda zal geen verhef geven of ontvangen.

Origineel

A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 63, reg. nr. 22.

Aantekeningen op achterzijde: 1° door laatste kwart 14e-eeuwse hand: S j. – 2° door 15e-eeuwse hand: Dit is der breyff weir ons dat hus van Trech dat steynen hus halff gegeven hubt. – 3° door 17e-eeuwse hand: 1279.

Bezegeling: vijf uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Godfried, (zoon van vrouwe) Osa, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S2 van Jan Suevus, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S4 van Olbert Colsop, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S5 oorspronkelijk een fragment van Godfried van Montenaken, schepen van Maastricht, dat echter bij de restauratie tussen maart 1975 en oktober 1976 abusievelijk vervangen is door een fragment van een onbekende zegelaar, van bruine was, beschadigd, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 163; en één bevestigingsplaats voor het aangekondigde zegel van Hendrik Grinart, schepen van Maastricht, (SD3). Venner signaleert dat in onderhavige oorkonde de gebruikelijke anciёnniteit bij de schepennamen niet gevolgd is in de intitulatio, maar dat de zegels wel in die volgorde bevestigd zijn. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, S2, S4 en S5, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, respectievelijk 162, 162,162-163 en 163.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 53-55, nr. 1279.12.28 (met vertaling), naar A.

Afschrift

Niet voorhanden.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 24, nr. 21. – Haas, inventaris Sint Gerlach, 75, reg. nr. 22. – Idem, Chronologische lijst, 73, reg. nr. 187.

Datering

Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Ontstaan

Deze oorkonde is geschreven door een scriptor die ook Maastrichtse schepenoorkonden mundeerde. Hij schreef onder meer een schepenoorkonde d.d. 1285.06.20 ten behoeve van 

Sint-Servaas te Maastricht (Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 455).

Kloosterrade

Nummer 27

Economisch
1226 juli [7]

Hendrik IV, hertog van Limburg en graaf van Berg, schenkt met instemming van zijn echtgenote en zonen zijn hoeve Nieder-Ritzerfeld aan de abdij Kloosterrade.

Hendrik IV, hertog van Limburg en graaf van Berg, schenkt met instemming van zijn echtgenote en zonen zijn hoeve Nieder-Ritzerfeld aan de abdij Kloosterrade.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 811.

Uitgave

  1. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 157-158, nr. 75, naar A.

Datering

Voor de datering, zie de uitgave van Polak en Dijkhof.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 27

Economisch
1267 maart 20

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Tielman Printhagen een jaarlijkse cijns van tien schelling Luiks, gevestigd op een huis in de Kapoenstraat (te Maastricht), heeft verkocht aan Gijsken, zoon van Causen.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Tielman Printhagen een jaarlijkse cijns van tien schelling Luiks, gevestigd op een huis in de Kapoenstraat (te Maastricht), heeft verkocht aan Gijsken, zoon van Causen.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 446.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Littera de domo Posels in Vico Caponum X s. – 2o door 16e-eeuwse hand: 1266 / h 93. – 3o door 17e-eeuwse hand: 72.

Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor één van de aangekondigde schepenzegels (LS2). Aan de linkerzijde is de pliek uitgescheurd, waardoor de andere bevestigingsplaats niet meer zichtbaar is.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 38-39 (met onvolledige vertaling), nr. 1267.03.20, naar A.

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven Supplement’, 81, nr. 1807. – Haas, Chronologische lijst, 58, nr. 137. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 446.

Datering

Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

‍

Thorn

Nummer 28

Juridisch
1269

Hendrik, abt, en het convent van de Sint-Paulusabdij te Utrecht beloven gedurende vijf jaar alle opbrengsten uit hun tienden en goederen te Zandwijk in geld om te wisselen en dit geld aan abdis en convent van Thorn te geven als schadeloosstelling voor de achterstallige pacht aan Dirk van Heeswijk uit de goederen te Avezaath en Hemert. Indien hierover een conflict zou ontstaan tussen de abdijen, dan zullen zij een beslissing toevertrouwen aan twee met name genoemde scheidsrechters. Ook worden afspraken gemaakt over een eventueel derde scheidsrechter. Voor het maken en uitvoeren van de voorwaarden wijzen abt en convent van de Sint-Paulusabdij ook borgen aan. Op verzoek van abdis en convent van Thorn of hun zaakvoerder zullen deze borgen naar Rhenen of Tiel komen en daar blijven totdat de kwestie naar tevredenheid van abdis en convent van Thorn is afgehandeld.

Hendrik, abt, en het convent van de Sint-Paulusabdij te Utrecht beloven gedurende vijf jaar de inkomsten uit hun tienden en goederen te Zandwijk aan abdis en convent van Thorn te geven als schadeloosstelling voor de achterstallige pacht uit de goederen te Avezaath en Hemert en wijzen scheidsrechters aan ingeval hierover een conflict zou ontstaan.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 45.

Afschrift

B. gelijktijdig, Ibidem, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 45, door de abdij van Thorn, eertijds bezegeld door abdis en convent van Thorn, naar A. 

Uitgave

a. Ketner, OSU IV, 43-44, nr. 1770, naar A.

Ontstaan en samenhang

Zowel het origineel als het gelijktijdig afschrift is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1262 tot en met 1273. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 17.

Op 1 december 1270 hebben abdis en convent van Thorn een oorkonde uitgevaardigd waarin zij de in onderhavige oorkonde gestelde borgen, namelijk Steven, deken van de Sint-Pieterskerk te Utrecht, Hubert, schatbewaarder van de Sint-Pieterskerk te Utrecht, Tielman van Keulen, Gijsbert van Amstel en meester Hendrik, kanunniken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Utrecht, manen om binnen Rhenen of Tiel in leisting te gaan omdat de Sint-Paulusabdij de beloofde betaling niet heeft gedaan aan de abdij van Thorn. Deze oorkonde berustte blijkens Ketner, OSU IV, 58, nr. 1790, in het archief van de abdij van Thorn onder inv. nr. 45 en was getransfigeerd aan afschrift B van onderhavige oorkonde. Thans is dit stuk niet meer voorhanden. Voor de editie van de oorkonde d.d. 1 december 1270, zie Ketner, OSU IV, 58-59, nr. 1790.

Sint-Gerlach

Nummer 28

Economisch
1280 januari 30

Abt en convent van Kloosterrade verkopen al hun goederen te Houthem, gelegen in het land en de rechtsmacht van de heer van Valkenburg, aan bestuurder en convent van het klooster Sint-Gerlach te Houthem voor elf mark Luiks. Met dit bedrag lost de abdij van Kloosterrade de uithof te Gerse.

Abt en convent van Kloosterrade verkopen al hun goederen te Houthem in het land en de rechtsmacht van de heer van Valkenburg aan proost en convent van het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) voor elf mark Luiks, waarmee de abdij de uithof te Gerse lost.

Origineel

A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 42, reg. nr. 19.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door laatste kwart 14e-eeuwse hand: B II. – 2o door 17e-eeuwse hand: 1279. – 3o door 18e-eeuwse hand Num. 78.

Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Anselm, abt van Kloosterrade, van witte was, beschadigd. – S2 van het convent van Kloosterrade, van witte was, zwaar beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2 en de identificatie van Anselm, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, respectievelijk 153 en 154.

Uitgave

Zie Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 232-234, nr. 125.

Kloosterrade

Nummer 28

Juridisch
1231 juni 23

Schout, schepenen en burgers van Aken vellen een vonnis in een geschil tussen enerzijds de abdij Kloosterrade en anderzijds ridder Reinier en diens broer, die namens Jutta en Margareta een door dezen bij haar intrede in de abdij gedane overdracht van goederen betwisten, waarbij de goederen aan de abdij worden toegewezen.

Schout, schepenen en burgers van Aken vellen een vonnis in een geschil tussen enerzijds de abdij Kloosterrade en anderzijds ridder Reinier en diens broer, die namens Jutta en Margareta een door dezen bij haar intrede in de abdij gedane overdracht van goederen betwisten, waarbij de goederen aan de abdij worden toegewezen.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 946.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 160-162, nr. 77, naar A.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 28

Economisch
1268 september 22

Rooms-koning Richard (van Cornwall) verklaart dat hij de oorkonde van rooms-koning Hendrik V d.d. 1109 gezien en gehoord heeft en en bevestigt deze op verzoek van proost, deken en kapittel van Sint-Servaas te Maastricht.

Rooms-koning Richard (van Cornwall) vidimeert en bevestigt op verzoek van proost, deken en kapittel van Sint-Servaas te Maastricht de oorkonde van rooms-koning Hendrik V d.d. 1109.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 48.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Richard van Cornwall, van rode was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner,‘Zegels’, nr. 48.

Afschriften

B. 15e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 31 (cartularium), fol. 189r-190v, onder de rubriek: Item tenores omnium et singulorum exhiborum sequuntur per ordinem in hunc modum et sunt tales, en onder caput: Item tenores litterarum imperialium recolende memorie serenissimi principis domini Richardi, Romanorum regis, sigillo eius ut videbatur, regio rubee cere rotondo in cordula rubei croceique colorum impendente in quo ymago imperatoris ceptrum regale in dextra, et pommum imperiale cum cruce superposita in sinistra gestantia et circumferentia vero hii caractere: Richardus, Dei gratia Romanorum rex, semper augustus, expressi habebantur et videbantur bullatarum et sigillatarum sequuntur et sunt tales, naar A. – C. 17e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 14.B002A, archief van het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 38r-40r, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: De libertate officiatorum et ministrorum ecclesie de iurisdictione quequi prepositi, decani et canonici etc., mogelijk naar A. – D. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 369, onder de rubriek: 1268, Richardus, Romanorum rex, confirmat privilegia ab imperatori Henrico quinto ecclesie Sancti Servatii data, datum Aquisgrani, 22 oktobris 1268, mogelijk naar A of C.

Uitgave

a. Böhmer, Acta imperii selecta, 313-314, nr. 387, naar A.

Samenhang

Voor de oorkonde van rooms-koning Hendrik V uit 1109, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 3.

‍

Sint-Gerlach

Nummer 29

Economisch
1286 (april 12-27)

Adolf, abt van de Sint-Michaelsabdij te Siegburg, heeft Herman Scotto, monnik aldaar, toegestaan om de erfgoederen die hem zullen toevallen bij het overlijden van zijn schoonzus Geertrui van Siecht, begijn te Maastricht, te verwerven en voor zichzelf aan te wenden.

Adolf, abt van (de Sint-Michaelsabdij te) Siegburg, heeft Herman Scotto, monnik aldaar, toegestaan om de erfgoederen die hem zullen toevallen bij het overlijden van zijn schoonzus Geertrui van Siecht, begijn te Maastricht, te verwerven en voor zichzelf aan te wenden.

Origineel

[A]. Niet voorhanden, blijkens B bezegeld met één zegel. Aan deze oorkonde was de oorkonde getransfigeerd van Jan, proost in Millen, d.d. 1286.04.28, zie infra nr. 30.

Afschrift

B. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 293, onder de rubriek: Abbas Siibergensis approbat venditionem bonorum fratris Hermanni dicti Scotto in Oirsbeeke, en in de marge: Num. 183, met opgave van één bezegelingsplaats, naar [A].

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regest

Niet voorhanden.

Datering, ontstaan en samenhang

Het gebruik van paasstijl door de Sint-Michaelsabdij te Siegburg is verondersteld, conform de in het aartsbisdom Keulen gehanteerde jaarstijl in deze periode, zie Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, XVI. Uitgaande van paasstijl is de terminus post quem 12 april 1286. De terminus ante quem kan afgeleid worden uit een oorkonde van Jan, proost in Millen, d.d. 28 april 1286, die melding maakt van onderhavige oorkonde: per cartulam que litere domini abbatis de Sigebergh est innexa et sigillo nostro sigillata protamur, zie infra nr. 30. Uit deze passage blijkt ook dat de oorkonde, uitgevaardigd door Jan, proost in Millen, een transfix is. Beide oorkonden zijn in het achttiende-eeuws cartularium onder eenzelfde rubriek gekopieerd.

Thorn

Nummer 29

Varia

Amelis, domdeken, en Steven, deken van de Sint-Pieterskerk te Utrecht, verklaren dat zij de oorkonde, opgemaakt door Hildegonde, abdis, en het kapittel van Thorn, gedateerd op 27 april 1237, hebben gezien die niet doorgehaald noch uitgewist is en geven daarvan de tekst weer. Deze oorkonde gaat over de regeling met de Sint-Paulusabdij te Utrecht inzake de tiend van Hemert en de inkomsten te Avezaath.

‍

Amelis, domdeken, en Steven, deken van de Sint-Pieterskerk te Utrecht, vidimeren een oorkonde van Hildegonde, abdis, en het kapittel van Thorn d.d. 1237.04.27, inzake de tiend van Hemert en de inkomsten te Avezaath.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 16.

 

Uitgave

a. Ketner, OSU IV, 31, nr. 1755, naar A.

 

Samenhang

Voor de gevidimeerde oorkonde van Hildegonde, abdis, en het kapittel van Thorn, zie Collectie Thorn, nr. 10.

Kloosterrade

Nummer 29

Economisch
1233 mei 31

De kerk van Kortessem staat haar grote en kleine tienden van Riemst af aan de abdij Kloosterrade in ruil voor de tienden van een andere, dichterbij gelegen plaats.

De kerk van Kortessem staat haar grote en kleine tienden van Riemst af aan de abdij Kloosterrade in ruil voor de tienden van een andere, dichterbij gelegen plaats.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 814.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 162-163, nr. 78, naar A.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 29

Economisch
1269 april 21

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Dirk, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), namens abt en convent twee huizen in de Sint-Amorstraat (te Maastricht) heeft overgedragen aan Godfried, bakker, tegen een jaarlijkse erfcijns van achttien schelling Luiks en vier kapoenen.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Dirk, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), namens abt en convent twee huizen in de Sint-Amorstraat (te Maastricht) heeft overgedragen aan Godfried, bakker, tegen een jaarlijkse erfcijns van achttien schelling Luiks en vier kapoenen.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 447. Beschadigd met tekstverlies.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Census XVIII solidorum supra domus in Platea Sancti Amoris, (hierna andere hand) in qua moratur H. Huleuere. – 2o door 16e-eeuwse hand: 1269 / B23. – 3o door 17e-eeuwse hand: 336.

Bezegeling: twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Boudewijn de Molendino en Godfried, zoon van vrouwe Osa, schepenen van Maastricht, (LS1 en LS2).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 40 (met onvolledige vertaling), nr. 1269.04.21, naar A.

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven Supplement’, 82, nr. 1808. – Haas, Chronologische lijst, 60, nr. 143. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 447.

‍

Thorn

Nummer 30

Economisch
1269 juni

Hendrik, abt, en het convent van de Sint-Paulusabdij te Utrecht verklaren dat zij de tienden en andere goederen te Hemert in eeuwigdurende pacht hebben ontvangen van abdis en convent van Thorn tegen een jaarlijkse betaling. Hieraan is een regeling toegevoegd in geval van wanbetaling, waarbij de officiaal van Luik als laatste de Sint-Paulusabdij onder interdict kan plaatsen indien deze een jaar na de vastgestelde betaaldag de verschuldigde bedragen niet aan de abdij van Thorn heeft betaald.

Hendrik, abt, en het convent van de Sint-Paulusabdij te Utrecht verklaren van abdis en convent van Thorn tienden en andere goederen te Hemert in eeuwigdurende pacht te hebben ontvangen tegen een jaarlijkse betaling van twaalf mark Luiks.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 41. 

Uitgave

a. Ketner, OSU IV, 35-36, nr. 1760, naar A.

Samenhang

Voor de goedkeuring van deze pachtovereenkomst door proost, deken, aartsdiaken en het domkapittel van Luik d.d. juli 1269, de goedkeuring door Amelis, domdeken te Utrecht, d.d. 1269 augustus 30, én door Amelis en het domkapittel te Utrecht d.d. 1269 augustus 30, zie hierna Collectie Thorn, respectievelijk nrs. 31, 32 en 33.

Sint-Gerlach

Nummer 30

Economisch
1286 april 28

Jan, bestuurder in Millen, verklaart dat Herman Scotto, monnik van de Sint-Michaelsabdij te Siegburg, de goederen in de parochie van Oirsbeek die hem toegevallen zijn bij het overlijden van zijn schoonzus Geertrui van Siecht, begijn te Maastricht, heeft verkocht aan de bestuurder van Sint-Gerlach te Houthem.

Jan, proost in Millen, verklaart dat Herman Scotto, monnik van (de Sint-Michaelsabdij te) Siegburg, aan de proost van Sint-Gerlach (te Houthem) goederen in de parochie van Oirsbeek heeft verkocht die hem toegevallen zijn bij het overlijden van zijn schoonzus Geertrui (van Siecht), begijn (te Maastricht).

Origineel

[A]. Niet voorhanden, blijkens B bezegeld met één zegel.

Afschrift

B. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 293, onder de rubriek: Abbas Siibergensis approbat venditionem bonorum fratris Hermanni dicti Scotto in Oirsbeeke, en in de marge: Num. 183, met opgave van één bezegelingsplaats, naar [A].

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regest

Niet voorhanden.

Ontstaan en samenhang

Onderhavige oorkonde is het transfix van de in de dispositio vermelde oorkonde van Adolf, abt van de Michaelsabdij te Siegburg, zie infra nr. 29. Beide oorkonden zijn onder eenzelfde rubriek in het achttiende-eeuws cartularium gekopieerd.

Kloosterrade

Nummer 30

Kerkelijk
1234 juni 21

Simeon, bisschop van Ani, pelgrim naar Santiago de Compostela, verleent een aflaat van vijftien dagen aan allen die op de feestdag van Johannes de Doper (24 juni) de abdij Kloosterrade bezoeken.

Simeon, bisschop van Ani, pelgrim naar Santiago de Compostela, verleent een aflaat van vijftien dagen aan allen die op de feestdag van Johannes de Doper (24 juni) de abdij Kloosterrade bezoeken.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 734.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 165-168, nr. 80, naar A.

Echtheid

Deze oorkonde is in het verleden vaak als onecht beschouwd, zie Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 165-168, nr. 80 voor een uitvoerige behandeling zowel van de inhoudelijke als van de diplomatische bezwaren tegen de echtheid van deze oorkonde. Zij zien geen aanleiding aan de echtheid van deze oorkonde te twijfelen.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 30

Juridisch
(1269)

Willem, voogd, Arnoud, schout, Ywein, meier, en schepenen van Aken berichten Otto (van Everstein), proost van de keizerlijke kerken van Aken en Maastricht, dat niemand anders dan de rooms-koning of keizer verandering kan brengen in het al meer dan zestig jaar geldende recht in de banken van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht.

Willem, voogd, Arnoud, schout, Ywein, meier, en schepenen van Aken berichten Otto (van Everstein), proost van de keizerlijke kerken van Aken en Maastricht, dat niemand anders dan de rooms-koning of keizer verandering kan brengen in het al meer dan zestig jaar geldende recht in de banken van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht.

Origineel

[A]. Niet voorhanden, maar bekend uit B.

Afschrift

B. 1270 augustus 28, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 928, vidimus door Hendrik, proost van de Sint-Apostelenkerk te Keulen, en meester Marcoald van Modena, aartsdiaken van Luik en pauselijk kapelaan, naar [A].

Uitgave

a. Schwabe, ‘Der Aachener Oberhof’, 213, nr. 1, naar B.

Regest

Doppler, ‘Verzameling’, 313, nr. 186.

Samenhang

Voor het vidimus van onderhavige oorkonde, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 32.

Datering

Onderhavige oorkonde is niet gedateerd. Terminus ante quem is het vidimus d.d. 28 augustus 1270 van Hendrik, proost van de Sint-Apostelenkerk te Keulen, en Marcoald, aartsdiaken van Luik en pauselijk kapelaan. Otto van Everstein is met zekerheid domproost van Aken en proost van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht vanaf 1218. Zijn functie als proost te Aken werd enkel onderbroken in de jaren ca. 1239 tot 1242 vanwege zijn kandidatuur voor de Luikse bisschopszetel (Hackeng, Het middeleeuwse grondbezit, 86). Respectievelijk na 1261 en 1265 wordt hij niet meer in de bronnen genoemd als proost van het Sint-Servaaskapittel en van Aken (zie Doppler, ‘Lijst der proosten’, 187, en Ubachs en Evers, Historische encyclopedie). Zijn sterfdag is 27 oktober (Quix, Necrologium Aquensis, 59). Teichmann, ‘Aachen’, 91-93, suggereert als mogelijk sterfjaar 1266, maar Meuthen, ‘Die Aachener Pröpste’, 83, signaleert Otto nog in een oorkonde d.d. 10 september 1270. Aangezien er vanaf 1270 een nieuwe proost van het Sint-Servaaskapittel bekend is als opvolger van Otto, namelijk Otto van Gulik, en in 1271 een nieuwe proost wordt benoemd in het domkapittel te Xanten waar Otto sedert 1266 proost was, lijkt het niet onaannemelijk dat hij op 27 oktober 1270 is overleden.

De datering door Doppler van deze oorkonde in het jaar 1269 is gebaseerd op de vermelding van Willem, Arnoud en Iwein als respectievelijk voogd, schout en meier van Aken, die blijkens Quix, Geschichte der Stadt Aachen, 99, enkel in 1269 gezamenlijk in de oorkonden voorkomen (in 1265 komt Willem voor als voogd samen met meier Ricolf).

In de dispositio van onderhavige oorkonde wordt verwezen naar het geldende erfrecht dat het kapittel al meer dan zestig jaar bezit in de banken, ‘in curiis vestris pro iure consueto et obtento iam sexaginta annis et amplius’. De clausule ‘iam sexaginta annis et amplius’ kan zowel verwijzen naar het in de banken geldende gewoonterecht als naar een recht dat is vastgelegd in een oorkonde. Uitgaande van een datering in 1269 op basis van de genoemde Akense dignitarissen, zou onderhavige oorkonde dan kunnen verwijzen naar een oorkonde die dateert van vóór 1209.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

‍

Thorn

Nummer 31

Economisch
1269 juli

Jan, proost, Gillis, deken, de aartsdiaken en het domkapittel van Luik verklaren dat een onderzoek heeft plaatsgevonden in de abdij van Thorn naar de goederen te Avezaath en Hemert en de pacht die de Sint-Paulusabdij daaruit betaalt. Zij hebben dit verslag gelezen, dat heeft uitgewezen dat het voordeel van beide abdijen in de schriftelijke overeenkomst voldoende is vastgelegd en dat de pacht na vele twisten is verdubbeld. Op verzoek van abdis en convent van Thorn hechten de proost, deken, aartsdiaken en het domkapittel van Luik hun goedkeuring aan deze herziene pachtovereenkomst.

Jan, proost, Gillis, deken, de aartsdiaken en het domkapittel van Luik hechten hun goedkeuring aan de pachtovereenkomst inzake goederen te Avezaath en Hemert tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn, zoals overeengekomen in juni 1269.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 42. 

Uitgave

a. Ketner, OSU IV, 37-38, nr. 1762, naar A.

Samenhang

Voor de pachtovereenkomst tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn d.d. juni 1269, zie Collectie Thorn, nr. 30. Voor de goedkeuring van deze pachtovereenkomst door Amelis, domdeken te Utrecht, d.d. 1269 augustus 30, en door Amelis en het domkapittel te Utrecht d.d. 1269 augustus 30, zie Collectie Thorn, respectievelijk nrs. 32 en 33.

Sint-Gerlach

Nummer 31

Economisch
1287 juni 28

Willem, bestuurder, en convent van Sint-Gerlach te Houthem verklaren dat zij aan Hendrik van Retersbeek en Clementia, zijn echtgenote, burgers van Maastricht, een jaarlijkse lijfrente van negen mud en achttien vaten rogge verschuldigd zijn voor de schenking van achttien bunder land te Beek en gronden te Haasdal. Van de achttien bunder hangt er vijftien af van de heer van Valkenburg en drie van Godfried van Audesteyde, de gronden te Haasdal hangen af van de bestuurder van Meerssen. Ook stellen bestuurder en convent clausules op ingeval van overlijden van Hendrik of Clementia. Walram, heer van Valkenburg, hecht zijn goedkeuring aan deze overeenkomst.

Willem, proost, en convent van Sint-Gerlach (te Houthem) verklaren dat zij aan Hendrik van Retersbeek en Clementia, zijn echtgenote, burgers van Maastricht, een jaarlijkse lijfrente van negen mud en achttien vaten rogge verschuldigd zijn voor de schenking van achttien bunder land te Beek, waarvan vijftien bunder afhangend van de heer van Valkenburg en drie van Godfried van Audesteyde, alsmede gronden te Haasdal, afhangend van de proost van Meerssen, en stellen clausules op ingeval van het overlijden van Hendrik of Clementia. Walram, heer van Valkenburg, hecht zijn goedkeuring aan deze overeenkomst.

Origineel 

A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 18-1, reg. nr. 23.

Aantekening op de achterzijde: 1º door 17e-eeuwse hand: 1287.

Bezegeling: drie bevestigingsplaatsen voor de aangekondigde zegels van Willem, proost van Sint-Gerlach (te Houthem), van het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) en van Walram, heer van Valkenburg, (LS1, LS2 en LS3).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 25-26, nr. 22, naar A.

Regesten

Haas, inventaris Sint Gerlach, 75-76, reg. nr. 23. – Idem, Chronologische lijst, 82, reg. nr. 217.

Ontstaan en samenhang

Onderhavige oorkonde vertoont geen schriftverwantschap met de oorkonde van Walram, heer van Valkenburg, d.d. 1288.05.01 over de omzet van de vijftien bunder leengrond in allodiale grond te Beek, zie infra nr. 32.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Kloosterrade

Nummer 31

Kerkelijk
1237 mei 20

Paus Gregorius IX bevestigt dat de aartsbisschop van Keulen heeft ingestemd met het bezit van de kerken van Lommersum, Afden en Setterich door de abdij Kloosterrade, waarvan de abdij het patronaatsrecht bezit.

Paus Gregorius IX bevestigt de incorporatie van de kerken van Lommersum, Afden en Setterich in de abdij Kloosterrade door de aartsbisschop van Keulen.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 805.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 172-173, nr. 84, naar A.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 31

Economisch
1270 april 25

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan van Wyck, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), namens abt en convent zijn huis, genaamd Op de Gracht, naast het Minderbroedersklooster (te Maastricht), heeft overgedragen aan Godfried van Hudichoven, schout, tegen een jaarlijkse erfcijns van twintig schelling Luiks.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan van Wyck, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), namens abt en convent zijn huis, genaamd Op de Gracht, naast het Minderbroedersklooster (te Maastricht), heeft overgedragen aan Godfried van Hudichoven, schout, tegen een jaarlijkse erfcijns van twintig schelling Luiks.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 448. Beschadigd met tekstverlies.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: Godefridus de Hudecouen. – 2o door 14e-eeuwse hand: Supra Fossatum. – 3o door 16e-eeuwse hand: a 23. – 4o door 16e-eeuwse hand: 12. – 5o door 18e-eeuwse hand: 16.

Bezegeling: twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Boudewijn de Molendino en Gerard, zoon van Gosmar (= Gerard de Mayo), schepenen van Maastricht (LS1 en LS2).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 41-42 (met onvolledige vertaling), nr. 1270.04.25, naar A.

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven Supplement’, 82, nr. 1809. – Haas, Chronologische lijst, 62-63, nr. 151. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 448.

Ontstaan

Onderhavige oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert voor particulieren d.d. 1271 juli 20 en 1271 september 18 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nrs. 33 en 34). Bijgevolg kan deze scriptor worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

‍

Sint-Gerlach

Nummer 32

Economisch
1288 mei 1

Walram, heer van Valkenburg en Monschau, verklaart dat hij vijftien bunder land te Beek, die Hendrik van Retersbeek en Clementia, zijn echtgenote, van hem in leen hielden en die deze afgestaan hadden ten behoeve van bestuurder en convent van Sint-Gerlach te Houthem, vrijgemaakt heeft van de lasten als leengoed en deze vijftien bunder heeft overgedragen aan bestuurder en convent als vrij bezit. Hierna heeft het klooster dit land verkocht aan Jan Suevus, burger van Maastricht.

Walram, heer van Valkenburg en Monschau, verklaart dat hij vijftien bunder land te Beek, die Hendrik van Retersbeek en Clementia, zijn echtgenote, van hem in leen hielden en afgestaan hadden ten behoeve van proost en convent van Sint-Gerlach (te Houthem), vrijgemaakt heeft van de lasten als leengoed en aan proost en convent overgedragen als allodiaal goed, waarna het klooster dit land verkocht heeft aan Jan Suevus, burger van Maastricht.

Origineel

A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 18-2, reg. nr. 24.

Aantekeningen op de achterzijde: 1˚ door 15e-eeuwse hand: De XV bonaria terre. – 2˚ door laatste kwart 14e-eeuwse hand: K j. – 3˚ door 17e-eeuwse hand: 1288. – 3˚ door 18e-eeuwse hand: Num. 73.

Bezegeling: twee uithangend bevestigde, dubbel doorgestoken zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Walram, heer van Valkenburg en Monschau, van bruine was, beschadigd. – S2 van het klooster Sint-Gerlach te Houthem, van bruine was, zwaar beschadigd; en één bevestiging, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van de proost van Sint-Gerlach te Houthem (SD3). Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, respectievelijk 159-160 en 152.

Afschrift

B. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 119-120, onder de rubriek: Littere domini Walrami de quindecim bonnariis terre iacentibus apud Beek, en in de marge: Num. 73, met opgave van drie bezegelingsplaatsen, naar [A].

Uitgave

a. Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 26-28, nr. 23, naar A.

Regesten

Haas, inventaris Sint Gerlach, 76, reg. nr. 24. – Idem, Chronologische lijst, 85, reg. nr. 224.

Ontstaan en samenhang

Onderhavige oorkonde vertoont geen schriftverwantschap met de oorkonde van Willem, proost, en het convent van Sint-Gerlach (te Houthem) d.d. 1287.06.28, inzake de vijftien bunder land te Beek, afhangend van Walram, heer van Valkenburg, zie infra nr. 31.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Thorn

Nummer 32

Economisch
1269 augustus 30

Amelis, deken van het domkapittel te Utrecht en provisor in geestelijke zaken van Utrecht, hecht zijn goedkeuring aan de herziene pachtovereenkomst tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn betreffende de tienden van Hemert. De Sint-Paulusabdij heeft zich onderworpen aan de jurisdictie van de officiaal van Luik en Amelis geeft hem hierbij de macht om bij wanbetaling het klooster zo nodig onder interdict te plaatsen.

Amelis, domdeken te Utrecht en provisor in geestelijke zaken van Utrecht, hecht zijn goedkeuring aan de pachtovereenkomst tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn inzake de tienden van Hemert, zoals overeengekomen in juni 1269.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 43. 

Uitgave

a. Ketner, OSU IV, 39-40, nr. 1765, naar A.

Samenhang

Voor de pachtovereenkomst tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn d.d. juni 1269, zie Collectie Thorn, nr. 30. Voor de bevestiging van deze overeenkomst door proost, deken, aartsdiaken en het domkapittel van Luik d.d. juli 1269, en de goedkeuring door Amelis en het domkapittel te Utrecht d.d. 1269 augustus 30, zie Collectie Thorn, respectievelijk nrs. 31 en 33.

Kloosterrade

Nummer 32

Economisch
1241 mei 20

Hendrik IV, hertog van Limburg en graaf van Berg, draagt met instemming van zijn echtgenote en zijn zonen de novale tienden in de parochies Afden en Kerkrade voor veertig mark Keuls over aan de abdij Kloosterrade.

Hendrik IV, hertog van Limburg en graaf van Berg, draagt met instemming van zijn echtgenote en zijn zonen de novale tienden in de parochies Afden en Kerkrade voor veertig mark Keuls over aan de abdij Kloosterrade.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 762.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 173-174, nr. 85, naar A.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 32

Juridisch
1270 augustus 28

Hendrik, proost van de Sint-Apostelenkerk te Keulen, en meester Marcoald (van Modena), aartsdiaken van Luik en pauselijk kapelaan, maken bekend dat zij de oorkonde van voogd, schout, meier en schepenen van Aken d.d. (1269) inzake het al meer dan zestig jaar geldende recht in de banken van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht hebben gezien die niet doorgehaald noch uitgewist is en geven daarvan de tekst weer.

Hendrik, proost van de Sint-Apostelenkerk te Keulen, en meester Marcoald (van Modena), aartsdiaken van Luik en pauselijk kapelaan, vidimeren de oorkonde van voogd, schout, meier en schepenen van Aken d.d. (1269) inzake het al meer dan zestig jaar geldende recht in de banken van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 928.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Iudicium scabinorum Aquensium quod sorores non recipiant portionem in hereditate cum fratribus. – 2o door 16e-eeuwse hand: R. M I. – 3o door 16e-eeuwse hand: 1270 / g 40.

Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Hendrik, proost van de Sint-Apostelenkerk te Keulen, van bruine was, zwaar beschadigd. – S2 van Marcoald van Modena, aartsdiaken van Luik en pauselijk kapelaan, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2, zie Venner, ‘Zegels’, respectievelijk nrs. 20 en 14.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Doppler, ‘Verzameling’, 313-314, nr. 187. – Haas, Chronologische lijst, 63, nr. 154. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 162, nr. 928.

Samenhang

Voor de gevidimeerde oorkonde van voogd, schout, meier en schepenen van Aken d.d. (1269), zie Collectie Sint-Servaas, nr. 30.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

‍

Thorn

Nummer 33

Economisch
1269 augustus 30

Amelis, deken, en het domkapittel te Utrecht hechten hun goedkeuring aan de herziene pachtovereenkomst tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn betreffende de tienden en andere goederen te Hemert. De Sint-Paulusabdij heeft zich onderworpen aan de jurisdictie van de officiaal van Luik en Amelis en het domkapittel geven hem hierbij de macht om bij wanbetaling het klooster zo nodig onder interdict te plaatsen.

Amelis, deken, en het domkapittel te Utrecht hechten hun goedkeuring aan de pachtovereenkomst tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn, zoals overeengekomen in juni 1269.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 44. 

Uitgave

a. Ketner, OSU IV, 40, nr. 1766, naar A.

Samenhang

Voor de pachtovereenkomst tussen de Sint-Paulusabdij te Utrecht en de abdij van Thorn d.d. juni 1269, zie Collectie Thorn, nr. 30. Voor de bevestiging van deze overeenkomst door proost, deken, aartsdiaken en het domkapittel van Luik d.d. juli 1269, en de goedkeuring door Amelis, domdeken te Utrecht, d.d. 1269 augustus 30, zie Collectie Thorn, respectievelijk nrs. 31 en 32.

Sint-Gerlach

Nummer 33

Economisch
(vóór 1 december 1288)

Goblio van Schinnen, kanunnik van Sint-Pieter te Luik, bepaalt dat met de verkoop van zijn graan te Hegge zijn schulden moeten worden betaald en de door hem afgeperste en onrechtmatig verkregen zaken moeten worden teruggegeven. Daarna moet eerst zijn begrafenis worden betaald en ten slotte moet het restant worden besteed aan de vergroting van een altaar in de Sint-Pieterskerk te Luik.

Goblio van Schinnen, kanunnik van Sint-Pieter te Luik, bepaalt dat met de verkoop van zijn graan te Hegge zijn schulden moeten worden betaald en de door hem afgeperste en onrechtmatig verkregen zaken moeten worden teruggegeven, dat daarna eerst zijn begrafenis moet worden betaald en ten slotte het restant moet worden besteed aan de vergroting van een altaar in de Sint-Pieterskerk te Luik. (Deperditum)

Origineel

Niet voorhanden.

Afschrift

Niet voorhanden.

Vermelding

Deze oorkonde is bekend uit de dispositio van een oorkonde van Goblio van Schinnen, kanunnik van Sint-Pieter te Luik, zie infra nr. 34, alwaar onderhavige oorkonde wordt vermeld: Item et quod supercreverit ultra solutionem dictarum exequiarum, cedat in augmentum altaris, construendi in ecclesia sancti Petri, prout in aliis litteris meis continetur.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Kloosterrade

Nummer 33

Kerkelijk
1243 juni 11

Robert I, bisschop van Luik, geeft de abt van Kloosterrade toestemming de kloosterzusters van Kloosterrade en Scharn over te brengen naar een plaats die Fons Beate Marie genoemd wordt, en daar (te Sinnich) een klooster te stichten.

Robert I, bisschop van Luik, geeft de abt van Kloosterrade toestemming de kloosterzusters van Kloosterrade en Scharn over te brengen naar een plaats die Fons Beate Marie genoemd wordt, en daar (te Sinnich) een klooster te stichten.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 1701.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 176-177, nr. 88, naar A.

Tekstuitgave

Enkele kleine lacunes in het origineel zijn aangevuld naar een later afschrift, zie hiervoor de uitgave van Polak en Dijkhof.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 33

Economisch
1271 juli 20

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan van Wyck, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), in naam van en ten behoeve van de abdij een jaarlijkse cijns van twee mark Luiks, gevestigd op het huis, genaamd van Stella (te Maastricht), heeft gekocht van Gerard van Stella.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan van Wyck, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), in naam van en ten behoeve van de abdij een jaarlijkse cijns van twee mark Luiks, gevestigd op het huis, genaamd van Stella (te Maastricht), heeft gekocht van Gerard van Stella.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 449. Licht beschadigd.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: De XL solidis domus Stelle. – 2o door 16e-eeuwse hand: 310 / 1271 / v 23.

Bezegeling: drie uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 van Boudewijn de Molendino, schepen van Maastricht, van groene was, beschadigd. – S2 tweede zegel van Godfried, zoon van Florens, schepen van Maastricht, van groene was, beschadigd. – S3 eerste zegel van Gerard, zoon van Gosmar (= Gerard de Mayo), schepen van Maastricht, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, 161-162, en voor S2 en S3, zie respectievelijk Idem, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 171, afb. 19, en 173, afb. 21.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 42-43 (met onvolledige vertaling), nr. 1271.07.20, naar A.

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven Supplement’, 83, nr. 1810. – Haas, Chronologische lijst, 64, nr. 157. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 449.

Ontstaan

Onderhavige oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 31 onder Ontstaan.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

‍

Thorn

Nummer 34

Economisch
1270 mei 4

Arnoud, priester en vicaris van de kerk van Oeteren, heeft het voornemen om als kruisvaarder over zee te gaan en schenkt daarom bij testament de helft van zijn erfgoederen in de parochie van Oeteren aan de abdij van Thorn en de andere helft aan de Onze-Lieve-Vrouweabdij te Oeteren, met uitzondering van een jaarcijns van vier kapoenen die hij eerder aan de abdis van Thorn schonk. Aan zijn zoon Jan draagt Arnoud onder een aantal voorwaarden het vruchtgebruik van die goederen en zijn andere roerende goederen over. Voor de uitvoering van zijn testament en het toezicht op de voorwaarden stelt hij een aantal personen aan. Zij zullen Jan een geldelijke uitkering geven, doen schoolgaan en hem het noodzakelijke toekennen zolang hij zich fatsoenlijk gedraagt, omdat Arnoud verlangt dat Jan ordegeestelijke wordt. Wanneer Jan zich niet aan de bepalingen en wil van de executeurs-testamentair houdt, zullen de abdissen van Thorn en Oeteren hem tien mark Luiks geven. Bij zijn overlijden dienen de gelegateerde goederen vrome zaken ten goede te komen. De executeurs-testamentair zullen niets doen of bepalen zonder de abdis van Thorn. Met dit testament herroept Arnoud het legaat of testament dat hij eerder voor de schepenen van Oeteren had gemaakt.

Arnoud, priester en vicaris van de kerk van Oeteren, schenkt bij testament zijn erfgoederen in de parochie van Oeteren gelijkelijk aan abdis en convent van de abdij van Thorn en aan abdis en convent van de Onze-Lieve-Vrouweabdij te Oeteren, met uitzondering van een jaarlijkse cijns van vier kapoenen, eerder geschonken aan de abdis van Thorn, en van het vruchtgebruik van die goederen en zijn roerende goederen, die hij overdraagt aan zijn zoon Jan. Tevens stelt hij een aantal personen aan als executeur-testamentair.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 46. Beschadigd met tekstverlies.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: Nederoeteren. – 2o door 17e-eeuwse hand: Testamentum cuiusdam pastoris de Nederoeteren qui legavit medietatem suorum bonorum abbatie et aliam medietatem capitulo, 1270. – 3o door 17e-eeuwse hand: O doorgestreept, I.

Bezegeling: vijf bezegelingsplaatsen (met uithangende restanten van de perkamenten zegelstaarten), vermoedelijk voor de aangekondigde zegels (LS1, LS2, LS3, LS4 en LS5).

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 41-42, nr. 28. – Habets, Archieven Thorn, 38, nr. 46. ‒ Haas, Chronologische lijst, 63, nr. 152.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Ontstaan

Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1262 tot en met 1273. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 17.

Sint-Gerlach

Nummer 34

Economisch
1288 december 1

Goblio van Schinnen, kanunnik van Sint-Pieter te Luik, vermaakt bij testament aan het klooster Sint-Gerlach te Houthem zijn goederen te Hegge ten behoeve van de stichting van een altaar in het klooster. Hij verzoekt het klooster een van de dochters van heer Godfried van Spaubeek, ridder, op te nemen en schenkt haar een bed. Voor de kosten van haar intrede schenkt hij 5 mud rogge en 1 mud tarwe uit zijn goederen te Hegge en zolang zij leeft jaarlijks 1 mark sterling en 1 mud rogge. Verder legateert hij een aantal goederen aan zijn nicht, dochter, dienstmeid en knecht en stelt een aantal personen aan als executeurs-testamentair.

Goblio van Schinnen, kanunnik van Sint-Pieter te Luik, vermaakt bij testament aan het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) zijn goederen te Hegge ten behoeve van de fundatie van een altaar in het klooster, verzoekt het klooster een van de dochters van heer Godfried van Spaubeek, ridder, op te nemen, schenkt haar een bed en kent voor de kosten van haar intrede uit zijn goederen te Hegge 5 mud rogge en 1 mud tarwe toe en zolang zij leeft jaarlijks 1 mark sterling en 1 mud rogge. Verder legateert hij een aantal goederen aan zijn nicht, dochter, dienstmeid en knecht en stelt een aantal personen aan als executeurs-testamentair.

Origineel

[A]. Niet voorhanden.

Afschrift

B. 1289 juni 7, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 96, reg. nr. 27, vidimus door de officiaal van het hof van Luik, naar [A].

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 28-29, nr. 24 (gedateerd 1288 november 29). – Poncelet, Inventaire analytique, 18, nr. 50. − Haas, Inventaris Sint Gerlach, 77, reg. nr. 25.

Samenhang

In onderhavige oorkonde wordt melding gemaakt van een andere oorkonde van Goblio van Schinnen inzake de bouw van een altaar in de Sint-Pieterskerk te Luik uit de verkoop van zijn goederen te Hegge: Item et quod supercreverit ultra solutionem dictarum exequiarum, cedat in augmentum altaris construendi in ecclesia sancti Petri, prout in aliis litteris meis continetur. Voor dit deperditum, zie infra nr. 33.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Kloosterrade

Nummer 34

Kerkelijk
1246 september 13

Paus Innocentius IV bevestigt de overbrenging van de kloosterzusters van Kloosterrade en Scharn naar Sinnich en de toewijzing van goederen voor hun levensonderhoud.

Paus Innocentius IV bevestigt de overbrenging van de kloosterzusters van Kloosterrade en Scharn naar Sinnich en de toewijzing van goederen voor hun levensonderhoud.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 1703.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 182-184, nr. 92, naar A.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 34

Economisch
1271 september 18

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Odilia, dochter van Lambert Scad, begijn, een jaarlijkse cijns van tien schelling Luiks, gevestigd op een huis, gelegen Op de Gracht (te Maastricht), heeft verkocht aan Margareta en Ida, begijnen te Maastricht, bloedverwanten van Jan, priester van (het gasthuis van) Sint-Gillis in Wyck (te Maastricht).

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Odilia, dochter van Lambert Scad, begijn, een jaarlijkse cijns van tien schelling Luiks, gevestigd op een huis, gelegen Op de Gracht (te Maastricht), heeft verkocht aan Margareta en Ida, begijnen te Maastricht, bloedverwanten van Jan, priester van (het gasthuis van) Sint-Gillis in Wyck (te Maastricht).

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 452. Met een getransfigeerde oorkonde d.d. 1276 juni 24.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: Ida de Wigarberge. – 2o door 13e-eeuwse hand: De X solidis supra Fossatum. – 3o door 16e-eeuwse hand: 307 / z 23 / 1296.

Bezegeling: twee uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S1 tweede zegel van Daniel supra Forum, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S2 los bijliggend, tweede zegel van Godfried, zoon van Florens, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en S2, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 171, afb. 14, en Idem, ‘Maastrichtse schepenzegels’, afb. 19.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 43-44 (met onvolledige vertaling), nr. 1271.09.18, naar A.

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven’, 22, nr. 4. – Haas, Chronologische lijst, 64-65, nr. 158.

Ontstaan en samenhang

Onderhavige oorkonde is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert en kan worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 31 onder Ontstaan. Voor het transfix d.d. 1276 juni 24, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 44.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

‍

Thorn

Nummer 35

Kerkelijk
1270 mei 15

Engelbert van Isenburg, aartsdiaken van Luik, hecht zijn goedkeuring aan bepalingen die wijlen meester Reinier, scholaster in Tongeren en provisor in geestelijke zaken van Hendrik III, bisschop van Luik, na zijn visitatie van de abdij van Thorn voor de vervulling van het pastoorsambt in de kerk van Baarle had vastgesteld. Met instemming van abdis, kanunniken en kloosterzusters van Thorn én van Gozewijn, pastoor van Baarle, voegt hij ten aanzien van de inkomsten van de kerk van Baarle een aantal nieuwe bepalingen toe. Alle tienden die de pastoors normaal gezien ontvingen in de kerken van Baarle en Mierlo, zullen ter vermeerdering van de prebenden van de kanunniken en kloosterzusters van Thorn worden afgestaan. De abdis zal aan de pastoor een afgesproken hoeveelheid tarwe en gerst geven uit de tienden die haar en haar kerk in Baarle en Mierlo toebehoren.

Engelbert van Isenburg, aartsdiaken van Luik, hecht zijn goedkeuring aan de bepalingen die wijlen meester Reinier, scholaster in Tongeren en provisor in geestelijke zaken van Hendrik III, bisschop van Luik, na zijn visitatie van de abdij van Thorn had vastgesteld inzake de kerk van Baarle en voegt daar nieuwe bepalingen betreffende de inkomsten van de kerk van Baarle aan toe. Abdis en convent van de abdij van Thorn en Gozewijn, pastoor van Baarle, hechten hier hun goedkeuring aan en bezegelen mede.

Origineel

[A]. Niet voorhanden.

Afschrift

B. eerste helft 15e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1628 (voorheen cartularium nr. 1) = Cartularium abbatiae imperialis Thorensis, 966-1600, p. 162-164 (oude fol. 85v-86v), onder de rubriek: Approbatio premisse incorporationis sive ordinationis ecclesie de Baerll de consensu pastoris per archidiaconum loci facta, en De ecclesia de Baerle, geauthenticeerd afschrift door S. van Neeroeteren, naar [A].

Uitgave

a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 444-446, nr. 1096, naar B.

Samenhang

Voor de oorkonde van de bisschop van Luik, waarin hij na de visitatie door meester Reinier de bepalingen ten aanzien van de kerk van Baarle vastlegt, alsmede voor de bekrachtiging hiervan door de abdis van Thorn, zie Collectie Thorn, nrs. 17 en 19.

Sint-Gerlach

Nummer 35

Varia
1289 juni 7

De officiaal van het hof van Luik maakt bekend dat hij het testament van Goblio van Schinnen, kanunnik van Sint-Pieter te Luik, d.d. 1288.12.01 heeft gezien en gelezen.

De officiaal van het hof van Luik vidimeert het testament van Goblio van Schinnen, kanunnik van Sint-Pieter te Luik, d.d. 1288.12.01.

Origineel

A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 96, reg. nr. 27.

Aantekeningen op achterzijde: 1o door laatste kwart 14e-eeuwse hand: I II. – 2o door 15e-eeuwse hand: Testamentum. – 3˚ door 17e-eeuwse hand: 1288. – 4˚ door 18e-eeuwse hand: Num. 91.

Bezegeling: één bevestigingsplaats voor het afhangend zegel van het hof van Luik, dat aangekondigd is (SD1).

Afschrift

B. (ca. 1736) Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 137-139, onder de rubriek: Testamentum domini Goblionis de Schine in quo monasterio sancti Gerlaci legat certa bona in Heeke, en in de marge: Num. 91, met opgave van één bezegelingsplaats, naar A.  

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Haas, Inventaris Sint Gerlach, 78, reg. nr. 27. – Idem, Chronologische lijst, 86, nr. 229.

Ontstaan

Onderhavige oorkonde is door dezelfde hand geschreven als de door de officiaal uitgevaardigde oorkonde in 1290, zie infra nr. 36. Derhalve kan de scriptor waarschijnlijk gesitueerd worden in het milieu van het hof van Luik. Het schrift vertoont ook zeer sterke verwantschap met de oorkonde, in 1290 uitgevaardigd door proost en convent van Sint-Gerlach, zie infra nr. 37.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Kloosterrade

Nummer 35

Kerkelijk
1248 juli 29

Pieter, kardinaal-diaken van St.-Georgius ad Velum Aureum en pauselijk legaat, keurt goed en bevestigt dat het aantal kanunniken te Kloosterrade wordt bepaald op hooguit veertig.

Pieter, kardinaal-diaken van St.-Georgius ad Velum Aureum en pauselijk legaat, keurt goed en bevestigt dat het aantal kanunniken te Kloosterrade wordt bepaald op hooguit veertig.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 689. De tekst is sterk verbleekt, maar was blijkens een afschrift uit ca. 1690 destijds nog goed te lezen.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 188-189, nr. 97, naar A.

Teksteditie

Een groot deel van de tekst is verbleekt en daardoor zeer slecht leesbaar. De onleesbare tekstgedeelten zijn tussen teksthaken aangevuld naar een eind-17e-eeuws afschrift, zie de uitgave van Polak en Dijkhof.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 35

Kerkelijk
1273 oktober 15

Meester Boudewijn van Autre-Église, kanunnik (van het domkapittel) en officiaal van Luik, verklaart dat hij de oorkonde van keizer Frederik II, gedateerd in december 1232 december, heeft gezien die niet doorgehaald noch uitgewist is en geeft daarvan de tekst weer.

Meester Boudewijn van Autre-Église, kanunnik (van het domkapittel) en officiaal van Luik, vidimeert de oorkonde van keizer Frederik II d.d. 1232 december.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 40. Beschadigd met tekstverlies.

Aantekening op de voorzijde: 1o door 15e-eeuwse hand: R I.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: Copia privilegii domini Henrici, imperatoris, super exemptionem ecclesie sancti Seruatii et aliis et innovationis domini Frederici, imperatoris. – 2o door 13e-eeuwse hand: S. de Wouc per copiam. – 3o door 14e-eeuwse hand: Hugo de Berzes per capitulum. – 4o door 15e- en 16e-eeuwse handen: R I / k XII / S IIo / l 2. – 5o door 17e-eeuwse hand: II / In capsula imperialium.

Bezegeling: één bevestiging voor het aangekondigde zegel van Boudewijn van Autre-Église, kanunnik en officiaal van Luik (SD1).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 249, nr. 192. – Haas, Chronologische lijst, 67, nr. 167. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 51, nr. 40.

Samenhang

Voor de uitgave van de gevidimeerde oorkonde van keizer Frederik II d.d. 1232 december, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 16.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

‍

Sint-Gerlach

Nummer 36

Juridisch
1290 januari 12

De officiaal van het hof van Luik doet uitspraak in een proces tussen bestuurder en convent van Sint-Gerlach te Houthem enerzijds en Jan van Meer en zijn echtgenote Oda uit Maastricht anderzijds. Partijen voerden het proces over de aanspraak die het klooster maakt op de helft van de nalatenschap van Godfried Kenterken uit Maastricht, broer van Oda en van Jutta, non van Sint-Gerlach. De officiaal wijst de helft van deze goederen toe aan het klooster.

De officiaal van het hof van Luik doet uitspraak in een proces tussen proost en convent van Sint-Gerlach (te Houthem) enerzijds en Jan van Meer en zijn echtgenote Oda uit Maastricht anderzijds inzake de aanspraak die het klooster maakt op de helft van de nalatenschap van Godfried Kenterken uit Maastricht, broer van Oda en van Jutta, non van Sint-Gerlach, en hij wijst de helft van de goederen toe aan het klooster.

Origineel

A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 98, reg. nr. 26.

Aantekeningen op de achterzijde (slechts onder kwartslamp leesbaar): 1o door 13e-eeuwse hand: Est Mat[ri]fardus, per manum domini Iohannis de Doirne sigilletur et michi reddatur quia opportet quod scribatur manu me (sic) et tunc signabitur ista per copiam. – 2o door 18e-eeuwse hand: Sententia lata 1289 per quam religiosi pr[***] possunt [***] immobilia.

Bezegeling: één bevestigingsplaats voor het dubbel doorgestoken, aangekondigde zegel van het hof van Luik (SD1).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 29-30, nr. 25 (gedateerd 1289 januari 13). − Haas, Inventaris Sint Gerlach, 77, nr. 26 (gedateerd 1289 januari 13). − Idem, Chronologische lijst, 85, reg. nr. 226 (gedateerd 1289 januari 13).

Datering

Het gebruik van paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Ontstaan

Onderhavige oorkonde is door dezelfde hand geschreven als de door de officiaal uitgevaardigde oorkonde in 1289, zie infra nr. 35. Derhalve kan de scriptor waarschijnlijk gesitueerd worden in het milieu van het hof van Luik. Het schrift vertoont ook zeer sterke verwantschap met de oorkonde, in 1290 uitgevaardigd door proost en convent van Sint-Gerlach, zie infra nr. 37.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Thorn

Nummer 36

Economisch
(vóór 1272 februari 19)

Abdis en convent van de abdij van Thorn treffen een regeling met Marsilius, vader van Gerard Bec van Übach, inzake de ontgonnen grond van de hoeve te Übach.

Abdis en convent van de abdij van Thorn treffen een regeling met Marsilius, vader van Gerard Bec van Übach, inzake de ontgonnen grond van de hoeve te Übach. (Deperditum) 

Origineel noch afschrift voorhanden.

Vermelding

Deze oorkonde is bekend uit de dispositio van de oorkonde d.d 19 februari 1272 van Michael, kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, en Godfried Bec van Übach (zie Collectie Thorn, nr. 37), alwaar onderhavige oorkonde wordt vermeld: pronuntiamus quod dictus Gerardus infra dominicam Invocavit me ad certum diem reddet domine abbatisse et conventui de Thoren litteram quam dederant ipsi abbatissa et conventus patri suo, Marsilio, super cultura curie ipsarum in Vbach, sigillis dictorum abbatisse et conventus sigillatam.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Samenhang

Voor de uitspraak in het geschil tussen abdis en convent van Thorn en Gerard Bec van Übach inzake de hoeve, akkers en gebouwen van de abdij te Übach, zie Collectie Thorn, nr. 37.

Kloosterrade

Nummer 36

Economisch
1248 [mei 4 - oktober 18]

Koenraad, aartsbisschop van Keulen, doet ter leniging van de schade ten gevolge van de Keulse oorlogen ten gunste van de abdij Kloosterrade afstand van zijn rechten op de novale tienden te Lommersum en elders in het diocees en op de novale tienden, die sommige ridders zoals Christiaan van Ottenheim aan de abdij weigeren te betalen.

Koenraad, aartsbisschop van Keulen, doet ter leniging van de schade ten gevolge van de Keulse oorlogen ten gunste van de abdij Kloosterrade afstand van zijn rechten op de novale tienden te Lommersum en elders in het diocees en op de novale tienden, die sommige ridders zoals Christiaan van Ottenheim aan de abdij weigeren te betalen.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 806.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 189-190, nr. 98, naar A.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 36

Kerkelijk
1273 november 1

Rooms-koning Rudolf I hernieuwt en bevestigt de door keizer Frederik II verleende privileges aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht d.d. 1215 juli 28 en 1236 september 9, waarvan de teksten zijn geïnsereerd.

Rooms-koning Rudolf I hernieuwt en bevestigt de door keizer Frederik II verleende privileges aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht d.d. 1215 juli 28 en 1236 september 9, waarvan de teksten zijn geïnsereerd.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 54. Gelinieerd. Beschadigd.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Con[firm]atio privilegiorum regalium a .. rege Rud[olphi]. – 2o door 15e-eeuwse hand: Item confirmatio sentencie pro preposito (bovenschreven) et (bovengeschreven) capitulo Sancti Seruatii contra episcopum Leodiensem super hoc quod ad iurisdictionem solius imperii pertinent et episcopo in aliquo non teneantur late. – 3o door 15e-eeuwse hand: XVIII et XVIIII. – 4o door 16e-eeuwse hand: Anno 1273. – 5o door 17e-eeuwse hand: Exhibitum contra Tongrensis penultima augusti anno etc. L primo. – 6o door 17e-eeuwse hand: 40 / Capsula imperialium. – 7o door 17e-eeuwse hand: Capsula imperialium. – 8o door 18e-eeuwse hand: R. M.J.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, van witte was, beschadigd. Voor een beschrijving en afbeelding van S1 en een mogelijk latere bevestiging, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 50.

Afschriften

B. eind 13e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 10 (cartularium) = [Liber privilegiorum], fol. 10r-11r (= nieuwe fol. 27r-28r), nr. 18, naar A. – C. 15e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 14.B001, archief kapittel van Onze Lieve Vrouw te Maastricht, 1096-1796, inv. nr. 31 (cartularium), fol. 177v-179r, onder de rubriek: Item tenores omnium et singulorum exhiborum sequuntur per ordinem in hunc modum et sunt tales, en onder caput: Item aliarum litterarum imperialium domini Rudolphi, Romanorum regis, sigillo eius ut prima facie apparuit regio albe cere rotondo in cordula cericea rubei nigri croceique pre vetustate fere albi colorum in qua expressa habebatur ymago imperatoris in dextera ceptrum regale, in sinistra vero pommum imperiale, omni cruce superposita in circumferentia vero eiusdem sigilli caracteribus seu litteris expressa erant hec verba: Rudolphus, Dei gratia Romanorum rex, semper augustus, sigillatarum et bullatarum tenores sequuntur in modum sequentem, naar A. – D. 1640, Ibidem, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 1741 (cartularium) = Liber sive regestum originis ecclesie Sancti Seruatii Traiec[tensis] illiusque privilegiorum, donationum ac iurium ex originalibus et libro chartarum manu Ioannis Choris, receptoris capituli, descriptorum, p. 86, onder de rubriek: Rudolphus sententiam precedentem et latoma Frederico et specialiter previlegia de libertate ab omni exactione, onvolledig, naar A. – E. 17e eeuw, Idem, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 43v-45v, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: Confirmatio privilegiorum, libertatum et specialiter quod officiales et ministri ecclesie ab omni iure civili et forensi et omni exactione sint liberi, etiamsi sint mercatores. Item per sententiam imperatoris et magnatum seu principum imperii decisum ecclesiam Sancti Seruatii ad imperium spectare et episcopo Leodiense in nullo subesse aut teneri, mogelijk naar A. – [F]. niet voorhanden, maar bekend uit G, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 204v. – G. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 399, onder de rubriek: 1273, Rudolphus, Romanorum rex, confirmat privilegium Frederici, imperatoris, quo in specialem suam protectionem sumpsit ecclesiam Sancti Servatii et quod episcopus Leodiensis nullam habeat iurisdictionem in predicta ecclesia nec super personis eidem subiectis, datum Colonie, kalendas novembris 1273, naar A.

Uitgaven

a. Miraeus-Foppens, Opera diplomatica IV, 255, naar een afschrift in cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht (berustend te Parijs, Bibliothèque Nationale, Fonds Latin). – b. Winkelmann, Acta imperii II, 77, nr. 87 (onvolledig), indirect naar afschriften in cartularia van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht (berustend te Parijs, Bibliothèque Nationale, Fonds Latin).

Regesten

Verkooren, Inventaire des chartes et cartulaires, 137. – De Borman, ‘Notice’, 48-49. – Habets,‘Codex diplomaticus’, 46, nr. 78. – Böhmer, Regesta imperii VI-1, 24. – Doppler,‘Verzameling [800-1273]’, 249-250, nr. 194. – Haas,Chronologische lijst, 67, nr. 168. – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 53, nr. 54.

Samenhang

Voor de oorkonde van keizer Frederik II d.d. 1215 juli 28, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 10. Voor diens oorkonde d.d. 1236 september 9 (voor een editie, zie Huillard-Bréholles, Historia diplomatica IV-2, 764-765).

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

‍

Thorn

Nummer 37

Juridisch
1272 februari 19

Michael, kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, en Godfried Bec van Übach beslissen in een al langer bestaand geschil tussen abdis en convent van Thorn en Gerard Bec, broer van Godfried, over de hoeve, akkers en gebouwen van de abdij te Übach. Na ondervraging van beide partijen en anderen beslissen de bemiddelaars als volgt: Gerard geeft de oorkonde over de ontgonnen grond van de hoeve te Übach aan abdis en convent terug. Hij en de betrokken familie doen afstand van (vermeende) rechten op de hoeve van Übach en zullen de hoeve op bevel van abdis en convent verlaten. Hij doet tevens afstand van alle rechten op de hoeve Kedelmar te Übach en mag zelf beslissen of hij de graanschuur daar weghaalt of tegen een vergoeding laat staan. Abdis en convent vergoeden Gerard zowel in geld als in graan. De abdis laat uitzoeken en uitspraak doen omtrent Gerards functie van kok. Mocht hij die functie niet terecht bezitten, dan zal hij een vergoeding in graan en geld van de abdis ontvangen. Of Gerards moeder Helka enig recht op land bezit, wordt nader uitgezocht.

Michael, kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, en Godfried Bec van Übach doen een uitspraak in het geschil tussen abdis en convent van Thorn enerzijds en Gerard Bec, broer van Godfried, anderzijds inzake de hoeve, akkers en gebouwen van de abdij te Übach.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 48. Zwaar beschadigd met tekstverlies.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Compositio inter dominam abbatissam et conventum et Gherardum Beck. – 2o door 16e-eeuwse hand: Null[ius est valoris, 1271. – 3o door 17e-eeuwse hand: I, O.

Bezegeling: drie uithangende zegels (S1, S2 en S3) en twee bevestigingsplaatsen (LS4 en LS5), terwijl er slechts vier zegels aangekondigd zijn, namelijk van Michael, kanunnik van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, van Hendrik, voormalig deken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, van de abdis van Thorn en van Herman, deken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht. De bewaard gebleven zegels zijn: S1 van Guda van Rennenberg, abdis van Thorn, zwaar beschadigd, van bruine was; S2 mogelijk van Herman, deken van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel te Maastricht, zwaar beschadigd, van bruine was; S3 een niet te identificeren zegel, zwaar beschadigd, van bruine was. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 34; voor het identificatieprobleem, een beschrijving en afbeelding van S2 en voor het niet-geïdentificeerde S3, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 23-24.

Uitgaven

a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 43-46, nr. 30 (gedateerd 1271 januari 16), naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 39-42, nr. 48 (gedateerd 1271 januari 16), naar a.

Regest

Haas, Chronologische lijst, 64, nr. 156.

Datering

Het gebruik van paasstijl door geestelijke instellingen in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Ontstaan en samenhang

Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1262 tot en met 1273. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 17.

In onderhavige oorkonde wordt verwezen naar een oorkonde van abdis en convent van Thorn voor Marsilius, vader van Gerard Bec van Übach, zie Collectie Thorn, nr. 36.

Tekstuitgave

De lacunes in A zijn aangevuld naar druk a. Het onderscheid tussen c en t is slecht zichtbaar.

Sint-Gerlach

Nummer 37

Juridisch
1290 juni 7

Bestuurder en convent van het klooster Sint-Gerlach te Houthem berichten aan paus Nicolaas IV dat zij Richald, pastoor van Orsmaal, en Robert van Millen, clericus, hebben aangesteld als hun procuratoren voor het pauselijke hof en dat deze een of meerdere plaatsvervangers mogen aanstellen met dezelfde bevoegdheid.

Proost en convent van het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) berichten aan de paus (Nicolaas IV) dat zij Richald, pastoor van Orsmaal, en Robert van Millen, clericus, hebben aangesteld als hun procuratoren voor het pauselijke hof en dat deze een of meerdere plaatsvervangers mogen aanstellen met dezelfde bevoegdheid.

Origineel

A. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 5, reg. nr. 28.

Aantekeningen op de achterzijde: 1˚ door eind 13e-eeuwse hand: Prepositus et conventus monasterii sancti Gerlaci. – 2˚ door 17e-eeuwse hand: 1290.

Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van deken en kapittel van Onze-Lieve-Vrouw te Maastricht (LS1).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 30, nr. 26. – Haas, inventaris Sint Gerlach, 78, reg. nr. 28. – Idem, Chronologische lijst, 88, reg. nr. 235.

Ontstaan

Het schrift van onderhavige oorkonde vertoont zeer sterke verwantschap met de twee oorkonden van de officiaal van het hof van Luik, die door eenzelfde scriptor gemundeerd zijn, zie infra nrs. 35 en 36.

Kloosterrade

Nummer 37

Economisch
1256 december

Het kapittel van Kerpen zet een jaarlijkse cijns van tien schelling Luiks, die ridder Hendrik van Strijthagen verschuldigd is aan het kapittel over 120 morgen cijnsgoed te Strijthagen, om in een jaarlijkse cijns van vijf schelling Keuls, te betalen op straffe van excommunicatie, af te kondigen door de abt van Kloosterrade.

Het kapittel van Kerpen zet een jaarlijkse cijns van tien schelling Luiks, die ridder Hendrik van Strijthagen verschuldigd is aan het kapittel over 120 morgen cijnsgoed te Strijthagen, om in een jaarlijkse cijns van vijf schelling Keuls, te betalen op straffe van excommunicatie, af te kondigen door de abt van Kloosterrade.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 1173.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 209-210, nr. 110, naar A.

Teksteditie

Het onderscheid tussen o en e is in A niet altijd duidelijk.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 37

Kerkelijk
1273 november 5

Rooms-koning Rudolf I hernieuwt en bevestigt de door keizer Hendrik IV verleende oorkonde aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht d.d. 1087.

Rooms-koning Rudolf I hernieuwt en bevestigt de door keizer Hendrik IV verleende oorkonde aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht d.d. 1087.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 21.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, van rode was, gaaf. Voor een beschrijving en afbeelding van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 49.

Afschrift

B. 17e eeuw, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief van het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 12 (cartularium) = Cartularium ecclesie collegialis Sancti Servati (aldus) Trajecti ad Mosam, tomus secundus, Documenta imperialia et ducalia, fol. 42v-43v, onder caput: Imperialia, en onder de rubriek: Bona ecclesie sub protectione sua suscipit imperator et confirmat gratias, libertates et iura ecclesie, mogelijk naar A.

Uitgave

a. Böhmer, Acta imperii selecta, 315-316, nr. 390 (onvolledig), naar A.

Samenhang

Voor de in de dispositio vermelde oorkonde van Hendrik IV d.d. 1087, zie Collectie Sint-Servaas, nr. 2.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is moeilijk zichtbaar.

‍

Thorn

Nummer 38

Juridisch
1272 augustus 1

Oger van Geilenkirchen, Olf van Scharn, Kuno van Molenarken en zijn broer Reinier Hunken, ridders, maken als scheidslieden bekend dat Gerard van Bircde, ridder, in zijn geschil met abdis en convent van de abdij van Thorn, samen met zijn vrouw en kinderen heeft afgezien van elke aanspraak en vordering tegen de abdij van Thorn.

Oger van Geilenkirchen, Olf van Scharn, Kuno van Molenarken en zijn broer Reinier Hunken, ridders, maken als scheidslieden bekend dat Gerard van Bircde, ridder, in zijn geschil met abdis en convent van de abdij van Thorn, samen met zijn vrouw en kinderen heeft afgezien van elke aanspraak en vordering tegen de abdij van Thorn.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 49. 

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: De domino Gherardo de Bircden. ‒ 2o door 17e-eeuwse hand: 1272. ‒ 3o door 17e-eeuwse hand: Compositio facta et concordia cum de presenti in memoria non est differentia. ‒ 4o door 17e-eeuwse hand: S doorgestreept, A. ‒ 5o door 18e-eeuwse hand: In hac compositione status questionis non describitur.

Bezegeling: drie bevestigingsplaatsen (met uithangende restanten van de perkamenten zegelstaarten), vermoedelijk voor de aangekondigde zegels (LS1, LS2 en LS3).

Afschriften

B. 18e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1629 = Codex of cartularium IV, 992-1762 (band notariële afschriften abdij Thorn), p. 39-40, eenvoudig afschrift. ‒ C. 18e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1629 = Codex of cartularium IV, 992-1762 (band notariële afschriften abdij Thorn), p. 41, eenvoudig afschrift, met vermelding van drie zegelplaatsen. ‒ D. laatste kwart 18e eeuw, Ibidem, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 1631, Cartularium, p. 12-14, onder de rubriek: Compositio nate inter abbatissam et conventum Thorensem ex una et Gerardum de Berode ex altera parte discordie anno 1272, met opgave van drie bezegelingsplaatsen, eenvoudig afschrift, naar A.

Uitgaven

a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 46-48, nr. 31 (gedateerd 1272 januari 18), naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 42-43, nr. 49 (gedateerd 1272 januari 18), naar a.

Regest

Haas, Chronologische lijst, 66, nr. 162.

Ontstaan

Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1262 tot en met 1273. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 17.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is slecht zichtbaar.

Sint-Gerlach

Nummer 38

Economisch
1293 mei 15

Schepenen van Maastricht maken bekend dat Hendrik van Retersbeek, gezond van lichaam en geest, zijn roerende goederen en vorderingen heeft overgedragen aan Dirk, commandeur van de Duitse Orde, ten behoeve van het huis en de broeders van het huis van de heilige Maria te Aldenbiesen. Deze overdracht is geschied op voorwaarde dat bestuurder en convent van het klooster Sint-Gerlach te Houthem vrij zijn van alle schuldvorderingen, geschillen, verplichtingen en andere zaken ten aanzien van deze goederen, afgezien van een jaarlijkse lijfrente van zes mud rogge Maastrichtse maat die groeit aan de overzijde van de Maas. Bestuurder en convent van Sint-Gerlach moeten deze lijfrente te Maastricht aan de commandeur en broeders te Maastricht voldoen zolang Hendrik leeft en deze rente zal na diens overlijden vrij en geheel naar hen terugkeren.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Hendrik van Retersbeek, gezond van lichaam en geest, zijn roerende goederen en vorderingen heeft overgedragen aan Dirk, commandeur van de Duitse Orde, ten behoeve van het huis en de broeders van het huis van de heilige Maria te Aldenbiesen, op voorwaarde dat proost en convent van het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) vrij zijn van alle schuldvorderingen, geschillen, verplichtingen en andere zaken ten aanzien van deze goederen, afgezien van een jaarlijkse lijfrente van zes mud rogge Maastrichtse maat die groeit aan de overzijde van de Maas. Proost en convent van Sint-Gerlach moeten deze lijfrente te Maastricht aan de commandeur en broeders te Maastricht voldoen zolang Hendrik leeft en deze rente zal na diens overlijden vrij en geheel naar hen terugkeren.

Originelen

A1. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 97-1, reg. nr. 29. – Gaaf bewaard, behoudens vlekken op tekst.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 16e-eeuwse hand: [...]a VI modios siliginis. – 2o door 17e-eeuwse hand: 1293. – 3o door 18e-eeuwse hand: Renuntiatio Godefridi super sex modios siliginis, 1293. – 4o door 18e-eeuwse hand: Num. 81.

Bezegeling: drie uithangend bevestigde zegels, die aangekondigd zijn, namelijk: S2 van de proost van Sint-Gerlach te Houthem, van bruine was, beschadigd. – S3 van Godfried, zoon van wijlen Floriman, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd. – S4 van Florentius, schepen van Maastricht, van bruine was, beschadigd; en één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het aangekondigde zegel van Dirk, commandeur van de Duitse Orde (LS1). Voor een beschrijving en afbeelding van S2, S3 en S4, zie Venner, ‘Zegels klooster Sint-Gerlach’, respectievelijk 153, 163 en 164.

A2. Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 97-2, reg. nr. 29.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 17e-eeuwse hand: Quitingh van renten. – 2o door 17e-eeuwse hand: 1299 (met potlood gewijzigd in 1293). – 3o door 18e-eeuwse hand: Num. 81.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S2 van de proost van Sint-Gerlach te Houthem, van bruine was, beschadigd; en drie bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Dirk, commandeur van de Duitse Orde, Godfried, zoon van wijlen Floriman, schepen van Maastricht, en Florentius, schepen van Maastricht (LS1, LS3 en LS4). Voor een beschrijving en afbeelding van S2, zie Venner, ‘Zegels het klooster Sint-Gerlach’, 153.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgaven

a. Franquinet, Beredeneerde inventaris St. Gerlach, IV, 31-32, nr. 27, naar A1. – b. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 94-95, nr. 1293.05.15 (met vertaling), naar A1 en A2.

Regesten

Haas, Inventaris Sint Gerlach, 78, reg. nr. 29. – Idem, Chronologische lijst, 95, nrs. 257 en 257a.

Ontstaan

A1 en A2 zijn geschreven door dezelfde hand. Deze scriptor is te situeren in het milieu van de Maastrichtse schepenen, aangezien deze hand in 1293 ook een schepenoorkonde voor een Maastrichtse begijn mundeerde (zie Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 463).

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar. De lacunes in A1 zijn tussen rechte haken aangevuld naar A2.

Kloosterrade

Nummer 38

Economisch
1257 oktober 14

Elisabeth, vrouwe van Sprimont, gewezen gravin van Kleef en weduwe van Gerard, heer van Wassenberg, schenkt haar tiend te Cartils in de parochie Gulpen aan de abdij Kloosterrade ten behoeve van een jaargetijde voor haar echtgenoot, haar zoon Gerard en haar zelf.

Elisabeth, vrouwe van Sprimont, gewezen gravin van Kleef en weduwe van Gerard, heer van Wassenberg, schenkt haar tiend te Cartils in de parochie Gulpen aan de abdij Kloosterrade ten behoeve van een jaargetijde voor haar echtgenoot, haar zoon Gerard en haar zelf.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 786.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 212-213, nr. 112, naar A.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 38

Economisch
1274 februari 23

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan, zoon van wijlen hun medeschepen Boudewijn de Molendino, de helft van een huis tegenover de Sint-Amorkapel (te Maastricht) heeft verkocht aan Jan, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), ten behoeve van abt en convent.

Schepenen van Maastricht oorkonden dat Jan, zoon van wijlen hun medeschepen Boudewijn de Molendino, de helft van een huis tegenover de Sint-Amorkapel (te Maastricht) heeft verkocht aan Jan, monnik van de abdij van Val-Dieu (te Aubel), ten behoeve van abt en convent.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 450. Zwaar beschadigd met tekstverlies.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Littera ad domum de Molendin[o] in Lata Platea. – 2o door 16e-eeuwse hand: 1373 / s 23. – 3o door 18e-eeuwse hand: 293.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S2 eerste zegel van Gerard, zoon van Gosmar (= Gerard de Mayo), schepen van Maastricht, van groene was, beschadigd; en twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Boudewijn Caseus, schepen van Maastricht, en Jan van Mulinghen, schepen van Maastricht (LS1 en LS3). Voor een beschrijving en afbeelding van S2, zie Venner, ‘Maastrichtse schepenzegels’, 172-173, afb. 21.

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

a. Nève, De dertiende-eeuwse schepenoorkonden, 45-46 (met onvolledige vertaling), nr. 1274.02.23, naar A.

Regesten

Doppler, ‘Schepenbrieven’, 23, nr. 6. – Haas, Chronologische lijst, 68-69, nr. 172. –Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 101, nr. 450.

Datering

Het gebruik van de paasstijl in het bisdom Luik is verondersteld, zie Camps, ONB I, XXI, en Dillo en Van Synghel, ONB II, XVII.

Ontstaan

Onderhavige oorkonde voor de abdij van Val-Dieu te Aubel is geschreven door een scriptor die schepenoorkonden van Maastricht mundeert voor de abdij van Val-Dieu d.d. 1276 juni 24 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nrs. 43 en 44), voor een priester te Maastricht d.d. 1278 juli 9 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 45), voor het Sint-Servaaskapittel te Maastricht d.d. 1285 oktober 6 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 56), voor een particulier d.d. 1287 juni 25 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 58), voor een begijn te Maastricht d.d. 1288 april 24 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 59), alsmede een oorkonde van rechter en schepenen van de hof van Lenculen voor een particulier d.d. 1291 maart 17 (zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nr. 69). Bijgevolg kan deze scriptor worden gelokaliseerd in het milieu van de schepenbank van Maastricht.

Tekstuitgave

De lacunes in A kunnen niet worden aangevuld naar een afschrift. Blijkens Doppler behoorde de andere helft van het verkochte huis toe aan Basilea.

‍

Sint-Gerlach

Nummer 39

Kerkelijk
1293 september 20

Walram, heer van Valkenburg en Monschau, belooft geen druk uit te oefenen op het klooster Sint-Gerlach te Houthem om meer dan dertig nonnen op te nemen, conform de afspraak met priorin en convent over het terugdringen van het aantal zusters. Willem, abt van Prémontré, hecht zijn goedkeuring aan deze verordening.

Walram, heer van Valkenburg en Monschau, belooft geen druk uit te oefenen op het klooster Sint-Gerlach (te Houthem) om meer dan dertig nonnen op te nemen, conform de afspraak met priorin en convent over het terugdringen van het aantal zusters. Willem, abt van Prémontré, hecht zijn goedkeuring aan deze verordening.

Originelen

[A1]. Niet voorhanden, blijkens B bezegeld met twee zegels.

[A2]. Niet voorhanden, blijkens C bezegeld met twee zegels.

Afschriften

B. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 139-140, onder de rubriek: Litere domini Walrami de Monjoe et Valckenburgh et domini Guillemni, abbatis Premonstratensis, quod ultra XV sorores nulla debet recipi, en in de marge: Num. 92, met opgave van twee bezegelingsplaatsen, naar [A1]. – C. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 363-364, onder de rubriek: Copia literarum domini Walrami de Valckenborgh et domini abbatis Premonstratensis, quod ultra 30 sorores nulla debet recipi, en in de marge: Num. 221, met opgave van twee bezegelingsplaatsen, naar [A2].

Uitgave

Habets, ‘Houthem-Sint-Gerlach’, 215-216, nr. 9, naar C.

Ontstaan en tekstuitgave

Onderhavige oorkonde is overgeleverd via twee afschriften in eenzelfde cartularium, die op een essentieel punt van elkaar afwijken, namelijk het maximum van het aantal kloosterzusters. Afschrift B vermeldt er vijftien, afschrift C dertig. Deze afschriften staan weliswaar in hetzelfde cartularium nr. 1, maar zijn door de kopiist beschouwd als twee verschillende oorkonden met een aparte rubricering in de index en met een uniek verwijzingsnummer. Beide cartulariumafschriften verwijzen naar een originele oorkonde. Afgezien van het verschillend aantal kloosterzusters, wijst het variantenonderzoek op het bestaan van twee verschillende versies. Naar alle waarschijnlijkheid gaan deze terug op een dubbeluitvaardiging, één exemplaar voor de heer van Valkenburg en Monschau en één voor het klooster Sint-Gerlach. Het aantal van dertig kloosterzusters in afschrift C lijkt ons het meest waarschijnlijk, omdat Dirk IV, heer van Valkenburg en Monschau, in een oorkonde d.d. 15 februari 1345 verklaart dat hij het verbod om meer dan dertig zusters op te nemen in het klooster Sint-Gerlach, zal respecteren: et ea de causa receperunt et habent inhibitionem a suis superioribus sive praelatis ne aliquando de caetero recipiant domicellam in suum conventum donec ad tricesimum numerum redigantur (zie Habets, ‘Houthem-Sint-Gerlach’, 216-217, nr. 10). Bijgevolg is voor de tekstuitgave de voorkeur gegeven aan afschrift C als basistekst, met een opgave van de varianten van B in het notenapparaat.

Thorn

Nummer 39

Juridisch
1273 april 15

Guda (van Rennenberg), abdis, het convent van de abdij van Thorn en Willem II, heer van Horn en voogd van de abdij, wijzen Gijsbert van Bruchausen, Jan van Rennenberg, kanunniken van Luik, Hendrik van Baexem, ridder, en Marsilius van Berg aan als scheidslieden ter beslechting van hun geschillen.

Guda (van Rennenberg), abdis, het convent van de abdij van Thorn en Willem II, heer van Horn en voogd van de abdij, wijzen Gijsbert van Bruchausen, Jan van Rennenberg, kanunniken van Luik, Hendrik van Baexem, ridder, en Marsilius van Berg aan als scheidslieden ter beslechting van hun geschillen.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187A, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, inv. nr. 50. 

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 17e-eeuwse hand: Compromissum inter dominum de Horne et abbatissam Thoren (sic) Gudam, 1273. ‒ 2o door 17e-eeuwse hand: A doorgestreept, H.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S3 van Guda van Rennenberg, abdis van Thorn, beschadigd, van bruine was; en twee bevestigingsplaatsen, vermoedelijk voor de aangekondigde zegels van Willem II, heer van Horn, en het convent van Thorn (LS1 en LS2). Voor een beschrijving en afbeelding van S3, zie Venner, ‘Zegels Thorn’, 34.

Uitgaven

a. Franquinet, Beredeneerde inventaris Thorn, 48-49, nr. 32, naar A. – b. Habets, Archieven Thorn, 43-44, nr. 50, naar a.

Regest

Haas, Chronologische lijst, 66, nr. 163.

Ontstaan

Deze oorkonde is gemundeerd door een scriptor uit de abdij van Thorn, die werkzaam was in de periode 1262 tot en met 1273. Voor de lokalisering van deze scriptor, zie Collectie Thorn, nr. 17.

Tekstuitgave

Het onderscheid tussen c en t is niet goed zichtbaar.

Kloosterrade

Nummer 39

Economisch
1262 juni 29

Abt Koenraad en het convent van Kloosterrade verkopen enige percelen akkerland te Büllesheim voor achttien mark Keuls aan het klooster Marienthal, dat die goederen tevoren van de abdij in pacht had.

Abt Koenraad en het convent van Kloosterrade verkopen enige percelen akkerland te Büllesheim voor achttien mark Keuls aan het klooster Marienthal, dat die goederen tevoren van de abdij in pacht had.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 1651.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 216-217, nr. 115, naar A.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 39

Economisch
1274 september 17

Rooms-koning Rudolf I geeft uitleg over de schenkingsakte van de Maasbrug door rooms-koning Koenraad III en verklaart dat het kapittel voor het onderhoud van de brug tot geen hogere uitgaven is verplicht dan die ter hoogte van de inkomsten van de brug.

Rooms-koning Rudolf I geeft uitleg over de schenkingsakte van de Maasbrug door rooms-koning Koenraad III en verklaart dat het kapittel voor het onderhoud van de brug tot geen hogere uitgaven is verplicht dan die ter hoogte van de inkomsten van de brug.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 437. Licht beschadigd. Gelinieerd.

Aantekeningen op de achterzijde: 1o door 13e-eeuwse hand: Interpretatio privilegii pontis regis Rudolfi. – 2o door 17e-eeuwse hand: [***] quartam reparationem capitulum teneatur. – 3o door 17e-eeuwse hand: 27, Interpretatio donationis pontis Rudolphi, imperatoris, et declaratio ad quantam reparationem capitulum teneatur.

Bezegeling: één uithangend bevestigd zegel, dat aangekondigd is, namelijk: S1 van rooms-koning Rudolf I, beschadigd, van witte was. Voor een beschrijving van S1, zie Venner, ‘Zegels’, nr. 50.

Afschriften

B. 1640, Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 1741 (cartularium) = Liber sive regestum originis ecclesiae Sancti Servatii Traiec[tensis] illiusque privilegiorum, donationum ac iurium ex originalibus et libro chartarum manu Ioannis Choris, receptoris capituli, descriptorum, p. 84-85, onder de rubriek: Rudolphus declarat ecclesiam non teneri ad maiores pontis Mose reparationes quam ascendant reditus pontis, naar A. – [C]. niet voorhanden, maar bekend uit D, cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht = Liber A, fol. 3. – D. vóór 1768, Ibidem, toegangsnr. 22.001A, Handschriftencollectie (voormalig) Gemeentearchief Maastricht, 14de-20ste eeuw, inv. nr. 199a (cartularium) = Diplomata Trajectensia de anno 800 ad 1664, p. 403-404, onder de rubriek: 1274, Rudolphus, Romanorum imperator, declarat ecclesiam Sancti Servatii non teneri ad pontis Mose reparationem ultra reditus illius pontis, 15 kalendas octobris, 1274, gewaarmerkt afschrift door G.J. Lenarts, stadssecretaris van Maastricht, naar A.

Uitgaven

a. Willemsen, ‘Inventaire’, 175-176, nr. 12, naar A. – b. Winkelmann, Acta imperii II, 81-82, nr. 93, indirect naar een afschrift in een cartularium van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht (berustend te Parijs, Bibliothèque Nationale, Fonds Latin).

Regesten

Verkooren, Inventaire des chartes et cartulaires, 138. – Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 251-252, nr. 199. – Haas, Chronologische lijst, 69, nr. 174. –Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 100, nr. 437.

Samenhang

Voor de schenking van de Maasbrug door rooms-koning Koenraad III d.d. 1139 juni 22 en de bevestiging daarvan door paus Innocentius II d.d. 1139 december 18, zie Collectie Sint-Servaas, nrs. 5 en 6. Voor de aflaatverlening door vier aartsbisschoppen en vijftien bisschoppen ten behoeve van de bouw van de Maasbrug d.d. 1284 januari 29 en de goedkeuring door Jan IV (van Vlaanderen), bisschop van Luik, d.d. 1287 mei 8, zie Collectie Sint-Servaaskapittel, nrs. 51 en 57.

‍

Sint-Gerlach

Nummer 40

Economisch
1293 november 30

Schepenen van Oirsbeek maken bekend dat Willem Scheld van Doenrade en zijn echtgenote Geertrui vier bunder akkerland in de parochie van Oirsbeek bij Doenrade hebben verkocht aan bestuurder en convent van Sint-Gerlach te Houthem. Willem en Geertrui zullen jaarlijks een pacht van vier mud rogge Akense maat aan het klooster betalen en de cijns uit de vier gepachte bunder voor het klooster voldoen.

Schepenen van Oirsbeek oorkonden dat Willem Scheld van Doenrade en zijn echtgenote Geertrui vier bunder akkerland in de parochie van Oirsbeek bij Doenrade hebben verkocht aan proost en convent van Sint-Gerlach (te Houthem) en dat zij jaarlijks een pacht van vier mud rogge Akense maat aan het klooster zullen betalen en de cijns uit de vier gepachte bunder voor het klooster voldoen.

Origineel

[A]. Niet voorhanden, blijkens B bezegeld met één zegel.

Afschrift

B. 1735, Maastricht, RHCL, toegangsnr. 14.D003, archief klooster Sint-Gerlach te Houthem, inv. nr. 1 (cartularium) = Privelegien ende register der obligatien en andere erffcontracten des adelijcken cloosters van St. Gerlach, p. 292-293, onder de rubriek: Emptio 4 bonnariorum terre arabilis iuxta Dondenrode in parochia de Oirsbeke, anno 1293, en in de marge: Num. 182, met opgave van één bezegelingsplaats, naar [A].

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regest

Niet voorhanden.

Thorn

Nummer 40

Economisch
1277 april

Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Isabella, heer en vrouwe van Breda, verkopen aan Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn het gedeelte van de jaarcijns, gevestigd op de hof te Gilze, die in december 1243 door abdis en convent aan de heer van Breda was verkocht.

Arnoud van Leuven en zijn echtgenote Isabella, heer en vrouwe van Breda, verkopen aan Guda (van Rennenberg), abdis, en het convent van de abdij van Thorn het gedeelte van de jaarcijns van vijf mark Luiks, gevestigd op de hof te Gilze, die in december 1243 door abdis en convent aan de heer van Breda was verkocht.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 01.187B, archief Vrije Rijksheerlijkheid Thorn, voorl. inv. nr. 2223.

Uitgave

a. Dillo-Van Synghel, ONB II, 550-552, nr. 1146, naar A.

Samenhang

Voor de verkoop door Hildegonde, abdis, en het convent van de abdij van Thorn in december 1243, zie Collectie Thorn, nr. 11.

Kloosterrade

Nummer 40

Juridisch
1262 september

De uitspraak van scheidslieden in het geschil van abt en convent van Kloosterrade met Gerard van Scherwier over de hof Laar; abt en convent stemmen in met de uitspraak en verklaren het bedrag van 42 mark Akens ontvangen te hebben.

De uitspraak van scheidslieden in het geschil van abt en convent van Kloosterrade met Gerard van Scherwier over de hof Laar; abt en convent stemmen in met de uitspraak en verklaren het bedrag van 42 mark Akens ontvangen te hebben.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.D004, archief abdij Kloosterrade, inv. nr. 995.

Uitgave

a. Polak en Dijkhof, Oorkondenboek Kloosterrade, 222-224, nr. 119, naar A.

Sint-Servaaskapittel

Nummer 40

Kerkelijk
1274 december 20

Paus Gregorius X deelt (aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht) twee van de door hem op het concilie van Lyon bekendgemaakte constituties mee, namelijk inzake bigamie en het beëindigen van de diensten door de kanunniken.

Paus Gregorius X deelt (aan het Sint-Servaaskapittel te Maastricht) twee van de door hem op het concilie van Lyon bekendgemaakte constituties mee, namelijk inzake bigamie en het beëindigen van de diensten door de kanunniken.

Origineel

A. Maastricht, HCL, toegangsnr. 14.B002A, archief kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, 1062-1797, inv. nr. 162. Gelinieerd, beschadigd met tekstverlies.

Aantekening op de achterzijde: 1o door 14e-eeuwse hand: Magistris Seruatianis.

Bezegeling: één bevestigingsplaats, vermoedelijk voor het niet aangekondigde zegel van paus Gregorius X (LS1).

Afschrift

Niet voorhanden.

Uitgave

Niet eerder uitgegeven.

Regesten

Doppler, ‘Verzameling [800-1273]’, 250, nr. 196 (gedateerd 1273 december 19). – Haas, Chronologische lijst, 68, nr. 170 (gedateerd 1273 december 19). – Nuyens, Inventaris Sint-Servaas, 71, nr. 162 (gedateerd 1273 december 19).

Samenhang

Voor de editie van alle constituties, uitgevaardigd op 1 november 1274 tijdens het generaal concilie van Lyon, zie Guiraud, Les registres de Grégoire X, 241-250, nr. 576. Zie ook Potthast, Regesta pontificum Romanorum, 1689, nr. 20950.

Datering

Onderhavige oorkonde is gedateerd in het derde pontificaatsjaar van paus Gregorius X. Er is echter onzekerheid wanneer hij zijn eerste pontificaatsjaar liet ingaan, bij de aanvaarding of bij de wijding, zie Strubbe en Voet, Chronologie, 216. Voor de datering is uitgegaan van de aanvaarding van zijn pontificaat op 27 oktober 1271. Als wordt uitgegaan van de wijdingsdag, i.c. 27 maart 1272, dan zou deze oorkonde gedateerd moeten worden op 19 december 1275.

‍

Niks gevonden

Er komen in onze database geen oorkonden voor die overeenkomen met de zoekwoorden of filters die heeft toegepast. Reset alle filters en probeer opnieuw.

partners

donateurs

familie Beijer
© 2025 WaarvanAkte.eu, een initiatief van Stichting Limburgse Oorkonden
Gemaakt door Hive Collective